Zondag 09/08/2020

Smokkel je rijk met coltan:

de Belgische connectie

In de loop van 2000 zorgde een prijsopstoot van het erts coltan voor een moordende goldrush in Oost-Kongo. De persoon die het meest verdiende aan de coltangekte is Aziza Kulsum, alias Madame Gulamali. Kulsum verbleef sinds 1997 in België, waar zij erkend is als vluchteling. Haar zakenpartner Jacques Van den Abeele werd deze week aangehouden, zijzelf is nog altijd vrij en in business.

Koen Vidal

Zij die het meemaakten, schieten woorden tekort om de sfeer te beschrijven die in Oost-Kongo heerste ten tijde van de coltan-rush, nu ongeveer twee jaar geleden. Knettergek, absurd, fabuleus, ontspoord, zeer winstgevend, moordend. Coltan is een samensmelting van columbiet en tantaliet en wordt gebruikt als halfgeleider voor onder andere gsm's en computerspelletjes. Tachtig procent van de coltanreserves bevindt zich in Afrika, vooral in Oost-Kongo, waar al meer dan vijf jaar een oorlog woedt die naar schatting het leven kostte aan drie miljoen mensen. Precies de controle over kostbare grondstoffen als diamant, goud en coltan is de belangrijkste verklaring voor het aanslepende conflict. In de loop van 2000 schoot de prijs van Coltan plots de hoogte in: van 80 naar 760 dollar per kilo.

Die plotse stijging had niets te maken met de reële vraag maar wel met de luchtbel op de Nasdaq-aandelenmarkt. Vooral het onwrikbare geloof van investeerders in de toekomst van de zogenaamde derde generatie gsm's joeg de aandelenkoersen van de telecomsector, en derhalve ook de coltanprijs, de hoogte in. Ook het overdonderende succes van de Play Station II, wereldwijd 40 miljoen verkochte exemplaren, bracht een geruchtenstroom op gang over de problemen die Sony op dat moment zou hebben gehad om voldoende coltan op te kopen voor de aanmaak van zijn spelconsoles.

De euforie op de coltanmarkt had een zware impact op de oorlog in Oost-Kongo. Op de kleine luchthaven van Kavumu in Zuid-Kivu landde het ene propellervliegtuigje na het andere om coltan aan te voeren. Grotere transportvliegtuigen vlogen het kostbare erts naar de Rwandese hoofdstad Kigali, waarna Sabena de vracht naar Brussel vloog. In steden als Bukavu en Goma begon het geld te rollen. Dat was onder andere te merken aan de boomende bouwsector en aan het feit dat de lokale brouwerij Bralima voor het eerst sinds lang weer op volle capaciteit kon produceren. De coltangekte zorgde voor een maatschappelijke ontwrichting. Landbouwers die jarenlang hun veld hadden bewerkt, trokken naar de coltanmijnen omdat iedereen beweerde dat je daar honderden dollars kon verdienen. Gevolg: de landbouwproductie nam af en de door de oorlog ontstane voedselschaarste werd nog problematischer.

"Onze mannen zijn vertrokken", vertelden twee Kongolese vrouwen aan een onderzoeker van het Pole-instituut, een in Oost-Kongo gebaseerde ngo. "Of we ze ooit nog terug zullen zien, weten we niet. Ze verdienen veel geld en laten hun hoofd op hol brengen door andere vrouwen. We hebben gehoord dat ze voor die vrouwen huizen kopen terwijl hun eigen kinderen honger lijden en niet naar school kunnen." Rond de mijnen ontstonden ministadjes waar levensproducten peperduur waren en honderden prostituees hun graantje mee probeerden te pikken. Ook de etnische spanningen in de regio namen toe omdat de mijnen meestal eigendom waren van Tutsi's en Hutu's, maar uitgebaat werden door mensen van Hunde-origine.

"Coltan graven is een risicoberoep", vertelde een lokale hulpverlener van Hunde-origine. "Jonge Hunde-gravers worden systematisch geliquideerd door Hutu-strijders, die op die manier werkgelegenheid willen creëren voor hun eigen etnie. Buiten de mijnen lopen Hunde-mensen dan weer gevaar om aangevallen te worden door militairen van het RCD (Rassemblement Congolais pour la Démocratie, de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging die een groot deel van Oost-Kongo in handen heeft, KoV)."

Omdat er sindsdien rond de mijnen een sfeer van geweld en anarchie heerst, zijn ook de ecologische gevolgen van de coltan-rush niet te overzien. Een aantal belangrijke mijnen bevindt zich immers in het Kahuzi-Biega-natuurpark, een gigantisch gebied waar naast de olifant de met uitsterven bedreigde okapi voorkomt. Door de oorlog is het aantal olifantenfamilies dramatisch afgenomen van 350 naar twee en blijven er van de 30.000 okapi's nog 5.000 over. Ook de gorillapopulatie in het park is zo goed als uitgestorven.

De megawinsten die met de verkoop van coltan binnen konden worden gehaald, brachten de rebellen van de RCD-Goma op het idee om de handel, op dat moment in handen van negentien bedrijven, te monopoliseren. Speciaal daarvoor werd een nieuw bedrijf in het leven geroepen: Somigl, de Société Minière des Grands Lacs. In ruil voor het monopolie op de coltanhandel moest Somigl aan de RCD-rebellen een maandelijkse belasting van 1 miljoen dollar betalen. Het Somigl-monopolie werd bewust opgezet om de oorlogsinspanningen van de RCD-Goma te financieren. "Ik bedoel, wij zijn in oorlog", zei RCD-leider Adolphe Onusumba in maart 2001 aan The Washington Post. "Wij moeten onze soldaten onderhouden. Wij moeten bepaalde diensten betalen. Met het geld van coltan kunnen we onze 40.000 soldaten voeden en kunnen we extra soldaten aantrekken."

Directeur van het Somigl-monopolie was de Indiaas-Burundese zakenvrouw Aziza Kulsum (1944) ook wel bekend als Madame Gulamali. Kulsum is een levende legende in de Grote Meren-regio, wat onder andere blijkt uit de rapporten van het International Peace Institute (Ipis) in Antwerpen. Ex-minnares van wijlen Mobutu Sese Seko, getrouwd met een rijke Kongolese zakenman en gespecialiseerd in de handel van alles wat snelle winsten oplevert: wapens, ivoor, goud, coltan, diamanten, valse bankbiljetten. Madame Gulamali verblijft sinds 1997 in België maar begon haar imperium in het Zaïre van de jaren tachtig.

Haar toenmalige zakenpartners waren twee van de beruchtste figuren van het Mobutu-regime: generaal Kpama Baramoto en generaal Ngbale Nzimbi. Baramoto stond aan het hoofd van de Zaïrese veiligheidsdient, Nzimbi leidde de gevreesde presidentiële wacht. Onder bescherming van die twee officieren opent ze in het Oost-Kongolese Bukavu het bedrijf Uzabuco, dat zich vooral bezighoudt met de productie van Sportsman-sigaretten. In diezelfde periode bouwt ze een netwerk waarlangs ze zowel ivoor, goud, diamanten, wapens als valst geld in en uit Zaïre smokkelt.

Eind 1993 vestigt Gulamali zich permanent in Bukavu, waar ze zich onder andere bezighoudt met wapenleveringen aan de Burundese FDD-rebellen. De wapens worden aanvankelijk aangevoerd door de generaals Baramoto en Nzimbi, maar na de Rwandese genocide van 1994 koopt Gulamali de wapens op van het gevluchte Rwandese leger om ze in ruil voor koffie door te verkopen aan de Burundese FDD-rebellen: voor een zak koffie van 60 kilo kreeg het FDD één wapen. In de loop van de jaren verzamelt ze ook vier verschillende paspoorten, waaronder één EU-paspoort. Dat stelt haar in staat om ongehinderd de wereld rond te reizen.

Wanneer Laurent-Désiré Kabila in 1996 aan zijn opmars naar Kinshasa begint, vlucht Gulamali naar het Westen uit vrees voor vervolging door het leger van de nieuwe Rwandese sterke man Paul Kagame. Haar eigendommen in Bukavu worden vernield en geplunderd. Zij vraagt asiel aan in België en krijgt in maart 1998 het statuut van vluchteling. In april 2002 wordt haar verblijfsvergunning tot maart 2003 verlengd. Ook haar financiële transacties verlopen via Brussel, meer bepaald via de Bank Brussel Lambert.

Opmerkelijk is dat zij zich in 1998 door een oude Burundese zakenrelatie laat introduceren in de kringen van Paul Kagame en de door Rwanda gesteunde rebellen van de RCD-Goma. Vijanden worden van de ene dag op de andere zakenpartners. Kulsum slaagt erin om haar vroegere netwerk te reactiveren en haar veelzijdige handel opnieuw te laten floreren. "Zo verwonderlijk is dat niet", zei RCD-leider Onusumba daarover. "Toen wij zagen dat de prijs van coltan als een raket de hoogte inging, beschouwden wij dat als een kans om veel geld te verdienen. Ik wist dat Kulsum betrokken was in allerlei smokkelpraktijken: sigaretten, goud. Zij kent elk kanaal om dingen naar het buitenland te krijgen. Daarom hebben we haar benaderd. Is het niet beter om zo iemand aan je zijde te hebben?"

Hoewel Kulsum regelmatig op zakenreis naar Bukavu gaat, beheert zij haar smokkelimperium in de eerste plaats vanuit België, waar ze haar woonplaats heeft in Anderlecht. In België werkt ze samen met de deze week aangehouden zakenman Jacques Van den Abeele. Uit verscheidene documenten blijkt dat Van den Abeele via zijn import-exportbedrijf Cogecom in december 2000 minstens 60 ton coltan ter waarde van 3 miljoen dollar invoerde. Volgens Ipis-onderzoekers hield Van den Abeele aan deze levering 10 tot 13 miljoen dollar winst over. De Cogecom-deal was goed voor bijna 70 procent van de totale belastinginkomsten van het RCD.

Begin 2001 kelderen de coltanprijzen en komt er een abrupt einde aan de goudkoortsatmosfeer in Oost-Kongo. De prijsdaling was al in december 2000 ingezet, toen Alan Greenspan, directeur van de Amerikaanse nationale bank, voor een globale recessie waarschuwde. Drie dagen later gooiden de Verenigde Staten een deel van hun strategisch coltanstocks op de wereldmarkt en begon de vrije val van de prijs. Ook Madame Gulamali ziet haar winsten wegsmelten. In december 2000 verhandelt Somigl nog 112 ton, drie maanden later is dat productiecijfer gedaald tot negentien ton.

Het hoogtepunt van de coltangekte in Oost-Kongo mag dan al voorbij zijn, Madame Gulamali is nog altijd actief in de regio. Drie weken geleden werd ze nog in Bukavu gesignaleerd. "Een deel van haar activiteiten heeft ze doorgegeven aan haar kinderen", vertelde een lid van de senaatscommissie Grote Meren deze week aan De Morgen. "Maar het is duidelijk dat zij de touwtjes van haar bedrijven nog altijd stevig in handen heeft. Zij is en blijft de peetmoeder van haar koninkrijk." Haar bedrijf heeft ondertussen al een andere naam, Shenimed, en het transport naar België zou worden geregeld door de Rwandese verzekeringsmaatschappij Cogear, die in handen is van een van Gulamali's schoonzonen. De import zou niet meer gebeuren via de luchthaven van Oostende, die door het gerecht in het oog wordt gehouden, maar via de luchthaven van Bierset nabij Luik. "Aziza Kulsum is een zeer gehaaide zakenvrouw", zegt een van de leden van de Grote Meren-commissie. "Ze gaat waar het geld zit, rechtdoor en desnoods over lijken. En als het gerecht haar niet stopt, zal ze dat blijven doen."

'Aziza Kulsum is een zeer gehaaide zakenvrouw. Ze gaat waar het geld zit, rechtdoor en desnoods over lijken'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234