Dinsdag 20/10/2020

PedofilieGetuigenis

Slachtoffer van Franse pedofiele auteur Matzneff getuigt: ‘Hij gebruikte mij om zijn misbruik te rechtvaardigen’

Francesca Gee in een Parijs café waar Gabriel Matzneff haar vroeger vaak mee naartoe nam.Beeld NYT / ANDREA MANTOVANI

Decennialang gebruikte de Franse schrijver Gabriel Matzneff (83) een foto van Francesca Gee en brieven van haar om zijn pedofiele levenswijze te rechtvaardigen. Haar eigen verhaal werd genegeerd. Tot nu.

Francesca Gee vertelt het zo. Het was in Parijs op een late herfstdag in 1983, en ze was samen met een vriendin. Ze kwamen voorbij een nieuwe boekhandel, en plotseling wees haar vriendin naar een boek onderaan in de vitrine. “Kijk, dat ben jij!”

Ze zag zichzelf terugstaren op de cover van de roman Ivre du vin perdu van Gabriel Matzneff, een schrijver en apologeet van pedofilie.

Tien jaar eerder was Gee op 15-jarige leeftijd een traumatische relatie aangegaan met de veel oudere Matzneff, een affaire die drie jaar duurde. Nu speelde hij haar tienergezicht uit op de cover van een roman. Binnenin stonden brieven van haar. En dat allemaal zonder haar toestemming te vragen, of haar zelfs maar op de hoogte te brengen, zegt ze.

Decennialang en ondanks Gees protest gebruikte Matzneff haar brieven om pedofilie te rechtvaardigen en wat hij voorstelde als zijn fantastische liefdesaffaires met tienermeisjes. Al die tijd kreeg hij de steun van leden van de elite in de Franse literaire wereld, de media, het zakenleven en de politiek.

Matzneffs boeken werden geprezen door prestigieuze Franse uitgeverijen zoals Gallimard, dat Ivre du vin perdu bijna veertig jaar lang met dezelfde cover uitgaf – waardoor het de facto het gezicht van Gee gebruikte om het soort relaties te promoten dat sommigen van Matzneffs slachtoffers voor het leven getekend heeft.

“Ik word achtervolgd door dat beeld van mezelf, als een soort boosaardige dubbelganger”, zegt Gee.

Matzneff bleef publiceren

Gee (62) kreeg nooit de kans haar verhaal te vertellen. Tot nu. Ze nam contact met de Amerikaanse krant The New York Times op nadat die een artikel had gepubliceerd over de manier waarop Matzneff tientallen jaren seksuele contacten had met tienermeisjes en minderjarige jongens en daar openlijk over schreef.

Na lang twijfelen over haar beslissing verbrak Gee – die journaliste was en vlot Engels, Frans, Italiaans en Spaans spreekt – na 44 jaar haar stilzwijgen, tijdens een reeks gesprekken die in de loop van twee dagen plaatsvonden in het zuidwesten van Frankrijk, waar ze woont.

Matzneff verwierf eind jaren 70 enige renommee toen Franse intellectuelen pedofilie begonnen te verdedigen als een vorm van bevrijding van de onderdrukking door ouders. Die kijk viel in de jaren 90 compleet uit de gratie, maar toch bleef Matzneff publiceren en floreren, tot vorig jaar.

In de voorbije maanden werd Matzneff beschuldigd van het promoten van kindermisbruik. Zijn staatsprijzen werden hem afgenomen, drie uitgevers lieten hem vallen. Gallimard stopte pas in januari dit jaar met het verkopen van de roman met de foto van Gee op de cover. Dat gebeurde na publicatie van Le Consentement, het eerste relaas van een van Matzneffs minderjarige slachtoffers, Vanessa Springora.

Toen ze voor het eerst over Le Consentement hoorde, zegt Gee, was ze ‘opgetogen’ omdat de Vanessa uit de boeken van Matzneff – iemand die ze nooit ontmoet had maar beschouwde als een kleine zus – zich uitsprak. “Zij heeft dat werk gedaan, ik moet me er niet meer mee bezighouden”, dacht Gee naar eigen zeggen. “Maar binnen een week of twee begon ik te beseffen dat ik heel hard deel uitmaakte van dit verhaal.”

Vijftien jaar voor de publicatie van Le Consentement, in 2004, had Gee al eens zonder succes geprobeerd haar verhaal te vertellen. Ze schreef een manuscript waarin ze haar affaire met Matzneff uit de doeken deed, dat qua thema’s en woordgebruik sterk aanleunde bij Le Consentement. Ze vond echter geen uitgevers.

Bij Albin Michel, een groot uitgeefhuis, was een redacteur geïnteresseerd. Maar toen hij het manuscript voorlegde aan een commissie, werd het geweigerd. In een brief legde de redacteur, Thierry Pfister, uit dat sommige commissieleden reserves hadden geuit, omdat Matzneff deel uitmaakte van ‘Saint-Germain-des-Prés’ – een verwijzing naar de buurt in Parijs waar de Franse uitgeefsector geconcentreerd zit.

“Matzneff was toen niet de oude, geïsoleerde man die hij vandaag is”, zegt Pfister, die niet langer voor Albin Michel werkt. “Hij zat nog in Parijs, en had er zijn netwerk, zijn vrienden. We beslisten de degens niet te kruisen met die groep. Er viel meer te verliezen dan te winnen. Ik nam het voor haar op, maar ze waren het niet eens met me.”

Het ondersteunend netwerk van Matzneff was verrassend uitgebreid. In 1973, toen Gee 15 was en Matzneff 37, stelde een vriend van de schrijver hen voor aan een gynaecoloog die bereid was voorbehoedmiddelen voor te schrijven aan minderjarige meisjes zonder de toelating van hun ouders – wat destijds illegaal was.

In zijn dagboek uit die periode, Elie et Phaéton, schreef Matzneff dat de gynaecoloog, dr. Michèle Barzach, “op geen enkel moment de nood voelde om deze man van 37 jaar en zijn minnares van 15 de les te spellen”.

Gee zegt dat ze in de loop van drie jaar zowat zes keer op raadpleging is gegaan bij Barzach, altijd in het gezelschap van Matzneff. “Hij belt haar op, regelt een afspraak, en we gaan”, herinnert ze zich. “Hij zit in de wachtkamer terwijl ik bij haar ben. En dan komt hij binnen, praten ze wat en betaalt hij haar.”

In zijn andere dagboeken schrijft Matzneff dat dr. Barzach nog jaren de gynaecoloog was waar hij minderjarigen mee naartoe nam nadat hij en Gee in 1976 uit elkaar waren gegaan.

Dr. Barzach, die ook psychoanalist is, was van 1986 tot 1988 minister van Volksgezondheid onder president Jacques Chirac.

Van 2012 tot 2015 leidde ze Unicef Frankrijk, het kinderbeschermingsprogramma van de Verenigde Naties. Om privacyredenen weigerde Unicef contactgegevens van Barzach, die niet langer voor het agentschap werkt, door te geven. Barzach ging niet in op een verzoek om een interview dat Unicef haar namens The New York Times deed.

In verschil­lende boeken schreef Gabriel Matzneff over zijn verhoudingen met Francesca Gee en andere minderjarige meisjes, hij werd steeds gesteund door leden van de Franse culturele elite. Beeld NYT

Matzneff beweerde decennialang dat zijn relaties met minderjarige meisjes hen de rest van hun leven profijt hadden gebracht. De kennismaking met kunst, literatuur, liefde en seks via een oudere man had hen gelukkiger en vrijer gemaakt, beweerde hij.

Die bewering – die zijn aanhangers graag herhaalden – werd niet ter discussie gesteld, tot Springora in januari Le Consentement uitbracht, waarin ze schreef dat haar relatie met Matzneff, die begon toen ze 14 was, haar decennialang opzadelde met psychologische problemen.

In haar niet-gepubliceerde manuscript uit 2004 beschreef Gee haar relatie met de schrijver als een “catastrofe die me op mijn 15de kapotmaakte en die de loop van mijn leven veranderde” – waarna ze “beschaamd, verbitterd en verward” achterbleef.

De verhalen van Gee en Springora zijn des te opmerkelijker omdat Matzneff hen altijd heeft beschreven als twee van de drie grote liefdes van zijn leven. Hij wijdde dagboeken, romans, gedichten en essays aan beide vrouwen – materiaal dat volgens antipedofilieverenigingen juist intellectuele ruggensteun bood aan mannen die het gemunt hadden op kinderen.

Gee herinnert zich hoe ze Matzneff leerde kennen in Parijs in 1973. Ze was samen met haar moeder, die Matzneff al jaren kende. David Gee, de jongere broer van Gee, zegt dat zijn ouders de schrijver regelmatig uitnodigden voor etentjes. Zijn aanwezigheid deed vooral hun vader plezier, een in Parijs gevestigde Britse journalist die aansluiting zocht bij de Franse samenleving. “Het was, sociaal bekeken, heel belangrijk om opgenomen te worden door de intelligentsia”, zegt David Gee. “Dat was belangrijker dan oog te hebben voor de neveneffecten van pedofilie.”

Francesca Gee had drie jaar lang een relatie met de schrijver, met goedkeuring van haar vader. Ze kon zich niet van hem losrukken. Haar vader overleed in 2014.

Matzneff gebruikte bij haar dezelfde methoden als bij Springora later om het tienermeisje aan zich te binden. Hij isoleerde haar en verbood haar om te gaan met vrienden van haar leeftijd. Hij gebruikte zijn politieke connecties om Gee op een middelbare school in zijn buurt te krijgen – en schepte erover op in zijn dagboeken. Toen ontwikkelde hij de gewoonte om Gee op te wachten aan haar nieuwe school, het Lycée Montaigne nabij de Jardin du Luxembourg. “Hij stond er elke dag, om heel duidelijk te maken dat niemand iets met mij moest proberen”, zegt Gee. “Hij stond altijd precies op dezelfde plek.”

Gee sprak onlangs met een van de rechercheurs die een onderzoek naar Matzneff en zijn aanhangers voeren in de nasleep van de publicatie van Le Consentement. Nadat ze in Parijs vijf uur over haar relatie met Matzneff had gesproken, beschreef de detective de episode in haar leven als een ‘gijzelneming’.

‘Extreem rijke ervaring’

Gee werd in 1976 18. Na een paar wanhopige pogingen kon ze zich eindelijk van hem bevrijden. Ze was alsmaar kritischer voor hem geworden. “Eigenlijk was het gewoon opgroeien”, zegt ze.

Toch zou ze nog tientallen jaren gegijzeld blijven – via zijn verhalen en het gebruik dat hij van haar brieven maakte. Aangemoedigd door Matzneff had Gee hem honderden amoureuze en seksueel expliciete brieven gestuurd in de drie jaar dat ze samen waren.

Sommige van de brieven publiceerde hij in 1974, zonder haar toestemming, in zijn fervente verdediging van pedofilie Les moins de seize ans. Hij publiceerde de brieven als bewijs “dat een liefdesrelatie tussen een volwassene en een kind voor de laatste een extreem rijke ervaring kan zijn, die de bron vormt van een vol en bevredigend leven”, schreef hij in een ander boek, Les passions schismatiques.

Gee zegt dat de woorden in de brieven die van een tiener zijn die gemanipuleerd wordt door een man die zo oud is als haar ouders. Haar brieven werden ook gebruikt in Ivre du vin perdu, de roman met haar beeltenis op de cover. “Nu is het mijn oordeel dat ik ze onder dwang geschreven heb, en dat ze als wapen tegen mij werden gebruikt”, zegt Gee.

In haar manuscript schrijft Gee dat “hij me gebruikte om de seksuele uitbuiting van kinderen en tieners te rechtvaardigen”.

Haar gevoelens over haar ervaring met Matzneff waren jarenlang ‘troebel’, zegt Gee. Maar begin jaren 90 kwam langzaam het inzicht. “Pas toen ik bijna 35 was, begon ik te beseffen dat dit geen liefdesverhaal was.”

In 1992 nam ze contact met Matzneff op. Ze eiste dat hij zou stoppen met het gebruiken van haar brieven en dat hij ze aan haar zou teruggeven. Uiteindelijk stuurde hij haar een stapeltje fotokopieën – een zorgvuldig geselecteerde collectie waarvan negatieve correspondentie geen deel uitmaakte.

Tien jaar later, in 2002, was het Matzneff die haar aanschreef. Hij vroeg, voor het eerst, haar toestemming om oude foto’s van haar in een boek op te nemen. In de turkooisblauwe inkt waarin hij zijn brieven altijd schreef, stelde Matzneff voor de tiener te omschrijven als “het jonge meisje dat inspiratie vormde voor het personage Angiolina in Ivre du vin perdu”.

Gee weigerde niet alleen, maar eiste ook dat haar brieven uit zijn boeken gehaald zouden worden en dat haar beeltenis niet meer op de cover van Ivre du vin perdu zou prijken. Ze eiste daarnaast dat drie oude foto’s van haar verwijderd zouden worden van een website over Matzneff gemaakt door een fan, Frank Laganier. Dat gebeurde pas zeven jaar later, in 2010, na aanhoudende druk van Gee.

Laganier, die in Parijs woont, wilde niet ingaan op een verzoek om een interview. Ook zijn advocaat, Emmanuel Pierrat – die Matzneff verdedigt in een pedofiliezaak en die al lang fan van de auteur is – weigerde in te gaan op een verzoek om een interview.

In 2004 bereidde Gee zich voor om Gallimard voor het gerecht te dagen, de uitgeverij van Ivre du vin perdu en La passion Francesca, Matzneffs dagboek over hun relatie. Maar ze gaf het op vanwege de hoge gerechtskosten. Gallimard ging niet in op een verzoek om een interview. Antoine Gallimard, het hoofd van de uitgeverij, antwoordde niet op een interviewverzoek dat verstuurd werd naar zijn e-mailadres.

'Le Consentement' van Vanessa Springora verscheen in januari van dit jaar. Beeld AFP

Gee slaagde er niet alleen niet in Matzneff af te stoppen, ze kon ook haar eigen verhaal niet vertellen. Nadat haar manuscript geweigerd was door Albin Michel, klopte ze vruchteloos aan bij andere uitgeverijen.

Geneviève Jurgensen, die redacteur was bij Bayard en Gee in 2004 ontmoette, zegt dat de focus van het manuscript niet in de lijn lag van die van Bayard, dat zich specialiseert in boeken voor jongeren en werken over filosofie en religie. Jurgensen, die onlangs fragmenten van het manuscript las, noemde het “goed geschreven”. Verder bevatte het volgens haar “situaties die bijna woord voor woord door Vanessa Springora beschreven situaties beschrijven”. “Het probleem was duidelijk niet de kwaliteit van het boek”, zegt Jurgensen over het feit dat het niet werd uitgegeven in 2004. “Het kwam gewoon vijftien jaar te vroeg. De wereld was er nog niet klaar voor.”

De ultieme weigering kwam van Grasset, uitgerekend de uitgever die het taboe doorbrak door Springora’s Le Consentement in januari te publiceren. Martine Boutang, redacteur bij Grasset, herinnert zich dat ze aangedaan was door het relaas van Gee, maar zegt dat ze geen manier vond om het te publiceren: het onderwerp was “te gevoelig”, en twee leden van het redactiecomité waren “hecht met Matzneff”. “Het ging hem niet over de kwaliteit van de tekst.”

Gee herinnert zich dat ze het gevoel had dat Boutang het project op de lange baan probeerde te schuiven door haar te vragen een manuscript te herschrijven waarvan ze niet de intentie had het te publiceren. Boutang zegt dat ze zich niet herinnert dat ze vroeg het te herschrijven.

Matzneff daarentegen ondervond geen problemen om zijn geschriften gepubliceerd te krijgen – waaronder ook Les moins de seize ans, het boek waarin hij de brieven van Gee gebruikte om pedofilie en seks met minderjarige meisjes goed te praten.

Nieuw manuscript

In een recent interview aan de Italiaanse Rivièra, waar hij verdoken leeft, zei Matzneff dat als Gee hem morgen zou bellen, hij “bijzonder blij zou zijn haar weer te zien”.

Gee zou vooral bijzonder blij zijn als ze niet meer aan hem herinnerd zou worden. In een boek dat in november vorig jaar uitkwam, meer dan vier decennia nadat ze bij hem was weggegaan, vermeldt Matzneff haar niet minder dan een dozijn keer. Gee zelf is bezig aan een nieuw manuscript over de schrijver.

In de loop van de jaren hebben enkele gebeurtenissen haar erop gewezen dat ze nog altijd een gevangene van Matzneffs verhaal is. Een paar jaar geleden stond ze aan het Lycée Montaigne, haar oude middelbare school, te wachten op haar nichtje Lélia. “Ik stond op precies dezelfde plaats waar Matzneff op mij wachtte”, zegt ze.

Tijdens de lunch vertelde haar nicht, die literatuur studeert, dat ze “bezig waren over een hedendaagse schrijver genaamd Gabriel Matzneff”. Op die manier kwam Lélia, die nu 25 jaar is, erachter dat de boeken die ze aan het lezen was “een familiegeschiedenis” verhaalden, zegt ze. Ze heeft tot op heden niet veel met haar tante gepraat over de jaren met Matzneff. “Het meeste van wat ik weet, komt van Gabriel Matzneff, en niet van mijn tante”, zegt Lélia. “En dat is precies het probleem.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234