Dinsdag 15/06/2021

Smoelboek

ijn dag is slecht begonnen, gisteren. Zo heb ik bij het opstaan vanwege een ongelukkige en al te reumatisch getinte beenbeweging de familiale pispot aan diggelen getrapt, wat behalve een zeikvoet ook nog andere verstrekkende gevolgen had. Vooral in de kostensector dan, omdat het desbetreffende keramieken pissoir een ontwerp was van de Internationaal bekroonde kunstenares Ann Van Hoey, die u wellicht kent omdat ze deze week, in tegenstelling tot vele andere Internationaal bekroonde kunstenaressen, toevallig in de Humo blijkt te staan en wel op pagina 30 met in haar handen: mijn pispot, toen die nog niet gebroken was.

Gisteren was dus zo’n dag waarvan je na een kwartier weet: dit wordt niks. Ik heb er zo tenminste één per week, vaak twee, soms drie. Toch hoorde ik me wat verder weg in de ochtend tegen mijzelf zeggen: lees dan nog eens een boek. En omdat het niet altijd Schopenhauer moet zijn, legde ik dus de hand op het mij even daarvoor door mijn bevallige postbode Arlette bezorgde werkstuk Live Or Let Die, van de hand van Carl Decaluwé, ook regionaal bekend als de West-Vlaamse Ian Fleming, een schrijver voor de massa, zoveel is duidelijk, dus ook voor mij.

Maar nog voor de lunch legde ik het al neer, in de gedachte dat Schopenhauer vast grappiger was. En Schopenhauer heet van zijn voornaam tenminste Arthur en niet Carl, terwijl het toch algemeen geweten is dat mensen die Carl heten niet te vertrouwen zijn en zeker niet wanneer zoiets in combinatie gebeurt met een nom de plume als Decaluwé.

Ik hoorde de versgebakken auteur bezig op VRT, er nog snel van profiterend dat die omroepvereniging nog bestaat, nu hij zo tegen 2025 het einde ervan voorspeld heeft.

Volgens Carl De Ziener kijkt iedereen dan toch digitaal en zijn we dus allemaal een beetje onze eigen Mike & Guido geworden en beslissen we bijgevolg zelf naar wat we kijken, naar wat niet, en om hoe laat en met wie, iets wat ik overigens als sedert 1954 doe, toen ik als vijfjarige mediawatcher met veel plezier getuige was van de vanuit het Omroepcentrum Flagey geleverde draadloze uitzending van het tv-spel Drie dozijn rode rozen.

Waarom een fervent modernist als Carl Decaluwé precies een ouderwets ding als een boek wilde schrijven is mij ook niet geheel duidelijk: van een beetje CD&V cyber-parlementariër mag je toch eerder wat geblog en getwitter verwachten of enige andere vorm van verbale schijterij die niets anders kan verbergen dan schrijfanemie en een zielige roep om aandacht.

Zelf sta ik niet eens op smoelboek. Ik heb échte vrienden genoeg en vijanden ook, maar tegelijk voldoende camouflagetechnieken in huis om die laatste categorie niet teveel te moeten ontmoeten. Op feestjes van de NV-A of het druksel Goedele kom ik toch al niet vaak...

Geen Decaluwé als leesvoer dus, maar wat dan wel ?

Ik grabbel rond in wat de post nog gebracht heeft en kom bij de Delhaize-krant uit die in zijn lo-fi uitvoering vooral handelt over de zogenaamde 365-producten, notoire rommel die aan de armsten onder ons aangeboden worden met de weinig belovende slogan ‘Goedkooper Dan Aldi’. Maar met veel meer gebruik van de letter o denk ik daar dan direct bij en nog altijd veel duurder dan Goedele en zeker even vals. Want op de pagina één van de folder die het trots heeft over ‘Producten Voor Minder Dan 1 Euro’ zie ik staan dat de kiwi’s 3,24 euro kosten, de volle aardbeienyoghurt 1,48 en 250 gram ontzwoerde en onvette ham niet minder dan 2,39. Ik besluit vanmiddag dan maar te lunchen onder het motto ‘dood gaan we toch’ en met behulp van 10 witte sandwiches (0,89 euro ) en een bakje surimisalade (0,79 euro ). Bij dit misschien wel galgenmaal drink ik een frisse cocktail van inktpatronen (0,99 euro ) en een wolkje allesreiniger citroen (0,71 euro ).

En ik lees er de nieuwe Humo bij, zoals wel vaker gebeurt. Mijn oog valt meteen op de inteeltkoppen van die vervelende gebroeders Borlée, die wat sneller lopen dan de gemiddelde Belg, maar dat is nog altijd iets onbetekenends in de ogen van de modale okapi, waarvan je na zijn carrière tenminste ook nog een mooi vloerkleed of enkele portefeuilles kan façonneren.

En ik lees een stuk vol bekentenissen van de veel te goed in zijn vel zittende Kobe Ilsen, en eentje over de deze week toch al overal dood geïnterviewde Jef Rademakers en ik sta ook even stil bij de verzamelde opstellen van het stel rakkers dat daar in Vilvoorde onder de roepnaam ‘De Werkgroep TV’ een zelfhulpgroep voor televisiekritiek heeft gevormd.

Ik vrees dat we niet anders kunnen dan hen het voordeel van de twijfel gunnen al mag u van mij nu al weten dat journalistjes die denken dat ze goed genoeg geplaatst zijn in het leven om films of toneelstukken of platen of tv-uitzendingen of wat weet ik allemaal van één of meer sterretjes als quotering te mogen voorzien me al jaren mateloos op de zenuwen werken.

Goed nieuws was wel dat de genaamde (nj) tenminste deze week niet van de partij was bij de werkgroep.

Maar nu we het toch over initialen hebben, is het tijd om u te bekennen hoe blij ik ben met de terugkeer van (rv) in het blad waar we het over hebben. Niet dat hij ooit weggeweest is overigens. Want in de anderhalve week sedert hij ‘gepensioneerd’ is als dwarskijker had hij me er al moeiteloos aan herinnerd wat een weergaloos interviewer hij tegelijk is, eentje die ook over een ingebouwde decoder beschikt om zelfs de gebruikelijke wartaal van een Jan Hoet om te zetten in mensenwoorden en mensenzinnen.

Als hij dat gewild had dan was (rv) ook een uitmuntende toneelspeler geweest, dat weet ik zeker, en wie een proeve van zijn kunnen wil, moet maar bedenken dat de goede man al bijna dertig jaar lang speelt dat hij een redacteur van Humo is terwijl hij in wezen niet anders dan een schrijver is en zelfs nog een hele goeie. Een artiest die stijl gebruikt waar stijl voor dient: om een vorm te geven aan inhoud. En al weet ik dat (rv) en zijn voortreffelijke muzikale smaak geen instrument méér zullen haten dan de loftrompet, toch wil ik me te zijner ere best wel eens wagen aan een solo die een eind mag wegtoeteren in de nacht.

Als ik zo goed kon schrijven als mijn vriend Rudy Vandendaele dan was ik acteur geworden. Whatever that means.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234