Donderdag 25/04/2019

Portret

Soudal-baas Vic Swerts: "Ik voel me geen wonderboy"

Victor baron Swerts is oprichter en eigenaar van het Turnhoutse bedrijf Soudal. Beeld © Franky Verdickt

Een spielerei, zo noemt Vic Swerts zijn aankoop van voetbalploeg KVC Westerlo. De 76-jarige stichter, eigenaar en nog altijd grote baas van Soudal uit Turnhout heeft zijn bedrijf uitgebouwd tot een wereldspeler. Vandaag wordt zijn vermogen op 256 miljoen euro geschat. "Ik werk al dertig jaar niet meer. Ik amuseer me."

Victor - iedereen zegt Vic - Swerts had een kennis die in zijn bureau een bananenplant hield, onder een glazen koepel. "In een jaar tijd schoot die boom tot tegen het plafond. Door de warmte en het licht. Ik heb gezegd: dat wil ik ook. Maar dan veel groter."

Hij schuifelt door de enorme binnentuin die is aangelegd in de kantoren van Soudal, de fabrikant van lijm, siliconen en PU-schuim die hij stichtte in 1966. Kiezelstroken zijn op Japanse wijze in sierlijke motieven geharkt. Er staan bonsaibomen - de reuzenversie, niet de mini's - en palmen. Uit onzichtbaar opgestelde boxen klinkt onophoudelijk gekwetter van virtuele vogels. In de vijver zwemmen kois. Hij noemt het de zentuin. "Dat heeft iets gekost. A thing of beauty is a joy forever. Maar duur!"

In de luwte bouwde hij jarenlang aan zijn bedrijf, dat vooral door overnames in het buitenland de afgelopen vijftien jaar enorm is gegroeid. Vandaag zijn vele blikken gericht op Vic Swerts: als sponsor van een wielerploeg die potten breekt in de Tour, als onderwerp van een nog te verschijnen tv-programma op VIER. En als kersverse eigenaar van KVC Westerlo.

Waarom beslist een fabrikant van lijm en siliconen om een voetbalploeg te kopen?

Vic Swerts: "De vraag kwam van Westerlo."

U beslist nog altijd zelf of u op zo'n verzoek ingaat.

"Uiteraard. Eigenlijk is dat een positieve spielerei. Soudal is geen wereldfirma, maar toch ook geen kleine jongen. We kunnen ons dat permitteren.

"Ik meen dat we de club wat professioneler kunnen maken, tot eer en glorie van beide partijen. We zijn al lang hoofdsponsor. Ik heb geleerd dat dit in de regio en onze eigen mensen aanspreekt. De koop heeft er ook mee te maken dat ik Kempenaar ben. Soudal is een echt Kempisch bedrijf. Ik ben van Turnhout, geboren en getogen. Ondertussen zijn wij hier de grootste werkgever. De samenwerking met de club is prima en zal nog beter worden. Als ik me er toch mee kan bemoeien, dan heb ik liever dat we niet aan het staartje bengelen. Ik kan een positieve boost geven, denk ik."

U sponsort ook een wielerploeg, maar u hebt niets met wielrennen. Toen Thomas De Gendt een rit in de Tour de France won, hebt u dat pas achteraf gehoord.

"Ik laat het sportieve over aan mensen die er veel meer verstand van hebben dan ik. Het voetbal doe ik voor Westerlo. De wielerploeg draait om de return on investment: dat is sponsoren. Wij zijn niet op zoek naar een tennisclub die onze vlag uithangt. Het wielrennen kost behoorlijk wat centen en wij worden er over de hele wereld bekend mee. Ik kreeg gisteren een mail dat een van onze renners de Ronde van Polen gewonnen heeft. In Polen hebben wij twee fabrieken en een groot distributie-centrum; die aandacht is welkom."

Collega's van u die in het voetbal zijn gestapt, botsten met boze supporters. Kijk wat Roland Duchâtelet heeft meegemaakt op Standard.

"Ik ben niet zo fanatiek dat ik mij daardoor zal laten leiden. Het moet plezierig blijven."

Wat doet u als er fans opduiken met een spandoek 'Vic buiten'?

"Dan zal het niet lang duren. Dan gaat Vic buiten en moeten de supporters maar baas worden. Zeg, ik ben geen paljas, hè. Emotioneel ben ik redelijk evenwichtig. Ik ben niet de koekjesfabrikant uit Mechelen die bijna failliet gaat aan een club. Dat kán mij niet gebeuren. Ik ben realistisch, in alles. Ik heb een redelijk brede waaier aan interesses. Maar mijn enige echte hobby is Soudal."

Het zijn heroïsche verhalen die rond het ontstaan van zijn bedrijf leven, over een jonge knaap uit Turnhout die in 1966 een lasateliertje overnam aan de Antwerpse Ossenmarkt. Daar werden potten, pannen en wat carrosserie hersteld onder de naam Soudal ('soudeert-alles'). Revolutionair bleek de investering in siliconen van het Duitse Bayer, een nieuw product dat op termijn de alomtegenwoordige stopverf van de kaart zou vegen. Maar op dat moment waren siliconen nog exotisch, onbekend en meer dan tien keer zo duur als nu.

"Mijn opvolger wordt: de beste kandidaat. Het zou goed zijn als het een zoon van me is, maar het is geen must." Beeld © Franky Verdickt

Swerts ging het spul zelf mengen in het tuinbouwbedrijf van zijn ouders. Het was hard labeur voor weinig winst.

Nog steeds draagt hij in een versleten aktetas hagelwitte kopieën mee van de handgeschreven boekhouding uit die eerste jaren. "Zo'n plezierig document." Hij wijst en rekent de Belgische franken om naar euro. "Mijn eerste jaaromzet was 30.000 euro. Tien jaar later raakten we - drie bedienden, mijn vrouw en ik - aan 450.000 euro. Nog geen half miljoen!"

Vandaag komt er elk jaar 50 miljoen bij, zegt hij. Tegen 2020 verwacht Swerts een omzet van een miljard. "Ik begrijp het zelf ook niet, maar zo werkt het dus, exponentieel. Het etiket wordt mij soms opgeplakt maar ik kan u zeggen: ik voel mij absoluut geen wonderboy."

Begin jaren zeventig keerde Soudal van Antwerpen terug naar Turnhout. Swerts wilde er een echte fabriek neerzetten, onder de ogen van de lokale grote heren. Maar toen hij bij de stad aanklopte om 2.000 vierkante meter industriegebied te kopen, werd hij net niet weggelachen. "Manneke", zei de ambtenaar. "Hedde gij al eens 2.000 vierkante meter gezien?" Vandaag, vertelt Swerts, zouden ze zeggen: 'Wilt ge er nog iets bij, meneer? Maar dat heeft dertig jaar geduurd. Je moet lang wachten eer je sant bent in eigen land."

Hij heeft onlangs gelezen dat een Belgisch bedrijf de grootste bakkerij ter wereld gaat bouwen. "40.000 vierkante meter. Wij hebben er hier in Turnhout 85.000. Da's toch al iets."

U bent van eenvoudige komaf. Niet bij 'de club' mogen, hebt u ooit gezegd, is veel motiverender dan er wél bij horen.

"Je kunt altijd achteraan blijven staan, maar dan raak je nooit vooraan. Ik denk niet dat ik arrogant was. Een lefgozer zou ik mij niet noemen. Ik wilde me wel bewijzen.

"Mijn vader had tuinbouwschool gedaan, daar was hij als boerenzoon erg trots op. Maar voor de Turnhoutse goegemeente was hij een klein boerke. Mijn ouders waren fiere zelfstandigen en dat ben ik ook. Het verschil is dat mijn vader met halve franken winst maakte en zeven kinderen te voeden had. Dan neem je geen risico's. We hebben nooit weelde gekend, maar ook geen armoede. Het was heel plezierig hoor, zo'n grote familie. Alles moest gedeeld worden."

Hij zegt dat zijn dochter hem net heeft verteld dat een van zijn kleinzonen geen zin meer heeft om naar de scouts te gaan. "Bij ons was het niet van 'zoudt gij misschien graag, het een of het ander?' Je ging naar de schouten. Of je ging niet. En daarmee was de kous af. Goed, dat is de huidige manier van opvoeden. Ik ben het er niet helemaal mee eens. Wil je straffe kerels kweken, dan moet je er een zekere discipline in krijgen."

U vertelt vaak dat u als kind jaloers was op de jongens die gingen biljarten en voetballen, terwijl jullie op het veld moesten werken.

"De burgerfamilies, zo noemden wij de gezinnen van vaders die op een kantoor werkten. Ik weet nog dat de zonen van een directeur in hun witte tenues voorbij kwamen om te tennissen. Vandaag heb ik zelf twintig van die directeurs in dienst. Het is relatief, hè.

"Ik was graag in hun plaats geweest, dat is zeker zo. Ik heb nog Kwatta-soldaatjes gespaard voor een tennisracket. Mijn moeder heeft er uiteindelijk een servies van gekocht. De tennisclub, dat was een andere wereld. Mijn ouders wisten niet hoe een golfballetje eruitzag. Ik trouwens ook niet."

Vandaag doet hij aan golfen en gaat hij graag naar de opera. Hij geeft aan grote en kleine goede doelen, die hij 'goede werken' noemt. Zijn twintig beste vrienden trakteert hij regelmatig op een snoepreisje - alleen de mannen, geen echtgenotes. Een Steinway-vleugel was een van de eerste uitspattingen die hij zich permitteerde. Intens geniet hij als zijn dochter Nel piano speelt. Hij zegt dat de akoestiek in het audotirium van Soudal, met de zetels in rood fluweel, de beste van het land is.

De beste, de grootste, de sterkste zijn: volgens zijn vrienden-ondernemers is het zijn grootste drijfveer. Hij rijdt met de snelste Tesla en de mooiste Bentley. Hij is trots, zeg hij, "maar ik ben zeker geen narcist. Ik ken weinig industriëlen die van nul begonnen zijn en die niét fier zijn op wat ze bereikt hebben. Het is toch vanzelfsprekend dat je het wilt laten zien. Dat is inherent aan het succes."

Swerts, berucht om zijn gastvrijheid, geeft elk jaar een groot tuinfeest in zijn villa achter de historische priorij van Corsendonk. Hij toont foto's van het feest. Dames met smaakvolle blonde mèches converseren met heren met foulard. Ze zitten aan lange tafels met witte lakens, op de achtergrond speelt een orkestje. Swerts wijst: de baas van Ernst&Young - zijn jongste zoon werkt voor het bedrijf. En hier, Bob Stouthuysen, "een goeie vriend", voormalig topman van Janssen Pharmaceutica, aan de praat met de vroegere baas van de bank Aegeas. "Uitzonderlijke kerel. Hij is ook voorzitter van de harmonie van Gingelom. Dat zegt genoeg zeker?"

Zo kennen wij elkaar eigenlijk allemaal, zegt hij. "Hier, de Fernand. 't Is ne farceur hè. Ik ken hem zeer goed." Hij heeft zijn telefoon gepakt toen hij hoorde dat Fernand Huts, baas van Katoen Natie, zich bekendmaakte als de mysterieuze koper van een Rubens voor 600.000 euro. "Om te zeggen dat ik het anders wel gedaan had, ha! Zeshonderdduizend euro, het is niet niks. Maar het is ook niet alles." Dat puntje heeft hij toch maar even op de i gezet.

De kasten in zijn kantoor puilen uit van de trofeeën, oorkondes en kaders: een handdruk met paus Benedictus, twee foto's met koning Filip (Swerts is baron. Wapenspreuk: per laborem ad salutem, door werk naar welvaart). Er staat een borstbeeld in legoblokjes en een geschilderd portret. "Een vriend vroeg of ik mij wilde laten schilderen door een lokale kunstenares. Kost 2.500 euro, zei hij. Ik heb ja gezegd. Ze zijn het vandaag toevallig komen brengen. Dat ge niet denkt dat ik het hier zelf heb neergezet. Ze moeten het maar ophangen als ik dood ben. Aan de ingang of zo. Nu nog niet."

In elk interview komt de vraag: hoe zit het met de opvolging? En iedere keer antwoordt hij: nog niet aan de orde.

Beeld © Franky Verdickt

U moet er toch ook bij stilstaan dat u bijvoorbeeld gezondheidsproblemen kunt krijgen? Dat de toekomst van dit bedrijf niet mag afhangen van één man.

"Ten eerste is mijn gezondheid prima. Ten tweede: als ik morgen doodval, dan is mijn raad van bestuur er om de noodzakelijke beslissingen te bevestigen, of te annuleren. Mijn CEO Dirk Coorevits is de prins-bisschop. We hebben hier heel wat kruim in huis. Dan moeten ze maar eens deftig ruziemaken en dan lost zich dat wel op. Wij zijn een goed geoliede machine."

Maar u hebt ook drie kinderen.

"Het aandeelhouderschap voor de opvolging is geregeld per stichting. Ik heb ook beslist om niet te verkopen, wat ook het bod moge zijn. Ik heb het niet nodig. Ik hoef geen eigen vliegtuig. Een klein exemplaar kan ik al kopen, maar wat zou ik ermee doen? Ik heb alle mogelijkheden die er zijn om goed te leven, en dat volstaat."

De company primeert, zegt hij, en hij spreekt het uit zoals enkel heren met een zekere leeftijd dat doen: kum-pe-nie. "De firma gaat voor op de familie. Niet elk achterkleinkind moet hier komen werken. Je kunt ze niet aan de lopende band zetten, en een directiefunctie is enkel weggelegd voor hen die de competenties hebben. Mijn opvolger wordt de beste kandidaat, aangeduid door een onafhankelijk bureau. Het hoeft geen zoon van mij te zijn. Het zou goed zijn, maar het is geen must."

Kunt u het zelf bevatten, als u leest dat uw vermogen op 256 miljoen wordt geschat?

"Ik vraag mij vooral af waar ze het halen, ik heb het zelf nog nooit uitgerekend. Maar daar denk ik zeker over na. En dan denk ik: verdorie, hoe heb ik dat gedaan? Ik ben geen gierigaard, het is zeker niet zo dat ik elke frank twee keer omdraai."

De kunst die hij in z'n kantoor heeft gepropt - onder meer een kamerbrede Alechinsky en een Panamarenko - is klein bier vergeleken met onder andere de Magritte, de Delvaux, de Permeke en de Fabre die hij in zijn woning heeft verzameld. "Dat gaat exponentieel met de omzet. Eerst verdiende ik tienduizend euro, dan honderdduizend en dan een miljoen. Ik koop nog altijd geen kunststukken die meer dan 250.000 euro kosten. Dat is al veel geld, hè."

U weet van alles perfect wat het kost.

"Natuurlijk, omdat ik erover moet nadenken."

Jan Fabre vond blijkbaar dat u zijn werk in uw tuin niet prominent genoeg hebt tentoongesteld.

"Ja zeg, in mijn tuin ben ik de baas. Wat is dat voor flauwekul? Jan Fabre is een sterke kunstenaar, maar niet mijn favoriete persoon. Die mannen leven met zichzelf, voor zichzelf en in zichzelf. Ik heb voor 250.000 euro bij hem gekocht, dat is toch 10 miljoen Belgische frank. Een half jaar later heb ik hem in zijn atelier ontmoet, tijdens een bezoek met de vriendenkring van het MuHKA. Ik heb hem tot drie keer toe gevraagd: 'Meneer Fabre, kent ge mij nog?' 'Ja, ja', zei hij. 'Ik heb geen alzheimer, hoor.' Maar hij wist het waarschijnlijk niet meer en volgens mij interesseert het hem ook niet.

"Hij liep met zijn entourage, een man of vijf, door mijn tuin. Hij was blijkbaar onder de indruk. Het is ook een hele mooie tuin. Hij vroeg aan mijn vrouw: wat doet die eigenlijk voor de kost? Hij had op voorhand toch efkes kunnen googelen: 'Vic Swerts'. Een groot kunstenaar, Fabre. Maar ne rare sjarel."

Waarom koopt u eigenlijk kunst?

"Om het plezier. Ik ben geen kenner, ik ben er zeker niet de hele tijd mee bezig. Hoe primitief mensen ook zijn, ze gebruiken ornamenten om hun huis te versieren. Waarom zou ik, die toch wat bemiddeld ben, geen mooie dingen mogen kopen?"

U koopt niet als investering?

"Absoluut niet. Investeren, dat doe ik in mijn eigen company. Alles steek ik daarin.

"Een galeriehouder heeft mij ooit verteld dat mijn Magritte veel meer waard is dan vijftien jaar geleden. Zoveel te beter. Maar daarvoor heb ik het niet gekocht en ik ben er ook niet mee bezig. Soudal moet winst maken. De rest, zoals Westerlo, is voor de fun."

Hij loopt nog een keer naar de kast, haalt er twee cd'tjes uit: een voor de interviewer, een voor de fotograaf. Muziek van zijn dochter Nel, die eerder via talentenjacht The Voice probeerde door te breken. "Of je het nu graag hoort of niet, je moet het minstens één keer opzetten. En op de site kijken, daar kun je de clips zien." De muzikale carrière van zijn dochter wordt ook door Swerts gesponsord (het logo van Soudal staat op het schijfje). "Kunstenaars moeten geholpen worden. Met pianomuziek ga je de wereld niet veroveren. Da's armoede lijden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.