Woensdag 27/01/2021

Smaakmaker

Eames Demetrios (54) is een man met meerdere missies. Eentje daarvan is het immense erfgoed van zijn grootouders Ray en Charles springlevend houden. Wij polsten bij de artiest-cineast naar zijn smaakhits. En naar zijn gekke voornaam.

We kennen mensen die zich kapot generen om hun bekende achternaam, omdat iedereen hen altijd meteen vraagt: 'Ben jij misschien familie van?' Eames Demetrios is een geval apart: zijn voornaam is de achternaam van zijn beroemde opa, Charles Eames.

"Dat ging zo", steekt Demetrios van wal wanneer we hem spreken op de opening van Eames en Hollywood in het ADAM in Brussel, een expo over de filmsets die zijn grootouders fotografeerden in hun thuisstad Los Angeles. "Mijn moeder Lucia Jenkins is de enige dochter van Charles. Ze vond het spijtig dat langs haar kant de Eames-tak zou uitsterven. Niemand zou nog de achternaam voortzetten. Dus noemde ze mij maar zo. Mensen beschuldigen me er soms van dat ik die naam misbruik om sneller een job te krijgen. Zever. Ik kan er ook niets aan doen dat ik ermee geboren ben, hè."

Om het nog ingewikkelder te maken: Demetrios' oma was niet Ray Eames, de fameuze tweede vrouw van Charles. Als koppel werden zij wereldberoemd met hun meubelontwerpen en architectuur, maar evengoed met hun films en grafisch design. Een beetje designliefhebber heeft ooit in een Eames Lounge Chair gezeten. Of er ten minste van gedroomd, want de leeszetel uit bouwjaar 1956 staat op de bucketlist van heel veel mensen.

Dat Vitra het model heruitgeeft, is trouwens te danken aan het Eames Office. En daar 'zetelt' Demetrios uiteraard in. Samen met zijn zus, halfbroer en twee halfzussen beschermt hij het patrimonium van zijn opa en stiefoma. Maar hij zorgt er ook voor dat labels als Vitra en Herman Miller die Eames-ontwerpen nog altijd uitgeven. Zoals Ray en Charles het bedoeld hadden.

"We willen dat nieuwe generaties kennismaken met Eames' heritage. Ze ontwierpen meubels voor morgen, niet voor gisteren", zegt hij. "Al is de Eames-loungezetel wel tien centimeter langer dan toen hij zestig jaar geleden ontworpen werd. Mensen zijn nu eenmaal groter dan toen."

Demetrios is geen designer. 'Architect' of 'fotograaf' staat ook niet op zijn visitekaartje. Maar als hij iets meeheeft van zijn opa, dan is het wel de vele petjes die hij opheeft. Eames junior is kunstenaar, filmmaker, keynote-speaker, tentoonstellingsmaker en designkenner. En een smaakmaker, met een uitgesproken longlist van inspiratiebronnen.

1. Designobject 'Navy Chair'

"Ik zal maar niets van Eames kiezen, zeker? Dat is misschien wat te obvious", zegt Demetrios als we hem polsen naar zijn fetisj-designobject. "Doe dan maar de Navy Chair van Emeco. In 1944 is die ontworpen als stoel voor Amerikaanse oorlogsboten in de Tweede Wereldoorlog." Pour la petite histoire: het meubel was bedoeld voor het dek. Dus moest het bestand zijn tegen weer en (zoute) wind. En tegen een torpedo-aanval.

De meeste originele stukken uit 1944 zijn nog in gebruik. Er zit zelfs een garantie op van 150 jaar. "Het meubel is gemaakt van lichtgewicht-aluminium en is virtueel onbreekbaar. Maar tegelijk ziet het eruit als een traditionele stoel, zoals je ze in veel woonkamers zag staan. Zou de ontwerper de matrozen een thuisgevoel hebben willen geven?

"Sinds 1944 is het model altijd in productie gebleven. Het blijft een supercomfortabele, eerlijke stoel. Het maakproces is heel interessant, omdat de stoel uit één stuk aluminium wordt gemaakt. Een toonbeeld van duurzaam design, nog voor dat een modeterm werd. De stoel is 100 procent recycleerbaar, want hij bestaat maar uit één materiaal, dat volledig omgesmolten kan worden. Tegelijk is hij zo degelijk dat hij nooit kapot gaat. Dus moet je nooit nieuwe kopen. Na de Tweede Wereldoorlog werd de stoel ook verkocht aan ministeries, overheidsdiensten, ziekenhuizen, maar ook aan restaurants en hotels.

"De oprichter van de firma Emeco, Wilton C. Dinges, had zo zijn eigen manier om de stoelen te promoten. Zijn kantoor was op de zesde verdieping van een kantoorgebouw. Als hij Navy Chairs verkocht, gooide hij ze gewoon uit het raam. Ze overleefden die val altijd. Ik heb ooit een film gedraaid in de productiefaciliteit van Emeco. Heel boeiend om dat hightechproces mee te volgen. De Navy Chairs die ik thuis heb, zijn gesigneerd door de fabrieksarbeiders.

De stoelen rond mijn eettafel zijn wél van Eames: de Aluminium Chair EA 108. Eigenlijk een kantoorstoel, ontworpen in 1958, maar nu uitgegeven door Vitra. Ze zijn supercomfortabel. Je kunt er met gemak een hele dag op zitten, zonder rugpijn."

2. Architectuur Eames Case Study House #8

"Oké, ik ben vast en zeker bevooroordeeld, maar mijn lievelingswoning blijft toch het huis van mijn grootvader. Hij ontwierp Case Study House #8 als deel van een naoorlogs architectuurprogramma in opdracht van het magazine Arts & Architecture. Tussen 1945 en 1966 werden een dertigtal woningen ontworpen. Charles en Ray trokken op kerstavond 1949 in hun woning. Ze bleven er hun hele leven wonen. Het interieur, het meubilair en de circulatie zijn nog grotendeels zoals zij het bedachten. Het huis is voor mij een speciale plek.

"Dat het zo'n architecturaal icoon was, besefte ik pas later toen mijn leraar er foto's van toonde in de les. Ik dacht: ik ken dat huis van ergens! Het ontwerp is pretentieloos, en dat is wat ik er zo fantastisch aan vind. Hoe stylish en iconisch ook, het gebouw werkt perfect als een huis. De esthetiek is functioneel. Zelfs de kleuren op de muur zijn niet decoratief: ze delen de ruimte op. Duizenden keren ben ik al langs dat huis gepasseerd. Maar het blijft me verrassen. Het maakt me nog steeds blij", zegt Eames Demetrios, die via de Eames Foundation het huis toegankelijk maakt voor bezoekers.

Die krijgen vooral de buitenkant te zien, al zijn er ook duurdere tours in het interieur. "Charles en Ray Eames waren altijd heel genereus met bezoek. Maar na de dood van Ray in 1988 zijn de visites wat officiëler georganiseerd. Nu moet je een afspraak maken via de website van de Foundation als je het huis wilt bezoeken. We krijgen zo'n 10.000 mensen per jaar over de vloer.

"De Case Study House #8 is zeker niet het enige architecturale relict van mijn grootvader. Ooit ging ik eens op zoek naar een huis dat hij in de jaren 30 in St. Louis bouwde. Hij had daar toen net zijn architectuurpraktijk gestart. Toen ik aanbelde en me voorstelde als kleinzoon van de architect, zei de eigenaar: 'Meneer, ik heb al in veel verschillende huizen gewoond, maar dit is het enige waar alles perfect op zijn plaats stond.'

"Zelf woon ik niet in een huis van Eames. Maar wel in een bungalow uit de jaren 30, met een prefab vliegtuigloods als garage. Iets wat mijn grootvader best wel cool had gevonden, denk ik."

3. Film The Exterminating Angel van Luis Buñuel (1962)

"Als student zag ik werkelijk honderden films. Een extreme cinefiel was ik. Met wat vrienden hadden we zelfs een amateuristisch filminitiatiefje. '20th Avenue Fox' noemden we onszelf, vrij naar de Amerikaanse filmstudio en -distributeur 20th Century Fox. Grote ambities hadden we niet, we draaiden vooral homemovies. Op de filmschool vloog ik buiten. Dat was een interessante ervaring, want ik kon daarna mijn eigen ding doen met documentaires, animatie en fictiefilms. Een van de films die mijn leven het meest markeerden, is The Exterminating Angel van Luis Buñuel."

Een snelcursus: de Spaanse iconoclast werd bekend met zijn Un Chien Andalou, een surrealistische film uit 1929 die hij samen met Salvador Dalí maakte. In de cruciale scène snijdt een vrouw haar eigen oog uit met een scheermes. En kort daarna lopen mieren uit een handwonde.

Demetrios: "The Exterminating Angel is minder freudiaans, al maakt de plot even maffe sprongen. Mensen komen naar een etentje, maar ze geraken er niet meer weg. Ze blijven dagenlang opgesloten en de problemen stapelen zich op. Sommige mensen worden hysterisch en hongerig, andere gaan dood of plegen zelfmoord. De hele zwart-witfilm is opgevat als een allegorie op de menselijke natuur. Confronterend, maar heel interessant. En het feit dat hij in zwart-wit is gedraaid, helpt bizar genoeg voor de geloofwaardigheid van het verhaal. Buñuel filmt een coherent universum, waar je echt in gelooft. Hoe maf de situatie van dat diner ook is."

4. Icoon Buster Keaton

Eames Demetrios haalt nog een andere held van de zwart-witcinema aan waar hij gek op is: komiek, acteur, regisseur Buster Keaton (1895-1966). "Waanzinnig welk oeuvre die man ons naliet", zegt hij. Eames verwijst naar komische stille films als The Navigator, Steamboat Bill en The General, blockbusters waarbij Keaton zelf de stunts uitvoerde. En die waren best wel halsbrekend. Legendarisch is de scène uit Steamboat Bill (1928) waarbij een voorgevel van een woning omvalt. Maar Buster Keaton heeft geluk: hij staat exact op de plek van de raamopening, dus de gevel valt niet op zijn hoofd. Levensgevaarlijk, maar ook hilarisch.

"Als je zijn stille films op dvd herbekijkt, verlies je veel van de magie. Je hebt geen idee meer in welk beeldformaat de originele film was. Eigenlijk gaat niks boven zulke films bekijken in een cinemazaal. Zonder de later toegevoegde soundtrack. We zijn die manier van films bekijken wat verleerd door diensten als Netflix. De echte cinema-ervaring kun je met niets vergelijken."

Naar Demetrios' bron van zijn cinefilie moeten we niet ver graven. Zijn grootouders hadden een even grote boon voor de filmwereld in en rond Hollywood, waar ze vlakbij woonden. De expo die nu loopt in het ADAM Design Museum toont een selectie van hun filmsetfoto's.

"Charles en Ray maakten ook zelf films en documentaires. Maar totaal niet op de Hollywood-manier. Niet dat ze daar hun neus voor ophaalden. Mijn grootouders waren net vol lof over de technische perfectie in Hollywood. Zij huurden daar geen enorm team voor in, zoals nu. Hetzelfde team dat mee ontwierp aan woningen, meubilair of affiches zat achter de films. Alles gebeurde in het Eames Design Office."

5. Artiest Noah Purifoy

"Ik heb een enorme passie voor kunst uit de oudheid, zoals Cycladische of Syrische kunst. Heel simpel, soms naïef, maar tegelijk heel gesofisticeerd. Die stukken vertellen het verhaal van de mensheid. Een moderne kunstenaar waar ik bijzonder van hou, is Noah Purifoy.

"Wellicht niet zo bekend in Europa, maar googel eens op 'Joshua Tree Outdoor Desert Art Museum' en je ziet duizenden foto's van zijn installatie daar. Het ligt maar op een paar kilometer van mijn huis in Calfornië. Tussen 1989 en 2004 werkte hij aan dat totaalkunstwerk in de Mojave Desert in het Joshua Tree National Park: een soort urban environment bestaande uit assemblages van afval. Al doet die omschrijving de gigantische installatie helemaal geen eer aan. Het werk is prachtig ingebed in de omgeving. Superinspirerend en hypnotiserend. Als je er bent, wil je die ervaring met mensen delen. Misschien daarom dat er zo veel foto's van online staan?

"Noah Purifoy heb ik helaas nooit persoonlijk kunnen ontmoeten. Hij stierf twaalf jaar geleden. Maar het mooiste compliment over mijn installaties kwam wel van hem. Hij liet me op een dag weten dat hij heel graag eens wilde langskomen om mijn werk te bekijken. Maar zijn gezondheid liet het niet meer toe."

Eames Demetrios is zelf een kunstenaar, die in de hele wereld grote installaties plaatst. Ze zijn allemaal aan elkaar gelinkt via een verhaallijn. "Multidisciplinaire storytelling", noemt hij dat zelf. "Vergelijk het met een roman waarbij elke pagina op een andere plek is beland. Een soort narratieve ervaring, verspreid over de hele aardbol. Ik heb intussen al werken op 121 sites in 25 landen. Sommige staan in dichtbevolkte steden, andere op compleet afgelegen plekken in de natuur. Het werk legt connecties tussen mensen en plekken, maar enkel op narratief niveau. Het zijn geen 'relaties' op grond van business, religie of politiek. Het leuke is: als kunstenaar weet ik perfect waar mensen staan als ze mijn werk willen lezen. Ik heb invloed op de manier hoe ze naar mijn kunstwerk kijken."

6. Plek Californië

"Ik woon logischerwijs in Californië voor mijn filmwerk. Maar ook door mijn werk voor de Eames Foundation en Eames Studio. Het is ook een cruciale plek in mijn eigen parcours geweest. De laatste jaren van Ray Eames' leven, toen we dicht bij elkaar woonden, beschouw ik als een enorm cadeau. Onze band was heel goed.

"Na haar dood heb ik een film gemaakt over de sluiting van de Eames Office Workshop, het atelier waar het designwerk gebeurde. Toen ik die aan het draaien was, besefte ik: hier kleeft zo veel heritage aan de muren, dat het zonde zou zijn om daar niks mee te doen. Het idee ontstond voor de Foundation, de bescherming van hun huis én het beheer van hun ontwerpen. Het leuke is: in Californië heb je de combinatie van heel ruwe natuur, woestijn en een bruisend stadsleven. Ik heb de energie van de stad nodig, maar ik wil evengoed kunnen ontsnappen in de woeste natuur."

7. Boek Pride and Prejudice van Jane Austen

"Mijn lievelingsboeken? Dat is een gemakkelijke. Pride and Prejudice (1813) van Jane Austen. Een vrouwenboek, zeg je? Misschien, maar ik hou van de droge humor. Ze beschrijft hoe oppervlakkigheid bijna surrealistisch belangrijk is voor ons. Ons sociaal leven is opgebouwd uit trivialiteiten en banale elementen. Dat is nog altijd zo. Hoewel de samenleving veel minder formeel is dan in Jane Austens tijd, voelt het boek nog steeds heel hedendaags aan", aldus Demetrios.

"Hommage to Catalonia van George Orwell, de man van Animal Farm en 1984, is een ander hoogtepunt op mijn boekenplank. In dat boek is hij minstens even visionair, want hij schrijft over de Spaanse Burgeroorlog terwijl die nog aan de gang is. Maar zijn analyse was bijzonder raak. Heel erg straf.

"Ik stel mezelf altijd de vraag: hoe speel je het voor elkaar om zo 'juist' het heden te analyseren? Het is altijd gemakkelijker om terug te blikken en dan je reflecties te noteren, met wat je intussen weet. Dan is het plaatje vaak veel helderder. Wat Orwell schreef over het verloop van de oorlog en het gedrag van de verschillende partijen, is er echt knal op. Alleen de grootsten kunnen dat."

8. Muziek London Calling van The Clash

"Op het gevaar af afgeschilderd te worden als een oude zak die in het verleden leeft: ik kan nog steeds met veel plezier luisteren naar het album London Calling van The Clash. Het is zo puur, rauw en energetisch: het verveelt me echt nooit. Hetzelfde verhaal bij Talking Heads. Hoewel veel mensen struikelen over de stem van David Byrne, vind ik de combinatie perfect. Beide bands heb ik live gezien: momenten om nooit meer te vergeten.

"Of ik Talking Heads en The Clash soms mis? Niet echt. Het zalige aan de muziek van de laatste 120 jaar is dat je dezelfde opname telkens opnieuw kunt beluisteren. De opnametechnologie heeft daarvoor gezorgd. Eeuwen geleden hoorde je telkens een andere interpretatie van dezelfde muziekstukken. Geen twee uitvoeringen waren hetzelfde. Ik vind het fascinerend dat ik telkens hetzelfde hoor en voel."

De expo Eames en Hollywood loopt nog tot 4/9 in het ADAM Art & Design Museum in Brussel. adamuseum.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234