Donderdag 19/09/2019

Maatschappij

"Sparen voor mijn pensioen? Dan heb ik geen leven meer"

Romy Aiatti. Beeld Wouter Van Vooren

Zijn late twintigers, dertigers en prille veertigers de eerste generatie in lange tijd die minder goed af is dan haar ouders? Recent onderzoek van de Tilburg University in Nederland wijst in die richting. Zes betrokkenen vertellen.

Judy Vanden Thoren (40), coacht jonge mensen

Voor Judy Vanden Thoren, een gehuwde moeder van twee tieners, klopt de stelling: haar generatie heeft haar zaakjes minder voor elkaar dan die van haar ouders. “Je móét vandaag wel tweeverdiener zijn om een huis af te betalen”, vertelt de Gentse. “En met je loon woon je ook kleiner dan vroeger. Ik ken de voorbeelden in mijn omgeving. We werken even hard om minder over te houden. Ook voor de kinderen hebben we minder tijd. Mijn moeder heeft nooit buitenshuis gewerkt en altijd voor ons gezorgd.”

Toch denkt Vanden Thoren, die vergelijkende cultuur­weten­schappen studeerde, dat haar generatie materialistischer in het leven staat. “Mijn kleerkast en schoenenrek puilen uit van de spullen die ik niet nodig heb.”
(lacht)

Judy Vanden Thoren: 'We werken even hard als onze ouders destijds, maar we houden minder over.' Beeld Wouter Van Vooren

“Dat was bij mijn ouders veel minder het geval. Zij waren ecologisch ingestelde mei-68’ers. Ze hadden achtereenvolgens een bioboerderij in Zuid-Afrika, België, Italië en Frankrijk. Mijn vader was opvoeder, maar heeft altijd gedaan waar hij zin in had. De vrijheid die toen beschikbaar was in de samenleving, zie ik vandaag veel minder. Jonge mensen komen meer obstakels tegen op hun weg. Mensen doen ook minder wat ze wíllen, en meer wat ze móéten doen.”

Er speelt nog iets anders mee. “Mijn cv leest als een brokken­parcours, ik voelde me nergens thuis en had op elke baan last van stress. ‘Waarom doe je dat werk dan?’ vroegen pa en ma, die niet snapten dat de jobs niet voor het rapen lagen.”

Zoals ze niet snapten, óók een factor, dat ze worstelde met haar identiteit: “Ik ben wit van opleiding, taal en naam, maar ik ben er zeker van dat mijn huidskleur mij parten heeft gespeeld. Mijn vader, die Belg is en wit, snapt het niet; mijn moeder, die kleurling is, evenmin. In het Zuid-Afrika van de apartheid was het véél erger dan hier en nu, zegt ze. "Dubbel geblokkeerd”, zo noemt Judy Vanden Thoren zich: doordat haar generatie het met minder moet rooien, én doordat binnen die verenging ook de discriminatie op de arbeids­markt harder is.

Over die ervaring is ze intussen een boek gaan schrijven, dat een tool moet worden in het coachen van jongeren en hun opvoeders in brede zin. “Alleen als het bewustzijn over de mechanismen van uitsluiting groeit, kunnen we de discriminatie inperken.”

Jürgen Storme (39), verpleegkundige

Jürgen Storme werkt in een ploegen­stelsel in het UZ Gent, dienst hematologie. Hij en zijn echtgenote, die in de retail­sector in loondienst is, hebben twee kleine kinderen en wonen in Zelzate. “Dat is 30 kilometer van Gent, met alle file­problemen van dien. En erg gezond leven is het daar niet, dat weet ik als verpleegkundige.” Maar ook Stormes schoon­ouders wonen in de Kanaalzone, waardoor ze zich om de kinderen – een zoon van vijf, een dochter van drie – kunnen bekommeren. Gent zelf was voor Storme en zijn gezin geen optie: de poging om een sociale woning te kopen mislukte doordat ze net te veel verdienden.

Jürgen Storme: 'Als je wat ouder wordt, voel je de beperkingen wel.' Beeld Wouter Van Vooren

“Ik ben destijds redelijk naïef in mijn beroep gestapt. Ik vond geld niet zo belangrijk en wilde goed doen voor de mensen. Maar als je wat ouder wordt en vooruit wilt, dan voel je de beperkingen wel. Ik ga niet klagen, ik kom rond en de extra’s die er zijn zoals de einde­jaars­premie, dienen vooral om een basis aan te leggen voor onvoorziene omstandigheden.”

Veel jonge verpleeg- en zorgkundigen leven van maand tot maand, zegt Storme. Binnen het beroep heb je een rist opleidingen en diploma’s, waardoor het moeilijk is om een loon te plakken op het beroep. “Maar gemiddeld schat ik dat een beginnend bachelor verpleeg­kundige 1.700 euro netto ontvangt. Sommigen verdienen meer, maar er zijn ook veel collega’s die het met een stuk minder moeten doen. Als je geen tweeverdiener bent, is het lastig.”

Als hij vroege dienst heeft, dan is hij om 6.15 uur in het ziekenhuis. “Ik ben blij dat ik werk, dat ik gezond ben. In het ziekenhuis zie ik leukemie­patiënten, soms zeer jonge mensen. Financieel zijn die nood­gedwongen aangewezen op vrienden en familie. Ik zie het elke dag opnieuw: ziekte maakt arm.” Alleszins wil Jürgen Storme zijn kinderen later “niet zonder hulp de wereld insturen”, een verwijzing naar de steun die hij zelf moest missen, want zijn ouders waren laagopgeleid en onbemiddeld. Nochtans is hij ervan overtuigd dat de vorige generaties – “hoewel zij het ook niet altijd makkelijk hadden” – vandaag beter af zijn, zeker op het vlak van de pensioenen.

“Ikzelf ben er niet zeker van dat ik mijn pensioen ooit krijg. De regering zegt wel dat ze ervoor zal zorgen, ik geloof haar niet. Er zijn vanzelfsprekendheden in het leven waaraan politici, die tussen de 5.000 en 8.000 euro verdienen, nu eenmaal niet denken.”

Mart Peers (33), digital marketeer, copywriting

Mart werd zeven maanden geleden moeder van dochter Doris. Ze woont met haar man in het Schelde-dorp Dikkelvenne. “Van opleiding ben ik audio­visueel kunstenaar, radio­maker dus. Maar in die sector liggen de banen geenszins voor het rapen, zodat ik in de digital marketing beland ben.” Beginnen deed Peers in een Brussels bureau, maar het dagelijkse pendelen viel haar lastig. Dichter bij huis vond ze een tweede kantoor, maar toen doemde prompt een ander probleem op.

“De branche was relatief nieuw, er werd vaak geschoven met budgetten, soms vertrokken er klanten, of bleek de work­load kleiner dan ingeschat. Ook al kreeg ik contracten van onbepaalde duur en was de verloning in orde, ik moest voortdurend op zoek naar nieuwe werkgevers.”

Mart Peers: 'Meteen een tweede kind, dat zou niet haalbaar zijn.' Beeld Wouter Van Vooren

Gevolg: ze moet het stellen met een deeltijdse baan, en ging voor de rest als freelancer in bijberoep. “Ik ben op vele vlakken inzetbaar, en doe met name ook copy­writing. Het helpt dat mijn diverse bazen tevreden waren over mij, zodat ik mijn netwerk kon inzetten.” Alleszins prijst Peers zich gelukkig dat ze getrouwd is en dat haar man als programmeur zijn brood verdient. “Stel dat ik een alleenstaande moeder was, dan zou het me nooit lukken. Ook bij de aankoop van ons huis kreeg mijn man hulp van zijn familie. Wie geen ouders heeft die financieel een handje toesteken, heeft het vandaag moeilijker dan vroeger.”

Mart Peers rekent even voor: met haar loon alleen, plus de 94 euro kinder­bijslag, kan ze een maand lang pampers kopen en een halve dag opvang betalen voor dochter­lief. De rest gaat naar de afbetaling van de woning. “Een tweede kind, zo snel na Doris, zou niet haalbaar zijn. Met het geld dat mij vandaag rest, doe ik aan pensioen­sparen, al lukt ook dat niet elke maand.”

Haar ouders stonden in het onderwijs. Hoewel ze het niet per se breed hadden, kenden ze iets wat dochter Mart vandaag nog het meest van al mist: stabiliteit. “Vast en zeker werk vind ik belangrijker dan geld. Ik wil niet rijk zijn. Tachtig procent van de kleren van de baby krijg ik doorgegeven van mijn zus. En in plaats van speelgoed te kopen, lenen we het via een speelgoed­abonnement.”

Maar Peers heeft kosten die haar ouders uiteraard niet hadden: “Het internet, de pc. Die uitgaven móét je doen om een baan te vinden en erbij te horen. Dat is wat ik nu heel erg wil: eindelijk ergens langer blijven dan twee jaar.”

Kristof Merckx (42), volgde zijn vader op als uitbater van een supermarkt

Is het leven harder voor mij dan voor mijn vader? Hmm. Uit respect voor alle harde werk dat mijn vader heeft verzet, zou ik veeleer zeggen dat het leven anders is geworden.”

Als het gaat over de vergelijking tussen generaties, tussen vroeger en nu, dan is Mechelaar Kristof Merckx de juiste man op de juiste plaats.

Merckx studeerde communicatiebeheer en wilde het bedrijfs­leven in, maar zijn eerste baan was niet wat hij ervan verwacht had. “Ik heb dan toch de supermarkt van mijn ouders overgenomen. Vierde generatie, in een zaak die ooit begonnen is als handel in koloniale waren. Goed, werken met je ouders ligt niet voor de hand, ik heb heel veel gevloekt, en nog, maar ik heb het mij nog niet één moment beklaagd.”

Kristof Merckx: 'Een harder leven? Veeleer anders. Maar elk jaar is er wel een moment dat de moed me in de schoenen zinkt.’ Beeld Wouter Van Vooren

Niet harder, maar anders, herhaalt Merckx: “De concurrentie is scherper geworden, de winst­marges liggen lager, mijn vader moest bijvoorbeeld niet aan people­management doen, geen preventie- of burn-out­adviseur in de zaak hebben en noem maar op. En ja, destijds ging de winkel over de middag dicht, ook op zondag waren we gesloten.”

De tijden zijn veranderd, zoveel is duidelijk. “Maar mijn vader heeft fysieke arbeid moeten leveren die aan mij minder besteed is. Omdat het vooruit- of achteruitgaan is, en ik uiteraard vooruit wou, heb ik de zaak moeten uitbreiden. Ik werk met 29 personeels­leden in plaats van de 10 van vroeger. Meer dan mijn pa kan ik daardoor delegeren. En ik hoef ook niet van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in de winkel te staan. Hij wel. Hij was er weinig voor zijn gezin. Vandaag valt het als vader niet meer te verantwoorden dat je er nooit zou zijn voor je familie.”

Maar nogmaals: een zaak runnen is onvergelijkbaar complexer geworden. Klanten zijn veel­eisende consumenten geworden, de administratie zwaarder. “Elk jaar komt er wel een moment dat de moed me in de schoenen zinkt, maar dan neem ik de draad weer op. Ik denk trouwens dat mijn ouders vinden dat het in hun tijd lastiger was.” (lacht)

En dan is ook dit nog een verschil: omdat hij absoluut geen geld wilde verdienen “op de rug van een uitstervende diersoort”, verkoopt Kristof Merckx al jaren geen tonijn meer in de zaak.

Romy Aiatti (28), sociaal werker, arbeidster ad interim

Vroeg opstaan, brood bakken, rekken vullen: momenteel werkt Romy Aiatti, bachelor gezins­weten­schappen, in de bakkerij van een supermarkt. Zodra het kan, wil de jonge vrouw terug naar de sociale sector. “Al zal ik niet langer op het eerste het beste aanbod ingaan. Ik neem me voor rustig te zoeken.” Na haar studies ging Aiatti aan de slag in een Brussels centrum dat jongeren met school­gebonden problemen begeleidt. Vervolgens kwam ze op het secretariaat van een school terecht.

Alleen: het waren lange dagen, waarin Aiatti voortdurend problemen trachtte op te lossen voor een karig loon. “Ik nam veel hooi op de vork maar zag amper verbetering in mijn situatie.” De collega’s vonden haar werk prachtig en zorgden ervoor dat het tijdschrift Klasse haar nomineerde voor leerkracht van het jaar. De directie, die het oneens was met Aiatti’s aanpak, steunde de voordracht echter niet. “Door de vele spanningen moest ik weg.”

Romy Aiatti: 'Nul euro op de rekening, het is mij ook al overkomen.' Beeld Wouter Van Vooren

Omdat ze na deze negatieve ervaring “alleen al van de gedachte aan een baan in de sociale sector” stress kreeg, ging Aiatti, die single is, dan maar voorlopig in een brasserie aan het werk. “Maar ook die job was onderbetaald, terwijl ik de hele tijd op de vingers werd gekeken.”

“Nu is er dus de supermarkt. Ik overleef, maar makkelijk is het niet. Gelukkig huur ik een woning van familie. Zo moest ik geen waarborg betalen, wat ik als alleenstaande niet gekund had.” 
Romy Aiatti, die ook Italiaanse roots heeft, prijst zich gelukkig dat ze die familie hééft. “Nul euro op de rekening: het is ook mij al overkomen, en ook toen kon ik op mijn familie een beroep doen. Werkende jongeren missen vaak een netwerk. Ik snap dat ze in zo’n situatie de moed verliezen.” Van een eigen woning durft ze nog niet te dromen, “zoals ik ook niet aan mijn pensioen denk”.

Het is dan ook cynisch dat de bank haar voortdurend met aanbiedingen over pensioen­sparen om de oren slaat, vindt ze. “Als ik nu spaar voor mijn pensioen, heb ik voor de rest geen leven meer. Want ik ga óók graag op reis. Maar het is moeilijk. Mijn ouders konden in hun tijd al snel een huis kopen. Toen bestonden de sociale media ook niet. Vandaag dwingen die jou om het schijnbare succes van anderen te bekijken.”

Boris Van den Eynden (33), kunstenaar

Beeldend kunstenaar Boris Van den Eynden werkt onder een rist pseudoniemen. In samenwerking met Lieven Van Speybroeck heet hij ook Oliver Ibsen, en hij is onder meer verbonden aan de Gentse uitgeverij Het balanseer. De dertiger is voorts performer en maakt muziek.

Breed heeft Van den Eynden, wiens vader “van alles” deed en wiens moeder haar hele leven lang in het lager onderwijs stond, het niet. “Ik heb de app ‘applause’ ontwikkeld. Je schuift je wijsvinger en duim naar elkaar toe over het scherm, waarna je applaus hoort. Ik ben al meerdere brieven aan Apple verder, maar ze moeten mijn creatie niet omdat ze niet innovatief genoeg zou zijn. Daar ga ik dus ooit rijk van worden! In afwachting leef ik van mijn spaarcenten. Maar nee, vergeleken met mijn ouders eet ik geen boterham minder. Al heb ik ook maar weinig nodig.”

Alle humor op een stokje: de financieel-economische ‘precarisering’ is in de kunstenaars­wereld een reëel thema, aldus Van den Eynden. Klachten over moeilijke statuten en mensen die er nauwelijks in slagen de eindjes aan elkaar te knopen, zijn legio in de sector.

“Ik begrijp de prognoses over lagere pensioenen en moeilijkere arbeids­omstandig­heden wel, en ik denk dat het inderdaad achteruitgaat. Maar als je precariteit als een gebrek aan voorspelbaarheid verstaat, hoeft dat niet per se altijd negatief te klinken. In tegenstelling tot de verstikkende conformiteit die een leven in dienst van de arbeids­markt tot gevolg kan hebben, kan zo’n gebrek ook improvisatie mogelijk maken.”

De Gentse professor Rogier De Langhe schreef in deze krant dat jongeren, als het over pensioenen gaat, ‘gejost’ dreigen te worden door de generatie van de babyboomers. Een boodschap waar Van den Eynden een broertje dood aan heeft: “Ik voel me persoonlijk meer gejost door denkkaders en dogma’s waar de onaantastbaarheid van de economische groei als een maatschappelijk einddoel voorgesteld wordt. Zo’n verstard denken is dodelijk voor de verbeelding.”

Zoveel is zeker, Boris Van den Eynden vindt “gewoonweg leven” eindeloos belangrijker dan cijfers op een bank­rekening. “Die economische en culturele chantage in de vorm van een salaris, het feit dat het salaris de enige denkbare bron van inkomen zou zijn? Daar moeten we van af.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234