Donderdag 22/08/2019

Slim, succesvol, en vooral sexy

De Gentse politicoloog Carl Devos zal zelf ook wel niet ontkennen dat hij een neus heeft voor de politieke ‘lift’: dat hij als geen ander vat wie stijgt, en daalt. Daarom dat het dus niet eens onlogisch is dat hij voor zijn befaamd openingscollege aan de Gentse Universiteit dit jaar voor Bart De Wever koos. De Wever is inderdaad dé politicus van de dag. Zeg maar: De Politicus. Buiten hem is er geen bestaan. Guy Verhofstadt, Herman Van Rompuy, Kris Peeters en Marianne Thyssen gingen hem voor, maar dit jaar was de intrede van De Wever effenaf royaal. De ongekroonde koning van Vlaanderen.

Zo staat De Wever in de rij van historische voorgangers die op het schild werden gehesen als ‘grote winnaars der verkiezingen’: Jean-Luc Dehaene en Louis Tobback (1995), Guy Verhofstadt (1999), Steve Stevaert (2003) of Yves Leterme (2007). Ook die mannen waren geen kneusjes. Maar De Wever lijkt nog groter. En wie groter lijkt, is dat ook, in de huidige omstandigheden.

Wat is in dat succes zijn eigen, persoonlijke deel? Is politiek immers anders dan sport, filmindustrie of popmuziek, waar het heet dat succes komt door een klein deel inspiratie/talent, maar vooral van oneindig meer transpiratie/organisatie?

En dat in een partij als N-VA, die volgens haar zelfbeeld de politieke inhoud oneindig ernstiger neemt dan pakweg de socialistische achterban. Socialisten aanvaard(d)en een inbreuk op de index of noem maar op, indien uitgelegd als deel van een redelijk compromis. N-VA’ers aanvaardden nooit een aanpassing van zeg maar de grenzen van Brussel, zelfs niet als onderdeel van een breed compromis - zo’n compromis vinden zij immers niet redelijk en dus au fond geen compromis.

Dat is wat elk lid, elke ‘kenner’ van de N-VA zegt: Bart De Wever lijkt de meest stabiele politicus van het land, maar hij staat op de koord die zijn eigen partij strak houdt. Ja, De Wever is groter dan zijn N-VA, en tegelijk is hij niéts zonder het fiat van de zogenaamde interne ‘Stratego’-groep : de Vlaams-nationale hardliners die de betekenis kennen van elke communautaire millimeter vooruit of achteruit. Dat maakt Bart De Wever geen reus op lemen voeten. Maar wel een reus met laarzen van klei. Zware, plakkende, maar zo herkenbare aarde. Die ‘eigen’ Vlaamse klei. Vanuit die redelijk onwrikbare basis vertrekt De Wevers politieke actie. Die minder als politiek dan als persoonlijk wordt gezien.

En vervolgens slaagt hij erin dat persoonlijke helemaal naar zijn hand te zetten. Toen De Wever onlangs verhuisde naar een ruime dokterswoning in Deurne, was de hamvraag (ook op de site van de openbare omroep): woont hij nu dichter of verder van ’t Draakske? En populaire kranten wisten te melden dat zijn nieuwe woonst uitkeek op café ’t Mestputteke. Versta: hij blijft ‘ene van ons’. Ook in een kast van een villa: daar gaat het even niet om.

Nog een voorbeeld. Toen een paar weken terug uitlekte dat Bart De Wever met de MR-top had gedineerd bij Bruneau, een befaamd Brusselse sterrenrestaurant, deed men op het N-VA-secretariaat alles om dat bericht uit de media te houden. Maar erg uitdrukkelijk werd erbij gezegd dat we mochten schrijven dat De Wever (“Bart”) natuurlijk nog wel “frituur ‘t Draakske” frequenteert. Terwijl de man een liefhebber is van de betere keuken. Franse Michelinsterren trekken de Vlaams-nationale partijvoorzitter eerder aan dan ze hem afstoten. Bart De Wever mag graag tafelen in ’t Fornuis, het lekkere maar prijzige Antwerpse sterrestaurant: water kost er al vlug meer dan een grote friet-met in ‘t Draakske. Het hoeven trouwens niet alleen sterrenrestaurants te zijn. Een van de voorbereidende gesprekken met Siegfried Bracke vond plaats bij de lekkere Italiaan ‘Le Stelle’ in Schaarbeek, in de paarse dagen van paars een adres van Guy Verhofstadt. Maar dat hoeft het publiek niet te weten, en waar Verhofstadt of Stevaert soms (discreet) koketteerden met hun nieuwste culinaire ontdekking, schermt Bart De Wever dat af van zijn kiezers. Ze hebben niets met zijn restaurants te maken. Zegt zijn buikgevoel hem.

La Belgique à papa

Niets tegen een politicus die graag, goed en eventueel duur eet. Alleen weet iedereen dat etentjes vaak niet door de politici zelf betaald en/of georganiseerd worden. De ongetwijfeld voedzame maaltijd bij Bruneau was een initiatief van Jean-Claude Fontinoy, MR maar vooral de voorzitter van NMBS-holding. De N-VA-voorzitter als jongste zoon van ‘la Belgique à papa’. Maar dàt komt dus nooit in het nieuws.

Tafelen is één zaak, zaken doen een andere. Het recept-De Wever is onverklaarbaar zonder de lange stoet van bekende en vooral belangrijke Vlamingen die zijn diensten aanprijst. “Het aantal zogenaamde Vlaamse ‘CD&V-topambtenaren’ die zich met hun dossiers naar De Wever of N-VA begeven, is hallucinant”, zegt een decisionmaker. Het maakt De Wever niet alleen machtiger met de dag, maar ineens ook minstens zo goed geïnformeerd dan politici die over een zogenaamd ‘netwerk’ beschikken.

Het is trouwens geen onbekend fenomeen in dit land. Toen in de vroege jaren negentig de jonge VLD van Guy Verhofstadt leek te boomen, had hij ook l’embarras du choix. Er waren ondernemers, diplomaten, BV’s en politici allerhande die zich ineens tot de liberale familie bekenden. Zelfs de groenen mochten het meemaken in de korte periode dat zij tijdens paars-groen, aan de macht waren. Mark Waer, de huidige rector van de KU Leuven, was verbonden aan het kabinet van Magda Aelvoet. Dat kwam natuurlijk omdat Aelvoets kabinetschef Manu Keirse was, een invloedrijke netwerker in de katholieke gezondheidszorg, die wist welke academicus ‘topt was. Maar dat lukt alleen maar als de politicus eerder aantrekt dan afstoot. Zo gaat dat: wie (veel) stemmen haalt en (veel) macht heeft, is (erg) sexy. Zo nu ook Bart De Wever.

En bovenal weet De Wever hoe de media te bespelen. Hij is zogezegd alomtegenwoordig, maar hij is dat in werkelijkheid zeer kieskeurig. Zo ook gisteren. Hij weigert elke vraag tot interview van VRT-Wetstraat-journalisten die hem op een al dan niet ochtendlijk uur stevig op de rooster willen leggen, maar hij gaat wel naar De ochtend en ‘StuBru’, waar hij de ‘confrontaties’ meesterlijk doorstaat. Niet dat de journalisten niet goed zijn, maar omdat ze andere paradigma’s hebben: StuBru staat of valt niet met het ontmaskeren van een sympathieke Ket (zij het van Antwerpse origine), wel integendeel.

In die zin was de overstap van Siegfried Bracke een meesterzet. Bracke geniet - terecht - een hoog aanzien bij de jonge generatie VRT-journalisten, van wie hij velen opleidde en bijschaafde in interview-technieken. Nu coacht hij De Wever in het omgaan met de door ‘hem’ (of zijn school) opgeleide VRT-interviewers. En hij doet dat goed. Toen Di Rupo’s preformatie strandde, was De Wever alleen bereid om voor Terzake te getuigen. Die avond werd hij ten eerste getraind door Bracke, en was hij ten tweede geen echte partij voor zijn nochtans bedreven ondervragers. Want dat geldt ook in de actuele mediatijden: wie een ‘onbereikbaar’ man als De Wever mag interviewen, is zich bewust van zijn/haar positie. En in plaats van zich/haarzelf het moeilijk te maken, exploiteert men dat voordeel maximaal: stel maar dat men De Wever ‘een quote’ ontlokt die Nieuws is. Die laat men toch niet liggen?

Politiek genie, organisatorisch talent

En dus kan De Wever zich permitteren om dominant in de media te zijn, en toch uiterst scrupuleus aan wie of wanneer hij interviews geeft. Hij lijkt alomtegenwoordig, maar kiest zijn moment precies. Dat vergt discipline, en dat heeft hij. Waarom ook niet? Alles wat hij zegt, is toch al een evenement. “Ik maak geen woorden vuil aan Kim Geybels.” Behalve deze woorden, natuurlijk. En die halen álle media. En daarin wordt hij geholpen door een strikte partijdiscipline. Op de voorzitter na, is er geen enkele N-VA’er die communiceert. Behalve de onvermijdelijke Jan Peumans natuurlijk, maar dat is precies zijn functie: een ongeleid projectiel, waarvan elkeen vermoedt dat hij zich subtiel laat leiden door het ‘algemeen N-VA-belang’.

De Wever is niet alleen een politiek genie, maar ook een organisatorisch talent. Dat doet geen afbreuk aan zijn carrure, het is in zeker opzicht zelfs een compliment. Hij is de kampioen van een partij die de omstandigheden mee heeft, de koning in het uitbuiten van het voordeel, en bovenal de keizer in het vermijden van heibel. En het ontwijken van te harde kritiek, en te dwarse vragen. En het bevestigen van het beeld dat wij Vlamingen zo graag zien van onszelf: koppig maar gezellig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden