Woensdag 29/01/2020

Sommige machthebbers hadden wél smaak

In tegenstelling tot de Kadhafi's, Mobutu's en Saddam Hoesseins van deze wereld, waren er in het verleden heersers - al dan niet dictatoriaal - die meer smaak hadden en indrukwekkende kunstcollecties aanlegden.

Sint-Petersburg is ongetwijfeld het grootste kunstwerk dat een heerser ooit liet ontwerpen. De stad werd in 1703 gesticht door de Russische tsaar Peter de Grote (1672-1725), die weg wilde uit het muffe Moskou en een grootse nieuwe hoofdstad schiep met monumentale paleizen en brede boulevards. De stad kreeg ook zo'n veertig grachten, Peter de Grote was immers een fan van Amsterdam. Op reis door Nederland in 1697 kocht hij zijn eerste werken van Rembrandt en andere Hollandse meesters en trok kunstenaars aan om in Rusland te werken. Zo legde hij de basis voor een rijke verzameltraditie.

Een van zijn opvolgsters, tsarina Katharina de Grote (1729-1796), was niet alleen een verwoed verzamelaarster - haar collectie telde meer dan vierduizend stuks - ze was ook de stichtster van de Hermitage, nog altijd een van 's werelds belangrijkste musea, ondergebracht in het Winterpaleis in Sint-Petersburg.

Bij elke veiling in Europa was een agent van Katharina aanwezig om topstukken te kopen. Zo kwamen in 1764 werken van Rembrandt, Frans Hals en Rubens in haar bezit. Ook daarna bleef de Hermitage groeien. Zo liet tsaar Nicolaas I in 1850 kunst kopen in Nederland toen de collectie van koning Willem II geveild werd.

Het museum bezit nu zo'n drie miljoen kunstvoorwerpen maar kan er zelf slechts 5 procent van tentoonstellen. Regelmatig worden delen van de collectie in de Amsterdamse Hermitage getoond.

De Hermitage is niet de enige vorstelijke kunstcollectie die de basis werd van een museum. Het Prado in Madrid kon profiteren van de aankopen van de Spaanse koningen. Zo was Filips II verzot op Jeroen Bosch, Karel V had Titiaan als hofschilder en Filips IV nam Velazquez in dienst en vroeg Rubens om het jachtslot Torre de la Parada in de buurt van Madrid (1636-1638) te decoreren met zo'n zestig schilderijen.

De Antwerpse barokmeester Rubens (1577-1640) leverde diensten aan zowat alle Europese vorstenhuizen. Hij werkte ook voor de Engelse koning Karel I, bij wie Antoon van Dyck dan weer hofschilder werd. Rubens schilderde zelfs een hele cyclus voor de Franse koningin Maria de Medicis, die nog altijd in het Louvre te zien is.

Ook de toenmalige pausen gaven blijk van smaak. Tussen 1508 en 1512 liet paus Julius II Michelangelo de Sixtijnse kapel beschilderen, niets minder dan een mijlpaal in de westerse kunstgeschiedenis. Michelangelo's tijdgenoot en rivaal Rafaël was dan weer verantwoordelijk voor de Stanza della Segnatura (1508-1511) met fresco's waaronder de wereldberoemde School van Athene, een opdracht van paus Julius II.

Ook toen al waren er spanningen. De Italiaanse schilder Caravaggio (1571-1610) lag constant overhoop met zijn kerkelijke opdrachtgevers omdat hij te radicaal was. Hij haalde zijn inspiratie én zijn modellen van de straat en dat zinde de hoogwaardigheidsbekleders niet - of wat dacht u?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234