Zaterdag 07/12/2019

'Sommigen zijn bang om naar het ouder- contact te komen'

'We mogen gerust wat meer engagement verwachten van allochtone ouders en nieuwkomers.' Onderwijs-minister Hilde Crevits (CD&V) ontketende deze week een storm van verontwaardiging. Raf Liekens ging kijken en luisteren op het terrein, in witte en gekleurde scholen.

Mijn zoon mocht tien kinderen uitnodigen voor zijn eerste verjaardagsfeestje. Hij had zijn vriendenlijst klaar, een heuse rangschikking. Vooral de top drie moést komen: zijn twee beste vriendjes en het meisje dat een beetje verliefd op hem was. Op nummer twee stond Karim, de enige moslimjongen in zijn klas.

Een dag later kwam hij beteuterd thuis. Karim had gezegd dat hij niet mocht komen van zijn ouders. Hij was de enige. Naar de reden van zijn afwezigheid hadden we het raden. Mijn zoon mocht een ander vriendje uitnodigen, maar een nummer elf kan geen nummer twee vervangen.

Het jaar nadien probeerden we het nog eens. Karim kwam weer niet. Was het omdat de ouders vreesden dat hij bij ons haram frituursnacks zou eten? Was er geen geld voor een cadeautje? We wisten het niet.

Op de kleuterschool van mijn neefje is er een gesluierde vrouw die haar kind 's morgens in de auto laat wachten tot de bel gaat. Pas daarna stappen ze uit. Tijdens het wandelen houdt de vrouw de ogen strak op de grond gericht. Oogcontact maken om haar te begroeten is onmogelijk. Ze schermt zich af. Vreest ze afkeurende blikken vanwege haar hoofddoek? En wil ze niet dat haar zoon nog even met andere kinderen kan spelen voor de les begint? We durven het niet te vragen.

Net zoals we de vriendelijke Rwandese papa op het voetbal van onze zoon niet vragen waarom hij nooit mee in de kantine komt. Vreest hij dat hij de conversaties niet kan volgen, door zijn gebrekkig Nederlands? Begrijpt hij het concept van 'een potje leggen' niet zo goed?

Mijn collega woont in de Brusselse rand. Ze vraagt zich af waarom de ouders van de drie Marokkaanse spelertjes nooit opdagen als er op verplaatsing wordt gespeeld? En waarom ze hun zonen afleveren op het spaghettifeest, zonder geld voor die spaghetti. Ze betaalt die met de glimlach voor die kinderen, want ze wil geen Vlaming in een hok zijn. Maar vragen stellen die mogelijk als een aanval worden opgevat: nee. We veronderstellen veel, dat wel. We veronderstellen zelfs wat 'hun' veronderstellingen zouden kunnen zijn. Maar al veronderstellend wordt de kloof niet kleiner.

Scheef bekeken

Op woensdagmiddag trotseren enkele ouders de regen aan de poorten van het Sint-Norbertusinstituut in Antwerpen, een concentratieschool voor lager en middelbaar onderwijs. "De uitspraken van minister Crevits?" Een Marokkaanse man hoort het in Keulen donderen. Hij kent Crevits niet. Meer betrokken zijn? Hij haalt de schouders op en doet een stap opzij.

"De Congolese vrouw naast hem wil wel wat kwijt. Deolinda heet ze, en ik schaam me omdat ik haar moet vragen dat even te spellen. "Wij zijn meer betrokken dan de meeste Vlaamse ouders. Ik heb nog nooit één oudercontact gemist. Ik werk fulltime, maar op woensdagnamiddag neem ik een halve dag vrij, zodat mijn kind me niet moet missen. De meeste autochtonen doen dat niet. Die steken hun kinderen na drie maanden in de crèche en de naschoolse opvang, omdat ze het zelf te druk hebben."

Ludovic Beuselinck is prefect en leerlingenbegeleider in het Sint-Norbertusinstituut. Hij ziet de betrokkenheid van ouders al jaren zachtjes afnemen, maar wijst erop dat ook 'witte scholen' daarover klagen. Ouders met een migratieachtergrond zijn niet minder betrokken dan autochtonen, maar hebben wel een andere aanpak nodig. "Die mensen hebben vaak geen lees- of schrijfcultuur", zegt Beuselinck. "Nota's of briefjes in de agenda, dat werkt niet meer. Je moet hen persoonlijk aanspreken of bellen.

"Ouders verstaan niet wat wij doen als school. En als ze de taal niet voldoende beheersen, durven ze soms niet naar oudercontacten komen, uit schaamte. Je kunt er ook niet omheen dat velen zich hier scheef bekeken voelen, door het racisme en de vooroordelen die ze ervaren. Als school proberen we ouders zo snel mogelijk op hun gemak te stellen, door hen voor het oudercontact al eens te bellen. Bij degenen die we niet te pakken krijgen, doen we huisbezoeken."

Bij taalproblemen zetten sommige scholen tolken in. Maria Vanherck, meer dan 25 jaar klastitularis en vertrouwensleerkracht in een beroepsschool in Mol, vond daar een gratis variant op. "Als allochtone ouders wegbleven van oudercontacten, gaf ik de leerlingen de boodschap mee dat een van hun broers of zussen gerust mocht meekomen naar het oudercontact om te tolken. Dat hielp meestal."

Ze heeft het gevoel dat sociale achterstelling een grotere rol speelt dan cultuurverschillen. Want ook sommige blanke ouders dagen nooit op. "Kansarme ouders willen niet elke keer met de slechte prestaties van hun kind worden geconfronteerd. Een blanke vader zei me ooit dat zijn dochter toch al een verloren zaak was. Die heb ik op zijn nummer gezet. Ik geloofde dat we zijn kind met intensieve opvolging en persoonlijke gesprekken op het juiste pad zouden krijgen. Dat meisje had gewoon een erg negatief zelfbeeld. Uiteindelijk draaide die vader bij. We beloofden elkaar te zullen bellen, telkens er wat misliep. Op het einde van het jaar was zijn dochter geslaagd en kwam hij me bedanken. Als ouders en leerkrachten samenwerken, is er veel mogelijk."

Girlpower

Tegenover het Sint-Norbertus ligt een Intercultureel Vrouwencentrum. De voorbereidingen voor het couscousmaal voor Vrouwendag zijn in volle gang. Coördinatrice Mieke Beckers nodigt ons uit voor een gesprek met een aantal vrijwilligsters die hier zelfverdedigingstechnieken, taalcursussen, computersessies en kinderopvang organiseren. Allemaal dragen ze een hoofddoek, allemaal spreken ze vlot Nederlands met Antwerpse tongval.

"Wij proberen kwetsbare vrouwen sterker te maken en zo een brug te vormen tussen ouders en scholen", zegt ze. "Vluchtelingen, nieuwkomers en allochtonen van de tweede en derde generatie komen hier om zich te ontplooien en vaardigheden aan te leren. Hun kinderen vangen we op in onze crèche. Eerlijk: ik heb hier nog geen énkele moeder gezien die niet het beste wil voor haar kind. Ze zijn allemaal betrokken. Vraag het hen zelf."

"Wat Crevits heeft gezegd, klopt maar voor een heel klein deel van onze gemeenschap", zegt zumbalerares Farida. "Sommige ouders willen wel, maar hebben een zetje nodig. Ze durven soms niet naar oudercontacten komen uit schrik om zich belachelijk te maken. Je wilt daar niet onnozel zitten knikken en buitengaan met het gevoel dat je maar de helft hebt begrepen."

Faouzia, die een opleiding volgt als opvoedster, trok grote ogen tijdens haar stage in een school in Borgerhout. "De juf klaagde erover dat vijf allochtone kinderen in haar klas dyslexie hadden. Tijdens een toets zag ik hen met hun vinger van rechts naar links lezen, zoals in het Arabisch. Die juf had hen niet eens geleerd dat we in het Nederlands in de andere richting lezen. Na een oudercontact zei ze dat die allochtone ouders zo onbeleefd waren: 'Ze drinken niet eens een kop koffie'. Hallo, het was ramadan!"

De vrouwen schateren het uit. Er volgen nog voorbeelden. Dat sommige leerkrachten boos worden omdat kinderen met een migratieachtergrond hen niet aankijken als ze hen tot de orde roepen, bijvoorbeeld. "Die nederigheid is hen thuis aangeleerd, als teken van respect voor de ouders."

Faouzia is hier een rolmodel. Ze heeft negen kinderen, getrouwd op haar zeventiende, middelbare school nooit afgemaakt. Drieëntwintig jaar lang zat ze thuis. Tot ze drie jaar geleden opnieuw ging studeren. "De eerste dag dat ik naar hier kwam, voelde het alsof ik mijn huis in de steek liet. 's Middags ben ik gaan controleren of het niet was afgebrand. Maar nu ik de draad van mijn leven weer heb opgepikt, voel ik me bevrijd. Waarom ik thuis zat? Om negen kleine kinderen op te voeden. Ik wist ook niet dat er zoiets bestond als tweedekansonderwijs."

Saloua trouwde op haar zeventiende. Na de geboorte van haar vier kinderen, hervatte ook zij haar studies. Ze werkt nu in het centrum als coach en geeft opvoedingsondersteuning. "Ik was niet akkoord met Crevits", zegt ze. "Maar je wordt die vooroordelen gewoon. Laatst riep iemand dat ik het straatbeeld verpestte met mijn sjaal. Het lag er vol zwerfvuil, maar ík ben de verpester?"

De vrouwen zijn er allemaal van overtuigd dat hun kinderen harder moeten vechten, door alle drempels die er voor hen liggen in de maatschappij. "We willen onze kinderen sterker en zelfverzekerder maken", zegt Saloua, "zodat ze die drempels kunnen overwinnen. Met hun moeders doen we hetzelfde. Ze komen hier sporten en zien dat andere vrouwen opnieuw gaan studeren of zich nuttig maken als vrijwilligster. Daardoor wordt het makkelijker om hun mannen te overtuigen dat zij ook willen buitenkomen. Als ze nieuwe dingen leren, staan ze sterker om de schoolprestaties van hun kinderen op te volgen."

Mieke Beckers besluit: "De kracht van verandering komt niet van het beleid, maar van onderuit. Dat zie ik hier elke dag."

Minderwaardigheidscomplex

Tijd om er de wetenschap bij te halen. Over één ding is iedereen het eens: de schoolprestaties van leerlingen met een migratieachtergrond moeten beter. Het PISA-onderzoek toont aan dat de kloof tussen autochtone leerlingen en leerlingen met een migratieachtergrond, zelfs van de tweede en derde generatie, nergens in Europa groter is. Maar dat de grote oorzaak een gebrek aan engagement bij hun ouders zou zijn, werd deze week door onderwijsspecialisten als Piet Van Avermaet (UGent), Els Consuegra (VUB) en Orhan Agirdag (KU Leuven) ontkend.

Ze verwijzen onder meer naar de grootschalige Validiv-studie, die werd uitgevoerd tussen 2012 en 2015, bij 67 basisscholen in Gent, Brussel en de Limburgse mijngemeenten. Resultaat: geen significante verschillen in betrokkenheid tussen etnische groepen.

"Als het aan de ouders ligt, waarom doen allochtone jongeren in Nederland het dan zoveel beter op school?" vraagt Agirdag. "De oorzaken hebben meer te maken met het schoolsysteem. Waar blijft de onderwijshervorming die het watervalsysteem en het hoge aantal zittenblijvers aanpakt? Waarom hebben de moeilijkste scholen het grootste verloop en het meest onervaren lerarenkorps? Dat de minister van Onderwijs die zaken eens aanpakt, in plaats van één groep te viseren."

Agirdag erkent dat er een sociaal-culturele kloof is tussen scholen en sommige ouders. Zijn oplossing: een diverser lerarenkorps met meer respect voor diversiteit en meertaligheid. "Dan voelen meer ouders zich welkom op de school en krijg je vanzelf meer engagement. Vandaag is de school nog te veel een plek waar de blanke middenklassencultuur als 'normaal' geldt."

In zijn metastudie Visible Learning (2009) bracht de Nieuw-Zeelandse onderwijsprofessor John Hattie de resultaten van meer dan 700 onderzoeken samen en bewees hij dat ouderbetrokkenheid wel degelijk effect heeft op de schoolprestaties. (Verrassend: huiswerk bleek amper effect te hebben.) "In die zin had Crevits gelijk", zegt Van Avermaet. "Maar ze had verbindend moeten spreken, in plaats van te polariseren."

De Gentse professor stelt dat problemen met ouderbetrokkenheid 'vooral langs sociale lijnen' loopt. Al betekent dat niet dat kansarmen niet bekommerd zijn om hun kind. Hij plaatst ook vraagtekens bij de oproep van Bart Somers om oudercontacten te verplichten.

"Uit de studie van Hattie blijkt dat die soms contraproductief werken. In kansarme kringen ontwikkelen sommige ouders daar een aversie voor. Ze brengen slechte herinneringen naar boven. Die ouders hebben vaak zelf geen succesvolle schoolcarrière beleefd en zitten tegenover zo'n leraar met een minderwaardigheidscomplex. Als ze dan wéér 'een saus' over zich heen krijgen, omdat hun kind het niet goed doet, keren ze zich af van de school. Ze missen meestal ook de vaardigheden om hun kinderen bij te staan. Ze durven niet te vragen wat er in de agenda staat, omdat ze bang zijn dat ze het zelf niet begrijpen."

Van Avermaet ziet wel dat scholen inspanningen doen om hun communicatie met de ouders te verbeteren: met informele babbels aan de schoolpoort, koffie- en theemomenten en tolken op oudercontacten. "Laat taal toch geen barrière zijn. Het gaat om de kansen van die kinderen. Er is meer inlevingsvermogen nodig. De meeste onderwijzers komen uit de blanke middenklasse en kennen de leefwereld van kansarmen niet. Ze moeten empathie tonen, en ook de goede kanten van kwetsbare kinderen benoemen. Dat kan al wonderen doen. Soms horen die ouders daar voor het eerst eens iets positiefs over hun kind."

Wouter Duyck, cognitief psycholoog aan de UGent, heeft bedenkingen bij dat pleidooi. "Natuurlijk kan het helpen als scholen meer inspanningen doen. Maar leraars dienen in de eerste plaats om les te geven, niet om maatschappelijke problemen als armoede of gebrekkige integratie op te lossen met informele koffiekransjes en huisbezoeken. Veel leraars zijn nu al overbevraagd. Er mag toch een minimale inspanning gevraagd worden van de ouders? Ik ken leerkrachten die in de moeilijke Gentse wijk Meulebeek op huisbezoek gaan en voor een gesloten deur blijven staan, hoewel de mensen duidelijk thuis zijn. Het moet van twee kanten komen."

Blote billen

En wat met het Turkse jongetje dat als enige zijn kat stuurt naar een verjaardagsfeestje? Of ouders met een migratieachtergrond die elk contact met autochtonen weigeren? Agirdag reageert geprikkeld. "Ik werk niet op basis van anekdotiek." Is dit dan geen realiteit in een stuk van Vlaanderen? "De studies zeggen van niet. Er zijn dubbel zoveel autochtone kinderen die geen allochtone vrienden hebben dan andersom. Interetnische contacten zijn natuurlijk goed. Maar het is niet omdat een Turkse jongen Vlaamse vrienden heeft dat zijn onderwijsprestaties zullen verbeteren en alle bestaande onderwijsproblemen opgelost zijn."

Duyck noemt het verjaardagsfeestje een typisch fenomeen en vindt wél dat er een probleem is met sommige ouders met een migratieachtergrond. "Ik begrijp dat mensen zich geschoffeerd voelden door de uitspraken van Crevits, maar op sommige vlakken had ze wel een punt."

Duyck vraagt zich af hoe de betrokkenheid van ouders gemeten werd in de studies die zijn collega's aanhalen. Hij noemt twee elementen van meetbaar engagement: kleuterparticipatie en Nederlands als thuistaal. "Agirdag en co. minimaliseren het belang van taal. Onterecht. Allochtone kinderen met Nederlands als thuistaal doen het de helft beter dan kinderen met een andere thuistaal. In Antwerpen spreekt 40 procent van de leerlingen thuis geen Nederlands, in Gent is dat 10 procent van de kleuters. Het PISA-onderzoek toont aan dat die kinderen drie keer minder naar de kleuterschool gaan. En wie het kleuteronderwijs overslaat, heeft 48 procent minder kans om later een elementair niveau wiskunde te beheersen. Zo hypothekeren allochtone ouders zelf de kansen van hun kinderen."

Duyck vindt niet dat scholen krampachtig moeten optreden als kinderen op de speelplaats een mondje Turks praten. Maar hij pleit er wel voor om ouders te stimuleren om het Nederlands in de thuissituatie te integreren. "Als ze de taal zelf niet beheersen, kunnen ze op z'n minst zorgen dat hun kinderen onder elkaar Nederlands praten, en naar Ketnet kijken in plaats van naar Turkse of Arabische zenders."

Pubergedrag

In het Sint-Norbertusinstituut zorgen cultuurverschillen ook weleens voor problemen bij turn- en zwemlessen. "Bij ons geven sommige leerkrachten de zwemlessen na drie à vier jaar gewoon op, wegens te veel drama", zegt de prefect. "We zijn nochtans tolerant: leerlingen mogen surfshorts en shirts met lange mouwen over hun badpak dragen. En leggings onder hun turnshort. Toch blijven sommigen weigeren.

"Als je dat meldt aan hun ouders, zeggen die dat hun kind gerust mag mee zwemmen en turnen. Die tieners misbruiken hun geloof als een excuus. Als je doorvraagt, blijkt dat ze gewoon niet graag sporten, bang zijn van water of zich schamen voor hun billen. Een laag zelfbeeld is vaker de oorzaak dan radicale ideeën."

Dat wordt bevestigd door een lo-leerkracht uit Brussel die haar naam niet in de krant wil. "Ik sta nu in een concentratieschool, maar heb ook ervaring in witte scholen op het platteland. Daar pasten leerlingen voor de zwemles, omdat ze buikpijn hadden, ongesteld waren of hun benen niet hadden geschoren. Hier roepen moslimleerlingen hun geloof in. De excuses verschillen, de echte reden is dezelfde: geen zin. Als je gewone zwemlessen geeft, blijft meer dan 20 procent thuis. Ga je naar een waterpretpark, dan ligt de aanwezigheid plots een stuk hoger. Dat zegt genoeg. Kinderen van de derde en vierde generatie zijn veel westerser dan je denkt, of ze nu thuis Nederlands spreken of niet."

Aan het Sint-Norbertusinstituut steekt een man de straat over. Ik herken hem als de Marokkaan die daarstraks niet wilde reageren. Glimlachend overhandigt hij de felkleurige paraplu die fotograaf Jonas even was vergeten. "Alstublieft", zegt hij, gevolgd door een hartelijke hoofdknik. En weg is hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234