Maandag 06/04/2020

Smaakmaker

Op tournee gaan vindt hij op z'n 69ste nog steeds geweldig, omdat hij dan in de ochtend een museum kan bezoeken. Zijn 'American dream' was dan ook om kunstschilder te worden, met een atelier in New York. 'Maar het werd rockmuzikant in Londen. Ook goed.'

Omdat elke journalist vroeg of laat vraagt naar de actuele status van de rockband waarvan hij vroeger de aristocratisch-excentrieke frontman was, beantwoordt Bryan Ferry (69) de vraag maar zonder dat hij gesteld is. Geaffecteerd en op afwezige toon: "De kans dat er nog een Roxy Music-reünie komt, is erg klein, vrees ik. Werkelijk zéér klein. Misschien wat optredens, maar dan zonder Brian Eno. Nieuw studiowerk? Die kans is nihil."

Hij brengt de mededeling als een prelude op het gesprek dat nog beginnen moet, terwijl hij - leesbril op het puntje van de neus - de voorpagina van een krant bestudeert. Het is bijna alsof we bij Bryan Ferry thuis zijn, in zijn bibliotheek. Overal zijn boeken. Kunstboeken, fotoboeken, literatuur, poëzie. In de hoek staat een bloemetjesdivan, maar Ferry biedt zijn gast de stoel aan de overzijde van de enorme werktafel aan, tegenover hem.

Het is niet Ferry's huis, maar de etage boven zijn hoofdkwartier Studio One, in de Londense wijk West Kensington. In de kelder is de studio waar hij al zijn recente soloplaten opnam (ook het nieuwe Avonmore) en zijn management huist er, net als het imposante Roxy Music/Bryan Ferry-archief. Aan de muren hangen ingelijste Roxy Music-albumhoezen. Hier, een etage hoger, kan hij zich terugtrekken en wat werken en lezen.

In 2009 kregen Roxy Music-fans een laatste sprankje hoop op nieuw studiowerk van de band toen Ferry, saxofonist/hoboïst Andy Mackay, drummer Paul Thompson, gitarist Phil Manzanera én de enigmatische geluidsprofessor Brian Eno bij Studio One werden gespot en bevestigden dat Roxy Music daarbinnen aan het werk was.

De koude douche volgde al snel: Ferry liet weten geen zin te hebben in het 'Roxy-ding' en onthulde dat de op komst zijnde plaat 'gewoon' een soloplaat van hem zou zijn, met enkele bijdragen van zijn ex-bandmakkers. Die bijdragen bleken bij het verschijnen van Olympia (2010) ook nog eens goed weggemoffeld.

Nu is er dus Avonmore, zijn veertiende soloalbum sinds 1973. Roxy Music bracht tussen 1972 en 1982 acht studioplaten uit: extravagante, invloedrijke 'artrock' in de eerste helft van de jaren 70, gedistingeerde softpop tegen het einde, met de Lennon-cover 'Jealous Guy' (1981) en vooral 'Avalon' (1982) als grote hits.

De naam 'Avonmore' ontleende Ferry, net als 'Olympia', aan de rustige buurt waarin Studio One ligt: de Olympia is de evenementenzaal even verderop, Avonmore komt zo van het straatnaambordje. De plaat klinkt als late Roxy Music, met de sterke titelsong als aangenaam pittige hoofdschotel.

"Die albumtitels illustreren wellicht dat ik hier wortel heb geschoten", zegt Ferry. "Het is fijn een thuisbasis te hebben. Deze studio is klein, maar heel aangenaam."

Op Avonmore zijn er gastrollen voor de Noorse dj/producer Todd Terje, jazzlegende Marcus Miller, gitarist Nile Rodgers (Chic), ex-Smiths-gitarist Johnny Marr en - "werkelijk bijzonder" - Ferry's oudste zoon Tara, op drums.

"Ik wil steeds met nieuwe muzikanten werken. Dat houdt het interessant. Een vaste band is beperkend. Dan weet je op een gegeven moment te goed wat je als band wel en niet kunt. Dan ga je een kunstje herhalen."

Hij zwijgt even. "Bovendien is er vaak sprake van allerlei oud zeer. Vervelende toestanden. Hopen dat je met die mensen jaren later opnieuw tot iets goeds kunt komen, blijkt vaak een misvatting."

1: BOEK

The Great Gatsby

"Mijn levenslange liefde voor kunst ontstond toen ik als Noord-Engelse scholier The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald las. Het was toen al een stokoude titel, maar dat boek heeft me zo ontzettend geïnspireerd. Het gaat over de American dream, maar er zit ook een tragisch liefdesverhaal in en het is prachtig geschreven. Echt zo'n boek dat je voor altijd bij je draagt en blijft herlezen. Je houdt altijd een beetje je hart vast wanneer zo'n dierbaar boek verfilmd wordt."

Dat gebeurde al vaak. In 2013 was Baz Luhrmann de zoveelste regisseur die zich eraan waagde. Voor de soundtrack klopte hij onder anderen aan bij Bryan Ferry.

"Ik had eind 2012 een album gemaakt dat The Jazz Age heet: mijn songs gespeeld als jazz uit de jaren 20. Luhrmann had die plaat gehoord en wilde ook zulke muziek voor zijn film. We hebben wat stukken opgenomen: een jazzversie van 'Love Is the Drug', maar ook 'Crazy in Love' van Beyoncé. Ik vond de film aardig geslaagd en hoewel mijn bijdragen maar heel kort in de film zitten, ben ik er trots op dat ik aan een Great Gatsby-soundtrack heb meegewerkt."

In het boek uit 1925 besluit hoofdfiguur Nick Carraway geen genoegen te nemen met een bescheiden leven in een provinciestadje. Hij vertrekt naar New York. Voor de jonge Bryan Ferry, mijnwerkerszoon uit de omgeving van Newcastle, was het een aansprekend gegeven.

"Toen ik in 1968 naar Londen ging, in de hoop het daar te maken als muzikant, heb ik veel aan Nick gedacht. Ik had ook een American dream: ik wilde kunstschilder worden. Ik zag een atelier in New York voor me. Maar het werd rockmuzikant in Londen. Ook goed."

2: KUNST

Richard Hamilton

"Dat ik lange tijd kunstschilder wilde worden, was te danken aan één man: Richard Hamilton, de godfather van de Britse popart. Ik had hem als docent aan de universiteit, van 1964 tot 1968. Een ongelooflijk inspirerende man, die zijn belangrijkste werken maakte in de periode dat ik met hem te maken had, midden jaren 60. Ik vond zijn schilderijen uit die periode geweldig: hij schilderde veel Amerikaans design, alledaagse Amerikaanse voorwerpen. Hij hield zich erg bezig met Amerikaanse ideeën."

In die periode werkte Hamilton (1922-2011) aan een overzichtstentoonstelling van de door hem zeer bewonderde conceptualist Marcel Duchamp, compleet met een reconstructie van een verloren gegaan Duchamp-werk uit de jaren 1915-1923: The Bride Stripped Bare By Her Bachelors, Even, ook wel bekend als The Large Glass.

"Hamiltons reconstructie, gebaseerd op Duchamps aantekeningen en studies, heb ik tot stand zien komen. In 1978 zou ik een soloplaat 'The Bride Stripped Bare' noemen. Ook in de hoezen van Roxy Music zit veel Richard Hamilton. Hij beeldde veel alledaagse voorwerpen af; wij kozen voor vrouwen, maar wel vrouwen als plastic

pin-ups, vrouwen als voorwerpen.

"Zonder Richard Hamilton had de beeldtaal van Roxy Music niet bestaan. Ik wilde zijn zoals Richard. Dat hij trots op me was, is misschien wel het mooiste compliment dat ik ooit kreeg."

3: ALBUM

Charlie Parker with Strings

"Ik was een jazzjongen. De eerste jazz die ik hoorde was van Lil Hardin Armstrong en Duke Ellington, maar als middelbare scholier ging ik naar het meer extreme werk luisteren en ontdekte ik Charlie Parker. Ik was meteen gebiologeerd en besloot een plaat van de man te gaan kopen."

Hij was met stomheid geslagen toen hij de plaat Charlie Parker with Strings (1950) thuis opzette. Parker was de man van de krijsende saxofoon, fabrikant van harde bebop, maar deze plaat bevatte alleen oude jazzklassiekers, opgenomen met een orkest.

"Dat had ik niet verwacht, maar móói dat het was! Ik herinner me vooral 'April in Paris': Parker blies een bijna tastbare droevigheid dat nummer binnen. Ik kan zijn versie nog altijd tot in de kleinste details fluiten.

"Ik mag graag denken dat vooral de vroege Roxy-platen een dosis Charlie Parker-gekte bevatten: knotsgekke, hysterische blazers. Maar Parker leerde me dus ook dat je niet bang moet zijn om je avant-gardehoekje te verlaten en mooie, conventionele muziek te maken."

4: STAD

Chicago

"Je merkt het: ik vertel veel over Amerika. Ik heb altijd iets met dat land gehad, veel coverversies van Amerikaanse artiesten opgenomen, in het bijzonder van Bob Dylan, mijn favoriete tekstschrijver.

"Mijn recente Noord-Amerikaanse tournee begon in Chicago, mijn favoriete Amerikaanse stad. Van de Amerikaanse metropolen is Chicago het meest Amerikaans, omdat het een veel minder internationale plek is dan New York en Los Angeles."

Onlangs, toen hij er optrad, wandelde hij nog door de stad die zo adembenemend mooi aan Lake Michigan ligt. Maar Chicago verdient volgens Ferry ook meer erkenning als stad van interessante architectuur, met zijn spectaculaire zakendistrict vol hoge gebouwen, volmaakt gescheiden van de veel knussere oude stad.

"De mensen zijn er vriendelijk, rechtdoorzee en ze houden van muziek. Het is het Amerikaanse Manchester, maar dan met een veel beter museum: het Art Institute of Chicago, wat mij betreft een van de beste musea ter wereld. Er is daar een geweldige collectie werken te zien van Van Gogh, Monet en Gauguin, maar ook Kandinsky en Malevich. Tot Hopper aan toe."

5: SPORT

American football

"Ironisch eigenlijk, die Amerika-tic van me, want mensen beschouwen mij vaak als een archetypische Engelsman. Roxy Music werd ook als erg Engels gezien. De verklaring voor het feit dat onze vroege albums niets deden in de VS? Te Engels. Dat vond iedereen, tot we een dikke hit hadden met 'Love Is the Drug'.

"Ik ben lichtelijk verslaafd aan Amerikaanse sporten. Ik word ouder, heb minder slaap nodig en kijk 's nachts veel naar de NFL, de National Football League. Ja, daar kijk je van op. Ik maak er werkelijk een studie van, betrap me er soms zelfs op dat ik aantekeningen zit te maken.

"American football is een geweldige sport: die enorme, massieve kerels, die toch fabelachtig goede atleten zijn. Ze rennen sneller en springen hoger dan onze Europese voetballers en hebben zich met enorme toewijding gespecialiseerd in wat ze doen. Volg het een tijdje en je komt tot de conclusie dat Europese voetballers maar wat aanmodderen. De Amerikaanse sportcultuur is een verademing: het publiek houdt gewoon van een goede wedstrijd en heeft oprechte bewondering voor een goede atleet, voor welke ploeg hij ook speelt."

6: ONTWERPER

Kim Jones

"Eén ding doe ik zelden in de VS: kleding kopen. Daarvoor moet je in Europa zijn. Maar niet in Londen. Daar woon ik. Dat vind ik niets. Shoppen is in het buitenland gewoon leuker. Heel af en toe neem ik er de tijd voor, bij voorkeur in Parijs. Tijdens mijn huidige tournee draag ik pakken van Louis Vuitton, gekocht in Parijs maar ontworpen door een jonge Brit: Kim Jones, mijn favoriete ontwerper van herenmode op dit moment.

"Vuitton heeft altijd een Britse tic gehad: ze hebben van oudsher veel Londense ontwerpers in dienst, die ze van het Royal College of Art of het Central St. Martin's College halen. Kim Jones komt van St. Martin's en doet razend interessante dingen."

Schoenen dan? "Ook Parijs. Berluti is mijn merk: een Italiaans huis in Parijs. Ik laat geen schoenen maken, ik koop ze prêt-à-porter, want die van Berluti zitten me altijd als gegoten. Het soepelste leer, altijd schitterend afgewerkt. Ik draag ze sinds mensenheugenis, zelfs al in de Roxy Music-tijd." (Rue Marbeuf 26, Parijs)

7: RESTAURANT

The Chiltern Firehouse

"Als ik in Parijs kleding heb gekocht, ga ik altijd eten bij restaurant Voltaire, aan de Seine, pal tegenover het Louvre. Op gastronomisch vlak doet Londen overigens niet meer onder voor Parijs."

Vallen de mensen hem vaak lastig in Londense etablissementen? Handtekeningenjagers? Roxy-fans die een selfie met Ferry willen?

"Nee, dat valt erg mee. De meeste mensen zijn respectvol en laten me met rust. Of ze herkennen me gewoon niet. Ik ben Justin Bieber niet.

"Vorige week heb ik gegeten in een van de hipste restaurants van het moment in Londen. Het krijgt de ene juichende recensie na de andere en het is bijna onmogelijk er een tafel te reserveren: The Chiltern Firehouse in de wijk Marylebone. Ik kon er wel een tafel krijgen, want de chef is een vriend van me.

"Dat restaurant geeft een eigenzinnige culinaire draai aan de Amerikaanse fastfoodtraditie. Het eten was er voortreffelijk, maar ik zeg eerlijk: normaliter ga ik niet naar dit type restaurants. Het is trendy, industrieel van inrichting en vooral lawaaierig. Ik kies zelf meestal voor klassieke restaurants: sfeervol, klein en met witte tafellakens. Dat dempt het geluid, zodat je elkaar kunt verstaan. Jij bent jonger dan ik, dus ik zou zeggen: boek een tafel bij The Firehouse. Dan eet ik bij Racine in Knightsbridge." (1, Chiltern Street, Londen)

8: MUSEUM

Tate Britain

Voldoende rust tijdens tournees is voor een 69-jarige onontbeerlijk: de stem heeft hersteltijd nodig en bovendien stellen de vrije dagen Ferry in staat om in vrijwel elke stad die hij aandoet een ochtend te wandelen en een museum te bezoeken.

"Alleen al vanwege dat museumbezoek ben ik nog altijd dol op tournees, maar mijn favoriete museum bevindt zich in mijn eigen woonplaats: Tate Gallery, waarvan ik al meer dan dertig jaar donateur ben."

Er zijn sinds de reorganisatie van 2000 twee Tates in Londen: Tate Modern en Tate Britain (voorheen Tate Gallery). Vooral de collectie van dat laatste museum is Ferry dierbaar: veel Britse kunst uit de eerste helft van de 20ste eeuw.

"Denk aan kunstenaars als Wyndham Lewis, Christopher Nevinson, Duncan Grant en Paul Nash. Als student raakte ik specifiek geïnteresseerd in die periode, het vroege modernisme, al was het maar omdat de kunstkritiek er geen goed woord voor overhad en die doeken niet zo duur waren. Ik heb als student een bescheiden collectie bij elkaar kunnen kopen. Die heb ik later flink uitgebreid.

"Ik zie tegenwoordig nog maar weinig bands die zich laten inspireren door beeldende kunst. Ze wijzen alleen naar andere popmuziek. Op Roxy Music was de beeldende kunst van grotere invloed dan welke muziekstroming ook. Ach, de kunst. Ik ben haar alles verschuldigd."
(Millbank, Londen)

Album: Bryan Ferry, Avonmore.
Verschijnt 17 november.
Concert: Koninklijk Circus, Brussel, 17 november.

---

BIO

1945 geboren in Engeland

1964 kunststudent aan University of Newcastle Upon Tyne

1970Roxy Music start in Londen

1972 debuutsingle 'Virginia Plain'; album Roxy Music

1973 vertrek Brian Eno; solo-album These Foolish Things

1975 grootste Roxy-hit 'Love Is the Drug' én grootste solohit 'Let's Stick Together'

1982 Roxy Music uit elkaar

1985 succesvolste soloalbum Boys and Girls

2001 reünietour Roxy Music

2011 commandant in de Orde van het Britse Rijk

2014 circa 30 miljoen albums verkocht; soloalbum Avonmore

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234