Woensdag 26/01/2022

Snoeien is zelden nodig

Behalve bij fruitbomen die worden gesnoeid om meer fruit te krijgen, ligt de reden om een boom of een struik te snoeien zelden bij de plant zelf. De meeste bomen hebben alleen in hun jeugd wat snoei nodig om evenwichtig op te groeien, maar daarna is het meestal overbodig.

'Snoeien bevordert de gezondheid van een plant, boom of heester en verbetert bovendien het aanzien van uw tuin." Met die onzin begint een onlangs in het Nederlands vertaalde snoeigids waarin volgens de achterflap nochtans "de nieuwste inzichten op snoeigebied" worden gevolgd. Als er al op dat vlak al één 'nieuw' inzicht is, dan is het dat men in het belang van de boom het snoeien tot het hoognodige moet beperken. "Men ga 's winters onze tuinen na. Wat zult ge zien? Boomen, die er uit zien als kapstokken. Allen gelijk van vorm. Vrienden van onze boomen en struiken, kiest Uw soorten naar de plaats die zij moeten innemen en gelast Uw tuinman zijn snoeimes te vergeten", schreef de Nederlandse tuinarchitect en dendroloog Leonard A. Springer in 1906 al.

Snoeien is zelden noodzakelijk voor de boom zelf. Het wordt meestal gedaan ten behoeve van de mens. Zo worden fruitbomen gesnoeid om een zo groot mogelijke opbrengst te krijgen; laanbomen worden gesnoeid om doorgang van auto's en fietsers mogelijk te maken; lei- en knotbomen worden gesnoeid om op een beperkte ruimte toch bomen te kunnen planten; en in uw eigen tuin zult u misschien een paar takken moeten wegknippen omdat ze zo laag hangen dat u een oog dreigt te verliezen telkens u er langs loopt of omdat uw buren klagen over bladval of een gebrek aan zon.

In een enkel geval is het snoeien van belang voor de boom zelf. Bijvoorbeeld om dood hout of een afgebroken tak te verwijderen, bij stormschade of ziekte, om een evenwichtige verhouding tussen kruin en stam te bekomen (vooral van belang bij jonge bomen), of om verkeerd geplaatste takken te verwijderen (zoals plakoksels, waarbij een tak tegen de stam geplakt zit en op termijn dreigt af te scheuren). Om een goede verhouding te creëren tussen de kruin en de stam moet een boom regelmatig 'uitgelicht' worden. Door het verwijderen van de lichte takken wordt een grotere doorkijkbaarheid en een verminderde windweerstand bekomen, wat de boom een grote standvastigheid geeft.

Zagen kan iedereen, maar snoeien vergt iets meer kennis. Een struik of een roos snoeien is nog vrij gemakkelijk. Een jonge boom snoeien zodat hij zich gelijkmatig kan ontwikkelen, is al iets moeilijker. Een grote boom snoeien is eigenlijk specialistenwerk en laat u beter over aan vakmensen. In de sector van de boomverzorging lopen echter nogal wat 'cowboys' rond die wel weten hoe ze een kettingzaag moeten gebruiken, maar die voor de rest weinig kaas hebben gegeten van boomverzorging. Een motorzaag dient om bomen om te zagen, zelden om ze te snoeien. Wanneer u een snoeier aan huis krijgt met hoogtewerkers en kettingzagen, dan is er meestal enige reden tot ongerustheid.

Minstens even belangrijk als de manier van snoeien is het tijdstip waarop. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen worden de meeste bomen het best gesnoeid in de zomer wanneer ze volop in blad staan. In de zomer worden de snoeiwonden het snelst vergrendeld, waardoor de kans op houtrot en infecties en het risico op waterlotvorming het kleinst is. De slechtste tijdstippen om te snoeien zijn het voor- en het najaar wanneer bladeren worden gevormd of wanneer ze afvallen. Bomen die zeker moeten worden gesnoeid als ze nog volop in blad staan zijn onder meer: Acer, berk, Gleditsia, haagbeuk, Laburnum, paardenkastanje, notelaar, populier en Pterocarya. Wanneer ze in de winter of het vroege voorjaar worden gesnoeid is het risico op bloeden, waarbij xyleem, een waterige vloeistof, uit de snoeiwonden lekt, zeer groot. Meidoorn, Sorbus, (sier)appel en -peer en alle Prunus-soorten mogen nooit in het najaar of de winter worden gesnoeid om het risico op loodglans tot een minimum te beperken. Ook Ailanthus, de tamme kastanje en Catalpa worden beter in de zomer gesnoeid om het risico op waterlot te beperken. Hetzelfde geldt voor linde, olm en Zelkova om het gevaar op aantasting door de meniezwam te voorkomen.

Een tweede element waarmee u rekening moet houden is het bloeitijdstip. Dat is vooral belangrijk voor sierheesters en sommige klimplanten zoals clematis. Vroegbloeiers (die bloeien voor 21 juni) dragen meestal bloemen op hout dat het vorige jaar werd gevormd. Voorbeelden zijn Deutzia, Forsythia, Hydrangea macrophylla, Kerria, Kolkwitzia, Philadelphus, Weigelia. Ze worden indien nodig onmiddellijk na de bloei gesnoeid zodat het nieuwe hout kan groeien en rijpen om het volgende jaar te bloeien. Snoeit u ze tijdens de winter, dan riskeert u al het nieuwe hout en dus ook de bloei weg te snoeien. De meeste zomerbloeiers (zoals Buddleja davidii, Ceanothus, Hydrangea paniculata, Perovskia...) dragen daarentegen op hout dat in het voorjaar wordt gevormd. Zij moeten dus worden gesnoeid in het voorjaar, voor de nieuwe groei begint. Wat u zeker nooit mag doen is snoeien wanneer het vriest of wanneer vorst wordt aangekondigd.

Tot zover een paar algemene principes. Maar uiteindelijk zult u al doende moeten ontdekken wat de beste resultaten oplevert, met vallen en opstaan. Tuinieren is nu eenmaal geen exacte wetenschap.

vormsnoei

Voor vormsnoei en voor hagen gelden aparte snoeiregels. Het gaat hier immers om een per definitie onnatuurlijke groeiwijze. De snoei staat volledig in functie van het beoogde resultaat. Maar toch respecteert u beter een paar basisprincipes om problemen te vermijden. Haagvormen kunnen in feite heel het jaar door worden gesnoeid. De beste periode is net als bij de meeste bomen van juni tot september. Vermijd wel om groenblijvende hagen (zoals taxus en buxus) te snoeien na half oktober. Het risico is namelijk groot dat er nog jonge scheutjes worden gevormd die tijdens de winter zullen bevriezen.

Leivormen (van linde, plataan, haagbeuk, paardekastanje...) moeten in de herfst of de winter worden gesnoeid en zeker niet in de zomer. Bij het snoeien van leivormen wordt immers nagenoeg de hele bladmassa weggenomen. Tijdens de opbouwfase van de leivorm (de eerste vijf à zes jaar) snoeit u wel in de zomer omdat er dan minder bladmassa wordt weggesnoeid.

Bolvormen zoals bolacacia, bolesdoorn, bolcatalpa enz., die spijtig genoeg de laatste jaren erg populair zijn, zijn meestal speciaal geënte cultivars. Die bomen moeten jaarlijks zeer sterk worden teruggeknipt of geknot om te voorkomen dat de kruin te groot wordt en om windschade te voorkomen. Het knotten gebeurt een klein stukje boven de ent. Beste periode is meestal tussen eind november en begin maart.

Minstens even belangrijk als de manier van snoeien is het tijdstip waarop

De tien snoeigeboden

1. Snoei beter elk jaar of om de twee jaar een klein beetje dan om de zoveel jaar heel veel. 2. Per snoeibeurt mag er maximaal 20 à 25 procent van de bladmassa worden verwijderd. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij een boom met vijftien takken er maximaal drie mogen worden weggehaald. Moet er meer gesnoeid worden, dan is dat waarschijnlijk een gevolg van verwaarlozing. Spreid het snoeiwerk dan zo mogelijk over meerdere jaren. Dode takken horen niet bij de 20 procent bladmassa en moeten zo snel mogelijk worden weggehaald. 3. Wanneer meerdere takken moeten worden verwijderd, haal dan eerst de dikste takken weg. Anders zullen de snoeiwonden bij een volgende snoeibeurt nog groter zijn. Verwijder tijdens eenzelfde snoeibeurt geen overstaande en vlak boven elkaar staande takken omdat een snoeiwonde altijd voor een plaatselijke verzwakking zorgt. 4. Vermijd om takken van meer dan 10 cm diameter te snoeien omdat anders te grote snoeiwonden ontstaan. De zaagwonden moeten altijd zo klein mogelijk worden gehouden. Dus bijvoorbeeld nooit een tak schuin afzagen. 5. Een tak mag nooit glad langs de stam worden afgezaagd om de stam en de takkraag niet te beschadigen. De takkraag is de zone die zowel hout van de stam als van de tak bevat. Deze zone is herkenbaar als de verdikking aan de takbasis. De takaanzet moet dus altijd blijven zitten. Dat geldt ook bij het verwijderen van dode takken. 6. Bij het verwijderen van dikke takken moet het inscheuren van de bast te allen prijze worden vermeden. Daarom moet de tak eerst tot op zo'n 40 cm van de stam worden afgezaagd. Daarna kan de stomp op de gebruikelijke wijze worden afgezaagd. 7. Wondafdekmiddel doet meestal meer kwaad dan goed. Alleen bij bomen die gevoelig zijn voor het meniezwammetje (zoals Acer, olm, linde en paardenkastanje) heeft het zin om de snoeiwonde in te smeren met een wondafdekmiddel, dat dan wel een schimmeldodend product moet bevatten. 8. Gebruik aangepast en scherp materiaal. Een snoeischaar (bij voorkeur van het papegaaienbektype waarbij het bovenmes de tak afknipt langs het vaste ondermes) is alleen geschikt voor licht snoeiwerk, voor dikkere takken moet u een speciale takkenschaar of een handzaag gebruiken. Voor het verwijderen van hoge takken bestaan speciale stokzagen. 9. Gebruik geen motorkettingzaag. Dat is niet alleen een moordwapen dat bovendien een oorverdovend lawaai maakt. Het is vooral een apparaat dat uitnodigt om te veel en te dikke takken te snoeien. 10. Werk veilig. Ga bijvoorbeeld nooit zitten op de tak die u afzaagt of zet geen ladder tegen die tak. Het kan belachelijk lijken, maar elk jaar gebeuren er op die manier tientallen ongevallen. De ladder wordt bij voorkeur tegen de stam geplaatst. Moet ze toch tegen een tak rusten, dan moeten er minstens drie sporten boven de tak uitsteken. De ladder moet minstens een meter boven de hoogste te bereiken plaats uitsteken. Indien er gevaar bestaat dat de ladder wegschuift of door vallende takken wordt weggeslagen, dan moet ze worden verankerd.

Een vrij goede en voorbeeldig geïllustreerde handleiding over snoeien van sier- en fruitbomen en heesters is Terra's handboek Snoeien & Leiden door Christopher Brickell en David Joyce (Terra, Warnsveld, 1996). Het gaat om een vertaling van een Engels boek dat verscheen onder auspiciën van de gereputeerde Royal Horticultural Society.

Specifiek voor leifruit is er het boekje van J.M. Freriks De teelt van leifruitbomen (uitgegeven door de Stichting tot Behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen in Nederland).

Vzw Boomverzorging

De vzw Boomverzorging wil bijdragen aan een groter bewustzijn inzake boomverzorging, niet alleen bij het grote publiek, maar vooral bij de boomverzorgers zelf. Dat gebeurt onder meer via studiedagen en meer ludieke activiteiten zoals de jaarlijkse boomklimkampioenschappen. De vzw beschikt ook over een discussieforum op internet over boomverzorging.

Wie geïnteresseerd is, kan zich inschrijven door een blanco mail te sturen naar Boomverzorging-subscribe@yahoogroups.com

Info: Kris Hofkens, Salvialei 130, 2900 Schoten, 03/646.45.73

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234