Donderdag 22/04/2021

Vijf vragen overWet-Major

Sneuvelt de wet-Major? Alweer een cruciale week voor de havenarbeiders

‘Het kot’ in de haven van Antwerpen, waar haven­arbeiders verzamelen blazen.  Beeld Tim Dirven
‘Het kot’ in de haven van Antwerpen, waar haven­arbeiders verzamelen blazen.Beeld Tim Dirven

De regeling die ondernemingen in de Belgische havens verplicht om enkel te werken met erkende havenarbeiders is strijdig met de Europese regelgeving. Dat is tenminste de conclusie van de advocaat- generaal bij het Europees Hof van Justitie. Donderdag zou het hof uitsluitsel moeten geven over de zogeheten wet-Major. Het is niet voor het eerst dat de wet onder vuur ligt.

Wat is die wet-Major nu ook alweer?

In België wordt havenarbeid geregeld door de wet-Major. Die bepaalt dat het laden en lossen van schepen in de Belgische havens om veiligheidsredenen enkel mag gebeuren door erkende havenarbeiders. De erkenning gebeurt door paritaire comités, waar werkgevers en vakbonden in zetelen. De wet dankt haar naam aan Louis Major, de socialistische vakbondsman en minister van Arbeid die in 1972 de ‘wet betreffende de havenarbeid’ in het leven riep.

Maar er is een probleem mee?

Ja, maar dat is niet voor het eerst. Vanaf de jaren 80 al gingen stemmen op om de wet opzij te schuiven, of minstens aan te passen. Omdat deze te rigide werd bevonden. Havenarbeid vereist knowhow en omvat een hoge graad van techniciteit, waardoor je dit werk niet zomaar aan iedereen kan toevertrouwen, oordelen de vakbonden. Maar de uitvoeringsbesluiten van de wet-Major schrijven ook voor dat logistieke activiteiten binnen het havengebied met havenarbeiders uit het logistiek contingent moeten gebeuren. En dat leidt tot wrevel bij bedrijven.

Een aantal werkgevers trok zelfs naar de rechter, maar in 1986 herbevestigde het Hof van Cassatie dat havenwerk in handen bleef van erkende havenarbeiders. De Wet-Major bleef overeind.

Vanaf 2000 ging het opnieuw fout. Toenmalig Europees commissaris Loyola de Palacio lanceert de zogenaamde ‘Port package’-voorstellen, waarbij de Europese havens geliberaliseerd worden. Onderdeel daarvan is meer zelfafhandeling door bemanningsleden. Het leidt tot stevige betogingen door dokwerkers in onder meer Straatsburg en Brussel. Het Europese voorstel wordt afgezwakt, de wet overleeft andermaal.

Maar in 2013 is het weer raak. Na een klacht van Katoen Natie-baas Fernand Huts bij de Estse Eurocommissaris voor Werk Siim Kallas opent de Europese Commissie een inbreukprocedure. De wet wordt na herhaaldelijk overleg tussen België, de sociale partners en Europa licht gewijzigd. Lossen en laden van schepen blijft havenarbeid, maar tegelijk komt er ook een statuut van logistieke havenarbeider. Die arbeiders zijn een stuk goedkoper. Maar twee logistieke bedrijven, Middlegate en Katoen Natie, vechten die regeling aan bij het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Die rechtscolleges schoven de hete aardappel door naar het Europees Hof.

En dat zegt nu dat de wet-Major niet overeind kan blijven?

Niet zo snel: de advocaat-generaal bij dat hof, Manuel Campos Sanchez-Bordona, zegt dat bepaalde elementen in de regeling in strijd kunnen zijn met het Europees recht van vestiging en vrij verkeer van werknemers. Maar, voegt hij eraan toe, dit Europees recht verzet zich “in beginsel” niet tegen een systeem voor de erkenning van havenarbeiders om de veiligheid in havengebieden te beschermen. Het is wél een probleem indien dat systeem een ‘gesloten aanwervingsmechanisme’ instelt dat onder controle van de vakbonden en werkgeversorganisaties van elke haven staat. Het legt zo onevenredige beperkingen op aan de vrijheid van vestiging van ondernemingen en het vrije verkeer. Dat ook het toezicht op de naleving van de nodige medische, psychische en vakbekwaamheidsvereisten bij vakbonden en werkgevers van elke haven ligt, is problematisch. Het advies van de advocaat-generaal is niet bindend, maar wordt wel vaak gevolgd door de rechters.

Arbeiders aan het werk in de haven van Antwerpen. Beeld ANP
Arbeiders aan het werk in de haven van Antwerpen.Beeld ANP

En dus zal het Hof de wet-Major in zijn huidige vorm wellicht naar de prullenmand verwijzen?

Daarvoor is het wachten op het arrest zelf. Als er enkel op een aantal punten aanpassingen moeten komen, kan het overleg tussen de sociale partners en de overheid opstarten. Dan hoeft de wet-Major zelf niet helemaal op de schop. Belangrijk in dat opzicht is ook dat het Belgische Grondwettelijk Hof wil weten of het de huidige regeling voorlopig zou kunnen handhaven, in afwachting van een definitieve regeling. Zo zou in afwachting van een oplossing rechtsonzekerheid en sociale onrust vermeden worden, aldus het Hof.

De advocaat-generaal meent alvast van niet en meent dat rechtsonzekerheid en het risico op sociale onvrede geen dwingende redenen van algemeen belang zijn die zo’n voorlopige handhaving zouden rechtvaardigen. Er moet met andere woorden snel worden gehandeld indien de wet sneuvelt.

Wat zeggen de vakbonden?

In een pamflet dat de bonden naar de havenarbeiders stuurden, herhaalden ze de voordelen van de wet-Major. Volgens hen zorgt het systeem onder meer voor extra productiviteit en veiligheid. De vakbonden stellen dat ze de uitspraak van de Europese rechter afwachten en dat daarna ook de Belgische rechtsinstanties zich hierover zullen moeten uitspreken, eenmaal het Europese verdict bekend is. “Ondertussen zullen de juristen van alle partijen de zaken analyseren en later opnieuw bepleiten bij de betrokken rechtbanken”, klinkt het.

De bonden hameren erop dat de wet-Major en de erkenning van de havenarbeiders zelf niet in vraag worden gesteld. Wel liggen bepaalde erkenningsprocedures moeilijk voor Europa. Ze besluiten dat ze ‘waakzaam’ blijven, al is er ruimte voor overleg. En dat ze bereid zijn om opnieuw op de barricaden te gaan staan indien dit moet om de wet-Major te vrijwaren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234