Dinsdag 12/11/2019

Sleutels tot beschrijving

Veel gedichten van Miriam Van hee gaan over onderweg zijn en over de zoektocht naar een thuis. Ook in haar nieuwe bundel.

Miriam Van hee registreert de omgeving en de gebeurtenissen altijd erg precies en reflecteert erover. Zeker als het over de natuur gaat, verbindt dit haar poëzie met die van Rutger Kopland, aan wiens dood ze in deze bundel trouwens een gedicht wijdt. Van hee zoomt in en uit en concentreert zich vaak op details, die dan een specifieke lading krijgen, zoals een cineast dat doet. In de eerste afdeling valt het weer op hoe graag ze vanop een afstand observeert, vaak achter glas, in dit geval vanuit de auto of door het raampje van een vliegtuig. Van hee observeert niet alleen om de redenen te onderzoeken waarom ze naar andere plaatsen reist, maar ook omdat ze zich bewust is van de permanente dreiging die boven alles hangt. Die kan van de mens uitgaan, zoals in het gedicht 'de verloren zoon', waarin de dichter en haar geliefde zien hoe in de vallei een losgebroken schaap gevangen wordt. Ze bedenkt: 'je kon/ hun gedachten al raden, en hun gescheld/ dat het ervan lusten zou'. In 'de aardbeving' is het dan weer de natuur zelf die beangstigt. Het mooie vakantiekiekje beantwoordt meestal niet aan de werkelijkheid, zoals we kunnen lezen in 'les gorges du verdon': 'na de foto veranderen wij/ van gedachten, ons wachten tunnels// onleesbare wegwijzers, hoogtevrees'.

Ook in de afdeling 'Het nulpunt' is de vervreemding sterk aanwezig. In een reeks beklemmende gedichten probeert Van hee het onzegbare, namelijk de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, toch onder woorden te brengen. De gruwel is universeel en van alle tijden. In 'dukla revisited' concludeert ze: 'ik zocht een sleutel/ tot beschrijving, niet van alles wat verdwenen was/ maar van een kleine poolse stad die overal kon zijn.'

Van hee lijkt te schrijven om meer te weten te komen over de werkelijkheid, in het besef dat die nooit helemaal te doorgronden valt. Het raadsel blijft altijd open, zoals in het gedicht dat ik koos. De dichter, die niet alleen in letterlijke, maar ook in figuurlijke zin op zoek is naar een thuis, blijft achter 'in het ontbrekende'. Dit gedicht vinden we in de laatste, meest persoonlijke en volgens mij daardoor sterkste afdeling van deze bundel, 'Station Gent Dampoort', waarin Van hee terugblikt op de plekken waar ze opgroeide en later woonde, niet altijd in een toestand van geluk. In die afdeling vinden we ook het mooiste en langste gedicht uit deze bundel, 'op de watersportbaan'. De versregels komen per twee aanrollen als de golfjes die de roeispanen van haar vader op het water maken. De dichter observeert haar vader vanop het land en besluit: 'het water/ verstond hem en droeg hem achterstevoren// terug naar het land.'

In Van hees poëzie is het alsof de tijd uitgerokken wordt door de nauwkeurige beschrijvingen. De traagheid zet niet alleen de zintuigen van de dichter open. Van hees poëzie dringt zich nooit op. Ook niet door de stijl: ze gebruikt weinig interpunctie en laat de hoofdletters weg. De zinnen hebben een subtiele muzikale cadans. De witregels zorgen voor rustpunten. De lezer ontsnapt niet aan de melancholie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234