Dinsdag 10/12/2019

Soms maakt sportsprakeloos

Ze vielen stil toen ook Tom Boonen dat deed op de piste van Roubaix. Een Australiër won, beste sportliefhebbers, 'oh, oh, oh'. Soms worden reporters dus supporters. Is dat erg?

Toen Radio 1 vorig jaar op zoek ging naar legendarische radiofragmenten, koos Frank Raes een stukje uit 1936. Frank was toen ook nog niet geboren, maar zijn keuze was prachtig.

Je hoort de stem dit zeggen: "Owens lijkt zo kalm als maar enigszins zijn kan. Wederzijdse beleefdheden, voor het grote ogenblik dat nu zo dadelijk gaat slaan." Even later: "De renners knielen. Dadelijk gaat het bevel. Doodse stilte." In de volgende tien seconden wint de zwarte Amerikaan Jesse Owens olympisch goud op de 100 meter en bijna hoor je in die fractie de hartslag van de reporter. De opwinding. Zijn stem gaat mee in de spurt en in de beleving. "Het schot is weg. Direct neemt Owens de leiding. Maar het wordt een fel betwiste strijd. Zonder de minste twijfel, hij gaat als eerste over de meet met ten minste twee meter voor Metcalfe."

Er liepen geen Belgen mee in die finale in Berlijn. Tachtig jaar later zaten er wel twee mee in de finale van Parijs-Roubaix en wie geen tv had, kon op de radio naar Christophe Vandegoor luisteren. Daar maakte je iets bijzonders mee in die laatste kilometer. Er waren de aanvallen, de wisselende posities, zijn stem en de radio die deed wat de radio altijd doet: het werd nog spannender. Tot Mathew Hayman, blijkbaar, beide armen in de lucht stak. Boonen won niet en de radioman viel letterlijk stil. Misschien maar een seconde of twee, de spreker werd sprakeloos, je hoorde de verbijstering door niks te horen. Dat was de ontgoocheling en even denk je: kán dat wel?

Maar natuurlijk kan dat. Dat zei de nu betreurde Rik De Saedeleer al in een interview met Hugo Camps, jaren terug. Je moet objectief blijven, jawel. "Maar objectief blijven, wil niet zeggen dat je niet mag supporteren voor een ploeg", vond de televisiecommentator. "Objectief blijven, voor mij, dat wil zeggen dat je objectief beoordeelt wat er op het veld gebeurt. Als de Rode Duivels slecht spelen, dan spelen ze slecht. Maar het moet duidelijk zijn: als wij tegen die Hollanders spelen en als wij de bal hebben, hoop ik dat we daar wat mee doen. (...) En als die Hollanders de bal hebben, dan hoop ik dat ze die zo snel mogelijk kwijt zijn."

Ivan Sonck blijft cool

De 'die' is belangrijk. Dié Hollanders. Zoals afgelopen zondag dié Australiër dus. Niet onze Tom won. Het inmiddels 35-jarige 'Tommeke, Tommeke, Tommeke', in 2005 in Madrid wereldkampioen geworden en toen al onsterfelijk. Ook door die woorden. Uitgestoten in de verrukking van het moment. Zonder nadenken, natuurlijk niet op papier en niet voorbereid. Zo vind je in de archieven wel meer historische kreten en ze zijn meestal gelinkt aan vaderlandsliefde. Vaak ook aan Rik De Saedeleer. "Daar is 'm, daar is 'm": Erwin Vandenbergh scoort 1-0 op het WK in '82 tegen Argentinië. "Jef. Doe eens iets. Jef!": Anderlecht-Real Madrid, in 1962.

Het zijn klassiekers en er ligt stof op. Dat we vandaag niet zo spontaan uitspraken van Frank Raes en Filip Joos, op televisie onze twee belangrijkste voetbalcommentatoren, kunnen citeren heeft allicht met de inflatie aan voetbal te maken. Toén werden wedstrijden meer niet dan wel uitgezonden. Soms zelfs op het allerlaatste moment, we zaten al voor de televisie, verscheen de pancarte: 'Wegens uitzendrechten kunnen de match vanavond helaas niet tonen'. Vandaag is er elke dag voetbal.

Zonder twijfel is het commentaar van Raes en Joos en van hun radiocollega Peter Vandenbempt soms net zo raak, soms net zo puntig of soms net zo grappig. Dat ze niet onvergetelijk zijn, heeft met die hoeveelheid te maken. Want opgaan in het spel doen ze net zo goed. Je kunt dat 'roepen' noemen. Soms extatisch. Maar zoek in de archieven en het is niet zo moeilijk om te concluderen dat ook dat van alle tijden is. Er was alleen Ivan Sonck die, in de herinnering van collega Hans Vandeweghe, op 5 november 1975 in het Olympiastadion de eerste mirakelzege van Club Brugge meemaakte. In de heenwedstrijd verloor Club met 3-0 van Ipswich. En toen, in de 88ste minuut, zei Sonck: "Lefèvre. Vandereycken. Kopbal.

4-0. Brugge geplaatst."

Terug naar de piste van Roubaix. Een dag na de wedstrijd plaatst Sporza een filmpje van de laatste kilometer. Maar je ziet niet Boonen, Hayman of Vanmarcke, je ziet Michel Wuyts en Karl Vannieuwkerke. Het is koud. Michel draagt een muts en Michels wat verkleumde lippen struikelen eventjes over de naam Vanmarcke. Kan ook van de opwinding zijn. Het gaat op en af. Dat zie je aan hun lichaamstaal. Zeker bij Vannieuwkerke. Het geloof in Boonen blijft groot, Karl schudt in de laatste rechte lijn eerst van 'neen' en roept toch nog 'hij doet het'.

Maar hij doet het niet. De twee momenten nadien zijn goud waard: Karl roept met een verschrikt gezicht 'neen' en dan gaat dat gezicht van ontzetting achter z'n beide handen. Michel krimpt in elkaar. "Oh, oh, oh, oh, oh."

Tijdgeest

Een commentator, zei Rik De Saedeleer al, moet zeker bij voetbal vertellen wat de kijker thuis niet ziet in de rechthoek van zijn televisietoestel. Maar live mag het ook meer zijn dan dat. Zet je tv eens zonder geluid en kijk naar de koers zonder commentaar. De landschappen en kastelen zijn dan misschien nog interessant, maar de wedstrijd zelf mist die beleving. De finale van Parijs-Roubaix was ouderwets spannend, een thriller, maar zonder geluid is zelfs zo'n film in alle betekenissen stom.

YouTube, 2 april 1989, Ronde van Vlaanderen. Op de Bosberg zijn nog 13 kilometer te fietsen, "de twaalfde helling van de dag", zegt Marc Stassijns en dan zie je Edwig Van Hooydonck wegrijden van Dag Otto Lauritzen. De Noor die ooit Jan Wauters, aan de kant met motorpech in Parijs-Roubaix, als laatste voorbijfietste en het te vroeg overleden radio-icoon nog deze legendarische uitspraak ontlokte: "Dag Otto". Maar Van Hooydonck gaat nu dus op de trappers staan en cocommentator Rik Van Looy ziet dat.

"Van Hooydonck. Demarrage van Van Hooydonck", zegt hij. Marc Stassijns neemt op. "Daar zit kracht achter, de anderen worden teruggewaaid. Geweldig. Dit doet denken aan zijn prestatie in de Brabantse Pijl. Frisheid. Kracht." De 22-jarige renner zal voorop blijven, we zullen zijn tranen aan de finish nooit vergeten, maar ook dan blijven Stassijns en Van Looy kalm. Stassijns vindt dat Van Hooydonck "vandaag zijn intrede doet in de galerij der kampioenen", maar vergewist zich daarvan toch bij Van Looy. "Of is dat overdreven, Rik?" Van Looy: "Bwah, ik zou dat niet zo durven stellen. Dat moet natuurlijk nog bewezen worden."

Met tijdgeest heeft het niks te maken. Ja, Stassijns bleef rustig. Zoals Ivan Sonck. Maar Fred De Bruyne was al in de jaren 60 opgedraaid toen Eddy Merckx op de Poggio wegreed. Jan Wauters, misschien iets rustiger, was altijd rad en vinnig en gedreven gepassioneerd. Je ziet hem op dat YouTube-filmpje van die Ronde van '89 na Mark Vanlombeek zich nog in beeld vechten om voor de radio Edwigs eerste gedachten te ontlokken. Jan ving de tranen mee op.

De spreker werd sprakeloos, schreven we vroeg in dit verhaal. Wellicht had dat met ontgoocheling te maken, maar het kan ook van geluk. Zoek op sporza.be het filmpje in een commentaarhokje in Australië waar Robbie McEwen de zege van Mathew Hayman zag gebeuren. De beelden zijn werkelijk uniek. Ook die reporter werd supporter van een landgenoot en hij zag hetzelfde gebeuren als Christophe Vandegoor, Michel Wuyts en Karl Vannieuwkerke. Weliswaar met Australisch bloed. De reactie is dezelfde: McEwen is létterlijk sprakeloos.

En misschien komt daarin de definitie van geluk en ongeluk samen. Het zit in alles waar je geen woorden meer voor hebt. In alles waar je stil van wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234