Maandag 06/12/2021

Slapen bij -36°Celsius

Tienduizend ton ijsblokken, als een handvol diamanten samengepakt in een laken van zwart taffetas. Het is het decor van het ijshotel, tweehonderd kilometer benoorden de poolcirkel. Anne de Graaf sliep erin en keek ernaar.

Half drie 's middags is het als de avond valt bij de Torne-rivier, in Noord-Zweden. De kinderen zijn nog niet uit school, maar de poolnacht pakt meedogenloos de Lapse toendra in. De duisternis lijkt de stilte er nog een een dimensie bij te geven: wie luistert, hoort de samengepakte sneeuw kraken onder de schoenen, het blazen van de eigen adem tegen de kraag van het windjack, af en toe het ritselen van een sneeuwvlokkenpakket.

Wie boven de noordpoolcirkel trekt wordt geconfronteerd met zichzelf. Met zijn lichaamstemperatuur, zijn vergankelijkheid, met zijn ik. De sensatie slaat toe op de trap van de Boeing, na landing in Kiruna, de noordelijkste luchthaven van Zweden. Uit de lucht bekeken een arctisch onderzoekscentrum, schitterend door zijn inertie. Kiruna is sinds negen jaar een mekka voor oververhitte managers. Ze gaan er letterlijk op afkoelingsweekend. Want bij een gemiddelde buitentemperatuur van -35°C is de volgende meeting er eentje met zichzelf.

Vervolg op de volgende pagina Vervolg van de vorige pagina

En met het ijshotel. Zevenendertig kamers in ijs, elk jaar volgens een ander plan met sneeuwkanonnen en kettingzagen bijeengepakt, geboetseerd, gepolijst, kaalgeschoren en weer bijgeplakt. Een overnachtingsgelegenheid zonder sterren, des te meer kristallen, zonder centrale verwarming, verloren in de toendra. Daar waar alleen de Lappen (Samen is juister) en hun rendieren leven, waar het kwik vorige week de laagterecordttemperatuur bereikte van -50°C. Een uithoek van de wereld, onbereikbaar zelfs voor de uitstoot van de ontplofte kerncentrale van Tsjernobyl. Het ijshotel is ook de enige vergankelijke overnachtingsgelegenheid ter wereld. Het houdt op te bestaan als de dagen lengen en het warmer wordt. Ergens in mei, als Lapland zijn midzomernacht en muggenplagen tegemoet gaat.

Het hotel houdt ook op te bestaan op als het management er geen zin meer in heeft. De zin om het te maken kwam negen jaar geleden. De geestelijke vaders - een echtpaar en hun vriend - runden een reeks gewone pensions, in een blokhuttendorp. Je kon er als toerist of vermoeide zakenman 'terug naar de natuur', in de zomer om te raften, te wandelen. Vanaf oktober om tochten te maken met hondensleden, te sneeuwscooteren, te overnachten in een Lappen-hut, een Lapse tent, in de toendra.

Het concept sloeg aan bij Zweedse zakenlieden die op grote schaal kwamen afkicken van het hectische Stockholm. "Alleen, op een avond was het hotel vol en er bood zich een gezelschap aan van zestig zakenlieden", vertelt gids Arne. "We hebben het extreem gespeeld. Er was geen plaats, maar er was ijs en we hadden vorkheftrucks. 'Willen jullie in een iglo slapen?', tastten we af. Het enthousiasme was groot. Je kent het: haantjesmentaliteit. Geen manager wilde voor de ander onderdoen." Een halve dag later stond ze er, de eerste versie van het ijshotel. De zakenlieden overnachtten in slaapzakken, attachécases moesten ze in een blokhut achterlaten. "Crazy was het: ze dachten dat we het speciaal voor hen hadden uitgedokterd. In '90 bouwden we een iglo die dubbel zo groot was. We begonnen eraan in november, de eerste gasten kwamen in december. Het gaat nu nog steeds zo: alleen komen nu designers uit de vier windstreken om ons te helpen. We willen de tienduizend ton ijs elk jaar in een andere vorm gieten. Elk jaar anders, maar het ijs komt wel nog steeds uit de Torne-rivier. Omdat het zo helder is. De flanken zijn in 'snice', een mengel van sneeuw en ijs: voor de stevigheid."

Vierduizend vierkante meter vrieskast, met levende wezens als hoofdingrediënten. Een witte bunker, een bevroren atoomschuilkelder, waarachter een klank- en lichtspel schuilgaat. Japanse dametjes verdrinken in hun overmaats overlevingspak, Amerikanen in T-shirt rijden tegen beter weten in de wieltjes van hun Samsonite-koffer vast in de sneeuwkorst. Rond het bouwsel bewegen zich aarzelende marsmannetjes. Schuifelend, stuiterend bijna in hun maanlaarzen, als rond een aardse versie van de Apollo. Spreken heeft geen zin. De stem draagt geen meter ver. "Simpel, wie vannacht geen kou wil lijden, doet zijn kleren uit vooraleer hij zich in de slaapzak wurmt." Arne, de Lapse gids,windt er letterlijk geen doekjes om. De jonge Lapse mept haar gekleurde handschoenen op tafel, een bevroren receptiebalie in het ijshotel, zonder sleutels maar met een fors gastenboek. Het recept is simpel: wie hier wil logeren, moet niet mekkeren: wie betaalde om in het ijs te slapen, wordt geacht dat ook echt te doen.

De formule werkt: hadden de managers in de bus nog de mond vol over eerder geleverde prestaties, over de kwaliteit van hun Fjall Raven-thermopak, dan legt de vrieskou hen nu het zwijgen op. Arne, zegt ze, sliep al zo vaak buiten. Zoals haar volk, de Lappen die nog maar een halve eeuw sedentair zijn en die ook nu nog in de zomer met hun rendieren rondzwerven. En buiten slapen. Je ziet het haar denken: wat Arne kan, kunnen de managers dat ook?

"Eskimo's, Lappen en poolreizigers", gaat ze verder, "gebruiken al jaren het thermoseffect. In een iglo doe je je kleren uit: tussen de verschillende lagen van de slaapzak hoopt zich lichaamswarmte op, die moet je gebruiken, anders koel je af. Bevriezing treedt op binnen het uur." (lacht) "Schud daarom ook de slaapzak op. Rits hem dicht, als een muts over je oren. Je kunt met je hoofd buiten slapen, maar ik raad het af. Hou liever een gaatje open, om te ademen."

Rillingen alom. Waren ze al bedremmeld, dan zijn het nu makke schapen, de toeristen en zakenlieden die de gids schoorvoetend volgen door de ijsgalerij. Een middenbeuk met doorzichtige, vier meter hoge, rechtopstaande zuilen, ijzige neonlampen lijken het. Als een bevroren versie van een kathedraal.

Een Val Saint Lambert-luchter - parels en kettingen en theelichthouders zijn uit ijs gegoten - wijzen de te volgen weg aan. Links naar een curlingbaan. Rechts naar de kapel. Waren de inwoners van Kiruna vroeger animistisch - de natuur was hun referentiepunt - dan zijn het nu Baptisten, door toedoen van de Zweden.

Arne wenkt stil: hotelgasten kunnen zich voor het slapengaan met de bijbel terugtrekken op een van de zestien banken. "De bewoners van Kiruna maken er een erezaak van om hun kind in de kerk dopen. Enige voorwaarde: dat de naam van het kind 'Is' (ijs) bevat. 'Isa' werd hier als eerste boven de doopvont gehouden. In warm water, we zijn geen sadisten. So I wish you a good night, and remember, do pull your clothes off. Sweat dreams." Arne groet het gezelschap, klapt de deur in rendiervel dicht en verdwijnt, de zwarte nacht in. Naar het stipje aan de andere kant van de straat, de blokhut, de sauna en het kampvuur.

Daar zit ik dan, in de kou. Ik besluit me moed in te drinken in de bar van het hotel, gesponsord door vodkafabrikant Absolut. Ik heb nog niks gedronken, maar het café doet me nu al denken aan 'bijna-dood-verhalen'. De bar ligt aan het einde van een tunnel, drijft in een azuurblauw schijnsel en, merkwaardig, het is er bijna warm, als in een cocon. En stil; zelfs een straalbezopen Amerikaanse manager vermag niks tegen ijs en vodka. Ik drink snel uit de kubusvormige glazen in ijs, exclusief gegoten in het vriesvak. Snel, want anders vriest het recipiënt vast aan de toog. Drie vokda's... ik voel niks.

"Normaal", vertelt de waard, "je lichaam stookt op volle toeren, alcohol verdampt."

Ik volg nog een vertoning op het ijsscherm in de bioscoop - Naomi Campbell en Kate Moss gingen hier uit de kleren voor de reclamespot van Absolut. Maar dan besef ik finaal dat er geen terug mogelijk is. De enige weg leidt naar mijn 'kamer', tweede gang links, derde rechts, aan het einde van de galerij. Een mooie spelonk, maar een spelonk: niks voor mensen met claustrofobie, al stelde Arne ons gerust. "Is het hotel niet volgens eskimo-principes gebouwd - blok op blok -, het is wel solied."

Een witte bak, rendiervel op schuimrubber. De vismijn van Zeebrugge. Ja dat is het: ik lig geëtaleerd op een bedje van ijs, als een zielige pladijs bovenop zijn kuip van schuimplastic. Dan denk ik aan Arne, doe alsof het lente is, trek mijn kleren uit, kruip met een laken in mijn sarcofaag van vynil, bid de Baptisten-god dat ik er niet meer uit moet.

Was ik al drie keer van de buitenwereld afgesloten, dan is het isolement nu compleet, de confrontatie met mezelf op het hoogtepunt. Mijn lichaam, 36°C en nog wat, dampend in een koelbox van -6°C, geparkeerd in een atmosfeer van -36°C. Zeventig graden verschil. "Warm, erg warm voor de tijd van het jaar," had de buschauffeur gezegd op weg naar het ijshotel.

Ik doe afstand van de stemmen in het hoofd en luister. Op de achtergrond gelal: de Amerikaanse managers die met hun koffer door de sneeuw zeulen. Gegiechel: de Japanse dametjes in de te grote winteroutfit. Gegrom: de buren met wilde verhalen over eskimo's en de liefdesdaad. Gerommel, een koffer die opengaat, buldergelach. Het oergeluid dat volgt, diep gesnurk, wijst erop dat seks bij -6°C meer dan een groot libido vergt.

Ik kruip in de slaapzak, rits het gat dicht en probeer in mij op te nemen wat de kleinste hotelkamer ter wereld moet zijn. Mijn notitieblok drijft in het condenswater. Tegelijk met het licht van de zaklantaarn doof ikzelf uit voor een lange, ononderbroken, nacht. Als Arne me 's ochtends wakker maakt, met aanbieding van een glas veenbessensap, is het pikdonker. "Negen uur, opstaan, het wordt licht om 11 uur, vooruit, drie uur licht is het vandaag." Ik ril, laat de klamme slaapzak achter me als een afgedankt slangenvel en bewonder voor eeuwig de Lappen.

Het ijshotel of Jukkasjärvi - letterlijk ontmoetingsplaats - is dagelijks met SAS bereikbaar vanuit Brussel, via Stockholm. Je hoeft geen handschoenen, thermische pakken en sneeuwboots te kopen. De vestiaire van het ijshotel leent gratis pool-uitrusting uit, inclusief handschoenen en winterboots. Een nacht ijshotel kost per persoon 3.695 frank in de week, 4.270 frank in het weekend. Het hotel smelt niet weg voor 30 april. Er kan voor geboekt worden bij touroperator Seagull, en dat vanaf 23.205 frank voor een pakketreis. Reservatie: via verzekerde reisagenten.

Ik lig geëtaleerd op een bedje van ijs, als een zielige pladijs op zijn kuip van schuimplastic

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234