Zaterdag 08/05/2021

(slot)

Het begon met operagezang, het eindigde met kanongebulder. Toen de kruitdampen optrokken, had de operetterevolutie een nieuw land gebaard. Belgi�, nakomertje van de Europese geschiedenis. De vaders van de revolutie staan al lang op sokkels. Hun nazaten wikken en wegen de erfenis, drie weken lang in Zeno.

De mannen van 1830

De Nelson Mandela en de Che Guevara van België, zo kun je Louis De Potter en Don Juan Van Halen noemen. De Potter was de bevlogen journalist die met zijn scherpe pen het Belgische volk in opstand bracht; Van Halen een Spaanse beroepsrevolutionair met Limburgse roots die het tot allereerste bevelhebber van het Belgische leger schopte. De Potter eindigde in een anoniem graf in Frankrijk; Van Halen pronkt op een voetstuk in een park in Madrid. Twee meeslepende levens, opgetekend uit de mond van hun nazaten.

Erik Raspoet / Foto's Stephan VanfleterenFernand De Potter:

'Vrijheid, daar was het Louis om te doen'

Niemand kan het geslacht De Potter een gebrek aan patriottisme verwijten. Fernand De Potter houdt een van de materiële bewijzen in de hand. Escapade en 1917, het nooit gepubliceerde meesterwerk van zijn oom Jean. Die was zeventien jaar oud toen hij op 6 november 1917 in zijn geboortedorp Vielsalm aan een gevaarlijk plan begon. Samen met een vriend zou hij uit het bezette België ontsnappen om zich in Engeland als vrijwilliger voor de Groote Oorlog te melden.

"Ons gemoed door vaderlandsliefde verhit...", zo begint de allereerste zin van dit dagboek. Het manuscript, door de auteur met prachtige miniaturen verlucht, werd grotendeels in krijgsgevangenschap geschreven. Want ver zijn de twee jeugdige patriotten niet geraakt. Bij de Nederlandse grens werden ze hardhandig gearresteerd. Toen Jean De Potter een half jaar later werd vrijgelaten, had hij elf krijgsgevangenenkampen gezien. Hij stierf kort na de wapenstilstand, uitgeput door ontbering. Vaderlandsliefde, Fernands grootvader Lucien De Potter kon er ook wat van.

"Die was vrederechter in Vielsalm-Houffalize", vertelt hij. "Een rijk man, die een uitgestrekte privé-jacht met een half dozijn boswachters bezat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wierp hij zich op als een van de kopstukken van het Ardense verzet. Op zeker ogenblik begonnen de Duitsers in het grootste geheim een nieuwe spoorlijn te trekken door de Ardennen. Die verbinding was van strategisch belang: ze moest dienen om zware kanonnen van Krupp naar Verdun te transporteren. Mijn grootvader, die via zijn boswachters de vorderingen in de gaten hield, slaagde erin de geallieerden te waarschuwen. Stel je voor: die informatie heeft ervoor gezorgd dat de geallieerden hun grote doorbraak niet in Verdun maar aan de Somme hebben geforceerd."

Die gouden tip werd na de oorlog beloond. Lucien De Potter ontving van de geallieerden diverse onderscheidingen, onder meer het prestigieuze Victoria Cross. In België echter bleef officiële erkenning uit. Merkwaardig? Fernand De Potter ziet een plausibele verklaring. "Het is onze stamboom", zegt hij. "Afstammelingen van Louis De Potter, dat lag toen nog gevoelig in Laken. Het is begonnen onder Leopold I. Die heeft na zijn troonsbestijging gezworen om Louis De Potter in de vergeetput van de geschiedenis te gooien."

Een koninklijke banvloek tegen de nazaten van de bevlogen republikein? Het heeft Fernand De Potter (68) in ieder geval niet belet om carrière te maken in de magistratuur. Ik ontmoet de gepensioneerde parketmagistraat in Heusy, een gehucht van Verviers. Hij betrekt een landhuis in cottagestijl, zijn tuin is groot genoeg om reeën te kweken. Niets wijst op een royale vendetta, maar hij is dan ook geen rechtstreekse afstammeling van Louis De Potter. "Die is in Franse ballingschap gestorven", weet hij. "Zijn graf moet ergens in de buurt van Arras liggen. Ik weet niet eens of er in Frankrijk nog afstammelingen wonen."

En zeggen dat de Belgische revolutie zowat begonnen is bij Louis De Potter. Deze Brugse kerkhistoricus en journalist groeide onder het regime van Willem I uit tot de Nelson Mandela van de Zuidelijke Nederlanden. In 1828 werd hij tot achttien maanden cel veroordeeld, na een geruchtmakend artikel waarin hij het Nederlandse bewind frontaal aanvalt. Ondanks - of juist dankzij de veroordeling en daaropvolgende verbanning - groeide hij uit tot een katalysator van de revolutie. Toen na de opvoering van de Stomme van Portici in de Brusselse Muntschouwburg de eerste rellen uitbraken, werd zijn naam gescandeerd. Leve De Potter! Weg met de Hollanders! Het was ook geen toeval dat verschillende van zijn advocaten, Alexandre Gendebien, Pierre Van Meenen en Sylvain Van de Weyer, tot leiders van de revolutie uitgroeiden.

Maar we lopen op de geschiedenis vooruit. Wie was de in 1776 geboren Louis De Potter eigenlijk? "Om te beginnen was hij bemiddeld", zegt Fernand De Potter. "We stammen uit een geslacht van Brugse reders die fortuin hebben gemaakt dankzij de handel met het Oosten. De familie had een adellijke titel en een wapenschild. In de tijd van Louis was de Brugse haven al lang verzand, de familie had haar fortuin onder meer in de kolenhandel geïnvesteerd. Hoe dan ook, De Potter had de handen vrij om zich voltijds aan zijn passie te wijden. Hij schreef als een bezetene, ik denk dat hij in zowat ieder blad publiceerde, zowel in het zuiden als in het noorden."

Volgens de burgerlijke stand mochten die artikelen met Louis de Potter de Droogewalle worden gesigneerd. Maar de nijvere journalist amputeerde vrijwillig zijn familienaam en zag ook af van de aanmatigende d-mineur. "Aristocratische privileges vloekten met zijn diepste overtuiging", zegt Fernand De Potter. "Hij was een compromisloze liberaal, een radicaal van het zuiverste water. Liberaal heeft hier overigens geen economische bijklank. Vrijheid, daar was het Louis De Potter om te doen. Vrijheid van pers, van vereniging, van meningsuiting. Hij was bovendien vreselijk antiklerikaal, een echte papenvreter. Hij schreef schotschriften tegen de jezuïeten en tegen de concilies. De Potter kantte zich niet alleen tegen de kerk als instituut. Hij was een echte ongelovige, in de traditie van Voltaire."

Behalve de kerk had hij nog een zwart beest: autoritaire monarchen die na het Congres van Wenen de plak zwaaiden over Europa. Als ingezetene van het Koninkrijk der Nederlanden lag zijn favoriete schietschijf voor de hand: Willem I van Oranje, die van mijn gastheer een gemengd rapport krijgt. "Zijn economisch beleid was erg dynamisch", erkent Fernand De Potter. "Maar op politiek vlak was hij reactionair. Hij noemde zichzelf een gematigde monarch, maar in feite gedroeg hij zich als een absolute heerser. De verkozen Staten-Generaal had niks te vertellen, hij ontsloeg en benoemde ministers naar eigen goeddunken. Dat moest wel botsen met een overtuigde democraat en parlementarist als Louis De Potter.

"Al in 1817 is hij met zijn campagne tegen Willem I begonnen. Ondanks zijn antiklerikale overtuiging pleitte hij voor een bundeling van liberale en katholieke oppositiekrachten. Hij was dus een van de architecten van het fameuze Monsterverbond. Dat hij zoveel aanzien genoot bij de andere leiders van de opstand kwam onder meer door zijn leeftijd. Mannen zoals Gendebien, De Mérode en Rogier waren allemaal twintig jaar jonger.

"Van De Potter kun je zeggen wat je wilt, maar bang was hij niet. Zelfs toen hij in de gevangenis zat, bleef hij brieven schrijven en pamfletten verspreiden. Zo heeft hij Willem I vanuit zijn Brusselse cel persoonlijk vernederd. De koning had net een rondreis door de Zuidelijke Provinciën gemaakt. Hij had die gelegenheid benut om de puntjes op de i te zetten. Dat het eens en voorgoed gedaan moest zijn met het gestook tegen zijn bewind. De Potter heeft daarop een open brief geschreven waarin hij Willem I de les spelt. 'Lettre de Démophile au roi', het is een epistel dat me nog altijd kan ontroeren. 'Sire', schrijft De Potter, 'al het gezag gaat uit van het soevereine volk. Als u zich koning mag noemen, dan is dat alleen in naam van de grondwet.' Die brief was niets minder dan het recept voor een constitutionele monarchie. Niet dat die formule zijn voorkeur genoot. De Potter was een republikein in hart en nieren, de enige trouwens van de Belgische revolutie. Gendebien, Rogier, al zijn republikeinse vrienden van het eerste uur hebben hun kazak gedraaid. Ze hebben de Coburgers in huis gehaald om de grootmachten te paaien. Plat opportunisme, De Potter was daar erg ontgoocheld over."

School in die onbuigzame houding de kiem van zijn val? Want het revolutionaire elan van De Potter is met een sisser afgelopen. Het zag er nochtans goed uit, toen hij na de Hollandse nederlaag uit zijn Franse ballingschap terugkeerde. Bij de grens werd hij door een laaiend enthousiaste menigte opgewacht. Doornik, Ath, Halle, de hele tocht naar Brussel bleven de ovaties duren. De apotheose vond plaats op de Grote Markt van Brussel. De voormalige gewetensgevangene werd op de schouders rondgedragen, hét idool van de geslaagde revolutie. De Potter werd vanzelfsprekend lid van het Voorlopig Bewind.

"Maar daar heeft hij zijn draai nooit gevonden", zegt Fernand De Potter. "Hij wilde een radicale, republikeinse koers varen, maar moest verbitterd vaststellen dat hij alleen stond." België een onafhankelijke republiek. Met Louis De Potter als president? Gelet op zijn immense populariteit was het geen absurde droom. Waren de andere zwaargewichten van het Voorlopige Bewind zich bewust van dat gevaar? Feit is dat Louis De Potter vrij snel op een zijspoor belandt en in vrijwillige ballingschap naar Frankrijk vertrekt. Uitgerangeerd, lees je in historische naslagwerken, door voormalige vrienden zoals Gendebien en Rogier, die hem van dictatoriale neigingen verdachten. "Inderdaad", zucht Fernand De Potter. "Ze waren beducht voor een nieuwe Robbespierre. Niet ten onrechte, als je het mij vraagt. De Potter was een bevlogen revolutionair, maar ook volstrekt compromisloos. Als zulke mensen aan de macht komen, vloeit er tien tegen één bloed."

Toch was hij niet rancuneus. Vanuit zijn ballingschap bleef hij zich voor het vaderland inzetten. Toen in 1831 Willem I met zijn huurlingenleger de piepjonge natie onder de voet liep, trok hij nog één keer alle registers open. Fernand De Potter is ervan overtuigd: zijn beroemde voorzaat heeft in Parijs gelobbyd om de Fransen tot een snelle tussenkomst ten faveure van het bedreigde België te bewegen. "Daar moeten archieven van bestaan hebben", zegt hij. "Maar die zijn ongetwijfeld op bevel van Leopold I vernietigd. Voor een republikein was er geen plaats in de Belgische geschiedenis. Alle leden van het Voorlopig Bewind werden geëerd. Standbeelden, gedenkstenen, straatnamen. Maar De Potter is op de zwarte lijst beland, over hem mocht zelfs niet gesproken worden."

Historische censuur? Jean en Hervé De Potter kunnen ervan meespreken. Ze schelen vier jaar, de zonen van de gepensioneerde magistraat die het hele gesprek met grote aandacht hebben gevolgd. De 24-jarige Jean heeft tijdens de geschiedenisles op de middelbare school één keer de naam Louis De Potter ontdekt, in een het hoofdstuk over de Belgische onafhankelijkheid. Toen Hervé vier jaar later in dezelfde klas passeerde, was zelfs dat ene zinnetje uit de syllabus geschrapt. Toeval of niet, feit is dat ze grote honger hebben naar kennis over hun beruchte verwant. "Veel bijgeleerd vandaag", zegt Hervé. "Vader heeft nog nooit zo uitvoerig verteld over Louis De Potter." Ze zijn allebei onder de indruk van hun verre voorzaat. "C'était quand-même un sacré bonhomme", mijmert Jean De Potter. "Hij verdient beter dan de vergeetput."

Anne-Marie Storrer:

'Van Halen was een idealist'

Eigenlijk had ik met Anne-Marie Storrer in Madrid moeten afspreken. Meer bepaald in het Parque Retiro, de plek waar Don Juan Van Halen kinderwagens en skaters trotseert. Zonder armen, maar mét de onverschrokken blik eigen aan de bevlogen revolutionair. Helaas, de buste van Van Halen valt buiten het bestek van deze ontmoeting. Madrid is veraf en Anne-Marie Storrer heeft het druk. Ze torst een gebeeldhouwd kapsel, stijl koningin Fabiola. Als ik naar haar leeftijd pols, snoert ze me met een koket lachje de mond. Zoiets vraag je niet aan een dame. Zeker is dat ze de zeventig gepasseerd is, en zeker is ook dat de telefoon in haar advocatenkantoor op de chique Rooseveltlaan niet stilstaat. Heeft Van Halen in België dan geen sporen achtergelaten?

"Toch wel", zegt ze, "in het Legermuseum hangt een reusachtig portret, Don Juan ten voeten uit geschilderd. Maar eigenlijk heeft hij geen gedenksteen of monument nodig. Het hele Warandepark herinnert aan zijn rol in 1830. Als ik langs de omheining aan de kant van de Koningsstraat wandel, dan moet ik altijd aan hem denken. De huizen aan de overkant van de straat, die heeft hij één voor één veroverd. En vanuit die huizen hebben ze de Hollanders uit het park verjaagd."

Don Juan Van Halen was de commandant van het Belgische leger tijdens de Vier Glorieuze Dagen, de naam waaronder de slag van het Warandepark staat geboekstaafd. Toch is hij als founding father van de natie minder bekend dan pakweg Alexandre Gendebien, Charles Rogier of Félix de Mérode. "Ten onrechte", meent Anne-Marie Storrer, "want waar zaten de kopstukken van de revolutie toen de Hollanders de stad binnentrokken? Ze waren allemaal gevlucht, allemaal bang dat het verkeerd zou uitdraaien. Niet zo Don Juan, die is in het heetst van de strijd op zijn post gebleven. Zonder zijn militaire genie zou de hele opstand op een ramp zijn uitgedraaid."

Anne-Marie Storrer is vastbesloten Van Halen de plaats in de vaderlandse geschiedenis te bezorgen die hem toekomt. Daarom is ze tijdens haar schaarse vrije tijd resoluut in de archieven gedoken. Belgische en Spaanse archieven, want Van Halen was eigenlijk een Andalusiër. Op haar bureau ligt het manuscript te wachten op een laatste beurt. Le général Van Halen et la Révolution belge de 1830, de titel moet eind augustus bij de Brusselse uitgeverij Racines verschijnen.

Een inleidend hoofdstuk genealogie mocht niet ontbreken, al was het maar om de relatie tussen de biografe en haar onderwerp aan te tonen. Beiden bengelen aan één dezelfde stamboom, een exemplaar met wortels in een streek die tegenwoordig als Nederlands-Limburg op de kaart staat. De Van Halens waren een geslacht van burgemeesters en vrederechters in het stadje Weert. In 1673 vertrok een telg uit die voorname familie naar Cádiz, de Zuid-Spaanse havenstad die toen een heuse kolonie van Vlaamse kooplieden herbergde. "Juan zelf is in 1788 in Isla de Léon geboren", zegt Storrer, "de derde generatie van de Spaanse tak. Hij was dus een volbloed Spanjaard, maar zijn Vlaamse oorsprong is hij nooit vergeten. Hij correspondeerde met zijn Limburgse familie, en kwam vaak naar het noorden afzakken. Die banden zijn trouwens gebleven. Ik stam aan moederszijde af van de Belgische tak. Welnu, ik heb nog altijd contact met mijn verre verwanten in Spanje. Een van die verwanten heet trouwens Juan Van Halen, een rechtstreekse afstammeling van Don Juan die in de Spaanse Senaat zit."

Don Juan Van Halen wordt in de geschiedenisboekjes doorgaans als een avonturier afgedaan, een professionele vechtjas die zwaard en pistool ter beschikking van de meest betalende stelde. En inderdaad, deze Spaanse admiraalszoon heeft onder menige vlag gestreden. In 1805 heeft hij met de Frans-Spaanse vloot aan de zijde van Napoleon Bonaparte de slag om Trafalgar verloren. Dat zijn Franse sympathieën niet onvoorwaardelijk waren, bleek toen hij drie jaar later in Madrid verwikkeld raakte in een volksopstand tegen Joseph Bonaparte, die door zijn jongere broer Napoleon op de Spaanse troon was geparachuteerd. Het was niet de laatste opvallende carrièrewending.

In 1818 vinden we Van Halen in Rusland terug, waar hij voor rekening van tsaar slag levert in de Kaukasus. Nu was het niet zo ongebruikelijk dat hoge officieren hun krijgskunde in diverse Europese legers te gelde maakten. Zo maakte Van Halen in het Russische leger kennis met ene Leopold von Saksen-Coburg, een Duitse prins die een nomadisch leven sleet en geen benul had van de Belgische troon die hem te wachten stond. Toch sprong Van Halen tussen al die dolende ridders moeiteloos uit de band. Hij was betrokken bij revoluties in Cuba en de Verenigde Staten, en hij wist zijn carrière met liefst drie generaalstitels te besluiten. Zowel in het Spaanse, het Russische als het Belgische leger mocht Van Halen zich als generaal laten salueren.

Een gedecoreerde huurling? Anne-Marie Storrer steigert. "Van Halen was een idealist", zegt ze. "Vrijheid was zijn hoogste goed, de Franse revolutie zijn richtsnoer. Wat niet betekent dat hij plat ging voor de Fransen. Toen die Spanje in naam van de vrijheid binnenvielen, heeft hij zich met hand en tand verzet. Met Spanje zelf onderhield hij een wisselvallige verhouding. Na de val van Bonaparte kwam Ferdinand VII aan de macht. Alle vrijheden werden teruggeschroefd, en de inquisitie werd weer geïnstalleerd. Don Juan was allergisch voor autoritaire koningen. Hij werd lid van een geheim genootschap dat tegen het regime complotteerde. Helaas, ze hebben hem opgepakt en jarenlang gemarteld. In 1818 is hij ontsnapt en als balling naar Rusland getrokken. Pas in 1821, toen er een dooi kwam in de Spaanse politiek, kon hij weer naar zijn vaderland terugkeren."

Ze bladert in haar manuscript, op zoek naar de lijfspreuk die het allemaal samenvat. La liberté se respire. Là où elle n'existe pas, l'âme s'étouffe. Gevleugelde woorden, waarvoor een mens graag zijn vertalend woordenboek openslaat. "Hij was een romanticus", zegt Storrer. "Een geestesgenoot van Lord Byron, de Britse dichter die naar Griekenland trok om er tegen de Turken te vechten. Ook Van Halen stond altijd klaar om onderdrukte volkeren te hulp te schieten. Ik heb daar een frappant staaltje van gevonden, in een brief die hij kort na de onafhankelijkheid schreef aan de Belgische regent, Surlet de Chokier. Don Juan suggereerde om op het revolutionaire elan door te gaan en meteen een Europees leger op te richten. Die internationale krijgsmacht zou overal ingrijpen om volkeren te helpen zich van tirannen en autoritaire regimes te bevrijden. Naïef? Ja, maar tegelijkertijd visionair. De Europese Unie probeert al jaren om een eigen leger op te richten."

Het was dus een man met een bewogen verleden en een gevuld palmares die op 24 september 1830, de tweede van de Vier Glorieuze Dagen, tot commandant van het Belgische leger werd gebombardeerd. Maar wat had Van Halen eigenlijk op het Belgische strijdtoneel verloren? Zelfs als Spaans of Russische generaal had hij daar officieel niets te zoeken. "Hij was toevallig in België", zegt Anne-Marie Storrer. "Of liever, niet zo toevallig, want in die jaren vertoefde hij geregeld in België. Hij kwam niet alleen om zijn Limburgse familie op te zoeken, maar ook om te kuren in Chaudfontaine. Dat was toen de mode: rijke Spanjaarden kwamen in het koude noorden kuren, precies het omgekeerde van wat toeristen vandaag doen. In Chaudfontaine is hij ook bevriend geraakt met Charles Rogier, een jonge advocaat uit Luik die hem door zijn uitgever werd voorgesteld. Zie je, Don Juan was van plan zijn memoires in België uit te geven. Omdat er hiaten in zijn Frans zaten, heeft hij de hulp van Rogier ingeroepen."

Het ene plezier was het andere waard. Charles Rogier, toekomstig premier van België en bekend van het gelijknamige plein bij het Brusselse Noordstation, mocht Van Halen het opperbevelhebberschap van het Belgische leger aanbieden. "Volgens de legende heeft Don Juan hem twee uur bedenktijd gevraagd", vertelt Storrer. "Waarop Roger gereageerd zou hebben: 'Twee uur? Niks van, twee minuten kun je krijgen.'" Waarheid of legende, feit is dat er niet getalmd kon worden. Het Belgische leger, een zootje ongeregeld dat als los zand aaneen hing, kon een minimum aan militaire expertise goed gebruiken.

"De situatie was die dagen erg verward", zegt Storrer, die zich op haar oude dag in artillerietactiek en guerrillatechniek heeft verdiept. "De Hollanders hadden eerst geprobeerd via de Vlaamse Poort de benedenstad te bezetten. Ze raakten echter niet voorbij de inderhaast opgeworpen barricades, ook al omdat ze vanuit alle ramen met huisraad werden bekogeld. Daarom zijn ze de stad via het noorden, langs de Leuvense en de Schaarbeekse Poort, binnengedrongen. Zo zijn ze met veel moeite tot in het park gesukkeld. Verder zijn ze niet geraakt, de benedenstad en het stadhuis zijn altijd in Belgische handen gebleven."

De slag om het Warandepark was een stellingenoorlog. Beide kampen ondernamen uitbraakpogingen die met kogelregens werden afgestraft. De patstelling eindigde toen de Hollanders het park in de nacht van 26 op 27 september ontruimden. Over het waarom van die terugtocht is al veel inkt gevloeid. Misschien was het een tactische zet. Prins Frederik, de zoon van Willem I die het beleg van Brussel leidde, hoopte alsnog een politieke oplossing te vinden met gematigde elementen in het Belgische kamp.

Maar feit is ook dat het moreel van de Oranjes in het Warandepark op een laag pitje stond. Ze hadden veel volk verloren, de bevoorrading draaide vierkant, en in eigen rangen heerste onverholen wantrouwen tussen echte Hollanders en rekruten uit het zuiden. "Bovendien werden ze verrast door het hardnekkige verzet van de Belgen", zegt Anne-Marie Storrer. "En dat is de verdienste van Don Juan. Hij is erin geslaagd een lijn te brengen in de chaos van de weerstand. Als revolutionair had hij veel ervaring met stadsguerrilla. Hij liet de scheidingsmuren van de huizen in de Koningsstraat doorslaan, zodat zijn troepen naar het Koningsplein konden vorderen zonder hun dekking te verliezen. Met dat soort meesterzetten heeft hij de slag om het Warandepark gewonnen."

Na de Belgische revolutie is Don Juan Van Halen naar Spanje teruggekeerd. Het bescheiden pensioen dat hij bij wijze van erkenning uit België ontving, had hij niet echt nodig. Als gouverneur van Catalonië verdiende Van Halen goed zijn brood. "Eigenlijk is hij bekender in Spanje dan in België", zegt Storrer. "Maar in mijn ogen is hij geen Belg of Spanjaard. Don Juan, dat was vooral een grote Europeaan. Daarin herken ik mezelf. Ik ben een overtuigde Europeaan, en een trotse Belg."

Belg, inderdaad, want Storrer heeft geen boodschap aan het welig tierende België-pessimisme. "Ik ben geboren in Brussel", zegt ze, "mijn moeder was van Limburg, mijn man van Aalst, en mijn schoondochter is een Waalse. Met zo'n achtergrond, welke andere identiteit kan ik claimen dan de Belgische?"

Tot besluit lanceert ze een oproep tot waakzaamheid, bestemd voor alle medepatriotten. De vijand is in het vaderland, minder zichtbaar dan destijds de Hollanders, maar veel gevaarlijker. "De particratie", fulmineert ze, "daar gaat ons land aan kapot. Tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars zijn er geen problemen. Het zijn de partijen die in dit land de communautaire tegenstellingen creëren."

Fernand De Potter: 'Zelfs toen Louis in de gevangenis zat, bleef hij brieven schrijven en pamfletten verspreiden. Zo heeft hij Willem I vanuit zijn Brusselse cel persoonlijk vernederd'

Anne-Marie Storrer: 'Ik ben geboren in Brussel, mijn moeder was van Limburg, mijn man van Aalst, en mijn schoondochter is een Waalse. Met zo'n achtergrond, welke andere identiteit kan ik claimen dan de Belgische?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234