Zondag 16/06/2019

Spaanse vluchtelingenkinderen, het verdrongen verdriet

Waarom kozen 9.000 Spaanse moeders ervoor om van hun eigen kind afstand te doen?

Paul van Hoorick reconstrueert het lot van de 'niños de la guerra'

Vandaag worden zo'n 200 kinderen van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) - de zogenaamde 'niños de la guerra' - ontvangen in Gent. Ook de Baskische premier zal present zijn. De ontvangst kadert in een hommage aan een unieke solidariteitsbeweging: Vlaamse gezinnen vingen vanaf 1937 ruim 5000 Spaanse kinderen op, die op de vlucht waren voor het oorlogsgeweld.

200 van die 'kinderen' - ondertussen krasse zeventigers - komen terug naar hun gaststad Gent en hun tijdelijke adoptiefamilie. Het waren in overgrote meerderheid socialistische gezinnen die aan de oproep van de toenmalige Belgische Werkliedenpartij (BWP) gehoor gaven. De publieke getuigenissen van de niños zorgen telkens opnieuw voor emoties. Een man of een vrouw van ruim zeventig vertelt over het onnoembare verdriet om voor altijd gescheiden te worden van zijn of haar moeder én over de (meestal) goede opvang door adoptieouders hier. Een paar honderd van de kinderen bleven voorgoed in Vlaanderen, ondanks het feit dat de burgeroorlog in 1939 beslecht was. Franco won en eiste de Spaanse vluchtelingenkinderen terug. Logisch toch? Waarom kozen die Spaanse moeders dan om quasi definitief van hun eigen geliefde zoon of dochter afstand te doen? En die keuze betrof niet alleen die paar honderd die in Vlaanderen achterbleven. Neen, het ging in totaal over circa 9000 kinderen die uiteindelijk niet naar hun thuis terugkeerden.

Het antwoord op de vraag dreigt wat verloren te gaan in de feestelijkheden en ontroering, maar is essentieel. Laat een moeder haar kind definitief in het buitenland omdat het materieel moeilijk gaat? Dan eet je toch een boterham minder en verdeel je het wat. Er moet dus meer aan de hand zijn geweest.

In 2002 werd door Catalaanse journalisten via publicaties én via de Televisió de Catalunya het deksel van de beerput gelicht met de documentaire De verloren kinderen van het franquisme. Enkele cijfers spreken boekdelen. Begin jaren veertig zaten in de Spaanse gevangenissen ruim 300.000 mannen én vrouwen opgesloten, waarvan de overgrote meerderheid republikeinen waren en politieke gevangenen. Het katholieke 'Patronato de San Pablo' stond tussen 1944 en 1954 in voor de voogdij van niet minder dan 30.960 kinderen, aan wiens ouders de voogdij was ontnomen. De Spaanse wetgeving maakte het mogelijk dat fanatieke katholieke liefdadigheidsorganisaties kinderen, wiens vader of moeder in de gevangenis zat, opspoorden en uit de familie wegnam. Een algemene praktijk in gevangenissen was om pasgeborenen eenvoudigweg van de moeder weg te nemen en aan een kinderloos echtpaar te geven. Dat waren géén geïsoleerde acties. De ontzetting uit de ouderlijke macht was wettelijk mogelijk gemaakt en werd systematisch toegepast in het kader van een politiek heropvoedingsproject. Het ideologisch kader voor deze praktijken werden geleverd door een militaire psycholoog, commandant Nágera, die stelde dat het 'marxisme' een ziekte was die ook biologisch aangetoond kon worden. Een detail: in 1938 (!) was hij met zijn theorieën eregast op een congres voor psychiaters in Bonn.

Kinderen uit het 'immorele', ouderlijke milieu wegnemen was een plicht die gelegitimeerd werd door de nieuwe Spaanse staat. En die ook betaald werd. De kloosters ontvingen per dag en per kind 4 pesetas voor de opvang/heropvoeding van deze kinderen. Het fanatisme in het veroordelen van de 'onbekwame' moeders ging zeer ver. In de Prisíon de Madres Lactantes ('gevangenis van de zogende moeders') in Madrid hadden de moeders slechts recht op één uur contact per dag met hun eigen kind. Naast dit fanatisme hadden de vele jonge moeders in de gevangenissen voor zichzelf en hun kleine kinderen nauwelijks te eten. Uitputting, uitdroging en bronchitis zorgden er voor een hoge kindersterfte.

Als in 1941 de laatste trein met Spaanse kinderen uit Brussel-Schaarbeek vertrekt met bestemming Spanje, dan is de wet van 4 december 1941 nog net niet in voege. De wet stelt dat de kinderen die hun naam niet meer weten, van wiens ouders de verblijfplaats niet gekend is en die gerepatrieerd zijn uit het buitenland, onder een willekeurige naam mogen geregistreerd worden. Het betekent tegelijk dat de deur wordt opengezet voor makkelijke, onregelmatige adoptie. En dat gebeurt met medeweten van de 'liefdadigheidsorganisaties', die direct betrokken waren bij de opvang. Kortom: de vele Spaanse moeders die begin jaren veertig kozen om hun kind in de veilige handen van een Belgische, Franse, Britse of Mexicaanse familie te laten, kozen vooral voor de toekomst van hun kind, ondanks alle verdriet.

Paul Van Hoorick is directeur van Linx+, de cultuurorganisatie van het ABVV. Zie www.linxplus.be voor het programma over Los Niños de la Guerra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden