Zondag 29/11/2020

'Soms denk ik nog: José, hoe kon je zo'n ezel zijn'

De affaire-Ronny Vansweevelt laat José De Cauwer niet los. Zeker nu niet, nu het wereldkampioenschap wordt gereden en hij als bondscoach de verantwoordelijkheid draagt voor de Belgische ploeg. Tony Landuyt sprak met de bondscoach.

Het is druk in het Hotel Metropolitan, vlak bij de luchthaven van Lissabon. Rakelings scheren de vliegtuigen over het hotel. José De Cauwer kan het niet deren. De stemming kan niet meer stuk, de Belgen hebben immers van de week al een wereldtitel gehaald.

Dan voelde hij zich de voorbije maanden wel even anders. Bewogen maanden heeft hij achter de rug. Eind april werd De Cauwer verhoord door de Antwerpse politie in verband met de dopingaffaire-Ronny Vansweevelt. De Cauwer bekende dat hij in 1995 in een periode dat hij met wielrennen niks meer te maken had, drugsverslaafde Vansweevelt aan een leverancier van amfetamines had geholpen. "De grootste stommiteit die ik in mijn leven heb begaan. Die zaak heeft me meer buiten dan binnen de wielrennerij getekend. Ik kreeg veel hulp. Van renners, het olympisch comité, de wielerbond."

Nochtans zette zijn werkgever hem voor een maand op non-actief. "De Wielrijdersbond kon niet anders. De zaak is uiteraard nog niet afgesloten, maar de tijd zal uitwijzen hoe klein mijn deel in die affaire was. Gelukkig kon ik na een maand de draad weer opnemen en snel weer op het terrein werken."

De Cauwer mocht als bondscoach nog niet het genoegen smaken van een wereldtitel bij de profs. "Ik heb ook nog maar twee wereldkampioenschappen met de broodrijders achter de rug", verdedigt hij zich onmiddellijk. "En met Tchmil waren we er vorig jaar heel dicht bij. Tchmil was favoriet en maakte die rol bijna waar. Achteraf bekeken heeft hij misschien een fout begaan door een halve ronde te vroeg aan te vallen. Voor hem was het WK nu 50 meter te lang en heeft hij daardoor misschien de titel gemist."

De import-Belg mag nog altijd op een beschermde rol rekenen binnen de nationale twaalf, maar hij vertrekt niet meer als uitgesproken kopman. Niet zozeer omdat hij twaalf maanden geleden gefaald heeft, wel omdat De Cauwer oordeelt dat het parcours er geen is om de Belgen in een favorietenrol te duwen. "Vorig jaar hebben wij het WK kleur gegeven, nu zullen we proberen dat niet te doen. En ik druk op proberen. Want je weet nooit hoe een wedstrijd zal evolueren. Het scenario van een wielerkoers kun je onmogelijk vooraf schrijven. Je hebt wel bepaalde ideeën en je geeft renners opdrachten mee, maar uit ervaring weet ik dat het in de praktijk heel anders uitdraait. Stel maar dat er een vlucht van zeven renners vertrekt waarin Aerts en Brandt vertegenwoordigd zijn. Plots kan Aerts een belangrijke kanshebber worden, dan zal ik geen seconde aarzelen om Brandt op te offeren. Hij moet zich in de kopgroep uit de naad rijden om Aerts voorin te houden.

"Maar laat het duidelijk zijn, dit is een hypothese. Op het zware parcours en met deze renners lijkt gewoon meefietsen maar wel bij de pinken zijn en geen belangrijke concurrenten laten vertrekken, de meest aangewezen tactiek. Het is roeien met de riemen die voorhanden zijn. Rik Verbrugghe, de beste Belgische coureur van dit jaar, is er niet bij. Laat de anderen maar initiatieven nemen."

Vanavond zal De Cauwer een stuk wijzer zijn. De rennersvergadering is naast de wedstrijd het belangrijkste moment binnen een WK-ploeg. Iedereen krijgt de kans zijn zeg te doen. Wie zich geroepen voelt voor een rol van kopman moet daarvoor eerlijk uitkomen en tegelijkertijd de som bepalen die hij naast de bondspremie (twee miljoen frank of 50.000 euro) op tafel zal leggen in geval hij wereldkampioen wordt.

De Cauwer: "Iedereen mag zijn rol binnen de ploeg bepalen. Specifieke knechten mogen zelf aangeven tot waar hun werk draagt. Van kandidaat-winnaars worden logischerwijze financiële garanties verwacht. Wat hij biedt om de hele ploeg achter zich te krijgen, overtreft altijd in grote mate de winstpremie van de bond. De premie die een favoriet over heeft om wereldkampioen te worden, maakt de ploeg."

Voor wat hoort wat. Ook De Cauwer waakt daarover. Niet alleen dat de wereldkampioen zijn gemaakte afspraken nakomt, maar ook de anderen. Profiteurs eten niet mee van de koek. "Wie zijn werk niet doet, blijft met lege handen staan. Een comité van wijzen, waarvan ik deel uitmaak, duidt aan wie langs de kassa passeert. Vandaag de dag is het veel makkelijker om daarop controle uit te oefenen. Iedere volgwagen heeft een televisie aan boord en met de moderne communicatiemiddelen zie en hoor ik wat er in de wedstrijd gebeurt. Mij belazert niemand. Bovendien zijn we op zo'n niveau bezig dat iedere renner zelf wel snel doorheeft dat hij geflikt wordt door een of meerdere collega's."

Het WK wielrennen is eigenlijk een contradictio in terminis. Enerzijds de belangrijkste wedstrijd van het jaar, anderszijds staat het haaks op het wielerlandschap. Tien maanden rijden renners in dezelfde ploeg. Alleen die ene dag moeten ze een ander shirt aantrekken en zijn ze tegenstanders. De meeste ploegleiders zouden de formule van het WK veranderd willen zien. Geen WK met landen- maar zoals alle wedstrijden met merkenploegen. Als bondscoach moet De Cauwer wel anders denken over het WK dan tien jaar geleden toen hij nog als ploegleider door het leven ging. "Als sportdirecteur heb je maar één wens: dat iemand van jouw ploeg wereldkampioen wordt, over alle nationaliteiten heen. Als coach van de Belgische Wielrijdersbond denk je alleen Belgisch."

Een keer per jaar met landenploegen rijden mag dus best, vindt De Cauwer. "In alle topwedstrijden zie je praktisch altijd dezelfde renners. Het WK daarentegen geeft de gelegenheid aan renners die in hun merkenploeg weinig of geen kans krijgen grote wedstrijden te rijden, zich op de internationale scène te tonen en boven zich uit te stijgen. Wie kende bijvoorbeeld twee jaar geleden Oscar Freire? Hij is een puur product van het WK.

"Maar hoe vaak ze hun ongenoegen uiten over de formule, sponsors en ploegleiders zijn altijd bijzonder trots dat een of meerdere van hun renners een WK-selectie afdwingt. Neen, voor mij is het WK geen overbodige koers. En ook voor de renners is ze dat niet. Renners gaan graag naar het WK. Ik weet dat iedereen het als een grote eer beschouwt dat hij in de nationale ploeg is opgenomen. De nationale trui aantrekken, geeft bij iedere renner een apart gevoel. Ik zie de oogjes van Frank Vandenbroucke nog flikkeren toen ik hem twee jaar geleden zijn Belgische trui met achteraan zijn naam op gaf. Hij bekeek ze, lachte en trok ze trots over zijn schouders."

Marc Sergeant, de voorganger van De Cauwer en nu ploegleider bij Domo-Farm Frites, vond dat zijn bijdrage als bondscoach bij de profs bijzonder klein was. "Omdat je die renners maar één keer per jaar in handen hebt en amper drie dagen ziet", argumenteerde hij. De Cauwer houdt er een heel andere mening op na. "Ik ben een heel jaar met de profs bezig. Vanaf de eerste wedstrijd van het seizoen kijk ik naar ieder resultaat en prestatie van de Belgen en noteer dat. Ik heb al vroeg namen in mijn hoofd die in aanmerking komen voor een selectie. In de loop van het seizoen wijzigt dat lijstje nog wel tien keer. Voor Lissabon selecteerde ik vooral op prestaties. Volgend jaar in Zolder zal dat vooral in functie van het parcours gebeuren. Op die vlakke omloop zal ik rekening moeten houden met spurters."

Maar had De Cauwer wel veel in de pap te brokken bij de selectie? Het leek wel dat Lotto-sportdirecteur Jef Braeckevelt voor een stuk de selectie heeft gemaakt. "Ik vind het logisch dat ik mij laat adviseren door ploegleiders. Zij zijn een heel jaar met die renners op stap. Ik bel met Braeckevelt, met Lefevere, met ploegdokters en met verzorgers en mecaniciens om me te informeren over de conditionele paraatheid van renners. Ook de commentaren van renners zijn voor mij een goede bron. Renners zeggen veel. Onder elkaar en in dagbladen. Krasse uitspraken boeien me en ik houd daar rekening mee."

Nog onlangs kreeg de bondscoach wielrennen een aanbieding van een wielerploeg. Natuurlijk voelt hij zich geflatteerd. "Maar ik voel me goed in mijn vel bij de bond." Of durft De Cauwer het niet meer aan om aan het hoofd te staan van een professionele wielerploeg? Hij heeft heel veel meegemaakt als ploegleider. Alles gewonnen. De Ronde van Vlaanderen en de groene trui in de Tour met Eddy Planckaert. Parijs-Roubaix met Dirk Demol. De Tour en het wereldkampioenschap met Greg LeMond. Weinige ploegleiders kunnen zo'n erelijst voorleggen als De Cauwer tijdens die enkele jaren bij ADR. Maar tegelijkertijd heeft hij ook veel miserie gekend door sponsor François Lambert. De ploeg reed op hoog niveau, maar verkeerde in geldgebrek.

"Ik herinner me nog levendig het moment net na de Tour-winst van LeMond. Ik zat alleen met mecanicien Julien Devriese in de wagen en we werden afgeleid op de Champs Elysées. Tussen tenten en wagens van televisiestations hoorden we op de boordradio 'LeMond gagne le Tour'. Julien en ik vielen in elkaars armen en sprongen al juichend een gat in de lucht. We waren door het dolle heen. Maar nog geen minuut later legde Devriese zijn hand op mijn schouder en zei: 'Cauwerke, nu begint de miserie.' Inderdaad, toen realiseerde ik me pas echt dat de miserie begon. De dagen voordien had ik het al opgemerkt. De ene ploegleider na de andere stapte het hotel binnen om met LeMond te praten. Iedere keer dat ik er een naar de kamer van LeMond zag trekken, draaide mijn maag rond. Vandaag was ik de held en 's anderdaags was ik niemand meer.

"Ik had geen geld. In het voetbal gaat voor iemand met zo'n erelijst de poort van een topclub open. In het wielrennen niet. Hoewel, vandaag de dag gebeurt zoiets niet meer. Grote profploegen werken nu met een manager die voor het geld zorgt en zich om het administratieve luik van de ploeg bekommert. Ik ben geen manager of papierman. Ik ben een man van het terrein. Iemand die dicht bij de renners staat. Laat mij daarom maar bij de bond mijn contract tot 2004 uitdoen."

'Ik zie de oogjes van Frank Vandenbroucke nog flikkeren toen ik hem twee jaar geleden zijn trui met zijn naam op gaf. Hij bekeek ze, lachte en trok ze trots over zijn schouders'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234