Woensdag 28/07/2021

Reportage

Smalltalk oppervlakkig? Helemaal niet

Praten over koetjes en kalfjes: een mens heeft dat gewoon nodig. Beeld Getty Images
Praten over koetjes en kalfjes: een mens heeft dat gewoon nodig.Beeld Getty Images

Smalltalk oppervlakkig? Helemaal niet. Bij uw eerste terrasje mag u best ongegeneerd over de kinderen, Eden Hazard en De mol kletsen. ‘Chit-chat maakt gelukkiger.’

“En hoe is ’t met de kindjes?”

Er zijn twee dingen die je niet wilt horen wanneer je je intieme zone laat waxen. ‘Oei’ is het ene; alles wat je aan een bevalling doet (terug)denken het andere. Maar in tegenstelling tot wat het slagveld tussen mijn benen blijkbaar doet vermoeden, heb ik mezelf nog niet voortgeplant.

“O sorry, ik dacht…” Zelfs de meest intensieve lasertherapie kon het schaamrood op de wangen van de schoonheidsspecialiste niet verbergen.

Natuurlijk besef ik dat de vrouw ook maar gewoon een praatje wilde slaan. Dat ze mijn leeftijd op de computer had gezien en ervan uitging dat deze dertiger dertigerdingen heeft gedaan. Kids. Een makkelijk topic om de minuten mee weg te keuvelen. Want zo gaat dat doorgaans met smalltalk: je werpt een balletje op, je serveert het je tegenspeler, die het daarna weer jouw richting uit tikt. Vloeiend. Mechanisch. Zonder nadenken ook.

Toch is het logisch dat mijn schoonheidsspecialiste de bal mismepte.

Smalltalk lijkt immers weggedeemsterd in lockdown, waar je alleen nog de mensen zag die belangrijk genoeg voor je waren om in bijtende vrieskou of plensende regen een blokje om te lopen met een afhaalkoffie. Je hebt geen zin om op anderhalve meter door een driedubbele filterlaag te informeren naar iemands nieuwe inbouwkeuken; vakantieplannen heeft toch niemand en “hoe ist?” vragen voelt een beetje als een fragiel kanten onderleggertje op de grond spreiden om een massa modderige mammoeten van miserie op te verwelkomen. Natuurlijk is niet “alles goed”. En dus steek je de straat over wanneer je alsnog een bekende meent te herkennen achter de anonimiteit van een mondmasker wanneer je beurtenkaart met opmerkingen over het goede of slechte weer volgestempeld is.

Maar nu de samenleving zich stilaan weer opent, nu we opnieuw met tien mensen mogen afspreken in de buitenlucht en mits voldoende afstand op de terrassen van onze stamcafés mogen samentroepen, is de kans groot dat je weer in contact zal moeten treden met vrienden van vrienden, met dat ene nieuwe lief van je zus dat je nog nooit hebt ontmoet, met kennissen en mensen die je eigenlijk niet zo goed kent. En dat je dus bijgevolg ook weer moet smalltalken.

Shit. Moet dat écht?

Nils d’Joos,  kapper: ‘Toen mijn kapsalon weer open mocht, was ik nerveus. Zou ik het nog kunnen, smalltalken?’
 Beeld Elise Vandeplancke
Nils d’Joos, kapper: ‘Toen mijn kapsalon weer open mocht, was ik nerveus. Zou ik het nog kunnen, smalltalken?’Beeld Elise Vandeplancke

Laten we eerlijk zijn. Smalltalk heeft geen bijster goede reputatie. Het zou te nietszeggend zijn, tijdverlies, oppervlakkig en hersenloos. ‘No smalltalk’ is daarom ook een frase die je veel tegenkomt op Tinderprofielen, waarmee mensen willen aangeven dat ze diepgang hebben, dat ze Het Grote Gesprek aankunnen, en dat je het niet moet wagen om naar rechts te swipen tenzij je van plan bent de chat te starten met de vraag of er erfelijke ziektes in de familie voorkomen en zo ja, of hij zich ooit heeft afgevraagd of zijn ouders met zo’n medische bagage wel aan kinderen hadden moeten beginnen. Je weet wel. Allesbehalve lúchtig dus.

Toch ligt het unieke karakter van smalltalk juist in de ogenschijnlijke oppervlakkigheid en het gemak ervan, zegt professor Nederlandse Taalkunde (KU Leuven) Dorien Van De Mieroop, die gespecialiseerd is in sociolinguïstiek en onderzoek doet naar de smalltalk. “De conversatievorm vervult een belangrijke sociale functie: het bevredigt onze primaire behoefte aan sociaal contact en sociale connectie zonder dat het ons veel moeite kost.

“In tegenstelling tot het zogezegd diepere gesprek gaat smalltalk over de dingen waarover je het eens bent, wat je gemeenschappelijk hebt. Het drukke verkeer, het zonnige weer, hoe je weekend geweest is. Dat zijn geen zware topics waar doorgaans discussie over ontstaat, maar eerder neutrale uitingen. Hierdoor bevestig je de sociale cohesie en bouw je een vertrouwensband.”

Met andere woorden: wanneer ik een collega vraag hoe het met de kinderen gaat, wil dat niet per se zeggen dat ik écht hoef te weten wat soort kunstwerk kleine Killian aan de keukentafel heeft gekleid, maar laat ik vooral zien dat ik me herinner dat mijn collega kinderen heeft en toon ik interesse in zijn leefwereld. Bovendien heb ik zo ook even mijn sociale fix gehad, zonder dat ik mezelf heb moeten vermoeien met een gesprek over confederalisme. Onbewust is smalltalk dus heel wat sluwer dan het heen en weer pingpongen van beleefdheden.

Arme pakjesbezorger

“Het is een prosociale daad waar alle partijen wel bij varen”, stelt ook Brits sociaal psychologe Gillian Sandstrom. Mensen hebben er meer deugd van dan ze zich kunnen voorstellen: ze voelen zich gelukkiger, gezien, meer verankerd in de samenleving en zelfs optimistischer over de mensheid wanneer ze enkele interacties met vreemden of niet zo bekenden hebben gehad, zo bleek uit haar studies waarbij ze mensen met hun barista of hun medependelaars liet smalltalken.

“Wat mijn onderzoek keer op keer bevestigt, is dat praten de verbinding tussen mensen sterker maakt, zelfs al is dat gesprek volledig nietszeggend. We hebben een psychologische behoefte om ergens bij te horen, om ons verbonden te voelen met onze omgeving. We lijden fysiek en mentaal wanneer we die verbondenheid niet voelen”, zegt Sandstrom, die de workshops How to Talk to Strangers organiseert om mensen te helpen deze behoefte te vervullen.

Waar we vroeger, volgens research van Sandstrom, gemiddeld met 11 mensen per dag een korte woordenuitwisseling hadden (bij jongeren loopt dat aantal op naar 17) zijn we sinds de lockdown teruggevallen op onze gezinsleden en de arme pakjesbezorger die een hele ronde lang alle smalltalknoden van alle huizen waar hij aanbelt moet incasseren. Ik merk het bij mezelf ook, hoe ik vastklamp aan ieder kortstondig sociaal contact om toch dat gevoel van cohesie te bestendigen. Hoe ik een praatje maak aan de kassa van de supermarkt, waar ik dat vroeger nooit gedaan zou hebben. Hoe zowat ieder interview dat ik afneem een kwartier langer duurt dan strikt noodzakelijk.

Trein in weiland

“De behoefte is niet weg, ze is gewoon verschoven”, zegt Van De Mieroop. “Dat zijn de typische koffiemachinegesprekken die je normaal met collega’s zou voeren die je nu op anderen projecteert. In principe kún je tijdens digitale vergaderingen ook smalltalken, maar het is net iets minder uitnodigend.” Volgens Van De Mieroop is de corona-impact op onze vrijblijvende babbels dubbel. “Enerzijds heeft de lockdown onze mogelijkheden voor smalltalk doen afnemen, maar anderzijds heeft hij wel de perfecte aanleiding voor smalltalk gecreëerd. Over heel de wereld hebben we nu een gedeelde ervaring. Zo was ik onlangs aanwezig op een internationale digitale conferentie waar een collega-professor plots vermeldde dat ze corona heeft gehad. Dat zou vroeger, met eender welke andere ziekte, ondenkbaar zijn geweest. Je gaat niet zomaar met quasi onbekenden delen dat je, ik zeg maar wat, prostaatkanker hebt.

“Maar omdat iedereen zich iets bij corona kan voorstellen, wordt dat nu een gespreksonderwerp.”

Die gedeelde ervaring is een belangrijke aanleiding voor smalltalk; dat was al zo voor de pandemie. Op de trein zul je doorgaans geen woorden wisselen met je medepassagiers, maar wanneer die trein plots tot stilstand komt in het midden van een weiland, zul je wel sneller geneigd zijn je mond open te doen. ‘Het is toch altijd wel iets met die NMBS.’ ‘Gelukkig zitten we droog binnen.’ Dat zijn ogenschijnlijk nietszeggende statements uiteraard, geen wereldschokkende bekentenissen of interessante weetjes, maar taal dient niet enkel om informatie over te brengen, maar heeft dus ook die sociale functie. Het spreken om elkaars aanwezigheid te bevestigen, om het gesprek gaande te houden of om stiltes op te vullen heet in de taalkunde ‘fatische communicatie’. ‘Hè hè, hier zijn we dan.’ ‘Druk hè.’ ‘Ik ga denk ik een theetje drinken.’

Andries Beckers, radiopresentator: ‘Smalltalk is essentieel. Je weet meteen wat voor vlees je in de kuip hebt, of die persoon nerveus is, wat zijn humor is.’
 Beeld Elise Vandeplancke
Andries Beckers, radiopresentator: ‘Smalltalk is essentieel. Je weet meteen wat voor vlees je in de kuip hebt, of die persoon nerveus is, wat zijn humor is.’Beeld Elise Vandeplancke

Opvallend is, zo schrijft de Nederlandse taalkundige Jan Renkema in het onlinetijdschrift Neerlandistiek, dat de persoon die de term introduceerde – antropoloog Bronislaw Malinowski – het gebeuren aanvankelijk beschreef als ‘phatic communion’, niet als phatic communication. Hij observeerde bij Papoea-stammen hoe mannen rond het vuur af en toe quasi betekenisloos keuvelden, om het zwijgen te doorbreken. “Wij kennen ‘communie’ in de kerkelijke betekenis, maar hier betekent het: intimiteit, vertrouwdheid, gemeenzaamheid. Kennelijk hebben we daar taal voor nodig”, zegt Renkema.

“Het onderwerp doet er dan niet toe, dat is in zekere zin nietszeggend. Maar toch drukken we iets uit, namelijk een verstandhouding over en weer, je één voelen met de ander. Met taal kun je dus iets zeggen ónder de laag van inhoudelijkheid. Dat is niet niets, dat is het verkennen of bevestigen van gemeenschappelijkheid. Dat gaat veel dieper dan een simpel ‘lekker weertje’.”

Evolutionair

Brits psycholoog Robin Dunbar zag al bij apen hoe hun vlooigedrag niet per se uit hygiëne voortkwam, maar uit hun behoefte aan sociaal contact. Vlooien is dus tateren avant la lettre. In 2015 ontdekten onderzoekers Ipek Kulahci en Asif Ghazanfar van het Princeton Neuroscience Institute dat maki’s met elkaar vocaliseren om sociale banden aan te gaan en te bestendigen. Ze hebben geen echte taal ontwikkeld, maar ze maken geluid wanneer ze met bekende soortgenoten in contact komen.

Smalltalk illustraties ZENO 8/5 Beeld Elise Vandeplancke
Smalltalk illustraties ZENO 8/5Beeld Elise Vandeplancke

“Die zogenaamde chit-chat zit dus evolutionair in ons”, zegt hoofddocent Communicatiewetenschappen (UAntwerpen) Charlotte De Backer. “De mens onderscheidt zich van andere primaten door middel van onze taal, waardoor we met grotere groepen kunnen samenleven en kennis doorgeven, maar dus ook de sociale banden kunnen versterken. Daarom dat het ook niet uit te roeien of af te leren is”, stelt ze ons gerust.

De Backer kreeg twintig jaar geleden, na het afronden van haar doctoraat over roddelen, vaak de vraag van CEO’s hoe ze kantoorklets en smalltalk uit het kantoor konden bannen omdat het niet tijdsefficiënt zou zijn. Zo waren er daadwerkelijk bedrijven die de regel hanteerden dat er op de werkvloer niet over privézaken gepraat mocht worden – een regel die geen enkel bedrijf succesvol kon implementeren.

“De voordelen die je uit smalltalk haalt zijn veel groter dan de mogelijke nadelen. Mensen voelen zich gemotiveerder en geïnspireerder en bovendien is smalltalk een grote gelijkmaker”, zegt De Backer.

Met je baas aan de koffiemachine over de verbouwing van je zolderkamer leuteren, zorgt ervoor dat de verstandhouding veel beter zit, wat de motivatie verhoogt. “Dat is het zogenaamde watercooler-effect: even van je bureau opstaan om een drankje te halen en spontaan een praatje maken hydrateert niet alleen je werknemers, maar zorgt er ook voor dat ze zich aan sociaal contact kunnen laven, waardoor ze een cognitieve boost krijgen en hun productiviteit zal stijgen.”

Ghohoh. Jaja. Het is allemaal nogal iets.

Voorprogramma

“Smalltalk is gewoon het voorprogramma van de real deal”, zegt Andries Beckers. Als presentator bij Radio Willy en cohost van de razend populaire podcast Welcome To The AA is praten, zeg maar, echt wel zijn ding. Voor dat laatste project ontvangt hij iedere week samen met Alex Agnew een centrale gast in de studio bij hem thuis. “Dat moment waarop mensen hun jas uittrekken en nog even een verkennend babbeltje doen zegt alles. Je haalt daar zoveel uit – je weet meteen wat voor vlees je in de kuip hebt, of die persoon zenuwachtig is, wat zijn humor is. Ik vind smalltalk essentieel. De leukste café-avonden beginnen toch met een opmerking over iemands toffe trui en eindigen bij een super diepgaand gesprek over de zin van het leven of zo.”

Toch is het niet zo abnormaal dat we een tikkeltje zenuwachtig zijn bij het vooruitzicht van toenemend sociaal contact. Niet omdat we iets te verspreiden hebben, maar vooral omdat we niets te vertellen hebben. Toffe trui allemaal goed en wel, maar waar gaan we het dan wél over hebben?

Het kan goed zijn dat gesprekken in het begin wat stroef verlopen, zegt ook Van De Mieroop, want we hebben het voorbije jaar allicht veel minder nieuwswaardigs gedaan dan anders. Ze verwijst naar een onderzoek van taalkundige Deborah Tannen, die de verhalen die mensen in een rusthuis elkaar vertellen bestudeert. Dat ging doorgaans niet veel verder dan wat ze die middag op hun boterham hadden gegeten, maar omdat er voor de rest zo weinig gebeurt, krijgt dat schijnbaar kleine brokje informatie toch nieuwswaarde. “De lockdownsituatie is op dat vlak een beetje zoals een rusthuis”, zegt Van De Mieroop die vertelt hoe ze uit armoede haar vriendengroep via WhatsApp op de hoogte houdt van de zwaan die in het buurtpark eieren zit uit te broeden. “Een zwaan is toch al spectaculairder dan de doorsnee eend, dus dan wordt dat al een beetje interessanter”, lacht ze.

“Maar natuurlijk zal het in het begin sprokkelen zijn. De verhalen die we delen gaan niet enkel over wat we meegemaakt hebben, maar ook over wat we denken mee te zullen maken in de toekomst, plannen die we gemaakt hebben. En dat is op dit moment nog onzeker.”

Roestig

Nils D’Joos, kapper bij Costa del Kapsalon in Antwerpen, kan ervan meespreken. “Toen we na lange tijd weer open mochten, was ik best zenuwachtig. Niet omdat ik het knippen of kleuren verleerd zou zijn, maar of ik nog wel zou kunnen smalltalken. Aangezien ons salon een beetje een reisthema heeft, was vragen of ze nog toffe reizen hebben gemaakt of op de planning hebben staan een beetje standaard.” D’Joos geeft toe dat hij op praatvlak nog steeds een beetje roestig is. “Ik ben iemand die de straatstenen aan het praten krijgt, dus het zit in mijn natuur, maar ik merk dat ik sinds corona veel sneller vermoeid ben van sociaal contact. Vroeger keuvelde ik twaalf uur vol, nu ben ik na de middag opvallend stiller.”

Tegen het einde van de maand wisselen we weer platitudes uit alsof we nooit iets anders hebben gedaan. Beeld Elise Vandeplancke
Tegen het einde van de maand wisselen we weer platitudes uit alsof we nooit iets anders hebben gedaan.Beeld Elise Vandeplancke

Gesprekken met mensen die je niet zo heel goed kent zijn ook nogal een mijnenveld geworden; iedereen heeft de voorbije periode immers anders beleefd en legde de nadruk op andere maatregelen. Ga je in staat zijn om groen te lachen wanneer je tafelgenoot vrolijk vertelt hoe hij zijn nieuwjaarscenten persoonlijk bij de bomma is gaan afhalen en daarna nog een half uur op haar schoot heeft gezeten zonder mondmasker? Kun je bekennen dat je eigenlijk alweer een half jaar fysiek op kantoor gaat werken wanneer iemand in je groep failliet is gegaan omdat zijn zaak zo lang dicht is geweest? Op sociale media zien we hoe gepalaver over onschuldige onderwerpen soms volledig kunnen ontsporen.

Maar, zo zegt De Backer, daarom is het juist goed dat we die gesprekken weer face-to-face zullen kunnen voeren. “Online mis je heel veel non-verbale clues. Zelfs wanneer je videobelt. Wanneer je in het echt bijvoorbeeld je beklag wilt doen over mensen die zich niet aan de telewerkregels houden, kun je al veel sneller van het gezicht van je gesprekspartner aflezen hoe dat onderwerp bij hem of haar landt, waardoor je je toon ook wat kunt aanpassen. Door bijvoorbeeld ‘maar ik snap natuurlijk dat ze het contact met de collega’s heel erg mist’ eraan toe te voegen.”

Emma Watson en de Kardashians

Ook Beckers weet dat een echt gesprek je verder brengt dan een digitale discussie. “Wij snijden in onze podcast soms best wel gevoelige topics aan, soms verschillen we van mening, maar dat komt nooit tot ruzie of gescheld. Je ziet de menselijkheid ook letterlijk voor je neus hè, dat is anders dan wanneer een schermnaam iets zegt wat je niet zint.”

Dé ultieme tip voor een goed gesprek volgens Beckers? “Dit gaat heel hippie klinken, maar dat is: luisteren. Dat heb ik de voorbije jaren echt geleerd. In elke zin zit wel een kleine snipper informatie waaraan je een volgende vraag kunt vasthaken.” Ook D’Joos past die tactiek toe. “Wanneer een klant bijvoorbeeld een foto van Emma Watson laat zien als inspiratie, kan ik daar een gesprek over film op voortborduren, bijvoorbeeld.”

Je gesprekspartner om advies vragen of een compliment geven werkt ook goed wanneer de topics koetjes, kalfjes en de Kardashians uitgeput zijn.

Het voelt misschien een beetje knullig, stressen om smalltalk met mensen met wie je vroeger op festivals bellyshots mee deed, maar zowel De Backer als Van De Mieroop verzekert dat het keuvelen op café snel weer als vanouds zal aanvoelen. “Wat helpt is een hapje of een drankje - daarom dat ik ook denk dat deze versoepelingen waarbij we op café kunnen of een barbecue kunnen organiseren een grote impact zullen hebben op ons gemoed”, zegt De Backer. “Wanneer je samen eet of drinkt geeft dat op een onbewust niveau een signaal van vertrouwen. Dat is een ideale setting voor smalltalk.”

Misschien wordt het dit weekend nog even doorbijten, misschien vloeit de cava en de “ça va ça va” meteen rijkelijk in je bubbel. Maar tegen het einde van de maand wisselen we weer platitudes uit alsof we nooit iets anders hebben gedaan. Omdát we eigenlijk ook nooit iets anders hebben gedaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234