Donderdag 06/10/2022

Soms zou ik wel in hem kunnen kruipen

Eerst voelde ze niets voor hem. Vrienden werden ze. Goeie vrienden, maar geen minnaars. En plots gebeurde het toch. De vonk sloeg over zonder dat ze het zelf besefte.

Ik leerde hem kennen in december 2010. Ik was vrijgezel en een vriendin wist wel iemand voor me. Ze nam me mee naar een concert van een band waar hij trombonist van was. Hij droeg een blauwe hoodie en een spijkerbroek en stond half verscholen achter een box, dus veel indruk maakte hij niet. Er was zo weinig publiek dat de zanger na afloop iedere bezoeker beloonde met een cd. Ik kreeg er ook een, en op de terugweg van de wc botste ik bijna tegen mijn trombonist aan. "Dat heb je goed voor elkaar", zei hij en knikte vriendelijk naar mijn hand met de cd. "Ja," zei ik, "nu jullie handtekeningen nog." Hij ging zitten en schreef er vrijpostig en een beetje cliché zijn telefoonnummer in. Daarna verdween hij.

Ik was nieuwsgierig geworden. Ik wist dat hij dit niet vaak deed en had gezien dat een vriend hem peptalk had gegeven toen hij op die hoes schreef. Hij had krullen, zijn haar was van een iets lichter bruin dan het mijne, maar ik dacht niet meteen: dit is hem. Toch stuurde ik hem de volgende dag een sms. Hij had lef getoond, nu was het mijn beurt. Ik wilde hem ontmoeten zonder de sneeuwschoenen die ik tijdens het concert aanhad.

We spraken af in een Ierse pub, een beetje vreemde plek, maar we hadden het er naar ons zin. Ik gedroeg me opzettelijk flirterig, legde mijn hand af en toe op zijn been en raakte zijn arm aan om mijn betoog zogenaamd kracht bij te zetten, want het leek me ineens zonde als we straks elk een andere kant op zouden fietsen. Maar hij reageerde amper. Uiteindelijk fietste hij toch met me mee naar huis. We zaten naast elkaar op bed, maar dit keer wilde ik niet degene zijn die het initiatief nam. Ik wachtte rustig af en ja, toen zoende hij mij.

We spraken daarna nog een paar keer af, maar een paar weken later, rond kerst realiseerde ik me dat ik niet verliefd was. Hij bleef maar hoffelijk, hij bleef maar keurig zijn best doen, deed niets waar ik aanstoot aan zou kunnen nemen. Dus toen ik terugkwam van de feestdagen bij mijn ouders, zocht ik hem op en zei: "Het spijt me, dit wordt het niet. Ik ken mezelf. Als ik nu al niet verliefd ben, dan gebeurt het nooit." Hij antwoordde: "Je kent jezelf misschien, maar mij niet". En ik zei: "Ik voel te weinig, laten we vrienden blijven." "Vrienden?", vroeg hij schamper, "ik heb ik nog nooit meegemaakt dat een meisje die belofte trouw bleef." Ik beloofde hem te bellen in januari en dat deed ik.

We werden vrienden, vrienden zoals je er maar weinig hebt. We gingen samen naar de film, uit eten, we bezochten concerten of hingen zonder iets te zeggen bij elkaar thuis. Ik voelde me veilig bij hem, het was of we nog meer bij elkaar hoorden dan een stel. Langzaamaan ontspande hij. Een vriendschap is soms onvoorwaardelijker dan liefde. Op een avond leende hij mij zijn vest. Ik heb dat vest een week lang niet uitgedaan. Tegen mijn vriendin zei ik: "Dat vest, ik kan er geen afstand van doen, het ruikt zo lekker naar man". "Je bedoelt naar hem", zei ze.

Op dat moment pas realiseerde ik me dat ik verliefd was geworden zonder het in de gaten te hebben en zonder me onderweg te kunnen pantseren. Een paar avonden daarvoor hadden we op bierkaartjes onze wensen voor het leven opgeschreven. We noteerden de reizen die we wilden maken en het werk dat we wilden doen, en nu maakte ik nog twee bierkaartjes. Op de een schreef ik: 'Ruben veroveren', en op de andere: 'Maia een tweede kans geven'. De eerste hield ik zelf, de tweede was voor hem. De hele dag at ik niet en ik was doodnerveus toen ik hem 's avonds zijn kaartje gaf. Hij las het hardop voor. "Is dit niet het spel van aantrekken en afstoten?", vroeg hij. Ik verzekerde hem dat ik van hem hield. "Dan ga ik je maar zoenen", antwoordde hij.

Het is nu twee jaar later en ik ben nog altijd verliefd. Zijn rust is zijn antwoord op mijn soms emotionele uitbarstingen. Tijdens een huilbui, als ik weer eens te veel hooi op mijn vork heb genomen, troost hij me niet zoals andere mannen, maar laat hij me huilen. Hij luistert en toont geduld. Ik zou soms wel in hem kunnen kruipen. 's Avonds in bed beginnen we als lepeltje lepeltje en dan draaien we ieder op onze buik om te slapen. Ik houd van dit ritueel en van onze andere rituelen. Ik kan slecht kiezen. Dus stuurt hij mij als we in de Albert Heijn zijn, naar het chipsvak. Meestal heeft hij het mandje allang vol en sta ik nog te twijfelen tussen Doritos Nacho Cheese en Naturel Ribbel. En dan maakt hij de uiteindelijke keuze.

Ik verheug me op dit weekend, dan gaan we na maanden hard werken samen naar de Ikea. We kijken welke bank het lekkerst zit en welke dekbedovertrekken we het mooist vinden en welke gordijnen en besteklades het best bij ons passen. Bij de uitgang kopen we een huis van peperkoek dat je zelf met karamel in elkaar moet zetten. Het zijn deze momenten die zich door hun eenvoud bijna niet laten navertellen, die de mooiste zijn in mijn leven. Met hem door de Ikea lopen en doen alsof we een stel zijn dat al jaren samenwoont, maakt me diep, diep gelukkig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234