Donderdag 17/10/2019

Slijk versus soul: 0-1

Ondankbare omstandigheden op een compleet verregend Dour 2012: veel water en nog meer modder. Maar wie volhield, zag hoe Bon Iver het slijk overwon, puur op soul.

Dour kon even de illusie koesteren dat het droog zou blijven. Donderdag was zonnig, tot het bij valavond begon te regenen en de Dour-pelouse werd vermaald tot een natte, zuigende brij. Gelukkig laten de Douristen, 's werelds taaiste festivalgangers, zich niet uit het lood slaan door wat slijk. Wij trokken in hun kielzog langs de zeven podia en de tweehonderd groepen die speelden op la Plaine de La Machine à Feu. Wat is blijven plakken naast de modder aan onze schoenen - leest u hier.

Dag 1: pulserend gepiep

De Franstalige Brusselaars van Great Mountain Fire lieten dansbare rock horen die zo hoekig klonk als de bergpieken in hun decor. Het zuiden van het land heeft met deze jongens zijn eigen School Is Cool, noteerden we na elastische songs als 'Rrose Sélavy' en 'A Gipsy Father'. En kijk, wie mocht daar bij 'A Crooked Head' komen meetrommelen op alles wat lost of vast zat? Het bleek een wederdienst: enkele uren voordien had Great Mountain Fire al meegespeeld bij School Is Cool.

Even dansbaar was Caribou , dat zijn intieme sound gevoelig had opgevijzeld. Zijn gebleven: de breekbare melodieën en de kristalheldere klanken. Maar waar de groep vroeger binnen het kader van de popsong bleef, kregen we nu kaleidoscopische dancetracks, zo veelkleurig als de schmink die festivalgangers hadden opgesmeerd. De pulserende piepgeluiden, roffelende ritmes en zweverige zanglijnen in 'Odessa', 'Sun' en 'Kaili' brachten de Clubcircuit Marquee in een zachte roes, alsof je met half dichtgeknepen ogen in de zon staarde.

Na een magere derde plaat had Franz Ferdinand op Dour iets te bewijzen. En dat beseften de Schotten: de gretigheid waarmee ze 'Michael', 'No You Girls' en 'Walk Away' de weide in slingerden, bracht de gloriejaren 2004-2006 terug. Tot de groep nieuwe nummers testte. Hoe snedig 'The Universe Expanded' en 'Trees and Animals' ook klonken, het natgeregende publiek wilde hits. Dus draaide de band de kraan open met 'Take Me Out' en 'Do You Want to'. Toen 'Can't Stop Feeling' in een mash-up belandde met 'I Feel Love' (van Gloria Gaynor) transformeerde Franz Ferdinand zichzelf Soulwaxgewijs tot zijn eigen Nite Version. 'This Fire' was het brandpunt van een concert dat aanvoelde als een enthousiaste try-out, maar als headliner nét iets te kort schoot.

Ook Squarepusher kon het niet waarmaken als topact. De man op wie Dour vijftien jaar heeft gewacht begon met een diepe basdreun en snerpende elektronica. Vanuit die geluiden bouwde hij zijn set op, gebaseerd op zijn jongste plaat Ufabulum. De spookhuismelodieën en stuiterende bassen hadden de ambitie om het publiek de ruimte in te katapulteren. Neem daarbij de zwart-witte visuals (op drie schermen, waarvan een op Squarepushers hoofd) die eruitzagen als wormgaten en we leken vertrokken voor een reis richting oneindigheid. Maar Squarepusher raakte nauwelijks buiten de dampkring: telkens weer bouwde hij zijn nummers af om van nul te herbeginnen. Uitdagend en verrassend, maar de fans zaten te wachten op een wild breakbeatfeest, niet op een staaltje uitgekiende prog-'n-bass.

Dag 2: briljant geweld

Na weer eens een regennacht bood het festivalterrein op dag 2 de aanblik van een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog. In de late namiddag brak de zon evenwel door en kwamen de hits 'Witness (1 Hope)' en 'Let the Spirits' van Roots Manuva goed van pas. Engelands beste rapper is hij al lang niet meer, maar als leverancier van good vibes deed hij wat hij moest doen: de festivalgangers het gevoel geven dat het ondanks de modder nog goed zou komen met Dour.

Ook Fanfarlo hield de moed erin met toeterende indierock die de perfecte deelverzameling van Arcade Fire en Beirut vormde. Frontman Simon Balthazar spoorde zijn publiek zelfs aan om de rest van het festival naakt rond te lopen.

Dinosaur Jr. hield het ernstiger - frivoler dan het knalgroene trainingsjack van J. Mascis werd het niet. De gitaarveteranen trokken hun vertrouwde geluidsmuur op, waarin Neil Young-rock botste met vroege hardcore. Fans kregen waar voor hun geld: cultnummers uit hun beginperiode wisselden af met radiohits uit de jaren negentig ('Out There'!) en recenter werk. Een nieuw publiek bereikten ze niet, maar dat kon hen weinig schelen: als ze maar lawaai mochten maken.

Daar was het St. Vincent ook om te doen. Nog meer dan op haar drie platen doorboorde ze haar popsongs met noisy uithalen op gitaar en schreeuwde ze haar woede uit. Over een strakke, dansbare fond mochten stem en gitaar hun eigen grillige weg zoeken. Hoogtepunten: 'Actor', 'Dilettante' en 'Cheerleader', meteen de drie conflicterende persoonlijkheden die St. Vincent in haar tengere lijf verenigde. "I don't be wanna a cheerleader no more", zong ze, en zoveel maakte ze duidelijk in de losgeslagen finale. Ze dook in het publiek om van daar het punky 'Krokodil' te krijsen.

Tegen zoveel briljant geweld kon de pletwals van Ministry niet op. Al Jourgensen en co. beukten een uur lang genadeloos door, maar kwamen niet verder dan die, kill, death & lies. "We're gonna overthrow the USA government", dreigde Ministry stoer, maar Jourgensen klonk zo geloofwaardig als een dronken zwerver in de Brusselse metro.

Qua strijdvaardigheid moet hij maar eens in de leer gaan bij Battles , die lieten horen dat ze het vertrek van Tyondai Braxton verteerd hebben. Ze werkten zich uit de naad, alsof het podium de machinekamer van een getorpedeerde onderzeeër was en zij het ding terug naar het wateroppervlak moesten krijgen. Schijnbaar ter plekke construeerden ze hun nummers met gitaar, bas, synths en het drumspel van de mensgeworden metronoom John Stanier. Zo deed Battles wat Squarepusher niet lukte: een hele tent boeien met experimentele geluidscollages en die tent er zelfs op laten dansen, zoals in het surrealistische smurfenlied 'Atlas'.

Het feestje ging door bij hiphopduo Black Star. Mos Def en Talib Kweli putten uit hun legendarische album waarmee ze in 1998 de rapgemeenschap (die in bendeoorlogen was weggezakt) een geweten schopten. Geen gratuite publieksspelletjes bij deze twee keurig geklede heertjes, maar een soepele show waarin de rappers verrassend vaak zongen en heel wat soul- en hiphopcollega's namecheckten.

Dag 3: onaangetaste magie

Het weerbeeld van dag 3 was een copy-paste van de vorige dag: veel regen, nog meer modder en uiteindelijk zon. Tussen twee plensbuien door hoorden we Poliça vechten met hun debuutplaat. Live bleken er twee drummers nodig om de complexe ritmes neer te zetten en klonk de stem van Channy Leanagh minder vervormd, twee ingrepen die 'Violent Games' en 'Dark Star' goed deden. Moeilijk en een beetje ongrijpbaar, maar net daarom intrigerend, alsof ons even een glimp op de popmuziek van 2112 werd gegund.

De Antwerpenaar Pomrad greep dan weer terug naar de tijd dat Miami Vice nog vooruitstrevend was. Van achter een batterij synthesizers of met een keytar en een stemvervormer bracht hij hilarische hiphop die klonk alsof hij door een Gameboy werd afgespeeld. Geknipt voor een ritje door de hood met een pimped out chromed out Lada.

The War on Drugs en Destroyer mikten in La Petite Maison allebei op het tripeffect. Onder het motto "Always moving, always drifting" speelden de eersten een mengeling van psychedelische americana en repetitieve krautrock. In een gezapig tempo zochten ze het punt waar de Route 66 en de Autobahn elkaar kruisen, wat maakte dat we in 'Coming Through' plots vloeistofdia's voor onze ogen zagen dansen. Destroyer gleed verder op dezelfde cadans, maar trachtte het publiek te hypnotiseren met zijige saxofoonsolo's en geile gitaartjes die uit een softpornosoundtrack leken te komen. Foute boel, maar dat geluid van een uit de bocht gierend lounge-orkest in 'Chinatown' was toch bepaald bedwelmend.

Bon Iver had ook zijn 'foute' momenten. Zo doken in 'Wash.' synthesizers op die herinnerden aan het gladste wat de eighties voortbrachten. En toch bleef zijn magie onaangetast. Wat Bon Iver op Dour presteerde was zelfs ronduit fenomenaal: een door regen en modder murw geslagen publiek stil krijgen met onwerelds broze liedjes.

Bijna draaide het anders uit. In de eerste helft van het concert verkende de achtkoppige begeleidingsgroep de kleinste kantjes van nummers als 'Perth' en 'Michicant', alsof die duizenden toeschouwers niet voor hun neus stonden. Zo subtiel werden die tracks ingekleurd dat ze nauwelijks nog als rock klonken en de allure kregen van kamermuziek. Dat was wennen voor de Douristen, die al drie dagen onderworpen waren aan een spervuur van gitaren en beats. Maar na het wat potigere 'Blood Bank' en het onverwoestbare 'Skinny Love' was de wei mee en zette Bon Iver koers richting absolute ontroering in 'Calgary', over ware liefde en hoe je die achterna reist, desnoods de wereldbol rond.

Toen we in 'Beth/Rest' weer die vermaledijde synthesizers hoorden en we desondanks overmand werden door zoete melancholie, wisten we het zeker: de soul van Bon Iver glimt, zelfs als ze onder 20 centimeter modder is bedolven.

Hoe DAG 4 verliep in Dour, met Flaming Lips als topact, leest u in de krant van morgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234