Zaterdag 16/01/2021

Slaapverwekkende dichter

leonard cohen

De jongste jaren hield hij zich vooral op in een Zenklooster ergens op een Californische berg, maar negen jaar na The Future is Leonard Cohen weer even onder de mensen. Of zoals hij zelf zegt: "back on boogie street." In verbaal opzicht komt de 67-jarige dichter-troubadour nog altijd even gevat en trefzeker uit de hoek. De zelfspot die schuilgaat achter regels als "I fought against the bottle / But I had to do it drunk" blijft dan ook onweerstaanbaar. Toch is Cohens veertiende langspeler niet meteen de meest geïnspireerde uit zijn lange carrière. De houdbaarheidsdatum van een titel als Ten New Songs zal, zoals eerder al het geval was met Recent Songs uit 1979, snel overschreden zijn en we durven nu al met stelligheid te beweren dat er op de cd geen enkel nummer staat dat u zich over een jaar nog zult herinneren. Wie iets van het niveau van 'Chelsea Hotel', 'Famous Blue Raincoat' of 'First We Take Manhattan' hoopt aan te treffen, kan eigenlijk alleen maar worden teleurgesteld.

Een grote zanger is Leonard Cohen nooit geweest en met het ouder worden is het monotone gebrom van de Canadees nog lager en dieper geworden. Dat hij dit keer volop vocale assistentie krijgt van softsoulzangeres Sharon Robinson, een dame met wie de bard al samenwerkt sinds 1979, komt de beluisterbaarheid van de liedjes dus alleen maar ten goede. Alleen heeft Cohen zijn bedachtzame poëzie door la Robinson ook op muziek laten zetten en achteraf bekeken was dat niet zo'n goed idee. Het resultaat is namelijk rustig voortkabbelende, typisch Amerikaanse mainstreammuziek: computergestuurd, overmatig afgeborsteld, gepolijst en ook een beetje steriel. Bovendien lijden de songs aan melodieuze armoede, waardoor Ten New Songs weinig of geen uitschieters kent. Producer Leanne Ungar zorgde wel voor een ontspannen sfeertje, maar als luisteraar brengt je dat alleen maar aan het geeuwen. Zelfs al halen 'Here It Is', 'Alexandra Leaving' en 'Boogie Street' met een beetje goede wil nog net een voldoende, spoorslags naar de platenboer hollen hoeft u zeker niet te doen. Misschien had Leonard Cohen er beter aan gedaan een nieuwe dichtbundel te publiceren. Dat zou niet half zo saai zijn geweest.

Leonard Cohen, Ten New Songs, Columbia/Sony.

spiritualized

Eervol mislukt

Ooit was hij de grondlegger van dronerockers Spaceman 3, maar de jongste jaren hield zanger en songschrijver Jason Pierce zich vooral bezig met Spiritualized. Met die groep heeft hij trouwens net een turbulente periode achter de rug: een financieel dispuut met enkele ex-leden en roddelverhalen in de pers over zijn vermeende drugsgebruik zorgden ervoor dat hij in Engeland maandenlang over de tong reed. Pierce liet het niet teveel aan zijn hart komen: hij is een obsessieve werker die de jongste twee jaar vrijwel dagelijks in de studio zat te schaven aan Let It Come Down, de vierde Spiritualized-cd, als we de live-registratie in de Royal Albert Hall even niet meerekenen.

Pierce tracht op een elegante manier een middenweg te vinden tussen radicale noiserock en toegankelijke pop. Enige megalomanie is hem daarbij niet vreemd: zo gaat hij scheep met een gospelkoor en een symfonisch orkest, samen goed voor meer dan honderd muzikanten. Hoewel de man geen partituren kan lezen, schreef hij voor de nummers op zijn nieuwe cd alle arrangementen zelf. En zoals te horen is op lang uitgesponnen, bombastische tracks als 'On Fire', 'The Twelve Steps' en 'Out of Sight' is hij niet vies van Wagneriaanse excessen die zijn songs finaal dreigen te verstikken.

Ook als tekstschrijver ontbreekt het hem niet aan ambitie: de teksten, die bijna allemaal in het teken staan van afhankelijkheid en zwakheid, zijn opgevat als een canon of een fuga. Tekstregels uit het ene nummer vinden een echo in het andere en die herhalingen hebben op de luisteraar een hypnotisch effect.

De sterkste tracks op Let It Come Down , 'I Don't Mean to Hurt You' en 'The Straight and the Narrow' zijn tegelijk ook de soberste. Het sixties-achtige 'Do It All Over Again', dat het midden houdt tussen Spector en Bacharach, verveelt evenmin, maar 'Anything More' is meer hymne dan song en 'Lord can You Hear Me' heeft zelfs de kleffe smaak van Up With People. Spiritualized, volgende dinsdag te zien in Hof ter Lo in Borgerhout, is een boeiende groep. Alleen probeert Jason Pierce net iets teveel te bewijzen en heeft hij dringend iemand nodig die hem een beetje intoomt. Laten we het dus maar houden op een eervolle mislukking.

Spiritualized, Let It Come Down, Spaceman/BMG.

masters of reality

Metal om van te smelten

De Californische Masters of Reality ontleenden hun naam aan de derde elpee van Black Sabbath. Je hoeft je dus niet lang af te vragen wat hun inspiratiebronnen zijn. Wèl slaagt de groep erin haar zware metalriffs te combineren met catchy popdeunen, die herinneringen oproepen aan het werk van The Beatles en de jonge Bowie. In het verleden maakte voormalig Cream-drummer Ginger Baker even deel uit van de line-up, maar eigenlijk is de enige constante zanger-gitarist Chris Goss, een man die er een parallelle carrière als producer op na houdt. De jongste jaren bediende hij bijvoorbeeld de knoppen ten behoeve van Stone Temple Pilots, de woestijnrockers van Kyuss en onze eigenste Soulwax.

Na het logge, wisselvalligeWelcome to the Western Lodge is de vijfde Masters-cd, Deep in the Hole, weer een onmiskenbaar schot in de roos. Bijgestaan door vrienden als Josh Homme (Queens of the Stone Age), Mark Lanegan (Screaming Trees) en leden van A Perfect Circle, The Earthlings en The Flys, speelt Goss gedreven stonerrock waar, zoals blijkt uit 'A Wish for A Fish', wat psychedelische ingrediënten door zijn geroerd. Maar Masters of Reality schuwen ook de akoestische gitaren niet: luister maar eens naar het ronduit schitterende 'Counting Horses'. Deep in the Hole is een prima hardrockplaat, die dankzij supermelodieuze nummers als 'Scatagoria' of 'High Noon Amsterdam' alvast in ónze woonstulp een lang leven beschoren is.

Masters of Reality, Deep in the Hole, Brownhouse/PIAS.

camden

Kleinschaligheid imponeert

Zanger-bassist Axl Peleman draait al en poosje mee in het Antwerpse rockcircuit. Hij vormde de spil van het metalfunktrio Ashbury Faith en plukte later aan de snaren bij The Paranoiacs, Angelico en Automatic Buffalo. Tussen de bedrijven door bleef hij echter, louter voor zichzelf, ingetogen akoestische nummers schrijven die hij nergens kwijtkon en de beste ervan vallen nu eindelijk te beluisteren op zijn eerste soloplaat, net verschenen onder de naam Camden. Met producer Jo Francken als voornaamste medeplichtige koos Peleman consequent voor een sobere, organische aanpak. Zijn songs werden opgenomen in hotel- en slaapkamers, met eenvoudige analoge apparatuur. Geen computers of elektronische snufjes dus, maar echte instrumenten. Geen eindeloze overdubs, maar directe en eerlijke live-uitvoeringen.

Op Miscellaneous sorteert Camden veel effect met weinig middelen en dat kan alleen maar omdat de meeste liedjes van hoog niveau zijn. De single 'Black Paper, Black Ink' is radiovriendelijk en pittig, 'Snapshot', versierd met een huppelend Hammond-orgeltje, en 'That's Just Me' zijn okselfrisse popnummers, 'Little Perfect Murder' is de sobere pianoversie van een oude Ashbury Faith-song en met 'Cold Turkey' slaagt Peleman er zelfs in een John Lennon-klassieker op een geloofwaardige manier nieuw leven in te blazen. Maar het mooist van al is 'Candybar Smile', een liedje dat uit de vijver is gevist waar ook eels vrolijk rondzwemt en waarin Gert Bettens van K's Choice de tweede stem voor zijn rekening neemt. Joost 'Novastar' Zweegers is een andere gast op de cd.

'Mr HSP', opgenomen met niet minder dan 62 bassisten, is dan weer meer gimmick dan song, maar daarover niet gekniesd: Miscellaneous is met een armlengte voorsprong het beste dat Axl Peleman ooit heeft gemaakt. Alleen jammer van kromme en ronduit lachwekkende zinnen als "I know that the day I'll die / Will be the moment I'll stop beautify". Wie stuurt meneer Camden naar een spoedcursus Engels?

Camden, Miscellaneous, Mercury/Universal.

the waterboys

Voer voor parelvissers

Toen The Waterboys eind 1988 hun bestverkochte elpee Fisherman's Blues uitbrachten, bleek dat slechts een stukje uit een veel grotere puzzel te zijn. Mike Scott en zijn maats brachten destijds immers 303 dagen in dertien studio's in vier verschillende landen door. In die tijdspanne namen ze 159 nummers op, waarvan er, met de hulp van een veertigtal muzikanten, zestig werden afgewerkt. In de loop van die marathonsessies raakte Scott de draad kwijt, maar achteraf kwam hij tot het besef dat de twaalf uitgebrachte liedjes, uit een periode waarin het groepsgeluid van The Waterboys een grondige transformatie onderging, niet noodzakelijk de beste waren. Dus nam hij zich voor om uit dat materiaal ooit nog eens een tweede plaat te puren. Dertien jaar later is het eindelijk zover: Too Close to Heaven bevat tien extra-songs uit de Fisherman's Blues-archieven, die door Mike Scott grondig werden geredigeerd en soms zelfs van nieuwe gitaar- of zangpartijen voorzien.

Opvallend is dat de muziek na al die tijd nog helemaal niet gedateerd klinkt en een goed beeld geeft van de stilistische veelzijdigheid van de groep. Het aanbod varieert van gospel ('On My Way to Heaven') tot celtic soul ('Higher in Time' en de epische titeltrack), van ouderwetse folkballads ('A Home in the Meadow') tot naar Dylan verwijzende bluesnummers ('Tenderfootin' en het tamelijk fantastische 'Blues for My Baby'). De plaat zoomt in op kantjes van The Waterboys die in hun oeuvre lange tijd onbelicht zijn gebleven en meteen kom je tot de vaststelling dat de overgang van de big music uit hun beginperiode naar een rootsgerichtere benadering meer tijd in beslag nam dan je, afgaand op hun officiële discografie, zou aannemen. Too Close to Heaven is een prima aanvulling op het bekende oeuvre van Mike Scott en tegelijk het bewijs dat het hem nooit aan passie en bevlogenheid heeft ontbroken.

The Waterboys, Too Close to Heaven, Ensign/BMG.

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234