Woensdag 12/08/2020

Interview1 mei

‘Socialisten moeten dringend weer in de regering’: de rode zuil viert 1 mei

Paul Callewaert, Miranda Ulens en Conner Rousseau poseren in Gent, met de Vooruit in de achtergrond.Beeld © Stefaan Temmerman

Een sterkere overheid, meer solidariteit en appreciatie voor de zorg. In coronatijden hebben de socialisten de thema’s voor hun 1 meifeest voor het uitkiezen. Ooit stonden vakbond, ziekenfonds en partij grimmig tegenover elkaar, vandaag is de politieke ambitie groot. Tijd voor een uniek driedubbelgesprek, met respect voor de afstandsregels.

Geen optocht door de stad, geen vlammende speeches op een plein, geen ‘Internationale’ die een massa meebrult met de vuist in de lucht. Ook socialisten moeten op 1 mei in hun kot blijven. In plaats daarvan komt er een digitale tv-show, zijn er onlinetoespraken en krijgen de leden extra folders en posters in de bus. 

“Eén keertje slechts heb ik die optocht gemist”, zegt Miranda Ulens (51), topvrouw van de vakbond ABVV. Sp.a-voorzitter Conner Rousseau (27): “Het engagement is er altijd, of het nu goed gaat of slecht.” Samen met Paul Callewaert (56), baas van de socialistische mutualiteit, zijn ze naar Gent afgezakt om hun 1 meiboodschap kracht bij te zetten. Met drie bij elkaar en op een veilige afstand is het net geen samenscholing.

Wat ze vooral duidelijk willen maken: de samenwerking tussen partij, vakbond en mutualiteit is weer springlevend. Voor het eerst in jaren geven ze een gemeenschappelijk interview. De banden waren al aangehaald de voorbije maanden, de coronacrisis heeft thema’s als solidariteit en sociale zekerheid – in principe hun corebusiness – weer helemaal boven aan de agenda gezet. 

Toch overheerst er een dubbel gevoel. “Ik voel ontgoocheling en opgekropte woede,” zegt Callewaert, “maar ook hoop en onderdrukte euforie. Je ziet een enorme solidariteit onder bevolking, maar het zijn opnieuw de kwetsbare groepen die het meest door het beleid worden verwaarloosd.”

U hebt het over de ouderen in de woon-zorgcentra?

Callewaert: “Ik heb met een aantal rusthuisdirecteurs gesproken, ik heb met de koepels gesproken. Zij zeggen unisono: wij worden gewoon in de steek gelaten door de politiek. De snelheid van optreden: cero coma cero cero cero cero cinco centimeter per uur. Het personeel en de bewoners zijn in de eerste fase naakt en onbeschermd de strijd in geduwd tegen een meedogenloze vijand. Het beleid probeert nu de dramatische sterftecijfers enigszins te nuanceren, maar het aantal sterfgevallen is echt wel veel hoger dan normaal. We hebben nog nooit gehoord dat vijf personen in één instelling in één week sterven.”

Ulens: “Het zijn de werknemers die het daar recht hebben gehouden. Omdat ze hun job graag doen, omdat ze graag mensen zien en omwille van hun verantwoordelijkheidszin. Dat is voor ons de rode draad op 1 mei. Dat we allemaal applaudisseren om acht uur is fantastisch, maar dat lost natuurlijk de problemen niet op. Er wordt al vijf jaar te weinig geïnvesteerd in de gezondheidssector. Laat deze crisis een les zijn.”

Rousseau: “Het is heel tastbaar geworden hoe kwetsbaar je bent als je op bepaalde zaken bespaart. Onze nieuwjaarsboodschap, nog ver voor de coronacrisis, ging al over solidariteit. Dit maakt eens te meer duidelijk waarom dat zo belangrijk is. Er zullen weinig momenten in de geschiedenis zijn waar het eigen belang en het algemeen belang zo hard overlappen. Iedereen ziet hoe de gezondheidszorg ons land rechthoudt. Het personeel draait dubbele shifts, terwijl sommige politici nog niet eens één deftige shift draaien.” 

Hoe bedoelt u?

Rousseau: “Ik krijg het ervan op mijn heupen dat politici nu geen gesprekken willen voeren over de toekomst van het land, maar ondertussen wel interviews geven dat ze een voetbalclub hebben overgenomen (doelt op MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, RW/SKE). Maar het gaat mij over de mensen in de zorg. We clapped for them, now act for them. Die mensen moeten daar eindelijk echt voor worden beloond. Daarvoor is een sterke overheid nodig.

Aan overheid is er in ons land geen gebrek, toch? U wilt die nog uitbreiden?

Rousseau: “Hola, wacht even. Dat is de fout die altijd wordt gemaakt. Ik heb niet gezegd dat we zeven miljoen ambtenaren moeten aannemen. Ik heb het over een sterke en efficiënte overheid, niet over een logge of overbodige overheid. Waarom wordt investeren in zorg altijd gezien als iets dat geld kost? Ondernemers investeren in machines die geld opbrengen. Wel, wij zeggen dat je moet investeren in onderwijs, klimaat, de strijd tegen armoede en ongelijkheid. De voorbije 75 jaar hebben we gezien dat dat oplevert. Er zijn talloze kinderen die nu de connectie met de school verliezen: dat laat sporen na en dat kost geld. Talenten die je niet gebruikt, dat is later gederfde winst voor de samenleving. Je investeert omdat dat rendeert.”

Miranda Ulens: ‘Het grote probleem in de Vlaamse en federale regering: op een enkeling na hebben ze daar geen sociaal benul.’Beeld © Stefaan Temmerman

Maar die ondernemer heeft kapitaal nodig om zijn machine te kopen. Moet er nog meer geld gaan naar de overheid?

Callewaert: “De boosdoener zit in Europa en de budgettaire discipline die ons daar wordt opgelegd. Dat is de basis van alle miserie. Europa speelt een heel povere rol in deze crisis. Er is een groot gebrek aan solidariteit. Sommige landen, het onze ook, weigeren om patiënten op te nemen uit andere landen. In goede tijden halen we mensen met heupproblemen of obesitas naar hier, omdat ze opbrengen. In noodsituaties, als je bedden over hebt, niet. Ik vind dat een aberratie.” 

Ulens: “Het is logisch dat de lasten collectief worden gedragen, dat openbare middelen worden gebruikt om de mensen en de economie te ondersteunen. Maar wanneer het weer goed gaat, worden de winsten bijgehouden en geprivatiseerd. Dat klopt niet. Er moet als het ware een return on investment komen die terugvloeit naar de openbare sector en de sociale zekerheid.”

Dus meer belastingen?

Ulens: “Ook daar kijk ik naar Europa. Dat moet werk maken van een digitaks, zodat de grote internetbedrijven een eerlijke bijdrage leveren. En er moet een Europees herstelfonds komen van bijvoorbeeld 2 procent van het Europese bbp. Het is tijd om werk te maken van een sociaal en fiscaal Europa.”

Meer Europa, eerlijke bijdrage van bedrijven, een digitaks: die recepten zijn al talloze keren op tafel gelegd en ze komen er nooit. 

Rousseau: “Na de Tweede Wereldoorlog geloofde geen kat dat er zoiets zou kunnen komen als ons systeem van sociale zekerheid. Lees er de parlementaire verslagen er maar op na: het land zou eraan kapot gaan. Het tegendeel bleek waar. Kijk welke welvaart het heeft gebracht. Wel, nu moeten we er ook in geloven. De noodzaak is evident.”

Callewaert: “Er is nu echt een momentum om dingen te veranderen. De Vlaming heeft op deze crisis gereageerd met creativiteit en daadkracht. Mensen doen boodschappen voor de buren, het zorgpersoneel zet zich op een ongelooflijke manier in. Ik spreek uit ervaring: ik heb de afgelopen maand een week in het ziekenhuis gelegen met heel hoge koorts. Drie keer per nacht moesten ze mijn lakens verversen die doorweekt waren van het koortszweet, stinkend naar verbrand rubber. Die mensen deden dat zonder verpinken, met de glimlach en menselijke warmte. Dan zie je waartoe de Vlaming in staat is. Volgens mij heeft Vlaanderen een heel ander gelaat dan wat verkiezingsuitslagen laten vermoeden.”

Ulens: “Deze crisis heeft een blijvende impact. De mensen zouden het niet meer aanvaarden mochten we teruggaan naar business as usual. Ze verwachten van de politici dat ze het roer omgooien en nieuwe krijtlijnen uittekenen. Jong en oud helpen elkaar, ongeacht afkomst of huidskleur. Niemand wijst een werkloze nog met de vinger. Iedereen ziet: je kiest daar niet voor. Iedereen wil graag zo snel mogelijk weer aan het werk.”

Misschien is 4 mei daarom de echte dag van de arbeid dit jaar. Veel mensen kunnen weer aan de slag.

Ulens: “We hebben uitvoerig overlegd met de werkgevers om een gids van 27 pagina’s uit te werken over hoe er veilig kan worden gewerkt. Zonder dat overleg met het terrein krijg je chaos, dat zag je bij die bezoekersregeling in de woon-zorgcentra. We hebben een kader gemaakt zodat bedrijven weer kunnen opstarten. Ik heb ook meteen aan minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V) gezegd dat er een oplossing moet zijn voor de opvang van kinderen die nog niet naar school kunnen. En dat zijn ze toch vergeten, zeker.”

Het momentum is daar voor een socialere samenleving, zeggen jullie. Maar de regering koos op de laatste Veiligheidsraad voor de economie. Er was weinig aandacht voor het sociale.

Rousseau: “In de persconferentie van vrijdag zat weinig duidelijkheid, maar ook weinig menselijke warmte en perspectief op sociaal vlak. Veel mensen bleven op hun honger zitten.”

Bij die persconferentie zaten nochtans de ministers-presidenten Elio Di Rupo en Rudy Vervoort. Hebben de PS-kameraden mee gefaald?

Rousseau: “Uw vraag is? De PS is niet de sp.a. Voor alle duidelijkheid: het is voor iedereen moeilijk. Die exitstrategie is als koorddansen. Ga je te snel, dan val je. Ga je te traag, dan ook.”

Ulens: “Het is toch wel grappig dat er naar de socialisten wordt gewezen, terwijl er geen enkele in de federale restregering zit. Ik hoor vanuit onze afdelingen trouwens weinig klachten over het optreden van de Waalse en Brusselse regering. In Vlaanderen is de ergernis groot over hoe de crisis in de woon-zorgcentra en in de gehandicaptensector wordt beheerd. Het grote probleem in de Vlaamse en federale regering: op een enkeling na hebben ze daar geen sociaal benul.”

Callewaert: “Er is geen overlegcultuur met het terrein. Dat zie je in de beslissingen die al te vaak worden teruggedraaid.”

Ulens: “Oké, bonden en werkgevers hebben advies gegeven over de heropstart. Maar het is niet omdat je iets aankaart dat je ook wordt gehoord. Ze luisteren niet, overleggen niet. Ze doen finaal hun zin. Daarom moeten voor mij de socialisten dringend weer in de regering. Dan weten we tenminste dat er overleg is en dat het beleid sociaal zal zijn.”

Paul Callewaert: ‘Volgens mij heeft Vlaanderen een heel ander gelaat dan wat verkiezingsuitslagen laten vermoeden.’Beeld © Stefaan Temmerman

Anders gezegd: jullie willen met de zuil weer mee de koers bepalen.

Callewaert: “Ik hoor de term ‘zuil’ niet zo graag. Noem ons liever middenveldorganisaties. We hebben expertise in huis, door onze werking kennen we het terrein erg goed. Vanuit die rol en vanuit het gemeenschappelijke gedachtegoed kunnen we de partij adviseren. Als je niet in de regering zit, is het natuurlijk veel moeilijker om onze lijnen door te duwen.” 

Ulens: “Het is voor mij belangrijk dat de links-progressieve beweging samenwerkt. Een voorbeeld: de maatwerkbedrijven, de vroegere beschutte werkplaatsen. Aanvankelijk moesten die allemaal dicht vanwege de coronamaatregelen. Het was geen essentiële sector. Probleem is dat veel mensen die daar werken niet zomaar een werkloosheidsuitkering kunnen krijgen. Voor hen zou het een ramp zijn.

“Ik ben op alle mogelijke deuren gaan kloppen, ook bij de regering. Ik kreeg nergens gehoor. Het is pas dankzij een wetsvoorstel van de sp.a in het parlement dat ze toch recht kregen op een uitkering. Tegelijk konden andere bedrijven weer op een veilige manier aan de slag, via een handigheidje. Ze pakten paaseitjes in en zo konden hun activiteiten toch als essentieel worden beschouwd. Het bewijst hoe de socialistische beweging de motor kan zijn van rechtvaardige en juiste oplossingen.”

Is die samenwerking een onderdeel van de vernieuwingsoperatie van de partij?

Rousseau: “Zoals ze zelf aangeven zijn het organisaties die elke dag met hun twee voeten in de modder staan. Ik vecht tegen de oude politieke cultuur die de toekomst van ons land blokkeert. Tegelijk wil ik opkomen voor de mensen die een job hebben of een job zoeken, die het goed hebben of zorg nodig hebben. Ik wil dicht bij de mensen staan en dat is een van de kanalen die ons daarbij helpen.”

Is dat niet net de oude politieke cultuur: de zuil aanspreken?

Callewaert: “Ik weet dat Conner veel andere organisaties aanspreekt buiten de socialistische familie. Hij heeft contacten bij werkgevers, in de academische en juridische wereld. John (Crombez, voorganger van Rousseau, RW/SKE) is daarmee begonnen op kleinere schaal, Conner gaat echt in de breedte. Dat is goed. Wij hebben niet de waarheid in pacht.”

Ulens: “Je kunt altijd op ons, de vakbond, rekenen. We zullen altijd die tegenmacht blijven vormen. Eens de socialisten in de regering zitten, zullen ze het geweten hebben (lacht).”

Gaat de sp.a dan in de regering stappen?

Rousseau: “Ik wil nu eerst een goede 1 mei vieren. Daarna hoop ik dat er samen met mij wat verantwoordelijke politici de volgende stap zetten. De huidige regeringsconstructie eindigt ofwel net voor de zomer ofwel net erna. Lang zal het niet meer duren. Dan moeten we een volwaardige regering hebben.”

Hoe moet dat dan? Gesprekken tussen partijen hebben de voorbije maanden niet veel opgeleverd.

Rousseau: “Neen, maar ik ga me niet na één mislukking gewonnen geven.”

Eén mislukking? Het is vijf keer mislukt.

Rousseau: “Ik heb maar één keer met een hele groep aan tafel gezeten zoals in dat bewuste weekend in maart, toen we echt konden landen. Dat is toen niet gebeurd en dan zijn we bij een B-oplossing uitgekomen. Ik ga binnenkort een aantal inhoudelijke dingen aftoetsen en dan zien we wel met wie we kunnen samenwerken.”

Het is heel lang geleden dat N-VA-voorzitter Bart De Wever nog zo lyrisch was over een sp.a-voorzitter. Zijn partij noemde tot voor kort zowat alles de schuld van de sossen en wou knippen de sociale zekerheid. 

Callewaert: “Hij heeft Hilde Crevits (CD&V) zo ook al eens doodgeknuffeld, hé. De Wever toonde op dat moment zijn respect voor wat Conner had gedaan. Welke strategische motivatie daarachter zit, moet je aan hem vragen. Het kan best dat N-VA en sp.a op bepaalde punten een gelijk standpunt innemen. Het is niet zo dat ze het over alles oneens moeten zijn.”

Ulens: “Ons probleem met de N-VA is dat ze de sociale zekerheid aanvallen. De N-VA wil besparen en denkt dat ze verder komen als Vlaanderen de eigen middelen beheert. Volgens ons is de enige weg naar echte solidariteit een sociale zekerheid op federaal niveau.”

Rousseau: “De Wever was lang niet de enige met complimenten, hoor (knipoogt). Ik zie in welke hoek jullie me willen duwen, maar hij had het vooral over de frisse en nieuwe manier waarop we hebben gewerkt. Inhoudelijk gaapt er nog altijd een serieuze kloof. Hoe dan ook zullen partijen moeten samenwerken. Ik zie nu veel N-VA’ers pleiten voor solidariteit. Wel, dat ze dat tonen en dan valt er te praten.”

Callewaert: “Als deze crisis één ding bewijst, is het dat tegenstellingen kunnen worden overwonnen. Bonden en werkgevers sluiten akkoorden over hoe we weer aan de slag gaan, ook op ons domein geraken dossiers die al maanden of jaren vastzitten in een stroomversnelling. Plots kunnen elektronische doktersbriefjes of een digitaal consult. Dat stemt me hoopvol.”

Conner Rousseau: ‘Ik krijg het ervan op mijn heupen dat politici nu geen gesprekken willen voeren over de toekomst van het land, maar ondertussen wel interviews geven dat ze een voetbalclub hebben overgenomen.’Beeld © Stefaan Temmerman
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234