Vrijdag 30/07/2021

'Sommige van mijn personages hoor ik praten tijdens het typen'

Voor Saskia De Coster (38) zijn haar personages echte mensen en wanneer een boek af is, nodigt ze hen uit op de koffie. 'Ik wil een heel universum bevolken. Dat doe je niet door iedereen zo maar af te danken.'

"Schrijven is een beetje verdwijnen en dat vind ik heerlijk", zegt Saskia De Coster. De schrijfster zit aan het bureau van collega Stefan Hertmans, op wiens huis ze met haar vriendin past terwijl hij op vakantie is. In de kleine straat tussen de bomen lijken voorbijgangers op een hand te tellen. Hertmans' werkkamer heeft wanden die van onder tot boven bedekt zijn met boeken, filosofen die De Coster gezelschap houden tijdens het werk.

"Het is heel intensief en dat zie je ook aan mijn haar en de belachelijke kleren waarin ik nu rondloop", gebaart ze naar haar verschijning en lacht. Het is al veertien jaar geleden dat de schrijfster debuteerde met Jeuk. "Een verhaal dat toevallig uitgroeide tot een boek."

Terwijl de figuren in haar eerste boek nog mythische wezens leken (een reuzin en een jongen met elastische ledematen) en in haar tweede roman Jeuk sprookjesprinsen werden, evolueerden haar personages steeds meer tot herkenbare mensen van vlees en bloed. De Coster geeft toe dat ze de geesteskinderen nodig heeft om te kunnen schrijven.

De Coster: "Ik zal nooit enkel ruimtes beschrijven, of via een uitbreiding van mijn ego aan het vertellen slaan. Personages zijn de tandwielen van mijn verhaal. Ze hebben tandjes waarmee ze in elkaar vasthaken en elkaar voortstuwen.

"Vladimir Nabokov zei ooit: 'Als schrijver zit je voor een schaakbord en je personages zijn de pionnen die je van plaats verandert.' Hij liet uitschijnen dat schrijven een heel eenvoudig spel is, waarbij je verschillende zetten kunt doen, maar altijd bij dezelfde uitkomst eindigt. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Voor mij zijn de toon, de sfeer en de visie achter een verhaal even belangrijk. Ik probeer altijd een bepaalde tijdgeest te vatten in mijn boeken en zal dus nooit zomaar de psychologie van een bepaald personage uitdiepen omdat ik dat zo interessant vind.

"Op die manier zijn er een eeuw geleden al heel veel boeken geschreven. Dit is een beetje het probleem van de moderne literatuur. Auteurs spelen op veilig en schrijven op een manier die in het verleden al gelezen en goedgekeurd is. Er zijn veel boeken die nu geschreven worden maar net zo goed vijftig jaar geleden het levenslicht hadden kunnen zien.

"Neem nu Stoner, een overigens zeer mooi boek, maar wel een voorbeeld van gestolde literatuur zonder hedendaagse urgentie. Schrijvers die dit pad volgen voeren een mannelijk hoofdpersonage op dat het niet echt onder de markt heeft. Hij is een verstild type, een binnenvetter die geen al te beste relatie onderhoudt met zijn vrouw. Plots komt er iets uit de lucht gevallen, als een soort van deus ex machina, dat zijn gestolde leventje komt verstoren. Zo stoot hij bijvoorbeeld in de supermarkt met zijn karretje tegen dat van een jong poppetje en met de klap van de karren krijgt hij een coup de foudre van jewelste. De rest van het verhaal gaat dan over hoe hij zich daarbij voelt en hoe hij ermee omgaat.

"Dat soort romans kunnen meesterlijk geschreven zijn, maar als schrijvers willen dat de literatuur de 21ste eeuw overleeft, moeten we meer gaan schrijven over het hier en nu. Schrijven over wat er komt en welke mogelijkheden er open liggen, in plaats van terug te keren naar een hoopje miserie van vroeger."

Komt dat niet omdat veel schrijvers nu eenmaal iets oudere binnenvetters zijn?

"Mogelijk, er hangt een soort aura rond dat personage: de man die niet helemaal in zijn omgeving past met zijn gepommadeerde snorharen. Als ik dat lees denk ik: fuck, waar gaat dit eigenlijk over? Ik zou nooit een boek schrijven waarbij ik op research moet naar een Duits stadje in 1955 waar een schooljongen op een dag van zijn meester een boek krijgt en daar dertig jaar later nog eens in bladert en zijn leven overschouwt."

Zijn er personages die wel steeds in uw werk blijven opduiken?

"Bij het schrijven van Wij en ik merkte ik dat ik de toon van het personage Mieke instant beet had. Ze is een neurotische kip en dat soort personages zijn net ajuinen. Op het eerste gezicht zie je een cliché, maar gaandeweg kun je ze gaan pellen en worden ze rijker. Ik heb wel een voorkeur voor neuroten, maar ik doe mijn best mijn geesteskinderen nooit te dupliceren. Het zou ook niet sympathiek zijn tegenover Mieke, mocht er in mijn nieuwe boek plots een 2.0.-versie van haar verschijnen."

U houdt rekening met de gevoelens die personages tegenover u koesteren?

"Ik zie ze als bestaande figuren. Een boek vormt slechts een hap uit het hele zijn van die karakters. Ook buiten het verhaal hebben ze bestaansrecht. Ik wil hun leven van voor de roman kennen en hoe ze leven daarbuiten, ook al komt dat niet per se in het boek. Om me in hun leefwereld te verdiepen, maak ik tekeningen van hen.

"Met Inne Eysermans van Amatorski maakte ik een voorstelling voor Theater aan Zee over de avonturier Heinz, die ook opduikt in mijn nieuwe boek. Die performance is voor mij een van de manieren om hem beter te leren kennen."

Wat gebeurt er met uw creaties wanneer het boek af is?

"Die nodig ik zo nu en dan nog eens uit op de koffie. Ik onderhoud de contacten, maar die zijn veel minder intens dan wanneer ik aan het boek schrijf. Toch blijft het belangrijk, netwerken met je personages. Ik weet dat ze bestaan en ik wil ze respecteren. Ik wil een heel universum bevolken en dat doe je niet door iedereen zo maar af te danken."

Vertrekt u bij het schrijven vanuit een sfeer of een personage?

"Vanuit sfeer. Wij en ik bijvoorbeeld speelt zich af in het rechtse verkavelingsmilieu. Ik besliste op voorhand dat ik die wereld wou binnenstappen en blootleggen, eerder dan te vertrekken vanuit mijn personages waarvoor ik een setting zocht om hun verhaal aan op te hangen.

"In mijn tweede boek, Jeuk is het decor een sprookjesachtige, abstracte setting, met protagonisten en antagonisten die haast archetypes zijn. Ik zocht naar een antwoord op de vraag: hoe gaan mijn figuren zich in dit soort ruimte gedragen? Dat speelveld bepalen is misschien wel het leukste aan schrijven.

"Moeilijker vind ik de point of view bepalen. Die verandert vaak tijdens het werken, omdat je je verhaal er totaal mee kunt om- gooien. In Eeuwige roem koos ik voor een wij-verteller. Doorgaans is dat een stem met autoriteit die het landschap overschouwt, maar in Eeuwige roem wist hij niets. In de loop van het boek gingen ook de tulpen en de schildpadden praten. Doordat ik die roman met zo'n ruim perspectief schreef, kon alles en iedereen tot leven komen. Dat paste bij de lichtvoetige toon die ik het boek wou meegeven.

"InWij en ik heeft de wij-verteller een heel andere functie. Daar is het niet echt een vertelstem, maar eerder een gids die het gordijn voor de lezer even oplicht."

Hoeveel van uzelf of uw eigen omgeving verwerkt u in uw boeken?

"Onder mijn oeuvre sluimert een soort biografie, maar die valt voor anderen niet te de- coderen. Voor mij vormen mijn boeken wel referenties. Wanneer ik aan een gebeurtenis terugdenk, link ik die niet aan een jaartal, maar aan een bepaald boek. Er kruipt ongewild veel van jezelf in. Zo is Eeuwige roem een heel optimistisch boek. De vreugde spat van de pagina's, maar tijdens het schrijven ging ik door een moeilijke periode. Achteraf blijkt die roman dan toch een soort toevluchtsoord. Die reflex heb ik eerder dan mijn frustraties af te reageren via een klootzak van een personage.

"Uiteraard vertrek je als schrijver ook van dingen die je kent. In Wij en ik duiken er wel wat situaties op waarvan de kiemen in mijn herinneringen zaten. Als de politie bij Mieke aanbelt om haar het overlijden van haar man te melden, is er toch nog altijd een deel van haar dat denkt: oeioei, politie voor mijn deur, hoe krijg ik die hier zo rap mogelijk weg?'

"Soms duiken er ook eigen herinneringen op die je triggeren. Heinz, de protagonist van mijn nieuwe boek, is gebaseerd op een oom van me, van wie ik oude cassettes terugvond.

"Soms vertellen mensen mij verhalen in de hoop dat ik ze ga gebruiken. Of willen ze dat ik hun biografie schrijf. Ik krijg ook wel eens wat doorgestuurd, soms van halvegaren die denken dat ze me het gouden ei overhandigen, maar als schrijver kun je niets met die vragen. Zij verwachten een weergave van de realiteit, als schrijver kan ik er alleen iets helemaal anders van maken."

Heinz heeft een stem, want u verwerkte hem in de voorstelling met Inne Eyser- mans. Hoe zit dat bij andere personages?

"Ze hebben elk een eigen timbre en er zijn er zelfs die ik hoor praten tijdens het typen. De meesten spreken een of ander dialect, maar dat schrijf ik nooit zo op. Stemmen zijn voor mij enorm aantrekkelijk, los van het inhoudelijke. Dat buitentalige gevoel van een karakter vatten vind ik belangrijker dan zijn woorden."

Er staat inderdaad weinig dialoog in uw boeken.

"Omdat ik dat moeilijk vind. Stel dat wij een gesprek op een terras zouden neerschrijven. Drie vierde daarvan zal vervelend zijn, en een vierde niet-talig. Die dialogen met 'ge zegt of gij denkt' vind ik gemakkelijkheidsoplossingen. Net als, om eens modern te doen, sms-conversaties uit te schrijven. Dat maakt je schrijfsels niet hedendaags. Die eigentijdsheid bevindt zich meer op een onbewust niveau.

"Bijvoorbeeld: hier (in Dworp, CVH) krijg je bij het joggen om de drie meter een waakhond in je kuiten. Dat zegt meer over deze tijd dan een conversatie van buren bij de brievenbus.

"Gewone dialogen vind ik vaak redelijk inwisselbaar. Dan hou ik meer van de uitgepuurde vorm. In Wij en ik zit een gesprek tussen Mieke en de klastitularis. Wat ze zeggen blijft op de vlakte, maar wat tussen de regels gebeurt, maakt het interessant. Mieke kijkt vanuit haar kuisobsessie naar de vrouw te-genover haar. Ze vindt die titularis zo antipathiek dat ze in haar ogen de gaatjes van een afvoer ontwaart. Zo werkt ze haar frustraties op haar uit, niet met haar woorden. De dialoog is wat er aan de oppervlakte dobbert, daaronder schuilt het zware geschut."

Hebt u een favoriet personage in de literatuur?

"Virginia Woolf blijft een van mijn iconen. Neem nu Mrs. Dalloway. De manier waarop Woolf haar hele boek rond het personage van die vrouw heeft opgehangen: meesterlijk. Je hoeft maar een pagina open te slaan en je zit recht in haar hoofd. Alle andere figuren zijn satellietjes die rond haar zweven. Het boek straalt ook de rijkdom van het leven uit, met al zijn licht- en schaduwkanten. We kijken allemaal naar de wereld vanuit ons eigen hoofd en als je als schrijver iemand door andere ogen kan doen kijken, werkt dat bevrijdend. Zo schrijven vind ik diep menselijk, maar wel op een literair hoogstaande manier.

"Een andere favoriet blijft Humbert Humbert van Lolita, dat is een rotvent, maar Nabokov schreef hem met zoveel zelfspot en mededogen neer dat hij een geweldige aanwinst vormt voor de literatuur. Met dat boek werd een steen verlegd."

Is het de taak van schrijvers om de geest van iemand te doorgronden rond wie een taboe hangt?

"De literatuur moet de grenzen van de moraal onderzoeken. En dan heb ik het niet over seks met paarden of zo, want dan wil je als schrijver gewoon choqueren om te choqueren.

"Humbert lijkt van ver bekeken niet meer dan een viezerik, maar het hele boek is één grote verleidingstruc waar je als lezer nog in-trapt ook. Die techniek pas ik ook toe bij Dit is van mij. Je gaat als lezer mee in de slachtofferrol van de protagonist, terwijl hij de dader is."

Bestaan er nog wel taboes?

"Taboes zijn als virussen, ze muteren constant zodat het moeilijk is er grip op te krijgen. Doordat we zo dicht op elkaar gepakt wonen, is bijvoorbeeld anonimiteit een taboe aan het worden. Wat we ook zeggen, er lijkt altijd wel iemand mee te luisteren. De Duitse inlichtingendiensten gebruiken sinds kort weer een mechanische typemachine.

"In de setting van mijn nieuwe boek prop ik een hele hoop mensen bij elkaar. Sommigen gedijen daarin, anderen gaan eraan kapot.

"De reacties op Kristien Hemmerechts' boek De vrouw die de honden te eten gaf zijn ook een uiting van onze hedendaagse taboes. Als publiek zeggen: 'Je mag niet in het hoofd van Michelle Martin stappen, want dan impliceer je dat ze een mens is', vind ik verkeerd. Ik oordeel niet over het boek zelf, maar het uitgangspunt - hoe kan een vrouw zoiets doen? - is interessant. Op voorhand het boek afschieten omdat je bepaalde vragen uit de weg wilt gaan, vind ik bekrompen en moralistisch."

BIO

Saskia De Coster

debuteerde in 2002 met Vrije val. Twee jaar later volgde het sprookjesachtige Jeuk. In 2006 verscheen Eeuwige roem. Verder schreef ze Held (2007) en Dit is van mij (2010). Haar nieuwste boek, Wij en ik, kwam in 2013 uit. De Coster stond verschillende keren op de longlist van de Gouden Uil en de AKO- literatuurprijs.

Ze schrijft ook columns voor De Morgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234