Zondag 19/09/2021

Sneeuw in het hoofd

Johan Vandenbroucke

"Van de ene dag op de andere was ik een expert in menselijke ellende," zegt J. Bernlef, terugkijkend op het verkoopsucces van Hersenschimmen, zijn roman uit 1984 waarvan ondertussen ongeveer een half miljoen exemplaren zijn verkocht: "Ik heb altijd geleefd met het besef dat ik niet tot de mainstream van de Nederlandse literatuur behoorde en dus nooit een groot lezerspubliek zou bereiken. Ook voor mij kwam het succes van Hersenschimmen totaal onverwacht. Het betekende natuurlijk niet dat een half miljoen mensen het licht hadden gezien en plotseling wisten wat een mooi boek was. Hersenschimmen is niet op zijn literaire kwaliteiten verkocht."

Met Hersenschimmen werd J. Bernlef plotseling, en slechts voor even, "een volksschrijver", - "Er bellen nu echt mensen op die volgens mij alleen maar de Bouquetreeks hebben gelezen." In 1984 had hij al meer dan dertig publicaties (poëzie, verhalen, essays en romans, nog afgezien van vertalingen) op zijn naam. Een schuilnaam overigens - zijn echte naam, Hendrik Marsman, zou in de Nederlandse poëzie alleen voor verwarring zorgen - die hij in 1958 voor het eerst gebruikte in Barbarber, een op honderd exemplaren gestencild tijdschrift. Barbarber - begonnen als een uit de hand gelopen practical joke van oude schoolmakkers, behalve Bernlef K. Schippers en G. Brands (ook pseudoniemen) - zou literatuurgeschiedenis maken, onder meer door de poging om de werkelijkheid in de literatuur te brengen en, bijvoorbeeld, hooggestemde poëzie te relativeren met kranteberichten, advertentieteksten en boodschappenlijstjes. In literaire kringen was de naam Bernlef gevestigd, maar een veelverkopend schrijver was hij helemaal niet. In vrijwel al zijn boeken, al vanaf zijn debuut, onderzocht hij de ingewikkelde relatie tussen taal en werkelijkheid. Vaak was er een paradoxaal streven naar onzichtbaarheid, geheugenverlies of stolling. De fascinerende roman De man in het midden (1976), bijvoorbeeld, ging over iemand die zich op de grens tussen verbeelding en werkelijkheid bewoog. Hersenschimmen bracht geen wending in dat oeuvre, veeleer een variant. Terwijl hij aan de roman werkte, zei Bernlef aan Willem M. Roggeman dat het deze keer een boek zou zijn dat "zich heel letterlijk met het vergeten bezig houdt. Het gaat over een man die, vrij plotseling, gaat dementeren. Wat gebeurt er in dat proces? (...) Ik wilde mij op dat onbekende gebied van een dementerende geest begeven. Het moest dus een boek worden dat zich in de binnenwereld van de hoofdpersoon afspeelt. (...) Ik denk dat ik uit het probleem ben hoe je in taal kunt weergeven wat er gebeurt wanneer alle tijd in ruimte verandert (want dat is denk ik wat er gebeurt bij dementie)."

In het begin van de roman staat de eenenzeventigjarige Maarten voor het raam, hij kijkt naar de sneeuw en de kale doorbuigende dennen en vraagt zich af "waar de kinderen blijven vandaag". Zijn vrouw Vera wijst hem erop dat het zondag is. "Je wordt een beetje verstrooid, Maarten." Misschien komt het door de sneeuw, denkt hij, "die monotonie, als alles wit is om je heen vallen de verschillen weg." Maar vanaf dat moment gaat het steeds fouter in zijn hoofd: "Iedere dag verdwijnt er wel iets, iedere dag wel iets. Overal lekt het."

Hij beseft dat er iets mis is ("Herinneringen kunnen soms tijdelijk onbereikbaar zijn, net als woorden, maar totaal verdwijnen kunnen ze toch bij je leven niet?") en probeert het te verbergen. Maar in zijn waarneming vallen steeds grotere gaten, die zich vullen met herinneringsafval (anekdotes uit zijn jeugd, de oorlog, zijn werk vroeger). Hij wordt door zijn geheugen, en dus ook door de taal, in de steek gelaten: "Alsof ik woorden verlies zoals een ander bloed."

Het dementieproces van binnenuit beschreven, vanuit de ik, in de tegenwoordige tijd: "Iets denkt in mij en houdt dan halverwege weer op. Begint er totaal iets anders dat ook weer stokt. Als een auto die telkens afslaat." De lezer maakt het als het ware mee. Ook bij herlezing valt het op: je wordt als lezer bijna bang door het steeds sneller vervagen van het werkelijkheidsbesef en taalvermogen. Alsof het boek je doet twijfelen aan je eigen geheugen, alsof je zelf dement begint te worden. Hersenschimmen is bijna angstaanjagend goed gecomponeerd en geschreven.

De stijl van het boek maakt de achteruitgang van het dementerende hoofdpersonage ook zichtbaar. Op het einde verbrokkelt de syntaxis, de taal vertoont gaten en scheuren en wordt gestamel waar zelfs het woord ik uit verdwenen is. Dwingend aangrijpend schrijft Bernlef naar het onvermijdelijke slot toe, in een superieur sobere, ingehouden toon. Ook de setting is typisch Bernlef: een winters landschap, met sneeuw, ijs, koud hard licht en een onverschillige natuur. Bernlefs obsessies laten zich blijkbaar het best beschrijven in een omgeving van ijselijke omstandigheden en dempende koude. Titels van eerdere romans zijn niet toevallig Sneeuw, Meeuwen en Onder ijsbergen (in 1987 gebundeld als Drie eilanden).

Met Hersenschimmen schreef Bernlef opnieuw een boek waarin hij de grenzen van taal, verbeelding en werkelijkheid aftastte. Dementie als aanleiding om te laten zien hoe snel de taal tekortschiet bij het structureren van de werkelijkheid. Maar juist door het onderwerp werd de roman een bestseller. Bernlef: "Kennelijk had ik, zonder dat ik mij daar overigens één seconde van bewust was, een gigantisch probleem aangesneden, waar in de samenleving niet over gesproken werd. (...) Het was heel raar. Ineens zat ik bij Tineke in een praatshow op de televisie, in een studio die gezellig gemaakt was met thee- en koffiepotten en kleedjes op de tafels, tussen mensen uit de verpleging en keurige grijze dames die dementie in hun familie hadden meegemaakt."

"Mensen vonden mijn boek zo ontzettend levensecht en ze konden ook niet geloven dat ik het had kunnen schrijven zonder geriatrie te studeren of zelf een tijdje dement te zijn geweest. Ik mocht honderd keer zeggen dat ik het verhaal grotendeels uit mijn duim had gezogen en dat je ook een roman over een schizofreen kunt schrijven zonder zelf gek te zijn - dat was niet wat het publiek wilde horen. Gelukkig liep ik toen al lang genoeg mee om te beseffen dat ik geen bestsellerauteur was en dat ik met mijn volgende roman Vallende ster - een boek dat ik net zo mooi vond als Hersenschimmen - dat grote publiek onmiddellijk weer kwijt zou zijn." Vallende ster (1989) ging ook over een stervende man die een hopeloze strijd met de taal levert, ditmaal belaagd door afasie en een delirium. Een citaat: "Voordat ik bij de woorden kan is het me alweer ontglipt." Het boek haalde lang niet het verkoopsucces van Hersenschimmen maar werd door recensenten geprezen. Robert Anker, bijvoorbeeld, schreef: "Meer nog dan Hersenschimmen geeft deze novelle mij het idee dat Bernlef nu alles kan, het absolute meesterschap heeft bereikt in wat hij wil zeggen."

'Hersenschimmen' en andere boeken van J. Bernlef verschenen bij uitgeverij Querido.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234