Zondag 13/06/2021

InterviewArmoede

‘Soms vind ik envelopjes met geld in mijn brievenbus, zonder naam. Ik schaam mij daarvoor’

null Beeld Geert Van de Velde
Beeld Geert Van de Velde

Als volleerde fotomodellen poseren vier moeders in de fleur van hun leven voor de lens van onze fotograaf. Flanerend langs de Dijle onder een stralende zon zien ze er bijna glamoureus uit. Niets verraadt dat drie van hen elke dag moeten knokken om de eindjes aan elkaar te knopen en te zorgen dat hun kinderen niets tekortkomen. Ellen (25), Marleen (44) en Karina (36) laten binnenkijken in hun leven in Zorgen voor mama, het Eén-programma van Kristel Verbeke (45). Als tiener ondervond ze zelf dat armoede een bikkelharde tante is, die in je oor fluistert dat je niets waard bent en je stiekem heel hard in de arm knijpt.

“Al heel mijn leven doe ik mijn best om niet op te vallen”, zegt Ellen. “Nu spreken mensen me overal aan: bij de bakker, de frituur, de groenteboer. ‘Ik heb het gezien’, zeggen ze dan. ‘Chapeau!’ Dat was een beetje overdonderend.”

Ellen uit Ravels is een alleenstaande moeder met twee jonge zoontjes. In de eerste aflevering van Zorgen voor mama stappen we binnen in haar hectische leven, en dat van Marleen en Sven, een werkloos koppel veertigers uit Hamme met twee dochtertjes. Marleen is al twaalf jaar ziek en kan daardoor niet meer werken. Later in de reeks maken we ook kennis met Karina, een pittige dame uit Zoutleeuw met een verleden onder de bruggen van Berlijn die dapper in haar eentje ploetert om voor haar drie hyperactieve zoontjes en haar dochter te zorgen.

Daags voor ons interview hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet op een bijeenkomst met alle moeders die aan het programma deelnamen. Vandaag lijkt het alsof ze elkaar al jaren kennen. Ze weten allemaal hoe het voelt, de voortdurende stress over rekeningen en het dagelijkse gewroet met kleine praktische problemen. Kinderen die je hoorndol maken met een kussengevecht als je ’s avonds uitgeput in de zetel wilt ploffen. (‘Die kussens! Doen jouw kinderen dat ook?’)

Nu staan ze schouder aan schouder, blij dat ze dit samen toch maar aangedurfd hebben. Want het is niet niks om Vlaanderen te laten meekijken in je kleine leventje als je geen energie meer hebt om je veel te kleine appartement netjes aan de kant te krijgen. Als je schoorvoetend moet toegeven dat je niet met een laptop kunt werken, omdat je er nooit eentje hebt gehad. Als je niet weet of je ’s avonds wel te eten zult hebben, en als je bang bent dat ze je kinderen gaan afnemen.

Ellen: “Normaal laat ik nooit mensen bij mij thuis binnen. Ik heb altijd de schijn opgehouden. Ik deed alsof het allemaal wel lukte, en praatte mee met de andere ouders aan de schoolpoort, terwijl ik in mijn hoofd zat te rekenen waar ik nog wat geld kon missen voor de nieuwe turnpantoffels van mijn zoontjes. Nu heb ik laten zien waar ik dagelijks mee worstel. Mensen weten dat niet, hè.”

Kristel Verbeke: ‘Ik heb vaak pasta met bruine suiker moeten eten omdat er niets anders in huis was. Mijn man weet hoe gelukkig ik nog altijd word van een volle koelkast.’ Beeld Geert Van de Velde
Kristel Verbeke: ‘Ik heb vaak pasta met bruine suiker moeten eten omdat er niets anders in huis was. Mijn man weet hoe gelukkig ik nog altijd word van een volle koelkast.’Beeld Geert Van de Velde

Dan zijn veel mensen geschrokken toen ze de eerste aflevering zagen.

Ellen: “Dat wist ik op voorhand. Ik heb veel berichten gekregen van kennissen van de school of uit de buurt: ‘Amai, dat wist ik niet.’ Ik ben blij dat het er eindelijk uit is. Dat ik niet meer rond de pot hoef te draaien of smoezen moet verzinnen waarom ik bijvoorbeeld niet mee kan op uitstap.

“Eigenlijk heb ik alleen maar positieve berichten gekregen, en dat doet wel deugd. Ik ben dan toch niet zo slecht bezig als ik denk. Als je arm bent, is het alsof anderen je voortdurend op de vingers kijken: je moet je verantwoorden voor alles wat je uitgeeft, wat je met je kinderen doet, hoe je leeft. Je wordt bijna automatisch in een hokje geplaatst. Maar ik ben meer dan alleen een alleenstaande poetsvrouw met twee kinderen. Ik heb óók dromen, ik wil vooruit in het leven.”

Marleen, jij en Sven wonen in een sociale woning met jullie twee dochtertjes en lieten meteen ook het zwembad in jullie tuin zien. Hoe werd dat onthaald?

Marleen: “Ik heb heel veel negatieve commentaar gekregen, en ik moet zeggen: die kwam hard aan. Het was mijn dochter die me er na de eerste aflevering op wees: ‘Mama, je wordt de hele tijd aangevallen!’ Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat de reacties zo grof zouden zijn. Het was echt persoonlijk: ‘Profiteurs! Te lui om te gaan werken! Maar dan wel een zwembad in de tuin.’ Ja, we hebben een zwembad voor onze kinderen gezet, tweedehands gekocht voor 80 euro en in stukjes afbetaald. Is dat zo’n schande?

“Gelukkig heb ik wel veel warme woorden gekregen van vrienden en mensen die me kennen. Het programma doet blijkbaar stof opwaaien, dat is het belangrijkste.”

Marleen. Beeld Geert Van de Velde
Marleen.Beeld Geert Van de Velde

Verbeke: “Die commentaren op de sociale media zijn echt maar een stukje van de reacties, Marleen. Ik ben niet blij met die brute opmerkingen, maar gelukkig zie je ook dat andere mensen die proberen te counteren met positieve commentaren. Dat er zo een dialoog ontstaat over armoede, is heel positief. Als je iets teweeg wilt brengen, moet je ook iets blootgeven. Iedereen kijkt er natuurlijk met zijn bril naar, en mag zijn eigen mening vormen. Het belangrijkste is dat mensen gaan nadenken.”

Marleen, bij jou zagen we zeker in het begin vooral veel kwaadheid op de wereld.

Marleen: “(lachje) Ik ben een wereldverbeteraar, nogal strijdvaardig. Ik kan echt niet tegen onrecht in de maatschappij. Soms wind ik me daarover op en kom ik nogal heftig over. Ik heb niet voor mezelf deelgenomen aan dit programma, maar om een stem te geven aan mensen die in verdoken armoede zitten.

“Sven en ik moeten met onze twee dochtertjes rondkomen met een gezinsinkomen van 1.300 euro, maar we hebben geen schulden en er zijn veel mensen die het slechter hebben dan wij. Ik wil vooral bepaalde toestanden aanklagen. Bijvoorbeeld dat je in een sociale woning zelf voor een fornuis en een dampkap moet zorgen, terwijl dat net de dingen zijn waar sociale huurders geen budget voor hebben. Ik wil uitleggen dat armoede veel verder gaat dan alleen die financiële problemen. Maar wat krijg je? Mensen die wijzen naar het zwembad in de tuin.”

Verbeke: “Ik herinner me dat ik bij mijn eerste bezoek ook zei: ‘Mannekes, wat een zwembad!’ Maar je antwoordde toen: ‘Dat is voor mijn kinderen.’ En voor mij was dat: oké, ik snap het. Maar dat hebben de mensen precies niet gehoord.”

Marleen: “Nee, ze hebben het alleen over het waterverbruik. ‘En maar profiteren van het sociaal watertarief.’ Nee, ik heb geen sociaal tarief. Maar ik heb vroeger gepoetst in een sauna en moest daar het zwembad onderhouden: ik wéét dus hoe je langer met dat water kunt doen, en ik ken de voordelige producten. Ik heb geen auto, ik ga nooit op weekend en we gaan nooit op vakantie. Waarom zou ik voor mijn kinderen dan geen klein paradijsje in mijn tuin mogen maken?

“Er kwam ook vreselijk veel commentaar op onze grote tv. Man, die is al tien jaar oud. Dat ik wastabletten van Dash had gekocht, heb ik ook mogen horen. Het was een familiepak, in promotie. Maar mensen maken daar direct hun verhaal van.”

Karina: “Mensen zien alleen wat je hebt, niet wat je laat. Ik heb een tweedehands Ducati. Die onderhoud ik zelf, waardoor ik nauwelijks kosten heb. Die motor heb ik eigenlijk niet nodig, maar je moet iets hebben om te kunnen léven in plaats van altijd maar te overleven. Mijn motor is mijn therapie. Ik ben chronisch ziek, ik wil er nu het beste van maken zolang ik dat nog kan. Wat laat ik daar allemaal voor? Ik ga niet op reis, ik ga niet uit, ik ga niet op restaurant, niet naar de cinema, niet naar de kapper. Ik rook en drink niet, en ik eet echt heel weinig. Ik heb ook wel geluk dat ik bijna nooit kleren hoef te kopen voor de kinderen omdat ik een goed sociaal vangnet heb bij vrienden en op school.”

Je toont je zoals je bent, Karina, in een huis vol rommel en een explosie van speelgoed.

Karina: “(lacht) Ja, ik schrok er zelf van toen ik de beelden zag. Maar ja, zo was de situatie toen bij mij. Daarom laat ik normaal ook niemand binnenkomen. Ik heb de energie en de moed niet om op te ruimen, en het huis is veel te klein. Ik ben vroeger nog gaan poetsen bij mensen, en die weten dat ik normaal heel spic en span ben. Maar nu steek ik mijn energie in mijn kinderen en mijn werk, en dan is het op. Ik heb ook geen kasten, ik kan niets wegstoppen. Alles is bij elkaar gepropt.”

Karina. Beeld Geert Van de Velde
Karina.Beeld Geert Van de Velde

Ellen, jij eet maar één keer per dag.

Ellen: “Niet altijd, maar als ik een extra uitgave wil doen, moet ik daar inderdaad andere dingen voor laten. Als mijn kindjes nieuwe kleren nodig hebben, dan eet ik een paar weken maar één keer per dag. Ik vind dat niet zo erg, het scheelt gewoon heel veel geld.

“Tijdens de opnames van Zorgen voor mama zat ik vrijwillig in budgetbeheer en moest ik rondkomen met 60 euro per week. Maar ik moest ook gaan poetsen bij de mensen, en dat zijn behoorlijk wat kilometers met de auto. Als ik wil gaan tanken, moet ik daar mijn eten voor laten, anders heb ik geen werk meer. Ik heb in die periode heel weinig gegeten, maar mijn kinderen zijn niets tekortgekomen.”

DRIE SNEETJES BROOD

Jij bent zelf in armoede opgegroeid, Kristel. Waren de verhalen herkenbaar voor jou?

Verbeke: “Ik heb een normale kindertijd gehad, tot mijn ouders zijn gescheiden en ik alleen bij mijn papa bleef wonen in Hamme. Op korte tijd heb ik toen ook mijn twee zussen verloren, wat het voor ons gezin extra moeilijk maakte. Ik herkende tijdens de opnames natuurlijk veel: de stress over de rekeningen, het gevoel dat je anders bent dan de anderen, de schaamte. Ik heb vaak pasta met bruine suiker moeten eten omdat er niets anders in huis was. Mijn man weet hoe gelukkig ik nog altijd word bij het zien van een volle koelkast. Dat is een reflex, een littekentje van vroeger.

“Het grote verschil is dat ik een opgroeiende tiener was, geen mama. Dat intrigeerde mij: ik wilde weten hoe het is om als mama niet alles aan je kinderen te kunnen geven wat je wilt geven. In de ouderrol is het allemaal anders, want de eindverantwoordelijkheid ligt bij jou.

“Iedereen weet dat armoede begint bij een tekort aan financiële middelen, maar ik vond het interessant om het stukje te laten zien dat je meestal niet op televisie ziet: wat het doet met mensen in hun dagelijks leven. Voor een klein praktisch probleem vinden de meeste mensen snel een oplossing, maar mensen in armoede kan het compleet onderuithalen: een onverwachte rekening die het hele budget opslorpt, een inkomen dat te laat gestort wordt…

“Mijn mond is tijdens de opnames een paar keer opengevallen. Ik kom ’s morgens bij een gezin binnen, er liggen drie sneetjes brood op tafel, de choco is bijna op en de mama zegt: ‘Mijn geld is niet gestort door mijn advocaat. Het had vrijdag op de rekening moeten staan, en we zijn dinsdag. Er zijn nog een paar aardappelen, straks moet ik de Aldi gaan beroven.’ Hallo? Ze hadden al verschillende berichten naar de advocaat gestuurd. Toevallig kwam het bericht dat het geld gestort was toen we samen in de auto zaten. Vóór dat moment voelde ik hun stress. Voor hen gaat het over de vraag: ‘Hebben we vanavond eten of niet?’ Dan vraag ik me af: kan dit vandaag nog, in Vlaanderen?

“Er zijn ook zoveel kleine dingen waar je niet bij stilstaat als je geen geldzorgen hebt. Ik ben eens gaan wandelen met Ellen, die een weekend voor zich alleen had omdat de jongens niet thuis waren. ‘Keitof, je kunt eens uitgaan,’ zeg ik. Ellen antwoordt: ‘Uitgaan? Ik heb nog 5 euro.’”

Je zet je achter de schermen al jaren in voor een beter armoedebeleid, onder meer bij het kinderarmoedefonds. Is het programma een kritiek op de hulpverlening?

Verbeke: “Zeker niet. We wilden net tonen welke impact een hulpverlener kan hebben.

“Elk van de moeders kreeg een ervaren sociaal werker naast zich, die hen begeleidde. De rol van Claudia Di Vaio en Joost Bonte mag echt niet onderschat worden. Met hun hulp hebben de gezinnen toch een paar stappen in de goede richting gezet. Voor een buitenstaander lijkt het misschien niet veel, maar voor hen zijn die kleine stappen grote overwinningen. Het gaat niet alleen over de weg naar de juiste instanties vinden. Ze helpen ook mensen de moed te vinden om na vier jaar zonder werk naar de VDAB te stappen. Maar in zes maanden los je zo’n situatie niet op, hè. Claudia en Joost blijven de gezinnen volgen, ook nu de opnames afgelopen zijn.”

ONDER EEN DEKENTJE

In de maanden van de opnames had je het financieel en psychologisch heel moeilijk, Ellen. Ik zag je constant naar adem happen om alles te bolwerken.

Ellen: “Het is overleven, en dat is het nog altijd. Er zijn veel te weinig uren in een dag om alles in je eentje te kunnen doen. Ik voel me altijd gehaast, alsof ik mezelf voorbijloop. Het alleen zijn is het moeilijkst. Alles altijd zelf moeten doen, zonder hulp. Nooit iemand die wat helpt in het huishouden, of de kinderen eens naar school brengt. Nooit een leuke babbel met iemand die je de moeite waard vindt. Je krijgt klappen in het leven, maar nooit heb je de tijd om ervan te bekomen.”

Op een bepaald moment ben je gecrasht.

Ellen: “Ik ben toen op de spoedafdeling beland. Ik zakte door mijn benen, kon niet meer nadenken – alsof ik een waas over mijn hersenen had. Mensen waren tegen mij aan het praten en ik antwoordde, maar het was alsof ik mijlenver weg zat. Mijn lichaam, mijn verstand, alles was op. Ik heb nu nog altijd momenten waarop ik door mijn benen zou kunnen zakken. Er is geen ruimte, niet voor positieve dingen en niet voor negatieve dingen, want je zit vol.”

Karina: “Ik zit ook constant over mijn limiet en crash geregeld. Dan ben ik kwaad en emotioneel, kruip ik onder een dekentje en moet iedereen me met rust laten. Mijn kinderen weten dat, en blijven dan uit de buurt. Je lijf reageert op de stress. Dan slaap ik, en dan gaat het meestal beter.”

Verbeke: “Ellen moet blijven dromen. Je mag je hoop nooit loslaten, want voor je het weet sta je met een groepje van drie op een podium te zingen en komt het goed. (lacht)

Ellen: “Maar ik kan niet zingen!”

Verbeke: “Nee, maar misschien gebeurt er iets anders in je leven. Stel dat je buitenschoolse opvang vindt voor je jongens, dan kun je de opleiding in de zorg volgen waar je van droomt. Daar zitten we nu wel dichtbij.”

Karina: “Als alleenstaande mama heb je sowieso minder kansen. Mijn gezondheid laat me niet toe om fulltime te werken én voor mijn vier kinderen te zorgen.”

Jij hebt ook nog eens 20.000 euro schulden, Karina.

Karina: “Ik heb een lening lopen. Het zijn niet echt schulden waarvoor de deurwaarder elke dag kan aanbellen, gelukkig. Daar ben ik nogal goed in. Als er rekeningen komen, weet ik perfect welke ik eerst moet betalen en welke ik wat langer kan laten liggen. Ik weet wie je een boete geeft en welke bedrijven je kunt bellen om iets meer speling te krijgen. Maar ik ben heel mondig, ik kom voor mezelf op. Niet iedereen kan dat. Ik moet soms echt mijn plan trekken. Ik werk nog, en de rest wordt uitgekeerd in de vorm van een invaliditeitsuitkering. Maar als die weer te laat wordt uitbetaald, zijn er momenten dat ik echt nul euro heb.”

Wat doe je dan?

Karina: “Dan ga ik naar de voedselbank. Ik heb geleerd om in het nu te leven. Ik denk niet te veel aan morgen, en ook niet aan gisteren. In 2016 heb ik een echt kutjaar gehad. Ik was zwanger, mijn vent liet me zitten, ik zat in een vrouwenhuis, mijn beste maat pleegde zelfmoord, mijn stiefvader overleed aan kanker, en ik moest op zoek naar een woning. Het was één van de vreselijkste periodes in mijn leven, en ik heb al wat meegemaakt. Ook toen heb ik me echt opgetrokken aan de gedachte dat er ooit een dag komt dat het beter wordt. Ik probeer altijd positief te denken. Ik weet dat er mensen zijn die het veel slechter hebben.”

Marleen, jij zit de hele tijd te knikken.

Marleen: “Karina leeft van dag tot dag, ik ook. Er kan een tegenslag komen, maar morgen sta je op en is het een nieuwe dag.

“Sven en ik zaten werkloos thuis toen de ploeg van Kristel ons begon te volgen. Sven was al heel vaak gaan solliciteren bij interimkantoren, maar kreeg elke keer het deksel op de neus. ‘Ik wil zelfs stront gaan rapen, maar gééf mij iets,’ zei hij. Maar ze hadden nooit iets voor hem, buiten af en toe korte opdrachten. Hij stottert, wat het voor hem ook moeilijker maakt om die drempel over te raken. Sven is teruggetrokken en minder sociaal. Ik ben een babbelaar, ik kan mezelf beter verkopen. Toen ik vroeger ging solliciteren, kreeg ik altijd de job. Hij niet. Hij verloor zijn moed. Op den duur wordt het zo’n berg waar je tegenaan kijkt dat je denkt: laat maar.”

Joost Bonte heeft hem een zetje gegeven en hem vergezeld naar de VDAB. Intussen is Sven weer aan het werk.

Marleen: “Hij onderhoudt nu tuinen, en dat doet hij graag. Hij voelt zich nuttig en veel beter, en ik ben supertrots. Dan denk ik wel: ik zou ook nog graag werken. Maar ik zit met dat lichaam dat niet meer meewil. Ik lijd aan fibromyalgie en artrose. Soms heb ik er weinig last van, op andere dagen roer ik twee minuten in een pot en ben ik kapot. Maar dat zien mensen niet.

“Tijdens de opnames is daar ook nog de diagnose van borstkanker bij gekomen. Net wanneer het wat beter gaat, krijg je een nieuwe mokerslag en lig je weer op de grond. Dat maakt het zo moeilijk om uit je situatie te raken. Als je kanker hebt gehad, wordt werk vinden ook weer een pak moeilijker. De operatie is achter de rug, maar ik krijg nog bestralingen. Maar goed, ook daar zullen we wel weer doorkomen. Ik ben tevreden met kleine dingen in het leven. Harmonie in het gezin, kinderen die kunnen spelen en gelukkig zijn: dat is voor mij het allerbelangrijkste.”

SCHONE SCHIJN

Jullie zijn alle drie in armoede geboren. Denken jullie soms aan wat dit met jullie kinderen zal doen?

Ellen: “Voortdurend. Ik ben zelf opgegroeid met een alleenstaande mama die het financieel moeilijk had. Op school werd ik heel erg gepest, zelfs door leerkrachten. ‘Dat is dat kind van die armzalige moeder, daar komt toch niets van terecht.’ Ik ging altijd met angst naar school, als een ineengekrompen hoopje ellende, en was al blij dat ik de dag doorkwam.

“Dat wil ik mijn kinderen absoluut besparen. Ik denk dat het voor hen iets beter gaat. Maar elke dag als ik ze naar school breng, ben ik nog bang dat zij hetzelfde zullen meemaken. Daarom heb ik altijd gedaan alsof alles bij mij op rolletjes liep. Mij hoor je nooit klagen dat het moeilijk gaat.

“Schone schijn is toch nog steeds belangrijk. Ik heb een tijdje in een groter huis gewoond, toen ik een partner had. Ik gaf er een feestje voor de verjaardag van mijn oudste zoontje. Dat had ik andere jaren ook gedaan, maar toen woonde ik veel kleiner. Toen kwamen de ouders de kindjes afzetten en oppikken, en waren ze direct weer weg. Maar toen ik in dat grote huis woonde, bleven ze allemaal een half uur napraten!”

Marleen: “Ik ben altijd bezorgd dat er niet genoeg eten in huis is voor de kinderen. De eerste zes jaar van mijn leven ben ik opgegroeid in zware armoede. Ik werd als peuter verwaarloosd en moest met mijn broer en zus vechten voor de laatste patat. Dat wil ik mijn kinderen niet aandoen. Daarna ben ik in een adoptiegezin terechtgekomen, maar toen ik daar op mijn 18de wegging, sukkelde ik weer in de armoede. Schrijnende toestanden: mijn toenmalige partner en ik gingen soms oud brood voor de konijnen bij de bakker halen om toch maar iets in onze maag te hebben.

“Ik zit nu nog altijd onder de armoedegrens, maar ga niet besparen op eten. Ik heb zelf te veel honger gehad, ik wil niet dat mijn kinderen dat gevoel kennen. Dat ik Aikido-noedels had gekocht, vonden sommige kijkers blijkbaar ook een schande. Ja zég! Als je arm bent, mag je jezelf blijkbaar niks gunnen. Met mijn vorige partner at ik geregeld frieten en frikandellen, dat is goedkoop, maar wel niet zo gezond.”

Ellen: “Frieten en curryworsten zitten bij mij standaard in de diepvriezer. Ik eet heel veel gehakt, worsten, goedkoop vlees. Door corona is het eten ook nog eens een pak duurder geworden.”

Het is moeilijk om gezond te leven als je weinig geld hebt.

Marleen: “(knikt) Voor mijn kinderen zal ik nooit op dokterskosten besparen, maar voor mezelf wel. Nu gaat dat wel moeilijk met die kanker.”

Karina: “Ik neem niet alle medicatie die ik zou moeten nemen.”

Ellen: “Ik zou eigenlijk een paar onderzoeken moeten laten doen in het ziekenhuis, maar zolang ik niets voel, laat ik dat.”

Ellen. Beeld Geert Van de Velde
Ellen.Beeld Geert Van de Velde

WILDE WELDOENERS

Ellen, jij vond het tijdens de opnames heel moeilijk om hulp te vragen.

Ellen: “Nog altijd. En ook om hulp te aanvaarden. Nu ook: sinds de reeks op tv is, sturen mensen me spullen. Soms vind ik envelopjes met geld in mijn brievenbus, zonder naam of telefoonnummer. Ik schaam me daarvoor. Ik heb dat niet gevraagd, en ik kan niet eens dank u zeggen. Maar wat moet ik doen? Ik heb er met Kristel over gebeld, want ik was helemaal overdonderd. Ik vind het keitof dat mensen willen helpen, maar is het wel oké dat ik dat aanneem? Verdien ik dat wel? Dat heb ik nu kunnen loslaten. Ik heb nog nooit in mijn leven hulp gekregen van iemand, nu moet ik het misschien maar eens aanvaarden. Maar wat me echt zou helpen, is dat ik die opleiding in de zorg kan volgen.”

Karina: “Ik heb geen moeite om hulp aan te nemen van instanties, maar van privépersonen ligt dat moeilijker. Dan voel ik medelijden, en dat wil ik niet. Of mensen verwachten iets in de plaats, vriendschap of zo. Ik heb op straat geleefd en ik weet: in het leven is niets voor niets.”

Verbeke: “Er zijn toch best veel mensen die gewoon willen helpen omdat ze het onrechtvaardig vinden, hoor. Ik heb de voorbije weken heel vaak de vraag gekregen wat ze kunnen doen. Dat hoeft niet zoveel te zijn. Maak een praatje aan de schoolpoort, vraag hoe het met de kinderen gaat, behandel hen als normale mensen in plaats van onmiddellijk aan te komen met een zak oude kleren.

“Als kind werd ik zelden gevraagd om ergens te gaan spelen, en vriendinnetjes mochten ook niet bij mij komen spelen. Ik had toen niet door waarom, terwijl die ouders wellicht tegen hun kinderen zegden: ‘Zot, bij die mensen ga jij niet binnen hoor.’ Dat vond ik het hardste, die veroordelende blikken, die afstand voelen en weten dat je er niet bij hoort.”

Ellen: “Soms voel ik dat mensen op hun ongemak zijn omdat zij zich wel bepaalde dingen kunnen permitteren. Ik was eens op bezoek bij andere ouders en gaf een compliment over het speeltuig in hun tuin. Ze begonnen zich direct uitgebreid te excuseren, dat ze dat ook maar tweedehands op de kop hadden getikt. Terwijl dat mij niks uitmaakte.”

Vond jij het ook niet lastig, Kristel, om na een opnamedag naar je zorgeloze leven in je comfortabele huis terug te keren?

Verbeke: “Ik heb daar in het begin erg mee geworsteld, en er ook lang met Claudia over gepraat. Ik wilde hen zo graag echt helpen, iets geven. Maar soms lijkt het dan alsof je vindt dat ze niet in staat zijn om het zelf te doen. Daarom heb ik het toen bewust niet gedaan. Nu kennen we elkaar wat beter, en durf ik weleens wat kleren van mijn kinderen aan hen te geven. Ik heb soms ook aan Rudi Vranckx gedacht: die kan de oorlog ook niet oplossen, maar hij kan wel tonen wat zich daar afspeelt.

“Eén keer had ik het echt moeilijk. Dat was toen ik op een ochtend met Ellen aan de Aldi stond.”

Ellen: “Op maandagochtend is mijn geld van de budgetbegeleiding normaal gestort en doe ik mijn boodschappen. Ik stond aan de kassa met mijn kar vol eten voor de hele week, en het geld was niet gestort. Ik was er helemaal ondersteboven van, en toen heeft Kristel mij 40 euro gegeven.”

Verbeke: “Ellen stond erop om het terug te betalen, terwijl ik het helemaal niet terug wilde. Ik kon dat geld missen. Maar Ellen vond het belangrijk, omdat het haar in haar waarde liet. Ze wilde tonen dat ze het kón teruggeven. Ik vond het moeilijk om dat geld te aanvaarden, maar ik denk wel dat het goed was zo. Ik heb die 40 euro in een rood zakje van mijn sleutelhanger gestoken. En elke dag als ik dat rode zakje vastheb, zeg ik tegen mezelf: ‘Wees dankbaar, Kristel, om hoe goed je het hebt.’”

Ellen: “O. Dat wist ik niet.”

Zijn jullie blij dat jullie meegedaan hebben aan Zorgen voor mama?

Ellen: “Toch wel. Ik heb een aantal dingen gedaan waar ik trots op ben. Dat had ik zonder de steun van Claudia niet gekund.”

Marleen: “Ik vond het belangrijk om een boodschap te brengen.”

Karina: “Het was ook gewoon leuk.”

Verbeke: “Claudia en Joost blijven jullie verder begeleiden, alleen zal de camera daar niet meer bij zijn. En eigenlijk ben ik ook niet van plan om jullie volledig los te laten.”

Ellen: “Dat hopen we!”

Zorgen voor mama, Eén, dinsdag 25 mei, 20.35 uur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234