Zaterdag 08/08/2020

'Space artist' toont abstractie vol variatie en verrassing

Het FeliXart Museum in Drogenbos toont een ruim en verrassend overzicht abstracte werken van ruimtevaartkunstenaar Paul Van Hoeydonck. Aangevuld met een beknopte presentatie van de eerste generatie avant-gardisten, een handvol interessante schilderijen van Felix De Boeck

zelf en het Space Project van de jonge Brusselse kunstenaar Rémi Tamburini krijg je een greep uit de Belgische avant-garde van 1914 tot nu. Alles sluit mooi bij elkaar aan.

Paul Van Hoeydonck (86) wordt meestal meteen geassocieerd met 'ruimtevaartkunst'. Hij is inderdaad de eerste en tot op heden enige kunstenaar met een permanent werk op een andere planeet of planetoïde. Het was zijn aluminium beeldje Fallen Astronaut, dat de astronauten van Apollo 15 in de zomer van 1971 op de maan hebben achtergelaten. Op 2 augustus legde bevelhebber David R. Scott het eenvoudige en lichte aluminium beeldje tijdens zijn maanwandeling neer op de maanbodem. Er kwam een metalen plaat bij met de namen van (Amerikaanse) astronauten en (Russische) kosmonauten die het leven hadden gelaten voor of tijdens de verovering van de ruimte. Fallen Astronaut was bedoeld als grafmonument en hommage aan overleden ruimtepioniers. Vijf jaar geleden werd een meer dan drie meter grote kopie van het acht centimeter kleine origineel onthuld in de beeldentuin van het LAAC, het museum voor hedendaagse kunst in het Noord-Franse Duinkerken.

Van dat alles is er niets te zien in het FeliXart Museum - de nieuwe naam voor het Felix De Boeck Museum in de Brusselse rand. Want Paul Van Hoeydonck is veel meer dan alleen een space artist. In FeliXart komt een weinig bekend aspect van zijn kunst uitvoerig aan bod: de abstracte werken die hij tussen 1954 en 1962 maakte. Opmerkelijk is de hoge kwaliteit van de werken en de grote variatie die Van Hoeydonck nastreefde.

Van Hoeydonck werkte in een olieraffinaderij in de Antwerpse haven en zijn vroegste abstract werk draagt nog de sporen van haveninstallaties en modernistische woontorens, die wel sterk uitgepuurd en geabstraheerd zijn. Architectuur mag dan de basis zijn, ze wordt wel strak gestileerd.

Contrasterende kleuren

De volgende stap is een reeks puur geometrische werken met cirkels en ovalen, puzzelachtige beelden met sterke kleurcontrasten. Maar Van Hoeydonck wil meer: hij is beïnvloed door Klee en Morandi, maar ook door Vasarely en gaat op zoek naar beweging en ritme in het beeldvlak. Door te spelen met contrasterende kleuren en steeds wisselende vormen - die hier en daar aan de mobiles van Alexander Calder doen denken - brengt hij een grote dynamiek in zijn tweedimensionale olieverfcomposities. Een schilderij met een afwisseling van strepen en vierkanten laat zien hoe de kunstenaar de erfenis van Mondriaan voortzet. Een contrastrijk werk met een opvallende zespuntige zwarte ster op een gele achtergrond doet sterk denken aan de Expokunst van 1958, zelfs aan het logo van de toenmalige Wereldtentoonstelling. Toch blijkt Van Hoeydoncks werk al van 1955 te dateren. Veel kunstenaars durfden met hun avant-gardistisch werk toentertijd niet naar buiten komen omdat het als te experimenteel zou worden ervaren. Pas in 1958-'59 zette Van Hoeydonck exposities op in het Antwerpse Hessenhuis, samen met onder anderen Vic Gentils, Camiel Van Breedam en Jef Verheyen, en werd Antwerpen de toonaangevende avant-gardestad in België.

Nog meer dynamiek introduceert de kunstenaar door met reliëf te gaan werken, waardoor zijn schilderijen meer en meer in de richting van grote, driedimensionale collages evolueren. En Van Hoeydonck blijft zoeken. Hij begint de zogeheten wit-op-wit-collages te maken, waarin subtiele tinten van wit diepte verlenen aan het werk. Of hij experimenteert met plexi en glasscherven, in de lijn van Georges Vantongerloo. Er ontstaat een soort bas-reliefs met bijzonder esthetische reflecties van licht. Het kunstwerk wordt deels immaterieel.

De abstracte werken van Van Hoeydonck zijn afkomstig uit twee Belgische privécollecties. "We zijn blij dat we ook werk uit een Londense privéverzameling kunnen tonen", zegt Sergio Servellón, directeur van het FeliXart Museum.

Van Hoeydonck behoort tot de tweede generatie abstracte kunstenaars, die na de Tweede Wereldoorlog debuteerden. Aan de historische, eerste generatie van voor en na de Eerste Wereldoorlog wijdt het FeliXart Museum een beknopt overzicht met minder bekende schilderijen en sculpturen van Jules Schmalzigaug, Oscar en Floris Jespers, Marthe Donas, Ossip Zadkine, Paul Joostens en Jan Kiemeney, vaak aarzelend tussen post-impressionisme, gestileerd expressionisme en abstractie. Een boeiende overgangsperiode. De werken zijn afkomstig uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten KMSKA, dat tot 2017 gesloten is voor renovatie en uitbreiding. Schilderijen en tekeningen - waaronder enkele zelden getoonde pastels van Schmalzigaug - zullen regelmatig wisselen. Er zullen tot de heropening van het KMSKA steevast zo'n 20 à 25 werken uit Antwerpen te zien blijven in het FeliXart Museum.

Van het werk van schilder Felix De Boeck (1898-1995) brengt het museum een compact overzicht, met onder meer enkele opmerkelijke 'pop art'-achtige portretten die evenwel al uit de jaren veertig stammen en een geometrisch-abstract werk dat, net zoals het abstracte debuut van Van Hoeydonck, als vertrekpunt de Antwerpse haveninstallaties heeft.

Tegelijk is er ruimte voor jong talent. De Brusselse kunstenaar Rémi Tamburini heeft in één zaal zijn 'space project' ondergebracht: zijn werk sluit wonderwel aan bij de space art van Van Hoeydonck. Tamburini vult een ruimte met spitsvondige low tech installaties, die allemaal met de verovering van de ruimte te maken hebben. Hij wil graag een capsule met werken van bevriende kunstenaars én een audio-installatie met een universeel verstaanbare walvistaal de ruimte insturen en heeft daarvoor een uitvoerige briefwisseling met de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA opgezet. Tamburini's oeuvre zit tussen technologie en utopie in.

Geen monografisch museum

Na Van Hoeydonck heeft FeliXart nog bijzonder ambitieuze tentoonstellingen op stapel staan, onder meer over Michel Seuphor. Met Grenoble 1927 wordt de spraakmakende expositie in de Franse stad gereconstrueerd waaraan toen de belangrijkste Belgische modernisten deelnamen: van Rik Wouters tot René Magritte. "We willen immers geen strikt monografisch museum meer zijn, gewijd aan Felix De Boeck", aldus nog Sergio Servellón, "maar hebben de bedoeling om, met onze bescheiden middelen, al onze aandacht te richten op de studie en het tonen van de avant-garde en het modernisme in de Belgische kunst."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234