Vrijdag 13/12/2019

Buitenland

Slangenbeten zijn een vergeten ziekte ten zuiden van de Sahara

Pofadder Beeld buitenbeeld

Slangen doden ten zuiden van de Sahara jaarlijks zeker 32.000 mensen. Vooral de armen zijn de klos, want tegengif is duur.

Behoedzaam en toch zelfverzekerd pakt Boniface Momanyi de pofadder achter de kop. Het reptiel kronkelt maar wordt met de andere hand in bedwang gehouden. De opengesperde bek met de indrukwekkende tanden wordt op plasticfolie gedrukt dat over een glas gespannen is. 

Even later druppelt een piepkleine hoeveelheid gif in het glas, genoeg om vier of vijf mensen te doden. "Maar dit gif wordt gebruikt om mensenlevens te redden", vertelt Momanyi, voorman bij de Bio-Ken slangenboerderij in het Keniaanse toeristenoord Watamu. "Van slangengif wordt tenslotte antiserum gemaakt."

In tientallen terraria onder schaduwrijke bomen is een grote verscheidenheid aan slangen te zien. Sommige zijn ongevaarlijk, maar andere juist uiterst giftig. De slangenboerderij is meer dan een plaats waar toeristen kunnen griezelen bij de spugende cobra, de boomslang, de zwarte en groene mamba. "Mensen doden vaak slangen omdat er zoveel onwetendheid en bijgeloof over ze bestaat. Maar slangen zijn deel van de natuur en de giftige dieren zijn bruikbaar voor antiserum waar een schreeuwend gebrek aan is."

Goedkoop antiserum

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sterven wereldwijd jaarlijks tussen de 81.000 en 138.000 mensen aan slangenbeten, een veelvoud daarvan raakt gehandicapt. In Afrika ten zuiden van de Sahara leiden jaarlijks zeker 32.000 beten tot de dood. De WHO heeft onlangs slangenbeten als verwaarloosde tropische 'ziekte' geclassificeerd.

Beten van giftige slangen zijn te overleven als er tegengif is, maar de meeste staatsziekenhuizen in Kenia en andere Afrikaanse landen hebben het niet, of ze hebben alleen een goedkoop antiserum dat vaak niet werkt. Goede antiserums zijn duur en wel aanwezig in privé-hospitalen. Daardoor zijn slangenbeten vooral een dodelijke ziekte voor armen.

Mensa Benjamin (19) kan erover meepraten. "Zes jaar geleden was ik cashewnoten aan het plukken toen een zwarte mamba mij beet. Ik rende naar huis en mijn familie haalde een traditionele heler erbij die een zwarte steen op de wond legde. Maar het hielp niet. Daarna weet ik niets meer." Benjamin raakte bewusteloos en werd uiteindelijk naar Bio-Ken gebracht waar antigif was - hij lag drie dagen in het ziekenhuis. De ouders van Benjamin zijn arme boeren die daarna nog jaren bezig waren om zijn ziekenhuisrekening te betalen. Het dure antigif kregen ze gratis.

Het litteken van de beet is nauwelijks te zien op het been van de tiener die nu op de slangenboerderij werkt. Een opmerkelijke beroepskeuze. "De mensen en het werk hier hebben me gered. Ik vind het leuk hier te werken en ben niet bang voor slangen", vertelt Benjamin.

Weinig aandacht

Bio-Ken werkt samen met Health Action International (HAI), een ngo in Amsterdam die met Nederlands overheidsgeld een project leidt om slangenbeten op de internationale agenda te zetten. "Er is veel aandacht voor malaria en hiv bijvoorbeeld, maar slangenbeten zijn echt een vergeten ziekte", merkt Ben Waldmann van HAI op.

De organisatie verzamelt in Kenia, Oeganda en Zambia data en informeert bevolking en medisch personeel over slangenbeten. "En natuurlijk is er massaproductie nodig van betaalbare en goedwerkende antiserums, want daarmee wordt het een behandelbare ziekte", vertelt Waldmann.

Antigif wordt al heel lang op dezelfde manier gemaakt. Een kleine hoeveelheid gif wordt geïnjecteerd in gezonde paarden die antistoffen produceren waarmee in laboratoria antiserum wordt gemaakt. "Het schaadt de paarden niet", verzekert Waldmann.

Bed op poten

Het Kilifi-gewest, waarin Watamu ligt, is een van de gebieden in Kenia waar de meeste slangen voorkomen. Het warme kustklimaat en het weelderig groeiende struikgewas vormen een prima leefomgeving voor slangen. Het is ook een gebied waar mensen in armoedige omstandigheden leven. HAI adviseert gras en struikgewas rondom het huis te verwijderen en een bed op poten te hebben in plaats van een matras op de grond. Maar vooral wordt aangedrongen om niet naar een - goedkope - traditionele genezer te gaan, maar naar een ziekenhuis.

In de kleine kliniek van dokter Eugene Erulu in Watamu wacht een patiënt op een houten bankje. "Wij krijgen twee tot drie slangenbeten per maand, maar het regeringsziekenhuis in Malindi krijgt hetzelfde aantal per week", vertelt dokter Erulu. Hij werkt samen met de slangenboerderij en is een expert op het gebied van slangen en hun beten. "Veel artsen hebben weinig kennis over slangenbeten omdat het niet een apart onderdeel van de studie vormt. Het is echt belangrijk dat medici meer kennis vergaren over slangenbeten", vertelt de arts. "Het is nu zaak dat de WHO test welke antiserums goed werken en welke de prullenbak in moeten."

Is hij zelf bang voor slangen? Hij schudt lachend het hoofd. "Als je na een beet direct naar een ziekenhuis gaat en het juiste antigif krijgt, sta je de volgende dag weer op de been. Beten van giftige slangen hoeven echt niet dodelijk te zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234