Zondag 05/02/2023

Spanje gluurt binnen in Hollandse huiskamer

kunst

madrid loopt storm voor tentoonstelling van het jaar: johannes vermeer en negen tijdgenoten in het prado

Spanje en Nederland hebben ooit een stevig robbertje gevochten en daar zijn de Spaanse musea nog steeds niet goed van. Je vindt er nauwelijks een Hollandse meester, laat staan een Vermeer. Het Prado beent die achterstand nu bij door drie maanden lang een batterij doeken van Vermeers te tonen, omringd door nog negen specialisten van het huiselijk tafereel. De kassa's rinkelen onophoudelijk voor wat zowat de Europese tentoonstelling van het jaar is.

Madrid

Van onze correspondent

Rudy Pieters

'De laatste dagen zijn bijzonder emotioneel geweest voor ons", zegt Gabriele Finaldi, adjunct-directeur van het Prado. "We openden al die kisten die uit Den Haag kwamen, uit Rotterdam, uit New York, en daar waren ze dan, de werken die we enkel uit boeken kennen, of van bezoeken aan de musea zelf."

In een topmuseum als het Prado, waar ze de hele kunstgeschiedenis in huis hebben, raak je het op den duur allemaal wat gewend. Maar voor een Hollandse meester kunnen ze nog in vervoering geraken, de Spanjaarden. Wat schaars is, trekt aan. In de rijke Spaanse musea hangt verrassend genoeg weinig werk uit de noordelijke Nederlanden, een gemis dat des te sterker opvalt naast de overweldigende aanwezigheid van Vlaamse meesters. Van Johannes Vermeer (1632-1675), wiens productie al niet groot was, heeft Spanje zelfs niets. Het Louvre heeft twee werken van de Delftenaar, de Londense National Gallery ook, het Metropolitan in New York zelfs vier, net zoals het Rijksmuseum in Amsterdam. Maar het Prado? Nada de nada.

"In het Prado hebben we 1.500 Vlaamse werken, tegenover tachtig Hollandse", zegt Alejandro Vergara, conservator Vlaamse en Hollandse kunst, aan De Morgen. "Dat heeft een historische reden. De grote Spaanse verzamelingen zijn tot stand gekomen dankzij Filips II en Filips IV, in de 16de en 17de eeuw. Zoals jullie in België goed weten, waren we in die tijd in oorlog. Daardoor keek Spanje toen naar Italië voor zijn collecties, of naar Brussel, naar Antwerpen, maar niet naar Holland. Holland was de vijand."

Vanaf deze week mag het Spaanse publiek uitvissen wat de vijand in zijn Gouden Eeuw zoal heeft uitgespookt. Dat betekent op de eerste plaats Johannes Vermeer, met negen werken. Het is een belangrijke première voor Spanje want "ook in Spanje is Vermeer een mythische naam", zegt Prado-directeur Miguel Zugaza. De Vermeers hangen tussen 31andere huiselijke taferelen van tijdgenoten: Gabriel Metsu, Gerard ter Borch, Pieter de Hooch, Gerrit Dou, Nicolaes Maes, Jan Steen, Frans van Mieris, Caspar Netscher en Emanuel de Witte. Slechts één werk komt uit een Spaanse collectie, en dan nog niet eens uit het Prado: Schone Kunsten in Antwerpen leende een Ter Borch uit.

Het Prado zette zich bij de opening van de tentoonstelling, op 19 februari, alvast schrap, want Vermeer-tentoonstellingen hebben de gewoonte vele honderdduizenden bezoekers te lokken - de overrompeling in Washington (1995) en Den Haag (1996) ligt nog vers in het geheugen. Die voorspelling is uitgekomen, want het loopt storm in het museum. In Madrid doen ze daarom uitzonderlijk 's maandags de deuren open, groepsbezoeken zijn verboden. Dit keer is het geen onemanshow, natuurlijk. 'Slechts' negen Vermeers (toch nog altijd een kwart van zijn productie), de rest van de affiche bevat namen die vandaag minder snel een belletje doen rinkelen maar nog altijd van een uitzonderlijk gehalte zijn. Het sluit aan bij de nieuwe manier waarop kunsthistorici naar Vermeer kijken, een interpretatie die twee jaar geleden ook al zichtbaar was in Vermeer and the Delft School in Londen en New York. Vermeer was geen geïsoleerd genie, maar iemand die in nauw contact stond met collega's in Delft en andere steden, en daar meer dan een detailtje van oppikte. Van Pieter de Hooch (1629-1684) bijvoorbeeld nam hij de gewoonte over zijn figuren in de linkerhoek van de kamer te plaatsen.

Zo typisch Hollands zijn de huiselijke taferelen eigenlijk niet, nuanceert Vergara. De Zuid-Nederlandse kunstenaars begonnen er al in de vijftiende en zestiende eeuw mee, mannen als Van Eyck, Beuckelaers, de 'Oude' Brueghel. Toen Spanje in 1585 de Nederlanden in tweeën hakte, trokken veel Vlaamse kunstenaars naar het noorden, waar ze de Gouden Eeuw vorm hielpen geven, gestimuleerd door de rijke burgerij die massaal kunstwerken aan haar muren ging hangen. Nergens in het 17de-eeuwse Europa rolde het geld zo goed als in Amsterdam en omstreken. De huizen groeiden, er kwam meer ruimte voor privé-vertrekken. Het gezin, hoeksteen van de samenleving, kon zich desgewenst helemaal uit het publieke leven terugtrekken. De kunstenaars wisten wat ze moesten schilderen wilden ze hun doeken aan de muren van diezelfde huizen zien belanden.

In het derde kwart van de 17de eeuw, de periode waarop Vermeer en het Hollandse interieur zich concentreert, beleefden de tafereeltjes van burgerlijk geluk hun hoogtepunt. De wiegende moeder, het musicerende meisje, het spelende hondje waren niet langer glijmiddel voor een moraliserende boodschap, het interieur was niet langer het decor dat de ruimte rond de personages moest opvullen. Vermeer, De Hooch en de hunnen maakten van het interieur zelf de hoofdrolspeler. Achtergrond werd voorgrond. Alle aandacht ging naar ruimte, licht en materialen. Personages moesten een stap terug zetten, vaak werden ze pas op het laatst aan het interieur toegevoegd.

Er gebeurt nauwelijks iets op deze doeken. Met een strenge geometrie en een voorkeur voor rechte lijnen hebben de kunstenaars alles tot stilstand gebracht. Vermeer heeft dat met zo'n precisie gedaan, heeft zijn compositie zodanig uitgepuurd dat de ruimte lijkt te gaan vibreren. En midden in dat raadselachtige evenwicht, schijnbaar moeiteloos geschilderd, staat de vrouw. Ook zijn tijdgenoten beeldden bij voorkeur vrouwen af, die waren tenslotte de hoeksteen van het gezin, maar bij Vermeer gebeurt er nog iets anders. Er ontstaat "een nieuw soort vrouw", zegt Vergara. Ze is verfijnder, meer in zichzelf gekeerd, heeft een eigen psychologie. Ze leest een liefdesbrief, bekijkt zichzelf in de spiegel, slaat de ogen neer. Wij mogen even binnengluren, artistiek verantwoord voyeurisme. Niet toevallig zijn sommige werken vanuit een belendende, verduisterde kamer geschilderd: we kijken door een openstaande deur, een weggeslagen gordijn. Dit soort perspectief-experimenten wijst op een groeiend zelfbewustzijn bij de kunstenaar. Hij staat zo stevig in zijn schoenen dat hij in De Schilderkunst, het koninginnenstuk van de tentoonstelling, zelf in zijn compositie plaatsneemt. Velázquez deed net hetzelfde in Las Meninas, het paradepaard van het Prado. De museumdirectie mag beide werken graag vergelijken. "Het ene ontstond in een kapitalistische, burgerlijke, protestantse samenleving", zegt Alejandro Vergara, "het andere in een aristocratische, katholieke samenleving. En toch blijken er belangrijke overeenkomsten te zijn." De vijand was dan toch zo verschillend niet.

Vermeer y el interior holandés loopt tot 18 mei in het Prado, van dinsdag tot zondag van 9 tot 19 uur, op maandag van 12 tot 19 uur. Op maandag is de tentoonstelling alleen open voor wie gereserveerd heeft op 0034-902/150.025 of via de website museoprado.mcu.es.

Hollanders waren de vijanden van Spanje. Daarom hangt er geen enkele Vermeer in een Spaans museum

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234