Vrijdag 17/09/2021

Solipsisme voor beginners

door Eric Min

Hoe lezen mensen boeken? En: zegt de houding waarin we lezen niet alles over de lichamelijkheid ervan? Wie leest vergeet zijn lezende lijf, de verveling, de waan van de dag, de moeite en de tranen. Misschien verraadt onze manier van lezen wel iets over onze manier van leven.

Een. Over het stiekeme intieme: clandestien tussen de lakens als in een tent, verborgen voor vaders en moeders die vonden dat het allang bedtijd was. Dichterbij kon een boek niet zijn. Bij het stoffige schijnsel van een zaklamp rustten de verhalen uit in onze schoot, luisterden we naar de bladzijden die omgeslagen werden en tegen het linnen schuurden. Jean-Paul Sartre vertelde hoe hij zich als kind tegen het vallen van de avond kon verliezen in het oerwoud van de taal, hoe het kraken van de plankenvloer een essentieel deel werd van de verhalen die hij las. Tot hij bruusk weer in de wereld werd geslingerd door zijn moeder die de kamer binnenkwam en het licht aanknipte met de kreet 'Schatje, je maakt je ogen stuk!' Lezen en schrijven moeten de eenzaamste activiteiten zijn die een mens bedrijven kan. Het zijn vormen van toegepast en sociaal getolereerd solipsisme voor beginners. Een heerlijke bezigheid voor wie er bedachtzaam mee omspringt, want lezers en schrijvers die zich verliezen in hun woorden zijn slecht gezelschap.

Twee. Over het onbehouwen stoere: op het tapijt. Een encyclopedie wordt opengeslagen, insecten kruipen uit een kleurenplaat op de vloer. Ontdekkingsreizen kunnen nagespeeld worden: we hoeven de stippellijntjes op de kaarten maar te volgen en de route van Vasco da Gama's karvelen te ontcijferen. Nog een keer Sartre en de passage uit Les Mots waarin hij zijn stukgelezen exemplaar van Les Aventures du capitaine Corcoran op het tapijt gooit en in taal verdwijnt om zijn droefheid en zijn afkeer van de wereld te vergeten. Alles is weer goed, alles krijgt een betekenis en een toekomst: "je ne sens plus rien sauf un rythme, une impulsion irrésistible, je démarre, j'ai démarré, j'avance, le moteur ronfle. J'éprouve la vitesse de mon âme - ik voel nog slechts ritme, een onstuitbare drang. Ik draai het sleuteltje om, ik start, de motor gaat draaien, mijn ziel krijgt vleugeltjes." Een portret van de jonge kunstenaar als automobiel - we hebben er minstens een oude existentialist voor nodig.

Drie. Over het tevreden in zichzelf gekeerde: de dame die zich in haar leesstoel bij het raam nestelt, een diepe zucht slaakt en met krullende mondhoeken aan het lezen slaat. Een jongetje dat haar gadeslaat denkt aan de mis, aan doodgaan, aan slapen - bij dit tafereel hoort immers gewijde stilte. Lees er de eerste bladzijden van Italo Calvino's roman Als op een winternacht een reiziger maar op na. De hele tijd gaat het over lezen, tussen de regels of verpakt als een catalogus van hulpstukken. "Kies de gemakkelijkste houding uit: ga zitten, strek je uit, rol je op, ga liggen. Ga liggen op je rug, op je zij, op je buik. In een stoel, op de divan, op de schommelstoel, in een ligstoel, op de poef." Strek je benen uit, regel het licht zodanig dat je ogen niet moe worden - niet te zwak en niet te schel.

Lezen we gretig? Prevelend? Inhalig? Opgewonden? Meegesleept door de intrige? Brevierend op straat? Wijdbeens op het toilet? Verveeld, om de verveling te verdrijven? In een hoekje van een treincoupé, niet gestoord door of onverschillig voor de blikken van de andere reizigers? Bedaard en enigszins afstandelijk, met het boek op een veilige afstand opengeklapt op een cafétafeltje - als een opgeprikte vlinder of een lijk op de ontleedtafel? Beheerst, zoals György Konrád het ons vriendelijk maar met nadruk vraagt: lees alsjeblieft niet meer dan enkele bladzijden per dag, volg het ritme van mijn trage praten of van de hand die alles opschrijft. "Ik vind niets zo afschuwelijk als een haastige leefwijze. Alle problemen die ik in mijn leven heb gehad, waren het gevolg van haast en niet van te laat zijn" (Tuinfeest).

Vier. Over het nachtelijke: naar het aloude recept dat Albert Camus in een essay over Gide oprakelt. Na een mislukt rendez-vous met Les Nourritures terrestres stopt iemand hem de roman La Douleur van André de Richaud in de handen; voor Camus zal dit het eerste boek zijn dat over een herkenbare, vertrouwde wereld gaat. "Je le lus en une nuit, selon la règle, et au réveil, nanti d'une étrange et neuve liberté, j'avançai, hésitant, sur une terre inconnue." Onmisbare boeken moeten 'snachts ontgonnen worden; ze vragen om verslonden te worden. De late lezer die uit het raam kijkt, krijgt slechts medeplichtigen te zien: eenzamen, boeven, geliefden, krankzinnigen, oudjes die de slaap niet kunnen vatten, een kloosterling onderweg naar een stervende. Betekent 'la règle' niet tegelijk 'voorschrift' en 'regel van een religieuze gemeenschap'? Zelfs Sartre heeft in zijn autobiografie toegegeven dat literatuur en religie iets met elkaar hebben: "Je pensais me donner à la Littérature quand, en vérité, j'entrais dans les ordres."

Vijf. Over het triomfantelijke: de grijzende heer die op een terras zijn boek leest, de woorden als sigarettenrook inademt, van zijn glas wijn nipt. Zijn gestalte straalt rust uit, onvermogen en onwil om met anderen te praten. Konrád kent het gevoel; ook hij cultiveert het afstandelijke. "Op de cafétafel potlood en papier. Kalligrafie. Je laten meeslepen door geheime stromingen. Je hebt alles en iedereen verlaten om rustig te kunnen schrijven. Schrijven is een lichtzinnige activiteit, zelfs als je de op papier te zetten woorden zorgvuldig uitkiest. (...) Terwijl ik hier aan een tafeltje zit, doe ik alsof ik een verstrooide dwaas ben, want anders moet ik iedereen groeten. Laten de mensen me maar voor een beetje getikt houden, dat kan volstrekt geen kwaad."

Zouden lezers en schrijvers eigenlijk geen verstrooide dwazen zijn die even maar, de tijd van de woorden, de wereld vergeten omdat ze eigenlijk niet te verdragen is? Of onuitstaanbare narcisten die niet kunnen leven zonder zich te laven aan wat ze te zien krijgen in de spiegel van de bladzijden - in de bladspiegel?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234