Vrijdag 25/06/2021

'Soms zit ik

Nederlanders hebben steeds minder medelijden met daklozen, gehandicapten, armen, verslaafden en criminelen, zo blijkt uit een studie van de universiteit van Utrecht in opdracht van het Leger des Heils. 'Eigen schuld, dikke bult', lijkt het motto te zijn van de modale noorderbuur. De Morgen tast deze weken telkens op donderdag af in welke mate er ook in Vlaanderen sprake is van een 'verhardende samenleving'. Eind vorig jaar kwam rolstoelgebruiker Jef Marynissen in de gevangenis terecht. 'Ik werd geslagen, vernederd en gepest.'

de hele dag in mijn rolstoel te janken'

Sint-Niklaas

Van onze medewerker

Jan Stevens

'Negenentwintig maart 2000 staat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift", zegt Jef Marynissen. "Die dag besloot ik om uit het leven te stappen. Ik slikte meer dan honderdvijftig slaappillen. Ik wou mijn vriendin nog een afscheidsboodschap sms'en, maar ik struikelde en viel van de trap. Vlak voor ik het bewustzijn verloor, voelde ik me volmaakt gelukkig. Alle ellende zou eindelijk oplossen in het niets." 's Anderendaags werd Jef door zijn vriendin gevonden. Na vijftig dagen ontwaakte hij uit zijn coma; anderhalf jaar later werd hij ontslagen uit het ziekenhuis. "De bloedsomloop in mijn rechterbeen was te lang afgekneld geweest. De dokters overwogen om het been te amputeren, maar uiteindelijk hebben ze het in de mate van het mogelijke trachten op te lappen. Nu zit ik voor de rest van mijn bestaan vastgeketend aan een rolstoel."

De dertigjarige Jef Marynissen heeft een woelig leven achter zich. "Mijn kindertijd bracht ik door in instellingen. Van mijn derde tot mijn twaalfde werd ik misbruikt door een opvoeder. Er volgden nog meer oudere mannen die alleen maar geïnteresseerd waren in hun eigen genot. Ik raakte verslaafd aan drugs, begon te dealen en kwam uiteindelijk in de gevangenis terecht." Op het moment van zijn zelfmoordpoging was Jef Marynissen voorwaardelijk vrij. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis besloot hij om een 'brave gehandicapte' te worden. Hij probeerde zijn torenhoge schulden af te lossen, schreef over zijn verleden het boek Eerst moesten we ons wassen en werkte mee aan een aantal tv-reportages over kindermisbruik. "Langzaam maar zeker raakte mijn leven op orde. Tot ik vorig jaar ruzie kreeg met mijn justitieassistente. Ze schreef een streng verslag over die woordenwisseling. Door met de justitieassistente in de clinch te gaan, was ik in overtreding met een van de voorwaarden voor mijn voorwaardelijke invrijheidstelling. In dezelfde periode werd mijn hond ernstig ziek. Ik belde een dierenarts.

Nadat ze mijn hond verzorgd had, vertelde ik haar dat ik onder budgetbegeleiding stond. Ik vroeg of ik 's anderendaags mocht betalen. Ze werd boos en dreigde ermee om de hond als onderpand mee te nemen. Ik reageerde furieus. Die hond is ontzettend belangrijk voor mij.

Het was alsof ze er met mijn kind vandoor wou gaan. Na veel heen-en-weergeroep vertrok ze zonder hond, maar eerst belde ze naar de politie om klacht tegen mij in te dienen. De volgende dag heb ik de rekening van 42 euro keurig betaald."

Een paar dagen later werd Marynissen van zijn bed gelicht en manu militari naar de gevangenis van Dendermonde overgebracht. Jef Marynissen: "Ze stopten me samen met een andere gevangene in een piepkleine cel. Met mijn rolstoel kon ik amper een halve meter naar voor en naar achter rijden. Er stond maar één bed. Die nacht sliep ik op de grond. 's Ochtends crepeerde ik van de pijn. Ik werd naar de directrice gebracht. Ik vroeg haar of ik geen beter onderkomen kon krijgen. Ze noemde me een lastpak en stuurde me naar het 'cachot', de isoleercel. Vier cipiers begeleidden me. Mijn rolstoel kon niet door de deur van het cachot. De cipiers vloekten. 'Kleed je uit', beval een van hen. Ik mocht alleen mijn boxershort aanhouden. 'We smijten hem erin', zei een andere cipier. Ze stampten me uit mijn rolstoel. Ik stootte mijn hoofd tegen het ijzeren urinoir. 'Beesten', riep ik. 'Ik ben gehandicapt.' 'Kop dicht of je kunt een tweede boek gaan schrijven', antwoordden ze. In Eerst moesten we ons wassen staan een paar kritische passages over het gevangenisleven. Ze sloten de deur van de cel en lieten me liggen. Ik schreeuwde de longen uit mijn lijf. Een uur later kwamen ze terug. Ze boeiden mijn handen en voeten. Twee andere cipiers stapten naar binnen. De eerste haalde uit met zijn vuist en raakte mijn slaap. De tweede schopte met zijn zware bottines tegen mijn zieke been. Ik kromp ineen van de pijn. Er kwam een dokter binnen. Terwijl de cipiers me in bedwang hielden, gaf hij me twee spuiten. Ik raakte in paniek, tierde en gilde. Ze kregen me niet meer kalm, bonden me vast op een brancard en droegen me naar een ziekenwagen. Ze zetten me op transport naar de gevangenis van Merksplas."

Jef Marynissen kwam in Merksplas op de afdeling 'Hospitaal' terecht. Marynissen: "'Hospitaal' is een eufemisme voor stinkende vergeetput. De accommodatie is totaal verouderd. Alles is er vies en vuil. De eerste nacht lag ik op een zaal tussen dertien pedoseksuelen. De directie en het gevangenispersoneel wisten dat ik in mijn jeugd seksueel misbruikt was. Ik deed geen oog dicht. 's Anderendaags werd ik overgeplaatst naar een kleine cel. Ik kreeg mijn rolstoel er amper gedraaid.

"De geïnterneerde pedofielen leven op een dieet van slaap- en kalmeerpillen. Van therapie is er geen sprake. De verpleegkundigen laten de incontinente bejaarde gevangenen een hele dag rondlopen met een pamper vol stront. 'Verpleegkundige' is in Merksplas trouwens ook een eufemisme. De verplegers gedragen zich als volbloed cipiers. De geestesgestoorden neuken en pijpen elkaar waar iedereen bijstaat. De directie laat betijen. Ik zat opgesloten tussen de ziekste seksueel delinquenten van België, terwijl mijn laatste noemenswaardige criminele feit - een drugsdeal - dateert van 1993. Mijn advocaat diende klacht in tegen de cipiers van Dendermonde. De politie kwam in Merksplas mijn verklaring opnemen. Het verhoor gebeurde in aanwezigheid van een bewaker. Een paar uur later wisten alle cipiers dat ik klacht ingediend had tegen hun collega's van Dendermonde. Toen zijn ze me pas echt beginnen pesten. Ik heb geen minuut rust meer gekend. Ik belde radeloos naar mijn advocaat, maar hij stond machteloos. Volgens de directrice was er niets aan de hand, ze zei dat ik overdreef. Als vrienden van buiten de gevangenis haar opbelden om over mijn behandeling te klagen, gaf ze toe: 'Ja, mijnheer Marynissen wordt zwaar gepest. Spijtig genoeg kunnen we niets doen.'

"De gevangenis van Merksplas heeft haar eigen knokploeg. Als er onder de gevangenen problemen zijn, drukt een cipier op een bel. De meest potige cipiers van elke sectie reppen zich dan naar de plaats van het onheil. Ze slaan de weerbarstige gevangene tot hij voor dood blijft liggen. Bijna dagelijks ranselen de gevangenisbewakers iemand af.

"Een jongen kreeg celcontrole. Hij had een klontje suiker in zijn mond. Een cipier dacht dat het drugs waren. De knokploeg werd erbij gehaald. Ze knepen zijn keel dicht. 'Spuug het uit.' Het klontje suiker was gesmolten. Ze geloofden de jongen niet en hebben hem 'een lesje geleerd'. Hij is met een gebroken kaaksbeen afgevoerd. Hij heeft een maand opgesloten gezeten in de isoleercel. Niemand mocht hem zien, alle bezoek werd geweigerd. 'Als je het tegen je advocaat vertelt of klacht indient, krijg je nog meer slaag.'"

De gevangenisdirectie stelde Jef Marynissen voor om de rest van zijn straf uit te zitten onder elektronisch toezicht (ET). "Volgens de rapporten van de directie was ik onhandelbaar. Toch vonden ze dat ik in aanmerking kwam voor elektronisch toezicht. Ik begreep er niets van, maar ik was in de wolken en mijn advocaat startte de ET-procedure op. Op 21 december 2003 hoorde ik dat het elektronisch toezicht de 24ste zou starten. Ik bracht niemand in Merksplas op de hoogte. Ik was bang dat het gevangenispersoneel me anders nog meer zou pesten. De dag voor mijn vertrek kwamen ze het toch te weten. Ik vroeg dozen om mijn spullen in te pakken. Geen enkele cipier wou me helpen. Ik heb de directrice moeten smeken om een paar kartonnen dozen te krijgen.

"Ik mocht altijd alleen douchen. Behalve de laatste dag. Terwijl ik onder de douche stond, bracht een verpleger de ziekste pedofielen, Verrezen en De Schutter, de douchekamer binnen. Hij kleedde hen uit en keek met een brede glimlach toe hoe die twee oude mannen me met een verlekkerde blik in hun ogen aanstaarden. De verpleger wist dat ik als kind jarenlang misbruikt geweest ben. Het personeel van Merksplas is erg creatief in het afscheid nemen van zijn cliënteel.

"De dag voor mijn vertrek kwam de hoofddirecteur van Merksplas me opzoeken. Hij vroeg me om mijn mond te houden over wat ik in zijn gevangenis meegemaakt en gezien had. 'Laat u niet misbruiken door de pers, mijnheer Marynissen.' Hij was bang dat ik de vuile was van zijn instelling zou buitenhangen. De eerste dag van mijn elektronisch toezicht kwam een justitieassistente langs om afspraken te maken over de tijdstippen dat ik mijn huis mocht verlaten. Ik mocht elke weekdag twee uur en in het weekend vier uur buitenkomen. Maar uit schrik om terug in de gevangenis te vliegen, durfde ik geen stap buitenzetten. Ik sloot me een hele maand op in mijn huis.

"Op een ochtend werd ik uit mijn bed gebeld door twee politieagenten. 'Mijnheer, we hebben een aanhoudingsbevel. U hebt de reglementen van het ET overtreden. U moet uw straf verder uitzitten in de gevangenis.' Ik was helemaal in de war. Ik had amper een stap buitenshuis gezet. Hoe kon ik de reglementen dan overtreden hebben? De politieagenten namen me mee naar de Begijnenstraat in Antwerpen. 's Anderendaags werd ik naar Merksplas gevoerd. Het gevangenispersoneel lachte me vierkant uit: 'Je kwam toch niet meer terug, Marynissen?' Niemand vertelde me waarom het elektronisch toezicht ingetrokken was. Een paar dagen later moest ik voor een commissie verschijnen. Tot mijn stomme verbazing begon de voorzitter zich uit te putten in verontschuldigingen. 'Er is een vergissing in het spel. U bent ten onrechte opgepakt.' Een dag later mocht ik naar huis en kon ik gaan en staan waar ik wou. Elektronisch toezicht hoefde plots niet meer. Ik was bijna van mijn voorwaardelijke gevangenisstraf af. Maar door alle gebeurtenissen van de laatste maanden is de periode verlengd tot 2009. De dierenarts die mijn hond wou meenemen, heeft me voor de rechter gesleept. Tijdens mijn verblijf in Merksplas ben ik bij verstek tot zes maanden effectief veroordeeld. De oproepingsbrief voor het proces is een paar dagen geleden in mijn brievenbus gevallen. Rijkelijk laat, want het vonnis is al geveld. Misschien pakken ze me morgen opnieuw op om die zes maanden te gaan brommen. Soms zit ik de hele dag in mijn rolstoel te janken. Ik weet echt niet hoe lang ik dit nog blijf volhouden.

"Heel wat mensen die ik na de publicatie van mijn boek heb leren kennen, laten me nu links liggen. Ik trek me op aan mijn kind, mijn vriendin en een paar hele goede vrienden. Zonder hen had ik er al lang een einde aan gemaakt."

De gevangenisdirectie van Dendermonde wenst niet te reageren op het verhaal van Jef Marynissen. "Mijnheer Marynissen heeft klacht ingediend. Wij wachten de resultaten van het gerechtelijk onderzoek af." In de gevangenis van Merksplas rinkelt de telefoon dagenlang. Niemand neemt op. Iedereen is hard aan het werk.

Volgende week: auteur Bart Demyttenaere.

'Samen met de ziekste pedofielen van de instelling onder de douche: het personeel van Merksplas is erg creatief in het afscheid nemen van zijn cliënteel'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234