Woensdag 23/10/2019

Soweto-ervaring als groeimarkt

Dit is de enige en beste cappuccinoshop in heel Soweto, zegt Busi Mkhabele triomfantelijk. Nergens anders in Soweto krijg je cappuccino en hier kun je bovendien buiten zitten, voegt ze eraan toe. Inderdaad, 'Soweto Cappuccino' in de wijk Dube heeft een terrasje met twee tafeltjes, en dat is al heel wat in Zuid-Afrika dat bepaald geen florerende terrascultuur kent.

Petra Quaedvlieg

Busi en echtgenoot Stan Mkhabele begonnen in augustus vorig jaar met hun koffieshop annex lunchroom. Stan studeerde microbiologie en heeft nu een goedlopende fabriek in shampoo en andere haarprodukten. Busi startte een paar jaar geleden met een kapsalon, Dr. Fingertips Hair &Beauty Salon, dat nu naast de koffieshop ligt. Toen het pand naast het kapsalon leeg kwam, ontstond het idee voor een zaak voor een snelle lunch, mede ingegeven door het feit dat de locatie op een steenworp afstand van het Winnie Mandela-museum ligt, het eerste huis van Nelson en Winnie. De lunchroom moet nog groeien, maar het potentieel is er, zegt Busi. "Reisleiders krijgen een gratis lunch als ze met hun toeristen bij mij stoppen." De toerismeïndustrie in Soweto zou booming business kunnen zijn volgens Busi, als er maar geld is om te investeren. "Maar de regering geeft niks, alles moet uit eigen zak komen." Kijk, als ze nu wat meer geld had zou ze hier een gastenhuis openen. "Dat maakt absoluut kans. Toeristen die naar Zuid-Afrika komen willen niet in de glans en glitter van een blanke suburb als Sandton logeren. Dat hebben ze thuis ook. Ze willen iets anders meemaken, ze willen naar de wc in een achtertuin." Het enige probleem is de criminaliteit, geeft Busi toe. Maar ook dat valt mee. "Ik voel me hier veiliger dan in Sandton waar de mensen met het grote geld zitten." Toch is ze zelf inmiddels naar een blanke buitenwijk verhuisd, zoals veel welvarende zwarten. "Mag ik alsjeblieft?," zegt ze in haar wiek geschoten. "Ik probeer hier mensen werk te verschaffen. Er zijn zoveel mogelijkheden. Hiertegenover op het lege veldje wil ik een vlooienmarkt beginnen. Een kleine autowasserij is ook een idee en een krantenwinkeltje."

Soweto, de afkorting van South Western Townships, is nog altijd geen plaats waar je eens gezellig een middagje vertoeft. Het is niet raadzaam je buiten de hoofdwegen te begeven en sommige buurten aan de rand, zoals Zola, zijn zelfs levensgevaarlijk. Er wonen nu eenmaal teveel wanhopige armen, onder wie talloze werkloze jongeren die opgroeiden in de gewelddadigste apartheidsperiode en nu zelf hun frustraties met geweld oplossen. Maar de 'schaduwstad van Johannesburg' die naar schatting twee miljoen inwoners telt - geen enkele instantie heeft een exact cijfer, iedere maand komen er in de sloppenwijken aan de rand duizenden mensen bij - is niet langer een monotoon getto met grijze, eenvormige huizen. Wijken als Dube en Orlando West staan tegenwoordig bekend als 'Upper Soweto'. Hier vind je de straat die het 'Beverley Hills' van Soweto heet, een straat vol dure, creatieve architectuur, met torentjes, smeedijzeren poorten en gladgeschoren gazons. In Upper Soweto tref je ook de huizen aan van Walter Sisulu en aartsbisschop Tutu. En van Winnie Mandela, die het grootste huis heeft van iedereen, al is het voor het grootste deel aan het oog onttrokken door metershoge muren en massieve poorten. Veel Sowetenaren vinden dat Sisulu, Tutu en Winnie het goede voorbeeld geven. Ze zijn rijk en toch zijn ze er gebleven. Maar al trekken veel welvarende zwarten weg uit Soweto, de emigranten zijn niet altijd onverdeeld blij met hun verhuizing naar white suburbia. "In de buitenwijken kun je genieten van een groot huis en een hoop luxe, maar op het eind van de dag ben je alleen, een zwarte tussen de witten," zegt een radio-dj die uit Soweto verhuisde. Een violist van het bekende Soweto String Quartet is om die reden gebleven. "Mijn kinderen krijgen hier normen en waarden mee. De mensen respecteren en helpen elkaar. Helaas zitten de goede scholen in de binnenstad of in de buitenwijken. Je moet dus op en neer pendelen."

Pendelen moet iedereen in Soweto. Voor werk, school, bibliotheken en grote winkels moet je het township uit. Het krioelt er van de taxibusjes die allemaal in grote haast de twintig kilometer naar het centrum afleggen. Maar Soweto begint langzaam te veranderen. De zwarte gemeenteraad zit nu drie jaar in het zadel en dat heeft vruchten afgeworpen. In het financiële jaar 1997-'98 werd 164 miljoen rand besteed aan het verbeteren van stroom- en watertoevoer, bestrating, riolering en vuilnisophaling. Ook is geld uitgetrokken voor de bouw van bibliotheken en de aanleg van parken en recreatievoorzieningen, zoals sportvelden. En in de noordelijkste wijk, Dobsonville, is het eerste grote winkelcomplex verrezen. Het bevat net als de winkelcentra in de blanke wijken de standaardfilialen van grote supermarkt- en confectie-ketens.

Het is allemaal nog niet veel, maar het is een begin. De zwarte townships in Zuid-Afrika moeten van ver komen. In de apartheidstijd werden de townships gedoogd omdat de blanken nu eenmaal goedkope arbeidskrachten nodig hadden. Zodra een zwarte werknemer zijn werk kwijtraakte werd hij geacht terug te gaan naar zijn 'thuisland' - een Xhosa moest terug naar Transkei, een Zoeloe naar KwaZulu, enz. Wonen in een township, een zwart woonoord in een blank gebied, werd zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt. Handel drijven in townships was verboden; behalve voor brood en melk moest je voor al je boodschappen naar de blanke stad, waar je alleen mocht komen als je in het bezit was van een werkpasje. Elektriciteit, stromend water en toiletten waren in het apartheidsconcept niet nodig, net zomin als recreatievoorzieningen zoals bioscopen en sportvelden.

Door deze erfenis is in Soweto de gewoonte ontstaan om in Johannesburg te gaan winkelen. Investeerders merken dat het moeilijk is die cultuur te doorbreken. "Voor de meeste mensen is winkelen een uitje voor in het weekend. Je gaat met het hele gezin naar een groot winkelcentrum in een buitenwijk, waar je een hapje eet en de dag afsluit met een bioscoopbezoekje," zegt een ontwikkelingsadviseur.

Maar sommigen zien in het eigen Soweto hun kans. Zoals Busi Mkhabele met haar cappuccinoshop en Wandile Ndaba met zijn in Soweto beroemde restaurant 'Wandie's Place', dat ook al in het unieke bezit van een terras is. Hier kun je zelfs over een deel van de wijk uitkijken en de zon zien ondergaan. Wandie's Place bestaat al jaren. Wandile Ndaba begon er achttien jaar geleden mee, als shebeen (illegale kroeg) en bouwde het de afgelopen jaren om tot een goed bezocht etablissement voor zwarte zakenlui. Maar de laatste tijd vindt Ndaba steeds meer toeristen onder zijn klandizie, ook buiten het hoogseizoen.

Andere shebeenhouders volgden het voorbeeld van Ndaba, zodat er in Soweto nu een tiental restaurants te vinden is, waaronder pizzeria Palazzo De Stella van Stella Dubazana en jazzrestaurant Blue Fountain van de bekende Sowetenaar Godfrey Moloi, een voormalige gangster en saxofonist. De restaurantjes trekken veel toeristen van kleine touroperators. Ze bieden de 'highlights' van Soweto, waaronder het Winnie Mandela-museum en een bezoek aan het gedenkteken voor Hector Peterson, de eerste scholier die werd doodgeschoten in de opstand van 1976.

Volgens de Stichting Erfgoed Soweto, die zich ten doel stelt het 'struggle-erfgoed' te bewaren en het toerisme te stimuleren, trekt Soweto gemiddeld zo'n duizend bezoekers per dag. Een tour door het township zou inmiddels als zeventiende op de lijst staan van meest gevraagde attracties in Zuid-Afrika. Dat betekent dat de 'authentieke Soweto- ervaring' een groeimarkt is. Reden waarom de stichting 22 miljoen rand krijgt uit het toerismebudget van de stad Johannesburg. Daarmee wordt onder meer een Hector Peterson-park aangelegd, met een galerie, een amfitheater en winkels, en komt er een toeristisch informatiecentrum en een Ubuntu-centrum voor souvenirs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234