Dinsdag 19/01/2021

Sonore volzinnen

door Sophie De Schaepdrijver

Enkele weken gelden stierf, op 94-jarige leeftijd, de Engelse romancier Anthony Powell. Hij liet een omvangrijk oeuvre na; een belangrijk oeuvre, vooral. Obituaria noemden zijn romancyclus A Dance to the Music of Time een mijlpaal in de naoorlogse Britse literatuur. Twaalf romans die het leven kronikeren van wat we maar zullen noemen het Betere Volk, en wel in de zwaarbeproefde doch vestimentair ongeëvenaarde decennia tussen Franz Ferdinand en Apollo 13.

Beter gezelschap dan dit soort boeken is niet denkbaar. Een vriendin van mij bracht, samen met haar bruidegom, zelfs een hele huwelijksreis door met het lezen van de gehele Dance. Eén miljoen woorden. "In heel die tijd hebben we nauwelijks een woord met elkaar gewisseld," vertelde zij, en leek dat in het geheel niet jammer te vinden. (Zou ik in haar plaats ook niet.) Ze hebben trouwens al vijftien jaar lang een uitstekend huwelijk, zij en haar man. Een huwelijk naar het beeld en de gelijkenis van mijn vriendin zelf: solide, onsentimenteel en van goeden huize.

Van goeden huize zijn ook de personages in Powells romans, de Dicky's, Gilesen, Priscilla's en Lady Annes die zich, niet zichtbaar gehinderd door bezoldigde werkzaamheden (maar ook niet noodzakelijk van geldzorgen vrij) bewegen in een wereld ergens tussen het establishment en de bohème in - een wereld van cottages-met-artiestenstudio's, ongerestaureerde Elizabethaanse landhuizen en achteloos als 'flatjes' omschreven woningen in Belgravia. De nonchalante privileges van hun levens kwamen Powell meermalen, ook bij zijn dood, op het predicaat 'snob' te staan, wat natuurlijk onzin is, want wat telt is niet welke kaste er wordt opgevoerd, maar hóe zij wordt opgevoerd - sentimenteel of nuchter. En Powell bleef altijd nuchter. (De moeder van mijn vriendin prijst zijn beschrijving van die wereld als volkomen waarheidsgetrouw, en zij kan het weten.)

Powells personages hebben, op hun min of meer patricische pedigree na, in het geheel niets bijzonders. Er zitten ratés onder, charmeurs, zeurpieten, redders in nood, neurotici, kortom, het scala lieden dat evenzeer wordt bestreken door uw en mijn kennissenkring. Neem Uncle Giles, de chagrijnige broer van de ook al niet bijster zonnige vader van ik-figuur Nick Jenkins. Half mislukt zakenman, vrijgezel, voormalig militair, permanent in de schulden, nimmer op een vaste stek beland, mag hij graag zijn omgeving irriteren met boude uitspraken. "Dat mannetje dat ze daar in Duitsland hebben tegenwoordig - die mag ik wel," zo laat hij achteloos vallen, in 1938, jaar van nieuwsbeelden in de bioscopen vol "close-ups van gedrongen volksmenners, briesend, molenwiekend, stampvoetend; zeeën van strak geheven armen; rijen mannen met stalen helmen"... Een querulant, Uncle Giles. Die met "dat mannetje", zo noteert zijn neef, de overtuiging gemeen heeft dat "de hele wereld tegen hem is".

Misschien is dat ook wel zo, want Uncle Giles sterft, datzelfde jaar, eenzaam en onbeweend in een mistroostig hotel aan zee. Dat gebeurt in The Kindly Ones, de zesde roman van A Dance.... Neef Nick reist, als enig familielid en zeer tegen zijn zin, af naar de kust om ooms crematie te regelen. (De familie is de onuitgesproken overtuiging toegedaan dat verassing een passend einde is voor zo'n zwervend bestaan.) Ooms treurige bezittingen zijn snel gesorteerd en houden de aandacht niet lang vast. Op één document na: zijn benoeming indertijd tot officier in Harer Majesteits strijdkrachten. Niet dat Uncle Giles' kortstondige militaire carrière het noemen waard is. Al laat hij zich dan Captain Jenkins noemen, veel heeft hij er niet van gebakken, van het door Our Precious Queen in hem gestelde vertrouwen. Maar wat konden ze dat vertrouwen majesteitelijk en tegelijk intiem uitdrukken, de Victorianen. "Victoria, bij de gratie Gods Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland, Verdedigster van het Geloof, Keizerin van India, &c. Aan onze Vertrouwde en Beminde Giles Delahay Jenkins, Gentleman, Gegroet. Gegeven Ons bijzondere Geloof en Vertrouwen in Uw Trouw, Moed en Goed Gedrag, benoemen en verheffen wij U bij deze tot Officier in Onze Landmacht"... Great rolling phrases. Het soort sonore volzinnen dat een hele generatie gentlemen, temporary gentlemen en nette jongens van alle klassen en standen naar het recruteringsbureau dreef, in 1914. Trouw. Vertrouwen. Moed. Engeland. En het soort Heldhaftige Kameraadschap zo gloedvol beschreven in de imperiale jongensboeken - For Name and Fame of Through Khyber Passes - waar kleine Nick, zelf officierszoon, in de vroege zomer van 1914 zijn ideeën over de oorlog vandaan haalt. Zijn vaders ordonnans, de aan periodieke zwaarmoedigheid lijdende Bracey, houdt er een aanmerkelijk sceptischer visie op na. Bracey, de beroepssoldaat, "deelde de verheven gevoelens van die avonturenverhalen in het geheel niet". Nick troost zich met de gedachte dat Bracey tenslotte nog nooit ten strijde is getrokken. "Zijn mening over dat soort dingen kon niet anders dan puur theoretisch zijn. De romantische benadering was met andere woorden niet uitgesloten. Daar was ik blij om."

Of soldaat Bracey naderhand zelf tot geëxalteerder gevoelens ten aanzien van de oorlog komt, blijft onverteld. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden wordt hij, met zijn lotgenoten van "dat verachtelijke legertje" (zoals de Kaiser de Britse beroepstroepen noemde), overzee gestuurd. En sneuvelt bij de jammerlijke aftocht uit Bergen. Europa staat dan nog pas aan het begin van een ijzingwekkend époque van stalen helmen, lange opmarcherende rijen, volksmenners. Het begin van het dertigjarige rijk van de Furiën, de Ontteugelden, de Onverbiddelijken, door de oude Grieken bezwerend Eumenides, 'Goedaardigen' genoemd - The Kindly Ones, dus. Hun aanwezigheid vormt, heel de roman door, de dreigende ondergrond van het zo luchtig lijkende bestaan der Jenkinsen, Umfravilles en Morehouses. Hun aanwezigheid is het, die de solide ondergrond van Victoria's majesteitelijke hoofdletters voor eeuwig heeft doen hellen, en tot in lengte van dagen ironische aanhalingstekens heeft gevoegd bij de sonore volzinnen van een onbevangener tijdperk.

De twaalf delen van Anthony Powells A Dance to the Music of Time werden gepubliceerd tussen 1951 en 1975; deel zes, The Kindly Ones, verscheen in 1962. Enkele delen uit de cyclus verschenen in Nederlandse vertaling bij Agathon (Een kwestie van opvoeding (1987, A Question of Upbringing, 1951); Een kopersmarkt (1987, A Buyer's Market, 1952); De wisselhandel (1988, The Acceptance World, 1955); Bij Lady Molly (1988, At Lady Molly's, 1957).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234