Woensdag 28/10/2020

InterviewPatricia Vanneste

Sohnarr: ‘Ik wilde een lijstje maken met redenen waarom ik verder zou doen met Balthazar. Maar ik vond er niet één’

Veertien jaar lang was Patricia Vanneste (33) de stille kracht van Balthazar, de groep die ze in 2004 mee oprichtte en met viool, toetsen en zang hielp evolueren van campy folkgroep tot popfenomeen. Twee jaar geleden stapte ze uit de groep, twee maanden geleden verscheen haar eerste soloplaat als Sohnarr: Coral Dusk. En ook al speelt ze nog in Oko Yono, Hydrogen Sea, Driftwood en Cordette Quartet, toch is muziek niet haar hele leven: ze heeft een master in de neurowetenschappen, had een tijdlang een juwelenbedrijfje, werkt deeltijds voor concertorganisator Wilde Westen én zette mee de schouders onder pop-upbars in Kortrijk en Gent. Een vrouw die weet wat ze wil? ‘Ik heb geen idee hoe het nu verder moet.’

We hebben afgesproken in een koffiehuis in Gent, een stad die Patricia Vanneste sinds kort niet langer thuis kan noemen.

Vanneste: “Mijn vriend (architect Sam De Bock, red.) en ik zijn pas verhuisd naar de Vlaamse Ardennen. We hadden nood aan meer groen. Maar het is wel wennen: we vinden er weliswaar de ruimte en rust die we zochten, maar we kennen er niemand. Alles is nieuw.”

Hebben jullie dieren?

“Mijn kat. (lacht) Er stonden kippen en zestien schapen, maar die zijn weg. Op termijn zouden ze misschien kunnen terugkomen, maar voorlopig reizen we nog te graag.”

Jullie hebben geen kinderen?

“Samen niet, maar mijn vriend heeft twee kindjes. De dozen zijn zo goed als allemaal uitgepakt, alles is geïnstalleerd, behalve de muziekkamer. Dat wordt een ruimte boven de oude varkensstallen, de vorige eigenaars hadden het ingericht als hobbyruimte. Het gaat basic zijn, ik heb niet zoveel nodig: mijn plaat heb ik opgenomen met een computer, een geluidskaart, een MIDI-keyboardje en mijn violen.”

Je hebt naar verluidt ook een cello gekocht.

“Al een jaar of zes geleden, hoor. Maar ik speel er niet op, want ik heb een truc gevonden om mijn altviool te octaveren, waardoor ik niet meer meteen een cello nodig heb om kwartetarrangementen te schrijven. Maar ik vind het wel een prachtig instrument. Als je erop speelt, voel je veel meer de trillingen dan bij een viool.”

Hoe ben je bij de viool beland?

“Mijn zus, die twee jaar ouder is, speelde viool, en ik zei: ‘Ik wil ook! Ik wil ook!’ (lacht) Ik was 5 jaar toen ik begon. Oefenen deed ik graag, les volgen niet. Het voordeel van beginnen op je 5de is dat je niet doorhebt wat voor vreselijk kattengejank je de eerste jaren produceert. Vooral je ouders zien dan af. Op mijn 18de hebben ze mij bij de muziekacademie aangeraden om naar het conservatorium te gaan, maar ik vond de klassieke wereld veel te competitief, en eigenlijk wilde ik van muziek niet mijn job maken. Het is een beetje anders uitgedraaid.”

Je hebt dus niet voor de popmuziek gekozen omdat je je hart eraan had verloren?

“Nee, ik ben erin gerold. Op de middelbare school zat ik bij Maarten (Devoldere, één van de twee frontmannen van Balthazar, red.) in de klas. We deden samen iets voor een schooloptreden, dan kwam hij met eigen songs aanzetten, en ineens hadden we een groepje. En voor we het wisten, deed dat groepje het steeds beter. Maar in tegenstelling tot de rest van de groep droomde ik er op mijn 15de niet van om op Rock Werchter te spelen of de wereld te veroveren. Dat was ook de reden waarom ik mezelf twee jaar geleden de vraag heb gesteld of ik wel aan het doen was wat ik echt wilde.”

Je had naar verluidt een lijstje gemaakt.

“Ik wílde een lijstje maken, met redenen waarom ik verder zou doen. Maar ik vond er niet één.”

Dat is weinig.

“Te weinig. (lacht)

Wat stak je tegen?

“De repetitiviteit. De druk die het legt op je sociale leven. Het jezelf niet genoeg kunnen ontplooien. Na al die jaren had ik alle mogelijke ervaringen wel gehad, ik zag niet hoe er nog iets nieuws zou kunnen gebeuren. Als ik zie wat ze nu doen... Ze spelen soms in nieuwe steden en in iets grotere zalen, maar ik kan me perfect voorstellen hoe dat moet zijn. Voor mezelf zou ik er niets meer uithalen. En we kwamen heel goed overeen, maar we waren niet de beste vrienden. Ik heb geen spijt van mijn keuze, ik wilde gewoon ook andere muziek maken. Ik wilde vrij spel op alle mogelijke vlakken. Mijn eigen project doen naast Balthazar, dat zou niet gewerkt hebben. Om de muziek te kunnen maken die ik wilde maken, moest ik mijn eigen identiteit vergeten. Ik was al een paar jaar aan het proberen om muziek te schrijven, en het was duidelijk dat dat het best ging als ik mezelf terugtrok in de natuur. Als ik twee keer naar dezelfde plek ging, lukte het al niet meer. Ik heb daardoor heel lang gedacht dat ik dan misschien maar geen muziek moest maken, dat het niet aan mij besteed was. Bij Balthazar had ik gezien hoe de rest in de tourbus songs kakte, om het zo te zeggen. Als Maarten aan het werken is, kun je een bom naast hem laten ontploffen, hij zal niet eens opkijken. Ik heb net enorm veel ruimte en leegte nodig om te kunnen creëren. Dus ben ik anderhalve maand naar Zweden en Noorwegen getrokken om mijn plaat te maken. Ik wilde zo weinig mogelijk framework.”

En wat ben je dan gaan googelen: ‘Beste plaatsen om solitaire platen op te nemen’?

(lacht) Via Airbnb ben ik op zoek gegaan naar huisjes met een groot raam, en vervolgens ben ik op Google Maps gaan kijken waar het precies lag. Midden in de bossen zonder enige bewoning in de buurt: check. Op die manier heb ik vier plekken uitgekozen. Ik sluit niet uit dat ik mijn volgende plaat gewoon thuis maak. Ik weet het gewoon niet. De noodzaak moet er zijn, dat is voor mij het belangrijkste. Sommige artiesten gaan gewoon elke dag zitten om muziek te maken, maar zo werkt het bij mij niet. Ik voel vandaag bijvoorbeeld geen enkele behoefte om muziek te maken, en dan doe ik het ook niet. Ik zal nooit zomaar een plaat gaan maken omdat het hoort. Expressie is heel belangrijk, ik moet iets kwijt willen. Ik vertel pas iets als ik iets te vertellen heb, anders ben ik stil.”

Ik neem aan dat je niet kunt omschrijven wat het is dat je kwijt wilt in je muziek, maar hoe voelt het aan? Als onrust? Een onvolledigheid?

“Allebei. In de plaat die ik heb gemaakt, zit een diepe pijn waarvan ik zelf niet goed weet waar die vandaan komt. Ik weet niet of iemand het hoort, maar ik heb het gevoel dat ik iets waar ik al lang mee worstel fysiek heb kunnen maken. De plaat is in de eerste plaats voor mezelf gemaakt. Ik heb ook getwijfeld om ze uit te brengen, omdat ik vond dat ik door ze te maken het belangrijkste achter de rug had. Maar als je ze dan toch uitbrengt, moet je wel je best doen om je muziek onder de aandacht te brengen. De mensen zitten niet op je te wachten, ze luisteren naar wat het meest opvalt.”

OPNIEUW NERVEUS

De Sohnarr Sjel, een glazen kubus die je samen met je vriend ontwikkelde en waarin de mensen midden in de natuur kunnen plaatsnemen om naar je plaat te luisteren, was wat dat betreft een artistiek verantwoorde marketingzet?

“De Sjel is ontstaan uit een oprecht gesprek dat ik met Sam had over de angst om live te gaan spelen met Sohnarr – wat door corona overigens nog altijd niet is gebeurd. Ik vroeg en vraag me nog steeds af wat er in een concertzaal van mijn plaat gaat overblijven. De muziek is gemaakt in complete isolatie, en de eerste mensen aan wie ik de plaat gaf, raadde ik aan om de natuur in te trekken met de koptelefoon. Daaruit is het idee voor de Sjel ontstaan. Ze staat nu in het natuurgebied Connecterra in Maasmechelen, tot het einde van de zomer, en dan gaat ze waarschijnlijk naar Leuven. Ik ben heel blij met de Sjel, maar volgende keer zou ik er toch twee keer over nadenken: dat project heeft me redelijk wat slapeloze nachten bezorgd en was uiteindelijk ook niet bepaald mild voor de portemonnee.”

Hebben jullie dat zelf betaald?

“Ja. Platenfirma’s die geld geven, dat is iets van vroeger. Je moet dat ding met een dieplader vervoeren, hè, dat alleen al kost een pak geld. Bovendien hebben we niet bespaard op de gebruikte materialen. We wilden heel bewust voor kwaliteit gaan.”

Moet je als luisteraar alleen in de Sjel gaan zitten?

“Dat is de bedoeling, er is maar één zitplaats. Je gaat zitten, zet de geluidsinstallatie aan, drukt op play en luistert naar de volledige plaat terwijl je naar buiten staart.”

‘Ik ben anderhalve maand naar Zweden en Noorwegen getrokken om mijn plaat te maken, maar ik sluit niet uit dat ik de volgende gewoon thuis maak.’

Hebben de mensen van Balthazar de plaat al gehoord?

“Een week voor de plaat uitkwam, heb ik ze doorgestuurd. Van Jinte (Deprez, red.) weet ik niet of hij al geluisterd heeft – hij had het druk, maar Jinte heeft het altijd druk. Simon (Casier, red.) en Maarten hebben wel gereageerd. De reactie van Simon vond ik fijn. Hij luistert altijd naar muziek in de wagen, maar omdat er een probleem was met zijn autospeakers had hij er noodzakelijkerwijs thuis in de zetel naar geluisterd, via de koptelefoon. Hij liet me weten dat hij er uiteindelijk blij om was, omdat de plaat zo veel beter tot zijn recht kwam. En Maarten vond het mooi. (lachje) Dat is hoe ik hem ken, veel meer woorden moet je van hem niet verwachten.”

Je zat ook in Oko Yono, een groep met Annelies Van Dinter van Echo Beatty, Birsen Uçar van Hydrogen Sea en Myrthe Luyten van Astronaute. Jij was naar verluidt de zenuwachtigste van de vier frontvrouwen.

(knikt) Wat zeer confronterend was, omdat ik me niet meer kon herinneren wanneer ik bij Balthazar nog nerveus was geweest. Het was niet enkel de rol van frontvrouw die me zenuwachtig maakte, maar ook de leadzang, wat iets heel anders is dan backings. Je zingt niet ‘ten dienste van’, maar neemt de leiding. Ik herinner me nog de eerste show: van de zenuwen was mijn ademhaling veel te oppervlakkig, en toen ik begon te zingen, kwam er aanvankelijk totaal niets uit. Geen goede prestatie, maar ik heb doorgezet. Het is een leerproces. Bij Driftwood (de groep met haar vriend Sam, red.) neem ik voor een paar songs ook de leadzang over, en ik voel dat het al veel vlotter gaat. Het is een goede voorbereiding op de concerten die ik met Sohnarr ga doen, waar ik voltijds frontvrouw ben.

“Ik vraag mij nog altijd af of het een positie is waar ik ooit voldoening uit ga halen. Frontpersoon zijn is niet aan iedereen besteed. Momenteel zie ik het vooral als een uitdaging, zodat ik mezelf over tien jaar niet kwalijk kan nemen dat ik het vanwege angst en onzekerheid nooit heb geprobeerd. Maar als ik nu zou moeten kiezen tussen honderd concerten per jaar in grote zalen of heel goede verkoopcijfers en Spotify-streams zonder dat iemand weet wie ik ben, dan zou ik het snel weten.”

MOOI ÉN PIJNLIJK

Een uitspraak van jou uit 2016: ‘Ik ben er nog niet van overtuigd dat muziek het zal worden in mijn leven.’

“Ik ben er nog altijd niet van overtuigd. Muziek is belangrijk in mijn leven en zal nooit meer weggaan, maar op welk niveau... Van mijn plaat voelde ik heel goed aan dat ze er moest komen, maar ik heb geen idee hoe het nu verder moet. Ik zie geen duidelijk pad. Mijn label zal het niet graag horen, maar voor hetzelfde geld komt er geen volgende plaat. Dan zal ik mij met iets anders bezighouden. Als je in verschillende dingen geïnteresseerd bent, is het veel moeilijker om een traject te kiezen.

“Wat dat betreft, heb ik veel respect voor Simon, die compleet het tegenovergestelde is. Dat is echt een vakman. Op tournee was ik degene die vroeg opstond en op verkenning ging, Simon kreeg je alleen maar uit de tourbus of de backstage als er een muziekwinkel in de buurt was. Voor hem is het heel duidelijk waar het om draait.”

Een aantal jaren geleden heb je nog een opleiding strategische bedrijfscommunicatie gevolgd.

“Ik heb neurowetenschappen gestudeerd en daarna nog een opleiding ondernemerschap in de wetenschappen gevolgd. Strategische bedrijfscommunicatie was één van de vakken, en ik vond dat heel interessant. Mijn basisopleiding was heel theoretisch, terwijl ik dat vak kon betrekken op mijn dagelijkse leven.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?

“Heel veel problemen ontstaan door foutieve communicatie. Communiceren is een kunst, en er zijn mensen die er een natuurlijke aanleg voor hebben. Onze geluidsman Filip Tanghe is zo iemand: hij kan je de ergste dingen vertellen zonder dat je er aanstoot aan neemt. Dat heeft voor een stuk met non-verbale communicatie te maken, maar ook met het kiezen van de juiste woorden, in de juiste volgorde, op het juiste moment. Het is een cliché, maar zeg eerst drie positieve dingen voor je iets negatiefs zegt. En in een negatieve boodschap moet je zo weinig mogelijk ‘niet’ en ‘maar’ gebruiken. Het zijn de kleine details die het verschil maken.”

Zou je nog terug kunnen naar de neurowetenschappen?

“Ik vond het destijds heel moeilijk om te kiezen tussen mijn studie en Balthazar. Ik heb dat toen met mijn promotor besproken, en omdat ik mijn doctoraat altijd later nog kan doen, ben ik voor Balthazar gegaan. Ik vind neurowetenschappen nog altijd heel erg boeiend, maar om nu weer vijf dagen op zeven met één specifiek onderwerp bezig te zijn... Op een bepaald moment heb je te veel gezien om terug te gaan. En de academische wereld is doorheen de jaren ook veel competitiever geworden.”

Je houdt niet van competitiviteit, hè?

“Nee! Echt niet.”

Die is er in de popmuziek toch ook? Wie staat er op nummer 1? Wie staat het hoogst op Werchter? Wie op de Main Stage en wie in de tent?

“Ik ben daar nooit mee bezig geweest. We hebben met Balthazar aan wedstrijden deelgenomen, Humo’s Rock Rally onder andere, maar dat doe je als groep. Je deelt in winst en verlies. En de competitiviteit in de pop en rock is toch nog iets anders dan in de klassieke wereld, hoor.”

Vertel eens.

“Het is een wereld waarin de plaatsen voor solisten heel schaars zijn. Zelfs de orkestplaatsen zijn schaars. Ik heb een cellist gekend die zei: ‘Ik zou niet bevriend kunnen zijn met een andere cellist, want er zal altijd een moment komen dat we voor dezelfde plaats gaan.’ Toen ik 17 was, heb ik deelgenomen aan een klassiekevioolwedstrijd, en daar zaten ze in de backstage te juichen als er op het podium een fout werd gespeeld. Zo werkt het niet voor mij, daar draait muziek niet om. Als opener op Pukkelpop ga ik met veel plezier kijken naar een Belgische groep die hoger op de affiche staat. Ik denk dan niet: damn you, wij hadden hier moeten staan. Je moet werken om je muziek tot bij de mensen te krijgen, ja, maar ik voel geen specifieke concurrentie met andere artiesten.”

Om af te ronden wil ik je nog één uitspraak van jezelf voorschotelen: ‘Je moet in eerste instantie zelf de melancholie de baas kunnen.’

“Heb ik dat gezegd? Het klopt wel. Weet je nog in welke context?”

Ik denk dat het over relaties ging.

“Als je niet in een relatie zit, vind ik het makkelijker. Als je samen bent, vind ik het soms een moeilijk evenwicht. Het mooie aan een relatie is dat je dingen kunt delen die heel kwetsbaar en persoonlijk zijn, maar dat mag geen vrijgeleide zijn om al je melancholie in de ander zijn schoot te werpen. Wat is deelbaar en wat niet? Wat leg je bij de ander en wat draag je zelf? He is geen verhaal van alles of niets. Ik vind het gene gemakkelijke. (lachje)

“De pop-upbars die ik in Gent en Kortrijk op poten heb gezet, waren projecten die ik voor een groot stuk deed met één van mijn beste vrienden, die helaas kort na mijn reis naar Zweden en Noorwegen is overleden. Heel ongelukkig, van de trap gevallen. Ik heb daar vandaag nog over zitten nadenken. Die mooie initiatieven hebben nu een droevige bijsmaak gekregen, maar ik probeer er toch de schoonheid van te blijven inzien. Ook dat is weer voor een groot stuk melancholie. Melancholie is iets wat mooi is en pijn doet tegelijkertijd.”

Coral Dusk van Sohnarr is nu uit bij PIAS.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234