Zaterdag 04/12/2021

Soho aan de Leie

Nog een paar weken, en dan opent de Budafabriek in Kortrijk haar deuren. Het sluitstuk van een stadsvernieuwingsproject dat tien jaar geleden startte. Samen met de Budatoren en de Budascoop wordt het eiland op de Leie de grootste werkplaats voor podiumkunstenaars in Vlaanderen. En het zoveelste bewijs dat de centrumsteden al een decennium aan een revival bezig zijn.

Burgemeester Stefaan De Clerck is een trotse gids door wat nu nog een bouwwerf is maar binnenkort een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, ondernemers en studenten wordt. Netwerken en kruisbestuiven, dat moet hier gebeuren. Zoals onlangs, toen een groep studenten naar een tentoonstelling van de voor hen onbekende Carl De Keyzer gingen kijken, en prompt beslisten om samen met hem een aantal foto's uit Moments Before the Flood te gebruiken als basis voor een driedimensionale game die ze zouden ontwikkelen. Er was die jonge designer die voor de grootste West-Vlaamse pianofabrikant een nieuwe pianokast ontwikkelde, die nu is ingespeeld door Piet Goddaer. In de fabriek komen hoogtechnologische 3D-printers, lasercutters, thermoformachines, een CNC-frees. Een performer die een voorstelling met 3D-technologie of intelligent textiel wil maken, kan hier terecht. Eigenlijk iedereen die iets wil maken.

Een hele stadswijk in het teken van creatie, waar nu al jaarlijks meer dan 150 kunstenaars producties creëren die daarna de wereld intrekken. Hoe kom je erop?

Stefaan De Clerck: "Eigenlijk is dit een bijproduct van de Eurometropool Kortrijk-Rijsel-Doornik, een samenwerking met Rudy Demotte in Wallonië en Martine Aubry in Rijsel. Er zijn veel contacten, een grensoverschrijdende metropoolontwikkeling die afstraalt op het economische en culturele. Kortrijk is een kleine stad, wil dat ook blijven, 75.000 inwoners, maar wel ingebed in een groter weefsel. Voor veel Europese dossiers is dat boeiend, dat zijn de bredere motoren van stedelijke ontwikkeling."

Waarom lukt het steden wel om natie- en communautaire grenzen te overschrijden?

"Omdat een confederaal model kan lukken, er is wederzijds respect, en je loopt elkaar niet voor de voeten in je eigen bevoegdheden. Je zoekt alleen wat je samen kunt doen in het voordeel van iedereen, en als je niet wilt meedoen, ook goed. Het is projectgebonden, vrijwillig, maar je vindt elkaar automatisch in die projecten waar iedereen belang bij heeft: mobiliteit, culturele instellingen, structuurplannen. Een mooi voorbeeld is de Seine-Schelde- verbinding: Antwerpen verbinden met Parijs door de binnenvaart. Wij zitten daar met de Leie tussen, we bouwen hier zeven bruggen om de Leie te kunnen verbreden en een hoogte te hebben waar schepen tot 4.000 ton onderdoor kunnen: dat wordt de autostrade van de toekomst. Frankrijk bouwt daar nu een kanaal van meer dan honderd kilometer voor. Door de heraanleg van de oevers creëer je ook nieuw groen in je stadsomgeving, kun je restgebieden aansnijden, komen er nieuwe projecten, dat is een heel vliegwiel dat je zo in gang steekt. Dat lukt dus, omdat je niet met elkaars grondwet bezig bent, maar met een gemeenschappelijk project waar iedereen beter van wordt. Er zit ook een gemeenschappelijke natuur en cultuur onder: in Rijsel zegt Aubry: 'On est tous des Flamands'."

Maar wat heeft dat te maken met het Budaproject?

"De Leiezone, met de bouw van zeven bruggen, verandert een stad fundamenteel. Het water wordt herontdekt in veel steden, je kunt oevers maken, nieuwe stadsparkjes, boulevards, wandel- en fietsroutes zodat je van Gent naar de Franse grens kunt, dat creëert een parkzone die veel zuurstof geeft aan de stad. In het centrum van de stad ligt het Buda-eiland, dat door die werken een grote uitstraling krijgt. Het is uitgekozen om er bestaande kunsten en creatie in samen te brengen. Tien jaar geleden was iedereen van het culturele veld hier op zijn vierkante meter bezig, maar men besefte dat het beter zou zijn de krachten te bundelen. Op het eiland hebben we de kunsten samengebracht, maar met het hele duidelijke idee dat we voor creatie wilden gaan, niet uitsluitend voor tentoonstellen en opvoeren. Het mocht geen plek worden waar je alles brengt wat elders ook al bestaat, nee, het is de plek waar de dingen gemaakt worden, de bron van de creativiteit. Werkplaatsen en ateliers, eerder dan tentoonstellingszalen.

"We zijn eerst begonnen met een brouwerijtoren te renoveren, een ontwerp van architect Stéphane Beel. Al die plateaus zijn ingericht om gezelschappen en artiesten toe te laten dingen te maken, voorstellingen te creëren. We hadden er ook een oude cinema van de familie Bert staan, verlaten sinds ze naar de rand van de stad gingen. Dat hebben we omgebouwd tot de Budascoop, waar we de betere arthousefilm programmeren, maar waarvan de twee grote zalen omgebouwd zijn tot theater- en performancezalen met samen 600 man capaciteit. Ook daar wordt veel gecreëerd. Er zijn ook voorstellingen te bekijken, maar eigenlijk is dat niet eens de essentie, dat blijft de creatie.

"Nu komt daar het sluitstuk bij, 3.000 vierkante meter in Buda-fabriek, de oude textielfabriek Desmet-Dejaegere, die eind jaren negentig stopte. Een verlaten fabriek in het midden van de stad, het eerste idee is dat dan maar af te breken. Tot we eraan dachten die filosofie van het creatie-eiland verder door te trekken, en het gebouw met een redelijk minimale renovatie om te vormen tot een creatiefabriek van de toekomst."

Is het niet wat gewaagd een hele wijk in het teken van artistieke creatie te zetten?

"Misschien op het eerste gezicht, maar het zit hier in de lucht. We willen steeds meer kunst en economie in een radicale ontmoeting brengen. Kunstenaars kunnen er hun ding doen, maar ook bedrijven en studenten. Want dat stel je vast: dat uit zulke ontmoetingen nieuwe design en nieuwe producten komen. Kunstenaars kunnen hier dingen gerealiseerd krijgen die anders niet lukken, omdat ze de technische steun van het bedrijfsleven krijgen. We hebben hier al lang Art-Economy, dat die twee werelden samenbrengt. We zijn ook de designregio bij uitstek na al onze Interieur-biënnales. Dat idee van creatief maken zit hier echt verankerd in de regio, en veel van onze bedrijfsleiders zijn ook collectioneurs. Dus die openheid voor kunst en creatie is er, wordt gewaardeerd, en dan is het makkelijker daar een netwerk op te bouwen, en een infrastructuur voor te maken. Sinds 1968 organiseren we hier Interieur, een exponent van die sfeer van de streek. Die gaat dit jaar ook de stad veroveren en de jonge ontwerpers komen zich voorstellen in de Budafabriek, niet langer alleen in de Expo. Design-regio zal ook mee dragende partner zijn in de fabriek om daar nu ook een labofunctie te creëren, waar de nieuwste technologieën komen om designers en kunstenaars toe te laten zelf prototypes te maken. Bovendien lopen hier inmiddels ook meer dan 10.000 hogeschoolstudenten rond. Dat jonge volk vindt daar ook een creatieve ontmoetingsplek om die oude tradities voort te zetten. Dat soort kruisbestuivingen, daar zijn we op uit. Die mix waarmaken, dat moet de bedoeling van Buda zijn. Festiviteiten, sociale netwerken, spin-offs, alles moet daar kunnen. Eén keer per maand is er nu al Buda Libre, waar al die gasten pinten pakken en brainstormen.

"Voka en Unizo doen ook mee, en zo krijg je een thermiek onder dat verhaal. Dat is bepalend voor het karakter en de dynamiek van een stad. Bij de laatste subsidieronde zie je ook dat alle culturele spelers hier hun subsidies gehouden hebben of verhoogd hebben gezien. We zijn goed in de prijzen gevallen, en dat stimuleert verder het klimaat waarin ze kunnen gedijen. De stadsfabriek van de toekomst, in het centrum van de stad, niet ergens ver weg op een bedrijventerrein."

Kortrijk is een voorbeeld van hoe de afgelopen tien jaar bijna alle Vlaamse centrumsteden erop vooruit zijn gegaan. Het is het best werkende niveau, of toch waar de grootste kanteling is geweest.

"We zijn de motoren van de regio's, van landen, en we hebben hier in Vlaanderen ook niet overdreven, zoals dat in Spanje gebeurd is, met wat te veel spektakelarchitectuur. Dat heb je af en toe nodig, het MAS in Antwerpen is een prachtig voorbeeld, maar het mag niet daartoe beperkt blijven. Vlaanderen is één grote metropool, en er is voldoende kritische massa om dat joyeuze en dat vernieuwende te maken. Een mens die in de wereld geïnteresseerd is, vindt in Vlaanderen een enorme rijkdom: je kunt hier alles beleven. Je gaat naar Gent voor Leonard Cohen, Jazz Middelheim in Antwerpen was weer top en de hele rockwereld staat in Hasselt, en dat was nog maar de oogst van de afgelopen twee weken. Dat vind je in weinig andere regio's ter wereld."

Tien jaar geleden was de stad iets wat je ontvluchtte, vandaag willen velen er weer naartoe.

"Toen ik begon, was het boek dat mij het licht deed zien het witboek dat vanuit Vlaanderen is geschreven over stadsvernieuwing. En ook de invloed van de opeenvolgende Vlaamse bouwmeesters, b0b Van Reeth, Marcel Smets, en nu Peter Swinnen, mensen die niet alleen meedachten over architectuur, maar ook over de functie-invullingen van wijken en straten, het opwaarderen van de stad via goed uitgedachte projecten. Men ontdekte opnieuw de kracht van de publieke ruimte, de kracht van water in een stad. Zodra je met een aantal goed gekozen projecten de buurt opwaardeert en er nieuwe functie-invulling aan geeft, zie je dat zoiets automatisch leidt tot een veelvoud aan private projecten die mee op de kar springen. Eén stadskanker aanpakken leidt ook tot het bloeien van tien nieuwe projecten. Langs de vernieuwde Leie-oevers staan nu 13 woonprojecten op stapel. Water oefent een enorme aantrekkingskracht uit, zelfs in de mate dat we moeten opletten dat het daar niet helemaal volgebouwd wordt met luxeappartementen en dat er ook nog plaats blijft voor meer betaalbare woningen."

Nog een pluspunt: er was niet alleen een visie voorhanden, maar ook tijd.

"Het voordeel is dat je op stadsniveau over een zekere continuïteit als beleidsmens beschikt: je kunt zes, zelfs twaalf jaar werken zonder iedere dag in het oog van de storm te staan. Dat was mijn frustratie als justitieminister: je begint, je zit in volle lancée, en klak, je krijgt twee keer een stok tussen de benen gestoken en je ligt plat. Dat heb je met de generatie burgemeesters van de afgelopen twaalf jaar niet gehad, die hebben de tijd kunnen nemen om van concept tot afwerking zulke projecten te begeleiden. Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen, Leuven: allemaal hebben ze die academische voeding gehad, de ontdekking van het belang van een integrale visie op architectuur en stadsvernieuwing, niet als doel op zich, maar omdat ze zo'n impact hebben op de publieke ruimte en daarom op de mentaliteit die over een stad hangt."

Is die ruimtelijke hardware het belangrijkste, of de invulling ervan?

"Allebei. Het begint met de stenen, maar die staan er ook maar als je er niets mee doet. Hier boden de Leiewerken een kans om te kijken naar een site waar veel verloederde industriële panden stonden, en als je dan vertrekt vanuit een radicale keuze hoe je die site gaat laten functioneren, dan valt alles in de plooi, en creëer je dankzij de stenen ook een milieu waar mensen zich goed voelen, creatief zijn, werken en netwerken, kortom, stadsmensen zijn. Eigenlijk wordt de stad zo heruitgevonden, krijg je een kanteling in de stadsbeleving. We durven opnieuw denken over een fabriek in het volle centrum, tien jaar geleden zou je daarvoor met zachte dwang naar een mentale instelling zijn gevoerd. Veiligheid, netheid spelen enorm mee, ook daar zie je overal investeringen. Het is ook meetbaar: de tevredenheid en de trots van de inwoners, zegt de Vlaamse stadsmonitor, zijn in alle Vlaamse centrumsteden toegenomen. Dat is het rapport van de burgemeesters, daar rivaliseren we onder elkaar mee. Wie boven een ander springt, zal dat snel in een mailtje aan de ander laten weten. (lacht) Dat is ook gezond, zo houden we elkaar wakker, leren we van elkaars ideeën en projecten. We zouden nog meer moeten samenwerken, al was het maar om te vermijden dat we allemaal op dezelfde troeven inzetten. De basisdiensten heb je overal nodig, maar wie moet de leider in opera worden, wie in beeldende kunst, wie in welk museum? Wij kiezen radicaal voor creatie: want met zo'n specialisme krijgt je stad uitstraling en reputatie, tot op Europees niveau, waar ze ook de creative regions zoeken en stimuleren. "

Eigenlijk zijn jullie hier Richard Florida aan het toepassen.

"Voor een stuk wel. Zijn The Rise of the Creative Class, en hoe zulke kenniswerkers en creatieven de motor kunnen zijn voor stedelijke ontwikkeling: dat kun je hier in de praktijk meemaken. Alleen leven niet alleen de creative classes in de stad. De volgende grote uitdaging voor de centrumsteden wordt de veroudering, want ook oudere mensen keren terug naar de stad, dus moet je niet alleen huisvesting maar ook zeer nabije dienstverlening qua gezondheid, voeding en ontspanning organiseren. Eigenlijk is het een soort heruitvinden van de compacte stad. Hoe organiseer je daar het nieuwe compacte wonen, de nieuwe kleinschalige mobiliteit? Er zijn nu al wat steden die daar vanuit de heraanleg van hun stationsomgeving aan het werk mee zijn, maar zijn we niet te klassiek bezig met alleen trein, bus en tram? Moeten we geen nieuwe methodieken bedenken om het comfort en de veiligheid van dat openbaar vervoer tot een veel hoger niveau te brengen?"

Het is leuker om burgemeester te zijn dan minister?

"Eigenlijk wel, omdat je een langere termijn hebt en ook echt ziet wat je doet. Het is integraler, het is bottom-up, terwijl je als minister top-down beweging in een administratie tracht te krijgen, die dan al dan niet wil volgen. Hier zie je de nieuwe bruggen die er hopelijk honderd jaar zullen liggen, dat vernieuwde centrum, en je hebt er overal de eerste en de laatste steen gelegd. Dat is fascinerend en leuk. Maar aan de andere kant heb je ook alle problemen van iedereen aan je broek: het nimbysyndroom, de burenruzies, het dwingt je heel dicht bij de realiteit te blijven. En we moeten onze democratie wat heruitvinden. Het eindeloze overleg, de petitiecultuur, de klachten bij de Raad van State: vroeg of laat word je immobiel door al die procedures. Het is soms een hindernissenparcous, maar als het lukt, geeft het veel voldoening. Eigenlijk zijn wij geen burgemeesters meer, maar projectboeren."

Er is één notoire uitzondering op de stadsrevival: Brussel.

"Dat is dramatisch, en je ziet het zo onder je ogen gebeuren. Brussel mist de culturele omslag die we in Vlaanderen hebben gehad, die school van burgemeesters die de afgelopen tien jaar die stedelijke ontwikkeling hebben gepusht. Brussel heeft daar geen aansluiting mee gekregen. Dat heeft te maken met een versplinterd bestuursmodel, en met nog wat moeilijkere sociologische en demografische uitdagingen dan hier. Maar ik zou zeer graag daar eens een keer burgemeester zijn, om het mee te maken. Nergens is de inefficiëntie in het besluitvormingsproces groter, er is geen enkele stad ter wereld die niet centraal bestuurd wordt, behalve Brussel. Ik heb er het dossier van het gerechtsgebouw meegemaakt, en tussen concept en realisatie loop je jezelf dood in de meanders van de besluitvorming. En je hebt in een stad toch ook politieke leiders nodig die al eens durven dromen van wat grotere projecten, ook die zie ik er niet. Terwijl die stad toch een enorm potentieel heeft, een prachtig gegeven is om aan te werken. Het zal alleen lukken als je er een soort Europese metropool van kunt maken, denk ik, bij voorkeur geleid door een kwartet van toppolitici: een Vlaamse, een Brusselse, een Waalse en een Europese. Die zouden de stad een soort kickstart kunnen geven. Als Pierre Mauroy dat heeft gekund met Rijsel, waarom zou het dan in Brussel onmogelijk zijn?"

Politicoloog Benjamin Barber stelde onlangs voor een wereldregering van burgemeesters te vormen, omdat ze het bestuursniveau zijn dat overal het beste werkt.

"Wij zijn bezig met kleine stadjes natuurlijk. Maar het is het enige niveau waar die integraliteit nog mogelijk is. Waar alles nog op mensenmaat gebeurt, en waar je met alle aspecten van dat mens-zijn concreet rekening moet houden. Vlaams, federaal en Europees wordt het steeds abstracter. Wij moeten die bruggen slaan naar die abstractere niveaus, vandaar dat de stad ook de enige plek is waar sommige administraties en instellingen elkaar nog eens treffen rond de uitwerking van een project. We gaan kapot aan het segmenteren, aan substructuren aan de versplintering van alles en nog wat, de vergunningwereld in Vlaanderen is soms Kafka, andere keren moet je met achtentwintig instanties samenzitten om te weten of je iets al dan niet mag bouwen. Dat is trekken en sleuren, maar het is wel het enige niveau waarop het nog gebeurt. Je kunt dat alleen projectmatig doen, daar mensen rond mobiliseren. Maar het idee van Barber is nog niet zo gek: stel eens een regering samen met de burgemeesters van de Vlaamse centrumsteden. Ga je er nog veel betere kunnen maken, denk je?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234