Zondag 19/05/2019

Europa

‘Slavenarbeid’ in Europa-museum: Brussels personeel mag niet praten, niet zitten en nauwelijks drinken

Beeld EPA

Het Huis van de Europese Geschiedenis in Brussel is een prestigeproject van het Europees Parlement. Suppoosten van het museum klagen echter steen en been. “Het is een soort slavenarbeid.”

Het is eigenlijk nog best een leuk museum, al ligt het er maar aan wie je het vraagt. Het Huis van de Europese Geschiedenis ligt om de hoek van het Europees Parlement, in het Leopoldpark. Op een doordeweekse dag is het druk; er klinken kindergeluiden en gidsen vertellen met luide stem aan hun gevolg wat er links en rechts allemaal te zien is. De ontstaansgeschiedenis van Europa bijvoorbeeld, wie Europa was (een Fenicische prinses), wat Europa is (ons continent), wat er allemaal is gebeurd in Europa (heel veel). En het wordt ons allemaal uitgelegd in 24 talen, dat wil zeggen: alle talen die er gesproken worden in de Europese Unie. Dat is niet zomaar.

Het museum is er gekomen op initiatief van het Europees Parlement. Het was een idee van de Duitser Hans-Gert Pöttering, die in 2007 zijn voorzitterschap van het Parlement luister wilde bijzetten met dit prestigeproject. Het moest namelijk niet zomaar een museum worden. Nee, het moest “de kennis van alle generaties Europese burgers over hun eigen geschiedenis verdiepen en zodoende een bijdrage leveren aan een beter inzicht in de huidige en toekomstige ontwikkeling van Europa”. Dat is nogal wat, en er werd dan ook flink in de buidel getast. Het museum, dat in mei 2017 opende, kostte 56 miljoen euro. Plus wat er jaarlijks nodig is om de boel draaiende te houden (11 miljoen).

Er heerst onrust, daar in het Leopoldpark. Niet vanwege de kosten of de onmogelijkheid dé geschiedenis van Europa te verbeelden, of vanwege veronderstelde EU-propaganda (boze brexit-Britten noemen het museum het ‘house of horrors’). Er is gedoe over arbeidsomstandigheden.

Het begon het afgelopen najaar met een boos tweetje van een anonieme suppoost. Dat kwam terecht bij Dennis de Jong, parlementslid voor de Nederlandse socialistische partij SP, toch al geen liefhebber van het museum (“Hoe kun je als politiek parlement nu een objectief museum inrichten?”). Hij ging op onderzoek uit, en viel van de ene verbazing in de andere. Hij hoorde over slechte bedrijfskleding, lange werkdagen, laag salaris, ultrakorte plaspauzes, zitverboden, spreekverboden en drinkverboden. “Het is echt...” – hij zoekt naar het juiste woord –,  “ja, ik vind het een soort slavenarbeid.”

Het Huis van de Europese geschiedenis . Beeld Illias Teirlinck

De suppoosten zelf zijn moeilijk te benaderen, op hun werkplek wil niemand iets zeggen. Maar helemaal bovenin, op een bankje in een hoek, zitten twee collega’s net iets te luid te fluisteren over een barse chef. Ze krijgen een hartverzakking als ze om commentaar wordt gevraagd over de werkomstandigheden. Later, in de garderobe, duikt een van hen plots op, een beetje bleekjes, en fluistert een telefoonnummer door. Het leidt tot een ontmoeting in de avonduren, in het stille kantoor van Dennis de Jong, met een woordvoerder van de suppoosten. Ze noemen zich inmiddels de Crew Support Campaign.

Deze jongen, die per se niet met zijn naam in de krant wil, kan zich zijn eerste dag nog goed herinneren. “Dat was echt heel slecht. We kregen bijvoorbeeld geen lunch, ik stierf van de honger.” Hij vertelt over gedoe met contracten, het lage loon, slechte opleiding, pauzes die meer dan de helft korter worden als er mensen ziek zijn (“En dat is heel vaak”) en speciale toestemming om even water te gaan drinken tijdens de lange dagen van tien uur. ”Eerst mochten we een flesje water meenemen, maar later niet meer, want dat was ‘te gevaarlijk’.”

Ook niet toegestaan: praten. “Alleen bij een verzoek om hulp of informatie.” En zitten: “In het begin helemaal niet, nu wel, maar niet in de buurt van bezoekers. Terwijl we de hele dag moeten staan op onze verplichte sneakers, blauwe Puma’s, niet te doen.” Te laat komen: “Als je om 08.31 uur binnenkomt in plaats van 08.30 uur, dan krijg je al een aantekening.” Langer pauzeren dan 30 minuten: “Terwijl je gewoon echt niet genoeg tijd hebt om wat op te warmen of naar de supermarkt te gaan, te eten en af te wassen.”

Het Huis van de Europese geschiedenis. Beeld Illias Teirlinck

Er is al veel geklaagd bij Manpower Group Solutions, het uitzendbureau dat de zorg voor het personeel heeft gekregen. “Dan zeggen ze dat ze ernaar gaan kijken, maar er gebeurt niks. Dus proberen we naar buiten te treden. Maar zo’n tweet was al heel gevaarlijk. Je bent zo je baan kwijt.”

“Wij werden vorig jaar al geconfronteerd met dergelijke anonieme beweringen zonder context”, reageert Manpower. “Eind 2018 hebben we overleg gehad met alle suppoosten. Alles wat beter kon is geïdentificeerd en aangepakt, tot tevredenheid van suppoosten en van de klant. Suppoosten kunnen nieuwe punten melden aan een groep vertegenwoordigers die ze zelf hebben gekozen.”

Vernederend

De Jong kaartte de zaak meerdere malen aan. Een belofte van de secretaris-generaal van het Parlement een onderzoek in te stellen, heeft weinig opgeleverd. “Veel van de klachten zijn nog steeds niet aangepakt. Het uitzendbureau zou vervangen worden in januari, maar daar is niets van bekend onder de suppoosten.” Deze week vroeg hij in het Parlement opnieuw om onder meer betere werktijden en fatsoenlijke werkkleding.

Niet omdat het allemaal illegaal is, want dat is het niet. “Het is gewoon niet fatsoenlijk. Je zet zo’n duur museum neer, en dan ga je vervolgens voor de allergoedkoopste oplossing als het om personeel gaat. Het is vernederend. En volstrekt niet van deze tijd.”

Het Huis van de Europese geschiedenis . Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.