Donderdag 08/12/2022

InterviewDe vragen van Proust

Sopraan Lore Binon: ‘Het was een illegale liefde, maar we zijn nu al 22 jaar samen’

Lore Binon: 'Als er te veel sleur in mijn leven komt, word ik kregelig. Als ik te vaak de boterhammen moet smeren en ’s ochtends aan de schoolpoort moet gaan staan.' Beeld © Stefaan Temmerman
Lore Binon: 'Als er te veel sleur in mijn leven komt, word ik kregelig. Als ik te vaak de boterhammen moet smeren en ’s ochtends aan de schoolpoort moet gaan staan.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Drieëntwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: sopraan Lore Binon (36). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben nu 36. Toen ik tiener was schatten mensen mij ouder. Nu begint dat zo’n beetje samen te vallen. Ik voel me zoals mijn leeftijd. Daar komt een soort rust bij kijken. Het idee: ik moet niet meer angstvallig op zoek om mij te profileren. Ik heb mijn netwerk en heb het gevoel dat ik beter weet waar ik voor sta. Ik heb niet meer die jonge onrust of vecht ook niet tegen mijn leeftijd.

“Het grappige is dat ik een paar jaar geleden de Klara-prijs voor jonge belofte kreeg (in 2019, red.). Toen ik dat telefoontje kreeg van Chantal (Pattyn, netmanager van Klara, red.) moest ik heel hard lachen. Hoelang blijf je eigenlijk een belofte? (lacht) Ik was wel geflatteerd. Mensen ervaren mij nog als een jong iemand en ik voel mij ook nog zo. Maar ik heb wel een soort zekerheid gekregen. Ik weet steeds beter wat ik wil. Dat vind ik wel een verschil met pakweg tien jaar geleden.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Wat ik al vaak gehoord heb, is dat ik een zekere rust uitstraal. Dat klopt. Ik ben zeker geen nerveus, geagiteerd type. Tegelijk heb ik wel een honger naar afwisseling. Niet vast komen te zitten in het routineuze kleinburgerlijke. Als er te veel sleur in mijn leven komt, word ik kregelig. Als ik te vaak de boterhammen moet smeren en ’s ochtends aan de schoolpoort moet gaan staan. (lacht)

“Ik zal het leuk vinden om twee maanden thuis te zitten met mijn baby, maar dan mag er wel iets anders komen. Afwisseling, zowel privé als professioneel, houdt mij scherp en is mijn brandstof. Ik ben ook wel een doorbijter; als het nodig is kan ik mijn grenzen verleggen en blijven doorgaan.”

Wat drijft u?

“Nieuwsgierigheid is wel mijn grootste drijfveer. Die zoektocht naar nieuwe ervaringen. Ik denk dat dat heel eigen is aan ons metier. Zeker als solist. Zodra je als solist begint te werken, spendeer je het grootste deel van je tijd alleen met jezelf in voorbereiding van. Bijna nog leuker dan het uitvoeren vind ik het ambachtelijke aan onze stiel. Zoals een beeldhouwer die elke dag naar zijn atelier gaat en voor zijn blok marmer gaat zitten tot hij het perfecte beeld heeft gemaakt dat hij in zijn hoofd heeft. Een beetje dat.

BIO

* 36 jaar * vervolmaakt in 2008 haar master Viool af aan het Conservatorium Brussel * wint verschillende concours * rondt haar master Zang magna cum laude af aan het Conservatorium van Amsterdam * veelgevraagde soliste in binnen- en buitenland * werkte onder meer samen met het Brussels Philharmonic en de Nederlandse Bachvereniging * koestert een grote liefde voor het liedgenre

“Het schaven, het zoeken, het mislukken. En dan dingen ontdekken, zeker met je stem. Zoiets natuurlijks: van onze eerste schreeuw als we geboren worden tot onze laatste adem. De stem is een drager van leven. In alle betekenissen van het woord. Dat je daar nog zoveel micronuances in kunt vinden, dat vind ik heel boeiend. Soms sta je verbaasd: huh, kan ik zo klinken? Dat is gewoon eindeloos. Daar zit geen rem op. Dat onderweg zijn, dat experimenteren, dat is bijna interessanter dan waar je uitkomt.

It’s not the destination, it’s the journey: dat vind ik heel erg van toepassing op wat ik doe. Zodra je denkt: ik doe het op deze manier en basta, ben je louter aan het recreëren. Dan maak je een soort massaproduct en dat zou ik niet boeiend vinden. Tegelijk is dat heel vermoeiend, want je bent in een constante staat van jezelf in vraag stellen. Dat kan bij momenten heel confronterend zijn, maar voor mij is het, denk ik, wel de enige weg.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Het eenvoudige antwoord op die vraag is ja. Ik probeer een positieve instelling te hebben. Ik denk dat je daar wel voor kunt kiezen, om te proberen in alles de schoonheid te zien en je niet te snel te laten opjagen door dingen die tegenzitten. I count my blessings, maar er zijn natuurlijk wel mindere momenten. Dan probeer ik uit te zoomen en te denken: oké, er zijn veel grotere problemen.”

Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“De coronaperiode. Ik ben iemand die de hele tijd doorgaat, van hot naar her springt en vele bordjes tegelijk draaiende houdt. Dat is ook altijd een evidentie geweest. Het moment dat alles stilviel, in het begin was dat heel aangenaam, maar na een paar weken ben je toch echt op jezelf aangewezen. Ik denk dat ik daar een beetje in ben doorgeslagen. Teruggeworpen op mezelf, waardoor ik in een soort überperfectionisme belandde. Ik deed wel veel streamings, maar je krijgt daar eigenlijk niets voor terug. Je zingt constant voor een lege zaal. Je wordt tegelijkertijd de uitvoerder en je eigen criticus. Zodra die twee samenvallen, zit je al niet meer in het moment.

“Ik had het gevoel dat ik moest doorzwemmen terwijl iemand mij onder water duwde. Ik had geen zuurstof. Ik had fysiek een heel beklemmend, onrustig gevoel en kon daar de vinger niet op leggen. Van buitenaf leek alles goed te gaan. Ik was niet ziek. Ik had nog wel werk, nog veel werk. Maar toch, slecht slapen, malen in mijn hoofd. Als zanger heb je je lijf nodig, en als je nachten na elkaar niet slaapt, dan ga je zoeken in alle richtingen. Meditatie, mijn voeding veranderen, beginnen te lopen... Dat ging alle kanten op.

“Na enkele maanden is dat nu gelukkig weer in de plooi gevallen en achteraf heb ik ook het gevoel dat het zelfs een noodzakelijke horde was die ik moest nemen om te komen tot waar ik nu ben. Een soort berg waarvan je denkt ‘hier raak ik nooit over’, maar eens het gelukt is, ontdek je daarboven toch weer een heel nieuw landschap.”

Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Zomerfruit. In het buitenland op goed geluk ergens op een perfect plaatsje terechtkomen zonder dat je naar TripAdvisor of Booking.com moet surfen. Opnieuw in slaap vallen nadat je vroeg wakker schrikt en dan de meest levendige, zotte dromen hebben. Naar school fietsen en je hand kunnen opsteken naar de kruidenier en de bakker. Dan voel ik mij in de stad toch een beetje in een dorp. Verse bloemen in huis. De geur van versgemaaid gras. En natte kinderzoenen.”

'De hormonen gieren door mijn lijf. Ik moet nog maar een schoon schilderij zien en ik schiet al vol.' Beeld © Stefaan Temmerman
'De hormonen gieren door mijn lijf. Ik moet nog maar een schoon schilderij zien en ik schiet al vol.'Beeld © Stefaan Temmerman

Wat biedt u troost?

“Een echt concert. De magie van het moment beleven. Ik heb onvergetelijke concerten van Grigori Sokolov (Russisch pianist, red.) en Cecilia Bartoli (Italiaanse mezzosopraan, red.) live gezien. Dan voel je werkelijk dat je deel bent van iets collectiefs.”

Wat is uw zwakte?

“Soms geen nee kunnen zeggen. En dan een jaar later met agendaproblemen zitten en denken: waarom heb ik dat allemaal aangenomen? (lacht) Ik ben soms een beetje chaotisch.”

Waar hebt u spijt van?

“Grote beslissingen waar ik spijt van heb, zijn er niet. Gelukkig. Soms vind ik het wel jammer dat ik zo honkvast en niet wat avontuurlijker ben. Ik zou het wel leuk hebben gevonden om eens elders te wonen. Mensen die zes maanden gaan zeilen met hun kinderen, daar kan ik wel jaloers op zijn.”

Wat is uw grootste angst?

“Mijn geliefden verliezen. Zodra je mama wordt, word je overspoeld door een bijna dierlijk gevoel om je kind te willen beschermen. Dat heeft natuurlijk als schaduwkant dat je ook voelt wat een onwezenlijk, diep verlies het zou zijn mocht dat kind wegvallen. Dat gaat echt wel ver bij mij. Onlangs zag ik De rouille et d’os (Frans-Belgische film uit 2012 van Jacques Audiard, red.) met Matthias Schoenaerts. Daarin zit een scène waarin zijn zoontje vast zit onder het ijs en hij daar tot bloedens toe op zit te bonken om hem te bevrijden. Mijn man heeft mij moeten kalmeren. Dat komt veel te dichtbij.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Daarvoor heb ik tegenwoordig niet veel nodig. (lacht) De hormonen gieren door mijn lijf. Ik moet nog maar een schoon schilderij zien en ik schiet al vol. De laatste keer was met de dernière van Faust (opera van Schumann naar werk van Goethe, onder leiding van Philippe Herreweghe, red.) in Antwerpen. Tijdens het lange slotkoor kwam alles samen. De tranen welden in mij op. Ik voelde me deel worden van een groter geheel. Bovendien was het mij allemaal gelukt. Al die maanden van almaar doorgaan en doorgaan, al die opera’s. Het was een overwinning op mezelf. Zeker na dat moeilijke coronajaar.

“Ik voelde de rust over mij heen komen, een soort bevrijding. En dan klonk de laatste regel van dat koor: ‘Das ewig-weibliche zieht uns hinan.’ Het eeuwig vrouwelijke trekt ons aan. Ineens moest ik denken: inderdaad, ik ben zwanger van onze derde dochter, het eeuwig vrouwelijke trekt ons aan. Toen begon zij superhard te trappen in mijn buik. Dat was een mooi moment.

“Ik vind dat wel leuk, die meisjesenergie. De papa vindt dat ook leuk. Hij is niet zo’n man die droomde van zonen. De gynaecologe zei heel verontschuldigend: ‘Ja, het is weer een meisje.’ Op een of andere manier heb ik dat altijd geweten. Ik denk dat ik alleen maar meisjes kan maken. Een meisjesmama. Als ik zes kinderen zou maken, zouden het allemaal meisjes zijn, denk ik. Ik ga het niet proberen.” (lacht)

Hoe was uw kindertijd?

“Onbezorgd. Ik heb het gevoel dat ik thuis altijd met alles terechtkon. Ik heb de beste herinneringen aan die tijd. Op het platteland, veel buiten spelen. Ik heb alle kansen gekregen die ik kon krijgen. Dus geen trauma’s. Warm, geborgen, onvoorwaardelijk. Ik heb er alleen maar goede woorden voor.

'Ik was ook een tijd fan van Hanson, de enigen die aan mijn muur gehangen hebben, echt gênant Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik was ook een tijd fan van Hanson, de enigen die aan mijn muur gehangen hebben, echt gênantBeeld © Stefaan Temmerman

“Wij hadden een huis waarin veel gezongen werd. Mijn ouders zaten bij een vocaal ensemble met een aantal vrienden. Muziek was er altijd. Ook op familiefeesten raakten de kelen snel gesmeerd zodra er genoeg wijn vloeide. (lacht) Ik heb veel herinneringen aan de gedempte feestgeluiden die ik als kind hoorde vanuit mijn slaapkamer, of aan hoe ik mij zo lang mogelijk onder tafel probeerde te verstoppen om toch maar niet te moeten gaan slapen.”

Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Ik was niet zo poster-minded, maar mijn muzieksmaak was wel redelijk eclectisch. Ik luisterde naar klassieke muziek, Haydn, Mozart en Bach, maar was ook een tijd fan van Hanson, de enigen die aan mijn muur gehangen hebben, echt gênant. (lacht) En van heavy rock, Green Day, The Offspring, maar dat was denk ik ook maar een pose. Ik was een puber en moest toch ook eens met mijn deuren slaan. (lacht)

“Ik herinner mij dat ik op school een spreekbeurt gaf over mijn viool. Daar hebben de leerlingen achteraf natuurlijk wel mee gelachen. ‘Waarom zou je daar zoveel geld aan uitgeven? Je kunt daar een skateboard mee kopen.’ Ik voelde wel dat ik me daar niet echt populair mee maakte. Maar tegelijk had ik in het circuit buiten school genoeg vrienden die ook met klassieke muziek bezig waren, dus ik heb daar nooit complexen over gehad. Maar er was natuurlijk wel een periode dat ik dat een beetje probeerde te verbergen en op twee pistes leefde.”

Wat is uw vroegste herinnering?

“Dat ik in de hoek vloog in de kleuterklas omdat ik de wasco’s in tweeën had gebroken. En dat ik met mijn zus in de tuin parfums maakte met tijm en munt en allerlei andere kruiden. Ik zie ons nog zitten roeren in een hoge pot. Dan kreeg je van die parfums die twee uur lekker roken en daarna verschrikkelijk stonken.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ben in Brussel al een paar keer door het lint gegaan. Fietsers zijn hier niet zo populair en ik fiets veel. Er zijn hier van die machochauffeurs die je gewoon van de baan proberen te rijden. Als ik dan op de fiets zit met de kinderen kan ik het niet laten om er achteraan te gaan.

“Ik heb er zo eens eentje ingehaald aan het stoplicht, een jong gastje in zo’n getunede auto. Ik heb hem de huid volgescholden. Wat als iemand dat deed met zijn nichtjes of neefjes? Hij bleef heel beteuterd achter. (lacht) Hij heeft zich echt geëxcuseerd in alle talen. Normaal eindigt dat dan in ‘sale pute’ en ‘va te faire foutre’. Die keer dus niet, maar ik bleef wel achter met een zwaar kloppend hart. En verbaasd over welke duistere kracht mij zojuist had overgenomen. Voor hetzelfde geld was hij uitgestapt en had hij mij een klap in mijn gezicht gegeven.”

Welk boek heeft voor u een speciale betekenis?

“Ik ben een grote fan van Alessandro Baricco (Italiaans schrijver, musicoloog en theaterregisseur, red.). Vooral Mister Gwyn heeft een grote indruk op mij gemaakt. Het is heel beeldend geschreven en zet je direct aan het denken.

“Mijnheer Gwyn is een succesvolle schrijver die op een dag beslist ermee te stoppen. In de plaats begint hij portretten te schrijven van mensen die hij uitnodigt in zijn atelier. Alleen de geportretteerden krijgen hun portret te lezen, dat hij hun overhandigt in een verzegelde enveloppe. De hele beschrijving, het bijna sacrale van dat ritueel, je ziet die ruimte voor je, je ziet die mensen daar zitten in al hun kwetsbaarheid. Ik vind het heel schoon hoe Baricco je met zo’n eenvoudig concept toch helemaal kan meedrijven. Het is virtuoos in zijn puurheid. Toen ik het las had ik een soort aha-ervaring. Zoiets had ik nog nooit gelezen.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Een echte religieuze ervaring, God zien of zo, niet. Maar ik denk dat bepaalde ervaringen wel in die buurt kunnen komen. Muzikale ervaringen dan. Zo heb ik met de Bachvereniging in Nederland de Matthäus-Passion dertien keer gezongen in zestien dagen tijd. In Nederland is het op sommige plekken de gewoonte om niet te applaudisseren, dus na dat stuk dat een drietal uur duurt, gingen de mensen gewoon in stilte rechtstaan. Dat was hun vorm van applaus. Voor mij was dat een heel gewijd, bijna religieus moment.”

Hoe definieert u liefde?

“Ik heb mijn man vroeg leren kennen. Ik zag hem op een feestje en het was direct ‘boem’. Ik was 15, hij 23. Een illegale liefde. (lacht) In het begin was dat wat tumultueus, maar we zijn nu 22 jaar ononderbroken samen. Dat hoor je niet zoveel meer. Mensen vragen weleens: ‘Hoe houd je het vol?’ Ik denk dat de sleutel is om samen te groeien, maar niet te vergroeien met elkaar. Dat je toch niet zo’n versmolten eenheid wordt, maar dat je elk je eigen ding kunt blijven doen. Dan is er natuurlijk het gevaar dat je een beetje naast elkaar gaat leven, maar ik denk dat dat juist heel verrijkend kan zijn als je dat op de juiste manier doet. Als je elk je eigen kern behoudt.

“Elkaar zuurstof, elkaar ademruimte geven is enorm belangrijk. Ik denk dat veel relaties daarop stuklopen. Op zo hard één willen zijn, zodat je ongelukkig bent als de ander er niet is. Omdat je een stuk van jezelf mist. En de jaloezie die daarmee gepaard gaat. Ik denk dat wij allebei een grote rust en zekerheid voelen. We hebben onze veilige haven en we weten echt wat we aan elkaar hebben, maar we werken allebei ook geregeld in het buitenland en dan zitten we niet als een miezerig hoopje ellende te wachten tot we weer bij elkaar zijn. Dan is het superleuk om elkaar weer terug te vinden. Dat is een van de redenen, denk ik, waarom het zo goed werkt.

‘Ik denk dat ik alleen maar meisjes kan maken. Als ik zes kinderen zou maken, zouden het allemaal meisjes zijn, denk ik. Ik ga het niet proberen.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik denk dat ik alleen maar meisjes kan maken. Als ik zes kinderen zou maken, zouden het allemaal meisjes zijn, denk ik. Ik ga het niet proberen.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Dat veilig thuiskomen is altijd leuk omdat je beseft: dit heb ik toch maar, mijn goede thuis. Vergelijk het met de oceaan: aan de oppervlakte heb je soms grote, soms kleine golven, maar die sterke onderstroom is er altijd. Dat is gewoon een zekerheid. Dat is een zalig gevoel.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Ik denk dat ik geen complexen heb. Op dit moment kijk ik natuurlijk met verbazing naar wat er allemaal met mijn lichaam gebeurt. Het is de derde keer, maar het is toch weer helemaal anders. Mijn kinderen zeggen weleens: ‘Mama, nu ben je echt wel dik genoeg hoor. Nu mag het stoppen. Zusje is groot genoeg.’ (lacht)

“Over het algemeen probeer ik veel aan yoga te doen, maar nu is dat wat moeilijker. Je lichaam stretchen, flexibel houden, is denk ik wel de sleutel om optimaal te kunnen zingen. Zingen is een topsport, hè.”

Wat vindt u erotisch?

“Mannelijke, gesculpteerde handen vind ik heel erotisch. De geur van mijn man. Mensen die uitstralen dat ze weten waar ze mee bezig zijn, op een natuurlijke, doorvoelde manier zonder ego.

“Of ik soms verliefd word op anderen? Wij zitten allebei in een wereld waarin dat makkelijk zou kunnen. Je ontmoet voortdurend nieuwe mensen. Je zit in het buitenland, so nobody would know. Ik zie het heel vaak gebeuren rondom mij, maar ik zie ook wat het achteraf doet met mensen. Dus neen. Als je met iemand een muzikale klik hebt, dat is seks zonder seks, hè. Zonder het plastische, fysieke, kun je een soortgelijke ervaring hebben, denk ik.

“Trouwens, met iemand je diepste zielenroerselen delen vind ik evenzeer bedrog als met iemand het bed delen. Ik denk dat het gewoon belangrijk is dat je blijft afstemmen op elkaar en blijft voelen: oké, gij zijt het.”

Wat is de bijzonderste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Ik heb daarover nagedacht maar heb daar eigenlijk geen antwoord op dat voor publicatie vatbaar is.” (lacht)

Hoe zou u willen sterven?

“Herkenbaar, als de persoon die ik ben. Nog fris van geest en lichamelijk niet aftakelend, gewoon zachtjes uitdoven en het gevoel hebben dat je met iedereen in vrede bent en dat je hebt mogen meemaken wat je voor ogen had.”

Welke droom hebt u nog?

“Zo veel mogelijk zelf kunnen creëren. En daarbij niet te afhankelijk hoeven te zijn van andere instanties of subsidies. Ik heb bijvoorbeeld van Berlinde De Bruyckere een paar keer carte blanche gekregen voor een expo. Samenwerken met mensen van wie je voelt: die hebben een hart voor de kunst. Eigen nummers schrijven. In de coronaperiode heb ik wel wat dingen op papier gezet. Minder klassieke composities, eerder richting popmuziek. Dat is wel een stille wens van mij. En dan, wie weet, nog die stille wens om in het buitenland de stap te wagen. Al is het maar een paar maanden in een landhuis in Toscane onder de pijnbomen gaan zitten met ons vijven. Eventjes la dolce vita.” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234