Dinsdag 12/11/2019

Sophie De Schaepdrijver: Van girl from nowhere tot monument van emancipatie

Bijna tien jaar geleden, tijdens de zomer van 2003, sloeg de zanger van een Frans rockgroepje zijn vriendin in een coma. Ze stierf kort daarna. Ze heette Marie Trintignant en ze was actrice. (Tevens dochter van.) Beroemdheid of niet, Trintignant was een geval voor de statistieken: de zoveelste vrouw die omkwam door de hand van man of vriend. (Zie: Reeva Steenkamp.) In Brussel werd het een feministische protestgroep even teveel: het collectief Féministes toujours organiseerde een kleine openbare demonstratie om de alomtegenwoordigheid van huishoudelijk geweld aan te kaarten. De stoet kwam samen aan het standbeeld van Gabrielle Petit in het centrum van de stad.

Een goedgekozen symbool en toch ook weer niet. Petit spioneerde tijdens de Eerste Wereldoorlog voor de Britten. Zij werd in 1916, één maand na haar drieëntwintigste verjaardag, door een Duits executiepeloton gefusilleerd in een uithoek van Schaarbeek. (De plek diende ook tijdens de Tweede Wereldoorlog als terechtstellingsplein. Het 'Ereperk der Gefusilleerden' ligt vandaag wat vergeten geprangd achter de gebouwen van de RTBf.) Een jonge vrouw, moedwillig gedood op last van een militair regime, vereeuwigd in brons in het hart van de stad: Féministes toujours kon geen beter zinnebeeld kiezen. Toch staat de boodschap van het standbeeld wat haaks op de boodschap van de betoging. Het standbeeld beeldt Petit namelijk in het geheel niet af als zinnebeeld van geweld tegen vrouwen. Fier rechtop, het hoofd in de nek, staat ze tegenover het (impliciet aanwezige) peloton, één vuist gebald, de andere hand elegant de plooien bijeenhoudend van een à l'antique gedrapeerde toog, die ook nog eens - o panache! - van haar schouder is gegleden. Een tableau vivant met een sprekende kom-maar-oppose, nog versterkt door de teksten op het rijzige voetstuk: "Ik ben ter dood veroordeeld / Ik word morgen terechtgesteld / Leve de Koning / Leve België" en: "Ik zal hen tonen hoe een Belgische vrouw kan sterven." Slachtoffer van eeuwig geweld tegen vrouwen? Hoegenaamd niet.

Petits standbeeld herdenkt haar als een vrijwilligster, die bewust de dood in de ogen keek voor een gekozen zaak, kortom als een heldin - de "nationale heldin", zoals ze in de jaren na de Eerste Wereldoorlog heette. Het standbeeld werd in 1923 onthuld onder massale publieke belangstelling compleet met kinderkoren, vlaggetjes, speeches en een krans van koningin Elisabeth. In '40 vreesde heel Brussel dat het zou verdwijnen - de invallende Wehrmacht blies menig gedenkteken van '14-'18 op - maar dat gebeurde niet. Wellicht omdat Nieuwe-Orde-tribuun Léon Degrelle Petits monument een paar jaar eerder had aangeprezen als een les in vaderlandslievendheid, die omstaanders tot aanmerkelijk verhevener gedachten kon brengen dan de aanblik van leutige folklore. (Degrelles diatribe luidde dan ook: "Weg met Manneken-Pis.")

Flirt, slons, drama queen

Is Petit vandaag relevant? Een "nationale heldin" uitgerekend voor België, een symbool van patriottisme in een oorlog die juist het gevaar van dat patriottisme bewees - verzonkener kan haast niet. En een symbool van blind geweld tegen vrouwen was Petit ook al niet. Ze had haar oorlogsengagement gekozen en ze werd niet als vrouw gedood: weerstandsters liepen minder kans dan weerstanders om te worden terechtgesteld.

Toch blijft Petit relevant. Niet als nationale heldin, niet als embleem van seksegebonden slachtofferschap. Ook niet als een soort postmoderne troop van vergetelheid. Zij blijft relevant op een rechttoe rechtane manier omdat ze voor haar tijdgenoten een zinnebeeld was van streven - en omdat haar tijdgenoten daar gelijk in hadden.

Petit was geen legende. Veel concreets was er, na de bevrijding in 1918, over haar leven niet bekend, en de verzinsels tierden dan ook welig; Petit werd herdacht als een lelieblanke maagd, als een onberispelijke verloofde, als een hardwerkend net meisje wars van de verleidingen van de grote stad, en, tijdens de oorlog, als het meesterbrein van een gigantisch spionagenetwerk. Zij was niets van dat alles. Petit was een flirt, een slons en een drama queen. Ze hield van liedjes uit de music-hall, woonde een jaar samen met een getrouwde man, en verliet meer dan één baan als dienstbode of winkeldochter met slaande deuren. Het spionagenetwerk dat ze in 1915 op poten zette, was verdienstelijk en getuigde van lef - ze trok tot vlak achter het front in Frankrijk om de Duitse troepen te bespieden - maar bescheiden van omvang. (Wél mat ze zichzelf een grootse schuilnaam aan: Mademoiselle Legrand.)

Zonder sociale status

Niettemin klopte de kern van het verhaal dat na de oorlog werd verteld: Gabrielle Petit was werkelijk the girl from nowhere - zonder connecties, zonder familie, zonder diploma, zonder geld - die in het spionagewerk eindelijk een horizon had gevonden voor haar uitzonderlijke verstand, en die, eenmaal in de greep van het militaire gerechtsapparaat, liever omkwam dan toegaf. Als zinnebeeld van ambitie, van streven, blijft Petit dan ook relevant voor de moderne condition féminine. Door haar geringe status des te meer. Een spionne met connecties, met sociale status, een weerstandster van onberispelijk gedrag, kortom, een dame liep in 1916 minder kans om terechtgesteld te worden, zoals de Duitse bronnen aantonen. De affiche waarop Petits terecht-stelling stond aangekondigd, zette dan ook in de verf dat "de dienster Gabrielle Petit" voor haar spionageactiviteiten "rijkelijk betaald" was, terwijl de spionne Louise de Bettignies, een Française van goeden huize die wél genade verkreeg, haar verzetswerk gratis had verricht. Bij de Duitse geheime politie werd rondverteld dat Petit op de lijst van prostituees stond en verslaafd was aan cocaïne. Zij was, kortom, waardeloos - zo'n meisje waarvan er duizenden in de grote stad rondliepen, en met een grote bek nog bovendien.

Laten we ons dus niet verkijken op het gedateerde van Petits standbeeld, die theatrale pose, die pompeuze opschriften. Gabrielle Petit is een monument van emancipatie: het streven naar waardigheid van mensen van niks, van meisjes van niks. Nooit tevoren werd dat streven op een voetstuk gezet: Petits monument is het eerste gedenkteken in de Europese geschiedenis voor een tijdgenoot zonder sociale status, een vrouw nog bovendien. "Ik ben niet langer waardeloos", schreef ze zelf, nadat het Britse leger haar in dienst had genomen. Misschien moet die uitspraak op haar voetstuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234