Dinsdag 19/11/2019

Solliciteren met scanner: fictie of feit?

Voor Wim Verbeke levert een kijkje in het brein bruikbare inzichten voor de arbeidsmarkt. Maar de neuro-economie is een jonge richting. Er zijn dan ook nog heel veel onzekerheden

Thierry Debels over persoonlijkheidstesten op basis van neurotransmitters

Thierry Debels is econoom en schreef over de neuro-economie in De belegger ont(k)leed@4 DROP 2 OPINIE:Terwijl de meeste kandidaten nog steeds via 'ordinaire' psychologische testen worden gescreend en 'klassieke' assessments afleggen, zou die procedure binnenkort wel eens voorgoed verleden tijd kunnen zijn. Een eenvoudige bloedafname of een hersenscan (DM 29/8) zou volgens sommigen volstaan als test. In het bloed zitten immers zogeheten neurotransmitters zoals dopamine en serotonine. Op basis van de hoeveelheden van deze stoffen kan dan een duidelijk profiel geschetst worden van de werknemer. En iemand die wil doorgroeien als sales manager, maar een te laag dopaminegehalte heeft, kan het wel schudden.

Wetenschappers gaan er steeds meer van uit dat bepaalde eigenschappen gelinkt zijn aan dergelijke chemische stoffen of neurotransmitters. Zo zijn personen die telkens op zoek gaan naar een nieuwe sensatie gekenmerkt door een hypergevoeligheid van de neuronen aan dopamine. Volgens neurobioloog Bob Cloninger kun je zelfs een volledig psychologisch profiel van een persoon uittekenen op basis van de aanwezigheid van drie eenvoudige stoffen in het bloed of de urine. Olivier LeBon, psychiater van het Brusselse Brugmannziekenhuis bevestigt dat deze techniek effectief gebruikt wordt om 'pathologische en ook niet-pathologische gedragingen te karakteriseren'.

Volgens Cloninger, neurobioloog aan de Washington University School of Medicine, is het temperament van elke persoon gebaseerd op drie elementen: de zoektocht naar nieuwe ervaringen, de inhibitie (het vermijden van pijn) en de sociabiliteit (de afhankelijkheid van de beloning). Elk element wordt volgens hem beheerst door een chemisch element of neurotransmitter. Dat zijn respectievelijk dopamine, serotonine en noradrenaline.

Cloninger neemt aan dat de hoogte van de drie stoffen hoog, gemiddeld of laag is. Uit de combinatie van die drie mogelijkheden kunnen dan weer 27 temperamenten samengesteld worden. Zo is iemand met een laag dopamineniveau, een laag serotonineniveau en een hoog noradrenalineniveau volgens Cloninger 'blij, goedgemutst, optimistisch, naïef, praatziek, opschepperig'. Iemand met een compleet tegengesteld chemisch rapport is dan ook 'gesloten, gestresseerd, angstig, onbeslist, schipperend'.

Dokter Michel Hamon is een heftige tegenstander van deze techniek. Vooreerst is het gehalte aan stoffen niet stabiel. Zo varieert de hoeveelheid dopamine of serotonine in functie van de fysieke activiteit, het type voedsel of de inname van medicijnen. Bovendien is er de gekende bloed-hersenbarrière. Dat betekent dat de stoffen die in de bloedbaan zitten geen correcte weergave zijn van wat er zich in hersenen afspeelt. Kortom, hij vindt een bepaling van eigenschappen op basis van een bloedproef dan ook op zijn minst voorbarig.

Een wetenschapper die mogelijk nog kritischer is, is David Healy. Healy is hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Cardiff. Hij bestudeert al minstens een decennium de neurotransmitter serotonine, meer bepaald bij depressieve mensen. De onderzoeker beweert dat de stelling dat onze emoties bepaald worden door het serotoninegehalte in ons bloed of onze hersenen veel te simplistisch is en dan ook onhoudbaar is. Je zou volgens Healy de stelling net zo goed kunnen omdraaien: de emotie bepaalt het niveau aan neurotransmitters.

Volgens de onderzoeker zijn er minstens aanwijzingen dat het inderdaad om een tweewegsrelatie gaat. Kortom, Healy kaart in zijn bestseller Let them eat Prozac vooral de onzinnige 'biopraat' aan die volgens hem de 'psychopraat' uit de jaren zestig en zeventig (sensitivity trainingen!) heeft vervangen.

Hoogleraar sales- en accountmanagement Wim Verbeke is formeel: "Over tien jaar wordt voor alle beroepen geselecteerd via fMRI", doceert hij in Het Financieele Dagblad. Verbeek is zo overtuigd van zijn gelijk dat hij zelfs een bedrijfje oprichtte 'om mensen met een fMRI-scan te helpen een beroep te kiezen'.

Ook in het artikel in De Morgen verdedigt hij de techniek en vergelijkt hij zijn dure hersenscan zelfs met een 'cholesteroltest'.

Verbeke is duidelijk aanhanger van de neuro-economie. Deze nieuwe richting combineert neurologie en (onderdelen van de) economie. Onderzoekers kijken rechtstreeks naar de hersenen van de proefpersonen via een fMRI (functional magnetic resonance imaging) op het eigenste moment dat ze bepaalde keuzes maken of specifieke beslissingen nemen.

Neuro-economie is evenwel nog maar enkele jaren oud. Het bewijs: in 2002 werd de allereerste conferentie georganiseerd aan de universiteit van Minnesota. In 2006 belichtte ik de richting in mijn boek De belegger ont(k)leed. Er zijn dan ook een aantal zaken die geleidelijk duidelijk worden. Maar er zijn vooral nog heel veel onzekerheden. Een normaal fenomeen overigens voor een erg jonge wetenschapstak.

Niet zo voor Verbeke. Volgens de man levert een kijkje in het brein zeer zeker bruikbare inzichten voor de arbeidsmarkt. Zo stelde hij via de scanner vast dat sommige verkopers niet zo goed zijn in het inschatten van de intenties van de klanten. Hij nam eerst een 'staal' van 130 verkopers en selecteerde dan op basis van vragenlijsten de zeven beste en slechtste verkopers. Waarbij een goede verkoper een hoog empathisch of inlevingsvermogen heeft.

Die veertien verkopers werden dan in de scanner 'blootgesteld aan verschillende impulsen en situaties'. Volgens de onderzoeker blijkt dan dat 'heel wat verkopers licht autistische trekjes vertonen, oftewel niet goed in staat zijn in te schatten wat in anderen omgaat'. Daarvoor hoef je deze verkopers niet in een dure scanner te steken. Dat sommige verkopers niet echt empathisch zijn, is toch algemeen geweten?

Ook de hoeveelheid dopamine is voor de docent van groot belang: verkopers die meer dopamine aanmaken als ze meer producten verkopen, zijn volgens hem kortetermijndenkers. Verbeke besluit - op basis van zijn onderzoeksresultaten - dat de mens veel minder flexibel is dan we denken. "Het is gewoon hard-wired", vertelt hij aan de redacteur van Het Financieele Dagblad. Toch zou Verbeke zichzelf nooit laten testen via zijn eigen onderzoek: "Ik zou mij zelf nooit voor een werkgever in de scanner laten leggen." Vreemd.

Andere onderzoekers stellen dat het nog veel te vroeg is om zulke drastische conclusies te trekken. Hersenonderzoeker David Van Essen vergelijkt sommige huidige neurowetenschappers met de vroegere frenologisten. Ook die laatsten wilden elke eigenschap verbinden met een plaats op de schedel.

Nikos Logothetis van het Max Planck Instituut waarschuwt dan weer dat de betrouwbaarheid van fMRI-scans overroepen wordt. Het gevolg is een overgesimplificeerde interpretatie van de beelden. Alleen al de positie van de bloedvaten in de hersenen - die bij iedereen anders is - kan een enorme impact hebben op de gebieden die oplichten, beweert hij.

Waar Verbeke volgens specialisten dan de bal helemaal misslaat, is de bewering dat ons brein niet flexibel of plastisch zou zijn. Neurologen denken eerder het omgekeerde. Zo ontdekte Bruce Rosen bijvoorbeeld dat de visuele cortex zichzelf drastisch reorganiseert na beschadiging. Het tegenovergestelde van hard-wired, dat is zeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234