Zaterdag 29/01/2022

'Soms kan ik die rotsen horen wenen'

Kalaupapa, Hawaii. Op deze onherbergzame landtong, in het noorden van Molokai, kwam pater Damiaan in 1872 bij de lepralijders aan. Nu, meer dan honderd jaar later, wordt op dezelfde plek de Belgische productie Father Damien gedraaid. 'Damiaan', zegt de Australische regisseur Paul Cox, 'is een erg universele figuur, die blijft voortleven in mensen die zonder beloning, zonder pretentie, in stilte voor anderen zorgen'. De Morgen trok naar Molokai, bezocht de filmset en sprak met Cox.

Eric Bracke / FOTO's Renaat Lambeets Father Damien verfilmd op Kalaupapa, Molokai

De telefoon rinkelt in Kalaupapa Airport. In de wijde omtrek is geen kat te bespeuren. Ik zit buiten, onder de zeedruivenboom, en laat maar rinkelen. We zijn hier immers niet met een reguliere vlucht terechtgekomen. Een Belgische verloskundige op Hawaii, die met zijn vliegtuigje geregeld acteurs aanvoert voor de filmproductie Father Damien, heeft ons gedropt. Straks komt de piloot ons weer oppikken en vliegen we met zijn drieën naar het Hawaiiaanse eiland Maui om Kris Kristofferson op te halen.

Er is ons op het hart gedrukt in afwachting binnen het domein van het vliegveld te blijven. Even verder staat tussen de palmbomen een bord dat verbiedt het National Historical Park van Kalaupapa zonder toelating te betreden; overtreders zullen worden vervolgd. Deze oude state law bleef gehandhaafd om de privacy van de bewoners te garanderen, zo staat in een foldertje dat je in Kalaupapa Airport kunt meenemen

Dit soort luchthavens - één enkel gebouwtje, drie rijen plastic kuipstoeltjes, een weegschaal, een bezem in de hoek, een lavabo en twee ouderwetse wc's - zou je ook op een open plek in de brousse van Afrika, Azië of Zuid-Amerika kunnen aantreffen. Vaak zijn barakken als deze in een schijterig jaren-vijftiggroen geschilderd. Maar Kalaupapa Airport onderscheidt zich door de drie platen tegen de muur die de geschiedenis van dit ballingsoord voor lepralijders uit de doeken doet.

De landtong in het noorden van Molokai, die nu dus een National Park is, wordt door een zeshonderd meter hoge rotswand van de rest van het eiland afgesloten. Het water dat het lagergelegen schiereiland omspoelt, is berucht om zijn nijdige golfslag en verraderlijke onderstromingen. In 1866 werden de eerste leprapatiënten naar deze natuurlijke gevangenis verscheept. Ze woonden in de thans verdwenen nederzetting Kalawao, waar pater Damiaan zich in 1872 op 33-jarige leeftijd bij hen voegde. Op de plaats waar eens de hutten van de patiënten stonden heeft Jean Petitjean, Jan voor de vrienden, met zijn decorploeg een erg geloofwaardige reconstructie van het dorp getimmerd voor de film. Hij haalde al zijn materiaal uit België en liet het met een schip aan wal brengen. Nu zijn ze bezig met de uitbreiding van de opgeknapte kerk, die er in tegenstelling tot de eerste opnamen niet langer als een sinister, door termieten aangevreten donker bouwsel uitziet.

Dat de opnamen op deze historische plek gebeuren, geeft de Belgische productie een bijzonder cachet. Volgens Paul Cox, de Australisch-Nederlandse regisseur van Father Damien, kan de film op geen andere plaats worden gemaakt. In bezwerende bewoordingen gaf hij tijdens de middagpauze uitdrukking aan het spiritueel-religieuze gevoel dat hij ervaart: "Dit is een grote begraafplaats van mensen die een verschrikkelijk leven hebben geleid en een afschuwelijke dood zijn gestorven. Normaal wordt alles wat daaraan herinnert uitgewist en leggen ze dan een glooiend golfterrein of zoiets aan. Zo gaat het meestal, maar om een of andere reden is deze plaats bewaard gebleven. Waarom brengen we nu een mens tot leven die eigenlijk een erg eenvoudig leven heeft geleid? Omdat iets ons achtervolgt: we zijn allemaal schuldig. Hier op deze indringende plek is zijn geest aanwezig gebleven. Soms kan ik die rotsen horen wenen. Maar ze wenen niet alleen, soms schreeuwen ze en lachen ze. Ik ben overal geweest, maar dit gevoel heb ik nergens anders ervaren. Ik ben de eerste om te lachen met zogenaamde metafysische verschijnselen, maar hier voel ik me echt overmand door die krachten. Misschien zijn ze niet bovennatuurlijk maar veeleer natuurlijk."

Ook de bij ons onbekende Australische hoofdrolspeler David Wenham heeft het over een unieke gelegenheid om op deze historische plaats, en met de patiënten, een film te maken trouw aan de geest van Damiaan. Wenham is met zijn rossige baardje een wat bleke Damiaan. Niet meteen de gezonde plattelandszoon die we ons bij Jozef 'Damiaan' De Veuster voorstellen, maar voor de patiënten lijkt hij wel een geloofwaardige belichaming van Father Damien.

Eerdere Damiaan-films werden op een andere locatie gedraaid. Dat is ook wat producent Tharsi Vanhuysse van ERA-films aanvankelijk overwoog, maar na enkele reizen heen en weer koos hij toch voor Kalaupapa. Het project werd mogelijk doordat de ongeveer vijftig patiënten die er nog wonen - door medicatie kunnen de gevolgen van de ziekte al lang worden teruggedrongen - hun goedkeuring hechtten aan het filmscenario. Onder de patiënten leeft het beeld van Damiaan, die van een hel met onderlinge terreur en nietsontziende perversiteit een gemeenschap van 'wij, melaatsen' wist te maken, nog opvallend sterk.

"De Belgen zijn verschrikkelijke chauffeurs," zal Richard Marks ons de volgende dag toevertrouwen. "Je kunt ze maar niet aan het verstand brengen wat 50 miles per uur betekent, maar ze hebben tenminste de moeite genomen om naar ons te luisteren." Richard Marks is leprapatiënt en neemt als sheriff van Kalaupapa al jaren de rol van woordvoerder van de gemeenschap op zich. Met zijn verroeste gele bus - Damien Tours op de flank - gidst hij af en toe ook toeristen naar de historische plaatsen van het schiereiland. Net als de meeste van zijn dorpsgenoten speelt de wat moeizaam lopende Richard Marks een figurantenrolletje in de film. Hoewel hij als diaken zelfs enkele regeltjes tekst heeft - weliswaar in de trant van "Yes, Father", "Allright, Father" en "Amen" - kan de sheriff niet verbergen dat hij liever een groter aandeel in de film had gehad. Hij zegt dat niet met zoveel woorden maar beklemtoont geregeld zijn pioniersrol: "Ik heb als een duivel gevochten om deze plek in haar oorspronkelijke staat te behouden." Daarvoor heeft hij voor de zoveelste keer het optreden van de Rangers van het National Park gelaakt. Volgens hem zijn het betweters die de raad van ervaren mensen, in de eerste plaats hijzelf, in de wind slaan. "They read the book," zegt Marks veelbetekenend over de mannen met hun groene uniform.

Binnen de gemeenschap van Kalaupapa geldt Richard Marks als een autoriteit. De enige die zijn gezag wel eens durft te ondergraven is Norbert. Diens levensverhaal is des te tragischer omdat hij als een gezonde jongen naar Kalaupapa werd gebracht: een ontstoken muggenbeet op zijn oor zou onterecht voor melaatsheid zijn aangezien. (De segregatiewet werd pas in 1969 opgeheven). Later werd hij natuurlijk wel besmet. Ondanks de kleine besloten gemeenschap waarin hij woont, komt deze patiënt zonder schroom uit voor zijn homofiele aard. Boze tongen beweren bovendien dat Norbert op zijn lapje grond marihuana tracht te verbouwen. Onnodig te zeggen dat zoiets de sheriff een doorn in het oog is.

Na de goedkeuring van de patiënten kreeg producent Tharsi Vanhuysse ook groen licht van de Hawaii State Department of Health en de National Park Service, die samen instaan voor het beheer van Kalaupapa. Niettemin bleef het een locatie met erg veel beperkingen. Zo moeten de opnamen voor eind augustus afgerond zijn. Daarna worden de weersomstandigheden ongunstig en kan geen materiaal meer worden aangevoerd omdat de zee te ruw wordt. En de Rangers van het National Park beslisten onder meer dat een echt kampvuur te riskant is, zodat de filmploeg zich zal moeten behelpen met elektrische vuren. Ook niet te onderschatten zijn de te respecteren corporatistische regels van de Amerikaanse filmsector. "Gelukkig heeft men zich enigszins soepel opgesteld," aldus Tharsi Vanhuysse. "Weet je dat een filmdirector in de VS niet eens zelf achter het stuur mag kruipen? Hij moet zich steeds laten rijden door een chauffeur. En een art-director die aan het decor timmert, zoals Jean Petitjean doet, kan eigenlijk evenmin: hij mag in principe alleen maar instructies geven. Je bent ook verplicht lokale mensen in dienst te nemen en voor iedereen die je meebrengt heb je een visum en een verantwoording nodig."

Vanhuysse spreekt uitdrukkelijk van een Belgische productie omdat ERA-films het project helemaal zelf op de sporen heeft gezet. Dat begon met het kopen van de rechten op het boek Damiaan, de definitieve biografie van Hilde Eynikel, dat in 1997 bij het Davidsfonds verscheen. Vanhuysse vergelijkt het met het kopen van de grond als je wil gaan bouwen. (Het andere plan om een Damiaan-verfilming te maken, dat een vijftal jaren geleden geregeld opdook en waarbij de namen van acteur Robin Williams en regisseur Stijn Coninx werden genoemd, is nooit in het stadium van 'grond kopen' beland.) Daarna werd een contract afgesloten met scenarioschrijver John Brigley (van Ghandi en Cry Freedom). Eenmaal Brigleys scenario klaar was, had ERA-films het pakket natuurlijk met een mooie winst kunnen verkopen. Maar nee, ERA was zo vermetel om de film in het hol van de leeuw, in Amerika, zelf te gaan opnemen. Momenteel is een sales agent in opdracht van ERA-films volop bezig met de voorbereiding van de verkoop van de distributierechten van Father Damien. Op de schouders van ERA-filmproducenten Tharsi Vanhuysse en Grietje Lammertyn rust de komende maanden een zware last. Als de film commercieel flopt, kan dit zware gevolgen hebben voor de Vlaamse investeringsbereidheid in de filmsector: Van het totale budget van 10 miljoen dollar brachten Vlaamse bedrijven en particulieren meer dan 200 miljoen frank binnen. Dat is nooit eerder gebeurd. Gelukkig is Damiaan een figuur die niet alleen in Tremelo maar ook in de VS nog steeds wat voorstelt, getuige daarvan zijn beeld in het Capitool, het enige van een niet-Amerikaan .

Adembenemend is de vlucht met de Gummar Tiger van onze vriend de piloot langs de rotskust naar Hana, de luchthaven op het groene eiland Maui. Het is erg stil op Maui, alsof de geluiden gedempt worden door een deken van vochtige warmte. Op dit eiland hebben behalve Kris Kristofferson ook George Harrisson, Magic Johnson en George Benson een optrekje tussen de rijke subtropische flora. Dat van Kris Kristofferson, op enkele kilometers van de luchthaven, is een imposante ranch met veel grond eromheen. Het is sinds acht jaar de permanente verblijfplaats van zijn gezin. Als ik wil weten of hij het stadsleven niet mist, vraagt Kristofferson of ik gek ben. "Ik wil mijn vijf kinderen precies hier laten opgroeien in plaats van in de stad." (Hij heeft ook nog drie kinderen uit zijn eerste huwelijk.) Zoals voorspeld door onze piloot zet Kris Kristofferson zijn schoenen op het kussen van de passagiersstoel bij het instappen. De gewezen singer-songwriter is een Texaanse boer gebleven, hartelijk en zonder kapsones. Daarin onderscheidt de 61-jarige acteur zich van de vijf jaar oudere, grillige Peter O'Toole, die in Father Damien de rol van de Britse verpleger William Williamson speelt. Op de vlucht terug neemt Kristofferson, die nog helikopterpiloot is geweest, de stuurknuppel een tijd over. Hij vertelt over zijn zorgen om zijn zoontje, bij wie onlangs dyslexie of woordblindheid is vastgesteld.

De volgende dag zien we Kristofferson op de filmset in Kalaupapa terug als Rudolph Meyer, de Duitse manager van het melaatsenkamp, die boven op de rotswand woont en enkele keren per maand poolshoogte komt nemen. In vergelijking met de andere acteurs speelt Kris Kristofferson op Molokai in zijn achtertuin. De bezetting bestaat immers uit een bont internationaal gezelschap. Zo speelt de jonge Canadees-Australische acteur Aden Young de rol van Dr. Emmerson. Zijn personage, een arts die het beste van zichzelf geeft in het zoeken naar een remedie tegen lepra, is eigenlijk een samentrekking van verschillende dokters die in Eynikels erg gedetailleerde biografie opduiken. Hilde Eynikel, die bij de productie betrokken is om over de historiciteit te waken, heeft daar geen moeite mee. Ook voor het personage dat de ervaren Australische acteur Chris Haywood vertolkt, de aanvankelijk perverse en immorele Clayton Strawn, is een kunstgreep uitgevoerd die volgens haar wel door de beugel kan. Voor hij door lepra was besmet, ronselde deze Schotse Amerikaan plantage-arbeiders op de eilanden in de Stille Zuidzee. In de leprozerij werden zijn praktijken zo mogelijk nog perverser: Strawn plundert, terroriseert en verkracht. Damiaan wist van Strawn weer een sereen mens te maken, die aan het einde van zijn leven het grootste genot in het lezen van poëzie vond. Deze waarachtige ontwikkeling werd echter te Hollywood-achtig bevonden. Om het geloofwaardiger te maken werd de evolutie van dit personage verbonden met de serene levensloop van een andere, ingetogenere figuur uit de biografie.

De verdrinkingsscènes die op het strand worden opgenomen, vormen een belangrijke omslag in de ontwikkeling van Haywoods personage. Als op een dag een nieuwe lichting melaatsen van een sloep de wilde zee wordt ingejaagd en dreigt om te komen in de golven, snellen Damiaan en Strawn de drenkelingen ter hulp. Volgens het scenario van Brigley ontstaat zo voor het eerst een echt contact tussen Damiaan en Strawn, dat het begin van wederzijds respect betekent. Dit intiemere moment konden we in de massascènes die werden gedraaid niet waarnemen. Maar misschien volgt Cox op dit punt het scenario niet. Dat deed hij eerder al eens niet, tot ongenoegen van John Brigley.

De complexe scènes op het strand worden geleid door assistent-regisseur Renaat Coppens. Door de microfoon geeft hij instructies aan de talrijke figuranten, die met hun negentiende-eeuwse kleren telkens weer het water in moeten om drenkeling te spelen. Voor het in beeld brengen schakelde Coppens Renaat Lambeets als tweede cameraman in. Deze aanpak was een soort compromis met Cox. Beide Belgen hadden voordien herhaaldelijk hun ongenoegen geuit omdat ze te veel aan de kant moesten blijven. Of de beelden Cox - bij het bekijken van de rushes, elke avond in de oude houten cinema in het dorp van Kalaupapa - konden bekoren weten we niet.

Het is het soort wrijvingen dat eigen is aan het artistieke aspect van het film maken. Terwijl 's middags de veldkeuken wordt opgeruimd, vragen we Paul Cox of hij al compromissen heeft moeten sluiten die hij betreurt. Na een doordringende blik klinkt het antwoord kort en krachtig: "Nog niet." Over zijn ambitie met Father Damien zegt Cox: "In de film worden onbetekenende mensen meestal opgeblazen tot belachelijke proporties. De grootste strijd is te proberen om het echt te houden en Damiaan de man te laten zijn die zijn medemensen niets anders dan menselijkheid bracht. Uiteraard kunnen we de biografie niet getrouw volgen omdat dit ons te ver zou leiden. Maar we kunnen wel proberen om trouw te zijn aan de geest van Damiaan. Daarom moeten we vermijden dat deze film zoals zovele andere een product uit de supermarkt wordt. Dat soort film interesseert me helemaal niet. Veeleer dan iets om te consumeren, zou film een medium moeten zijn waarin we onze dromen kunnen delen. Hier hebben we de kans om op een authentieke manier uitdrukking te geven aan menslievendheid, zonder dat Madonna Mother Marianne en Sean Penn Damiaan moeten spelen. Namen en alle andere bullshit kunnen me gestolen worden. Twintig miljoen om een ster in de rolbezetting te hebben, dat is toch nonsens? Iedereen aanvaardt dat maar. We vereren alles wat niet echt is, en dat is walgelijk.

"Damiaan was een groot man, maar hij is nooit betaald geworden voor wat hij deed. Waarom zijn we hem na al die jaren niet vergeten zoals zovele andere mensen? In ons collectief onderbewustzijn is hij aanwezig gebleven omdat hij ons bewust maakt van ons ware potentieel en van onze schuld. Hij is een erg universele figuur, die blijft voortleven in mensen die zonder beloning, zonder pretentie, in stilte voor anderen zorgen. De film is een hommage aan al deze mensen die worden genegeerd alsof ze niet bestaan.

"Ik ben hier alleen om de Damiaanskerk te helpen opbouwen. Zo simpel is dat. Ik ben een van de arbeiders die een lek in het dak dicht of die de fundamenten helpt verstevigen. Dit is een film over hoop, over onze toekomst. In iedere mens tikt wel ergens een hart, als we maar zoeken. Ik ben tot het besef gekomen dat er iets meer moet zijn in het leven, een hogere kracht die groter is dan elk van ons. Ik heb weer leren bidden."

Cox loopt naar de set en steekt een pijp op. Dat heeft hij gemeen met Damiaan, die pijpen begon te roken om de stank van zijn eigen wonden en de andere melaatsen te overwinnen. Ook David Wenham rookt sinds kort pijp, zo wordt me verteld.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234