Donderdag 17/10/2019

Smeerlap én fijngevoelig intellectueel

Wie was die jonge driftkikker die in de nachtelijke straten van Rome om de haverklap bij vechtpartijen betrokken was, met hoeren omging en naar verluidt sliep met zijn schildershulpje? En waarom bleef hij niet in zijn vluchtoord Napels, nadat hij in een zwaardduel in Rome een pooier had gedood? Wat had hij in hemelsnaam te zoeken op Malta, waar hij al te voorspelbaar botste met de militaire discipline van de ridderorde van Sint-Jan?

De Britse historicus Andrew Graham-Dixon worstelde meer dan tien jaar met de enigmatische Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). In 2002 zond de BBC zijn documentaire Who Killed Caravaggio? uit. Het boek dat snel zou volgen, liet uiteindelijk jarenlang op zich wachten.

"Maar er waren verzachtende omstandigheden. Ik kreeg in die periode interessante televisie-opdrachten en schreef tussendoor een boek over Michelangelo's schilderingen in de Sixtijnse Kapel. Bovendien kon ik door het uitstel profiteren van een reeks opmerkelijke archiefvondsten. Mijn boek was bijna geschreven toen er bijvoorbeeld een document opdook waaruit bleek dat Caravaggio zijn Slapende cupido heeft geschilderd voor de secretaris van de Grootmeester op Malta, die het zelf naar een achterneef van Michelangelo Buonarroti in Florence stuurde. In het schilderwerkje meet Caravaggio zich niet alleen met de grote Michelangelo, die een vergelijkbare cupido heeft gebeeldhouwd, maar hij verraadt ook zijn eruditie. De referentie aan Michelangelo verbaast niet: ze hadden niet alleen dezelfde naam, Michelangelo was ook de god van de schilders in Rome, waar de jonge Caravaggio zijn weg had gezocht. Het is ook veelbetekenend voor andere werken in het oeuvre van Caravaggio. De hand die Jezus uitstrekt in De roeping van Mattheüs is een parafrase van de door Michelangelo geschilderde hand van Adam, naar wie God zijn bezielende vinger reikt. Ook de sexy voorstelling van naakte jongens, zoals in de schilderijen Omnia vincit amor(De liefde overwint alles) en die van Johannes de Doper, bevatten verwijzingen naar de naakten van Michelangelo, al moet hun heidense, geïdealiseerde vorm bij Caravaggio plaatsmaken voor knapen met vuile nagelranden."

Onbeschaafde vlerk

Tijdgenoten waren niet blind voor Caravaggio's genialiteit en de schokkende kracht van zijn uitbeeldingen met de revolutionaire licht-donkercontrasten. Toch toonden de gezaghebbende schilders misprijzen voor zijn naturalistische taferelen zonder enig decorum en zijn in lompen gehulde paupers met vuile voeten. Van enige idealisering was geen sprake en dus werd Caravaggio, die een autodidact was, gezien als een onbeschaafde vlerk die zijn klassiekers niet kende.

Volgens Graham-Dixon klopt dat beeld van de schilder zonder intellectuele bagage niet. "Toen zijn huisbazin in Rome beslag liet leggen op zijn inboedel wegens achterstallige huur, werd in de inventaris een kist met boeken opgenomen. Zijn vader, die vroeg gestorven is tijdens de pestepidemie in Milaan, was een metselaar, maar zijn moeder was van betere afkomst en had de ambitie haar kinderen educatie bij te brengen. De broer van Caravaggio werd jezuïet (toen hij de schilder in Rome opzocht, ontkende die tegenover zijn beschermheer, kardinaal del Monte, zijn bestaan, EB). We mogen dus aannemen dat ook Caravaggio in zijn jeugd een goede opvoeding heeft genoten. Zijn religieuze voorstellingen getuigen van diepzinnige interpretaties van een belezen geest. Tegen de conventies in beeldt hij Christus in De Emmaüsgangers bijvoorbeeld baardeloos af en hij situeert de ontmoeting met de twee volgelingen in een Romeinse herberg. Giovanni Bellori, een vroege biograaf, bekritiseerde die afbeelding, maar het evangelie volgens Lucas vertelt ons dat de leerlingen de herrezen Jezus pas herkenden toen hij het brood brak. Dus oordeelde Caravaggio terecht dat zijn uiterlijk hen niet vertrouwd voorkwam.

"Ook in de Bekering van Paulus keert Caravaggio terug naar de Bijbelse bron om op een volstrekt originele manier de essentie weer te geven. Hij gooit alle narratieve ballast af en focust op Paulus, liggend op de grond, vervuld van licht. Alle actie in dit tafereel is verinnerlijkt. Paulus doet denken aan het moment dat de vale, blauwe teint van een pasgeborene rood kleurt en het kind zich vult met leven. Het paard dat in het schilderij met zijn kont naar ons toe staat, roept de associatie op met de geboorte van Jezus. Je voelt de warme geborgenheid van de stal. Deze bekering is bij uitstek een verhaal van licht en duisternis, waarmee Caravaggio zich tot armen en ongeletterden richt."

Pooier

Met zijn dramatisch appel aan het gewone volk sluit de primaire kunst van Caravaggio aan bij de contrareformatie, zoals gepropageerd door aartsbisschop Carlo Borromeo in het Milaan van zijn jeugd. Of Caravaggio niet alleen een gewelddadige nachtbraker, maar ook een vroom man was, is moeilijk te zeggen. "Een zeldzame getuigenis in dat verband, is opgetekend door kunstenaarsbiograaf Francesco Susinno in Sicilië, waar Caravaggio verbleef nadat hij uit de gevangenis in Valleta op Malta was ontsnapt. De schilder bezocht in Messina samen met een paar opdrachtgevers een kerkje waar hem wijwater werd aangereikt. Toen Caravaggio vroeg waarvoor het diende, kreeg hij als antwoord: 'Om de dagelijkse zonden mee uit te wissen.' Caravaggio reageerde dat hij daar niets aan had, want dat zijn zonden allemaal doodzonden waren."

Het was een publiek geheim onder zijn tijdgenoten in Rome dat Caravaggio de herenliefde genegen was, maar in tegenstelling tot de vele gewelddadige incidenten is daarover niets gevonden in politiearchieven en rechtbankverslagen. "Hij had ook minnaressen en ging intensief om met een aantal prostituees", werpt Graham-Dixon tegen. "Mijn hypothese is dat Caravaggio zelf een pooier was en ik geef daar ook argumenten voor. Zeker is dat niet, maar het is alvast de geur die opstijgt uit het materiaal. Het zou verklaren waarom hij altijd in het holst van de nacht gewapend op straat te vinden was en waarom iemand in een ondervraging zegt dat een bepaalde hoer een meisje, en niet het meisje, van Caravaggio was. Het kan eveneens de reden geweest zijn voor het dodelijke duel dat hij met een pooier uitvocht. Volgens getuigenissen haalde Caravaggio met zijn zwaard uit naar de geslachtsdelen van zijn tegenstander, maar trof de slagader in de lies. En als schilder zat hij om modellen verlegen, want die waren moeilijk te vinden onder de eerbare vrouwen. Fillide Melandroni was een straatmadelief die onder andere model stond voor Maria Magdalena op een van zijn schilderijen. Zij was in dienst van de pooier die Caravaggio later vermoordde.

"Maar uit zijn sensuele portretten van halfnaakte jongens, in wie we vaak zijn knechtje Cecco herkennen, spreekt inderdaad tederheid. Het is dus goed mogelijk dat hij seksuele relaties met mannen had. Toch benader ik dit thema liever wat afstandelijk, ik wil me aan de feiten houden. Peter Robb is een goede schrijver, maar in zijn boek over Caravaggio (M, 1998, EB) gaat hij als een romancier te werk en trekt ongefundeerde conclusies."

Gewelddadige wereld

"Ik ben eerst en vooral als een detective te werk gegaan om op basis van archieven en andere naakte documenten antwoorden te vinden op de vragen: wie, wat, waar, wanneer. Over dit raamwerk heb ik de sociale geschiedenis gelegd, met de toenmalige zeden in de gevaarlijke kunstenaarswijk te Rome en meer algemeen mediterrane gedragscodes uit die tijd. Zo gooiden mannen 's nachts met stenen naar de luiken van het huis van de vrouw door wie ze waren afgewezen. Of ze besmeurden de deur met uitwerpselen of verf. Een andere praktijk om gekrenkte eer te wreken, was iemand een kerf in het gezicht geven. In die gewelddadige wereld was niets zo belangrijk als fama, de goede naam."

Ook het gezicht van Caravaggio werd op het einde van zijn leven geschonden door een litteken. Toen hij in oktober 1609 in Napels een herberg verliet, waar ook mannen kwamen voor homoseks, kreeg hij een jaap in zijn gezicht. In de daaropvolgende zomer keerde hij naar Rome terug in de hoop op eerherstel, maar werd onderweg overvallen door koorts. Hij overleed eenzaam en alleen een paar dagen later.

"De derde rode draad in het boek is een diepe interpretatie van de schilderijen. Caravaggio mocht geen cartoonpersonage worden. In werkelijkheid was hij een wat droevige, verlaten, maar heel creatieve man. Een smeerlap ook, maar tegelijk een fijngevoelig intellectueel. Zijn invloed vandaag is zichtbaar in films van Pier Paolo Pasolini en Martin Scorsese."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234