Maandag 26/08/2019

Sjabbes in de stad die nooit slaapt

Het is hoogst uitzonderlijk. Na jarenlange vriendschappelijke contacten kreeg journaliste Margot Vanderstraetenonlangs toegang tot een kleine groep Antwerpse modern-orthodoxe joden die in New York een nieuw leven hebben opgebouwd en er niet meer weg willen. 'Ik voel me hier helemaal thuis, en ik kan hier helemaal joods zijn. Iets wat ik van Antwerpen nooit echt heb kunnen zeggen.'

"Papa, kun je me leren hoe ik me moet scheren?" De zevenjarige Jaacov huppelt aan de hand van zijn vader op de stoep. We komen juist van een bezoek aan een bevriende familie in de buurt. Het is zaterdag, sjabbat, sabbat, sjabbes; allemaal benamingen voor de officiële joodse rustdag. Op de rustdag gelden strikt vastgelegde werkverboden. Daarom wandelen we. Als op vrijdagavond de zon ondergaat, stelt de joodse wet dat er, tot de volgende dag als de sterren verschijnen, ook geen auto mag worden gereden. Een kalender met daarop de exacte uren waarop de rustdag begint en eindigt hangt in vrijwel elke joodse keuken met magneten op de koelkast geplakt. Files kunnen bij gelovige joden voor een probleem zorgen. Als ze voor sjabbes hun auto niet hebben verlaten, blijven ze in hun wagen overnachten. Of zoeken ze elders onderdak. Om na sjabbes weer verder te rijden.

"Waarom wil je je scheren, Jaacov?", vraagt zijn vader, Yoël Rosenbaum.

"Omdat ik geen baard wil", antwoordt het jongetje.

"Je wilt geen baard?", herhaalt vader Yoël.

"Ik wil geen lange baard zoals al die mannen uit de synagoge."

Yoël, baardloos, schiet in de lach.

Zijn vrouw, Avital, glundert. Aan haar zijde wandelen hun twee dochters. Het hele gezin is 'op zijn zondags' gekleed, maar bij deze gemeenschap is het dus 'op zijn zaterdags'. De meisjes, vinnig en blij, dragen zwarte panty's en een donkere hippe rok tot onder de knieën, hun armen zijn bedekt. Yoël loopt kaarsrecht met zijn hoed met brede randen, zijn lange mantel lijkt van kasjmier.

Avital draagt een stijlvolle, moderne jurk, alleen haar handen en haar gezicht zijn bloot. Ze heeft zich discreet maar zorgvuldig opgemaakt, en ziet eruit om door een ringetje te halen. Ze lijkt op Cindy Crawford, maar dan jonger, en zeker dertig centimeter kleiner. Wie het niet weet, zal het niet zien, maar ze draagt een pruik. Die is van prachtig, natuurlijk donkerbruin haar, geknipt in een hedendaagse coupe.

"Ik zal je leren hoe je je moet scheren, jongen", belooft Yoël zijn zoon. En het jongetje lijkt waarlijk opgelucht.

De familie Rosenbaum is modern-orthodox; zoals alle ex-Antwerpse joden die ik in New York zal ontmoeten. Het judaïsme kent vele stromingen: van ultraorthodox tot seculier, en met daartussen talrijke gradaties en individuele verschillen. Zo woont in Antwerpen een grote gemeen- schap ultraorthodoxe joden - je herkent deze chassidim aan hun klassieke klederdracht. Chassidische vrouwen dragen pruiken van kunstmatig haar (echt haar is verboden), en de coupe kun je bezwaarlijk hedendaags of fris noemen. Hun panty's moeten een dikke naad bevatten, zodat het duidelijk is dat de nauwsluitende stof niet met hun huid kan worden verward. Modern-orthodoxen, die je op hun beurt ook weer in alle gradaties hebt, doen daar niet aan mee.

In Brussel, waar de joodse gemeenschap groter is dan in Antwerpen, tref je dan weer meer liberale joden aan. Voor hen is de strikte naleving van traditioneel godsdienstige wetten en rituelen geen vereiste, maar een vrije keuze. Wel is hun leven, waarin de autonomie van het individu centraal staat, verankerd in de joodse gedachte en traditie.

Avital Rosenbaum: "Wij, modern-orthodoxe joden, verschillen in onze levenswijze sterk van de liberale joden en de ultraorthodoxen. We hechten aan onze joodse culturele en religieuze tradities; ons geloof in God staat centraal. Tegelijkertijd proberen we, in de mate van het mogelijke, ons geloof en onze tradities in de moderne tijd in te passen."

'Voorgesteld' huwelijk

Yoël is Amerikaan. Avital, nu in de dertig, is geboren en getogen in Antwerpen. Na haar diploma aan de middelbare school (Yavneh) ging ze drie jaar in Israël studeren. Yoël en Avital trouwden meer dan tien jaar geleden. Hij was een van de huwelijkskandidaten die aan Avital en haar ouders door matchmakers werden voorgesteld. "Gearrangeerde huwelijken zul je niet vaak meer aantreffen. 'Voorgestelde' huwelijken dan weer wel. Je wordt door matchmakers aan elkaar geïntroduceerd. En je beslist zelf of je denkt of je met die ander een toekomst wilt en kunt opbouwen, of niet."

De kinderen van het gezin Rosenbaum spreken geen Nederlands. Ze hebben wel een beknopte, passieve kennis. En alledrie kennen ze Antwerpen, de zoo, de frieten, de chocoladetaart van hun 'bomma'. Hun moeder zingt hen soms liedjes: ienemienemutte.

"Sinds kort is er een vriend, ook een joodse man uit Antwerpen, die in New York Brusselse wafels heeft geïntroduceerd. Hij verdeelt het deeg aan allerhande horecazaken. Het is fantastisch, hoe wij hier toch ook onze Belgische genen kwijt kunnen."

Avital: "Natuurlijk heeft Antwerpen me grotendeels gemaakt tot wie ik ben. Antwerpen was achttien jaar lang mijn thuis. Ik vertel mijn kinderen over die tijd. Ik streef ook naar een nauw contact met hun grootouders, mijn ouders, die wonen er nog. Ze zijn minder strikt religieus dan ik. Mijn moeder heeft nooit een pruik gedragen. Ik wil het graag. Maar of ik Antwerpen mis? Ja en neen. Het is een vaag soort heimwee, dat vooral aan mijn familie is gekoppeld. Ik weet dat ik nooit voorgoed zal teruggaan. Het is erg fijn om in New York jood te zijn. Ik voel me hier helemaal thuis en ik kan hier helemaal joods zijn. Iets wat ik van Antwerpen nooit echt heb kunnen zeggen. Al heb ik dat toen niet beseft. Je beseft het pas als je er weg bent: dat er in de Verenigde Staten ruimere, vrijere mogelijkheden bestaan om je jodendom te kunnen beleven."

Afgespannen stad

In de residentiële wijk nabij JFK waar de familie Rosenbaum woont, wandelen tijdens de sabbat vrouwen met kinderen op hun arm. In Antwerpen kan dat eveneens. Maar in vele buurten, zoals in Brooklyn, mag dit volgens de religieuze wetten niet. Dat komt omdat de Thora voorschrijft dat joden zich tijdens de sabbat slechts beperkt mogen verplaatsen, en slechts een beperkt aantal handelingen mogen uitvoeren. Ze mogen bijvoorbeeld niets dragen.

Maar net als in Antwerpen, waar de hele stad is afgespannen - een unicum in de wereld - heeft ook deze wijk bij de luchthaven een eroev. Een eroev is een draad die op boomhoogte is gespannen en een bepaald gebied afbakent. De omheining stelt, met goedkeuring van de rabbi's, een fictief huis voor. Een beetje zoals vroeger de omwalde stad. Binnen dat fictieve huis mogen bepaalde acties zoals het dragen van een baby en het tillen van goederen, uitgevoerd worden.

"Alle Antwerpse joden zijn gewend aan de eroev", legt Avital uit. Daarom dat ze, als ze naar een ander land emigreren, meestal zoeken naar wijken waar ook een eroev is. Het maakt gigantisch veel verschil. Zonder eroev kun je niet naar buiten, want je mag zelfs geen sleutels op zak hebben. Geen kinderen. Je mag geen kinderwagen duwen. Je zit dan echt vast in je huis."

Dat gelovige joden altijd dicht bij elkaar wonen, heeft met diezelfde godsdienstige wetten te maken. Omdat joden tijdens de sabbat en feestdagen, conform de geloofsvoorschriften, te voet naar de synagoge moeten kunnen, zullen ze altijd op loopafstand van hun gebedshuis wonen. New York telt meer dan duizend synagogen. Antwer- pen heeft er een dertigtal.

Het is een complexe opdracht om de joodse wetten in te passen in de hedendaagse maatschappij, en omgekeerd. De laatste keer dat er een groep hooggeplaatste rabbi's samenkwam - te vergelijken met een concilie van het Vaticaan - was ten tijde van Napoleon, toen die de scheiding tussen kerk en staat afriep. Zeventig rabbi's van wereldwijd bogen zich daar toen het hoofd over. Deze zeventig hoge rabbi's waren allen gehuwd, én vader. Alleen door die levenservaring, is de mening, konden ze juist oordelen over mens, geloof en menselijk gedrag.

Ook vandaag zul je bijna nooit een ongetrouwde rabbi aantreffen. Vrouwelijke rabbijnen blijven uitzonderingen.

Maar voor alle hedendaagse technologische snufjes wordt dus op hoog geloofsniveau naar aanvaardbare oplossingen gezocht. Wat doe je met een elektrische rolstoel, als elektriciteit op sjabbes, de rustdag, niet mag? Of neem de speciale lift voor joodse gelovigen. De lift is zo geprogrammeerd dat hij op sabbat op elke verdieping stopt, zodat gelovige joden geen knopje hoeven in te drukken. Toch nemen gelovigen bij voorkeur de reguliere lift: aan een niet-jood vragen om op de knop te drukken levert tijdwinst op, zeker als je naar de zesenzestigste verdieping moet. De e-readers zijn een actuele kopzorg. Vele joodse gelovigen benutten de sabbat om te lezen. Maar e-readers - batterijen, elektriciteit - mogen niet, omdat elke bedrijvigheid verboden is. Dus blijven ze voorlopig hun toevlucht tot papieren boeken zoeken.

Uit vrije wil naar NY

De geschiedenis van de joden is er van oudsher een van migratie. Niet dat de joden altijd uit vrije wil de grenzen overstaken. Meestal, eeuwenlang, dwong de vervolging - de pogroms en de Tweede Wereldoorlog - hen ertoe om naar andere oorden te vluchten.

Dat is niet zo met de naoorlogse generatie die ik in New York sprak. Zij zijn uit vrije wil naar The Big Apple getrokken. Overigens blijkt het onmogelijk om te achterhalen hoeveel Antwerpse joden de voorbij twintig tot dertig jaar naar New York zijn getrokken. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt godsdienst in de VS als een private gelegenheid beschouwd. Het geloof prijkt niet langer op de migratieformulieren. En van alle instanties die ik in Antwerpen contacteerde, kon niemand me aan cijfers of concrete migratiegegevens helpen. De joodse gemeenschap in Antwerpen zag overigens ook het nut van een reportage over hun leven en levenswijze niet in. Stilte, en ook dat wordt grotendeels verklaard door hun geschiedenis van achtervolgingen, is de taal waaraan ze de voorkeur geven.

Wat wel bekend is, is dat voorlopig slechts een handvol Antwerpse joden naar NY trekt. En dat het om een niche van hooggeschoolden gaat.

Het gros van de jonge joden die Antwerpen verlaten, trekt immers naar Israël. Doordat de diamanthandel in Antwerpen niet langer door de joodse gemeenschap wordt gedomineerd en door Indiërs wordt overgenomen, verwatert ook die band met de koekenstad.

"Na de Tweede Wereldoorlog woonden in Antwerpen vele arme joden", zegt Avital. "Zij waren de Marokkanen van nu. Ze woonden in diezelfde buurten: Provincie- en Bleekhofstraat, en noem maar op. Ze zijn door hard te werken opgeklommen naar de middenklasse. Maar vandaag wordt die middenklasse aangetast, omdat er talrijke jobs binnen de diamant, en binnen andere sectoren, naar de goedkope loonlanden gaan. De joden zijn evengoed slachtoffer van die verschuiving. Het is goed mogelijk dat je over een paar decennia alleen nog de arme en de rijke joodse mensen in Antwerpen overhoudt, en dat de grootste middengroep naar elders is vertrokken. Of ook in de armoede is beland."

Diamanthandelaar Levi verliet Antwerpen op zijn drieëndertigste. Hij is getrouwd en vader van vier kinderen. Hij spreekt met mij zowel Frans als Engels als Nederlands - met Antwerps accent. Het hangt van het onderwerp af welk van de drie hij prefereert.

"Jij zegt dat het erg moeilijk was om toegang tot de joodse gemeenschap in Antwerpen te krijgen. Dat verbaast me niet. Men is, terecht of onterecht, bang om wat je zult schrijven, en bang voor de reacties op je artikel. Wij, ex-Antwerpians in New York, hebben die angst niet, of veel minder. Ik zal je zeggen hoe dat komt.

"Antwerpen telt pakweg 15.000 joden. Iedereen kent er elkaar. Van op school. Van het werk. Van de synagoge, de jeugdbeweging. Kortom: er is een grote sociale controle.

"Hoe groot is de oplage van De Morgen, zeg je? 80.000 exemplaren voor de weekendkrant? Ach, dat aantal stemt dus overeen met de inwoners van een straat in de wijk Manhattan! In New York is maar liefst 12 procent van de bevolking joods: we zijn met één tot twee miljoen, afhankelijk van het feit of je klein of groot NY rekent. Wereldwijd zijn we nu met pakweg 15 miljoen.

"Het joods-zijn is in New York - dat op Israël na het grootste aantal joden telt - een vanzelfsprekendheid. We maken integraal deel uit van het dagelijkse leven in deze stad. Die vanzelfsprekende aanwezigheid geeft ons zelfvertrouwen.

"De beslotenheid van de joodse gemeenschap in Antwerpen is voor mij de reden geweest om te verhuizen. Ik was er graag, en ik ben de stad dankbaar voor drieëndertig geweldige jaren. Maar België, dat talrijke kwaliteiten biedt, begrijp me niet verkeerd, werd me te klein. Er gebeurde te weinig.

"Ik merk ook dat jongeren, joods en niet-joods, België almaar vaker verlaten omdat de toekomst elders lonkt. Ik zeg dat niet met plezier, het is een bittere vaststelling, en als ik een Belgisch politicus zou zijn, zou die toestand me zorgen baren. De sociale zekerheid is een systeem om trots op te zijn. Maar het heeft ook veel misbruik in de hand gewerkt, en het fnuikt initiatief. De joden emigreren al van oudsher. Wij zijn het gewoon om elders een nieuw leven te starten, hoe ingrijpend zo'n stap ook is.

"Ik zie dat steeds meer Belgen, en ook andere Europeanen hetzelfde doen. Doordat het onderwijs verengelst, kunnen ze met hun diploma's en expertise overal terecht. Er zijn geen geografische grenzen meer. De economie is overal.

"Ik woon nu bijna 25 jaar hier, in Manhattan, New York. Ik werk keihard, nog steeds."

Levi draagt geen keppeltje. "Ik ben de minst religieuze van alle modern-orthodoxe Vlaamse joodse mannen die je hier zult spreken."

Wijd netwerk

Levi kent alle andere personen die ik zal ontmoeten. Het is een opvallende vaardigheid binnen de joodse gemeenschap. Ze hebben een wijd vertakt, internationaal netwerk dat ze constant bijwerken en onderhouden. Ze schromen nooit om dat netwerk aan te spreken. Is het toevallig dat Mark Zuckerberg, de man die met Facebook het grootste sociale netwerk ooit opzette, een jood is?

Geen wonder dus dat in het diamantbedrijf van Levi, met kantoor in Manhattan, een aantal jonge Antwerpenaren werken.

"We helpen elkaar vooruit. Maar liefdadigheid is dit niet. Wie hier werkt, moet goed zijn, en keihard zijn best doen. We helpen ook joodse mensen die in de problemen zitten, op welk vlak dan ook. Onze gemeenschap heeft zo'n structuur.

"Wij, joden, hebben in de loop van onze geschiedenis risico's leren nemen", gaat Levi verder. We moesten wel. De Tweede Wereldoorlog heeft ons geleerd dat je beter alles kunt opmaken, de hemel biedt niets. We zijn dus zeker geen spaarders. Wel hebben we allemaal de eigenschap om te investeren in het onderricht van onze kinderen en van onze gemeenschap. Van elke 100 dollar die een jood verdient, zal hij zo veel mogelijk aan het onderwijs van zijn kinderen spenderen.

"Binnen de joodse gemeenschap zul je weinig tot geen analfabeten vinden. Logisch. Ons brein hebben we gratis gekregen. Kennis is het enige wat je aan een kind kunt meegeven. Als het op een dag met zijn paspoort moet vertrekken, heeft het daar het meeste aan. Aan dat hoofd. Kijk naar het aantal Nobelprijswinnaars; de joodse winnaars scoren procentueel buitengewoon hoog.

"Ik weet dat het antisemitisme deels voortspruit uit enige jaloezie om dat intellect. Toch zou men niet jaloers moeten zijn. Iedereen kan het beste uit zijn intellect halen. Het is een mentaliteit, en het heeft alles met oefening en discipline te maken. En ja, tegenwoordig krijgen meisjes en vrouwen doorgaans evengoed de kans om hun intellectuele en/of professionele ambities waar te maken. Ik zeg niet dat ze altijd actief aangemoedigd worden om zich professioneel te ontplooien, maar voor hen die dat willen, vormt de godsdienst, behalve bij de ultraorthodoxen, beslist geen barrière meer."

Het belang van het onderricht wordt ook door Philip en Albert benadrukt. Philip is advocaat van opleiding, maar financieel belegger van beroep. Hij is met een joods-Braziliaanse gehuwd, en heeft vier kinderen. Het terras van zijn kantoor kijkt uit op de Empire State Building, en alleen al zijn terras is minstens vijf keer groter dan de kamers waarin ik tijdens dit verblijf logeer.

Alberts kantoor ligt in dezelfde buurt als dat van Philip en het is nog indrukwekkender dan dat van Philip. Albert is een topdiamantair die wereldwijd kantoren heeft en, zo wordt me verzekerd, binnen het landschap van de wereldwijde diamanthandel is er niemand die hem niet kent. Al zijn werknemers komen uit andere landen, en allen zijn ze joods; maar daarom niet belijdend.

Albert: "Ik ben blij dat ik in België ben opgegroeid. Het maakt deel uit van mijn succes. Europese joden, en zeker de Vlamingen met hun accentloze uitspraak, hebben veel voordelen. Een daarvan is dat ze meerdere talen spreken. Zelfs joden die niet naar joodse scholen gaan, maar het gemeenschapsonderwijs volgen, beheersen minstens het Hebreeuws, het Nederlands, het Engels en het Frans. Sommigen spreken Jiddisch.

"Ik zeg niet dat we al deze talen tot in de diepte beheersen. Maar ze zijn een middel om internationaal deuren te openen. Zelf probeer ik nu Chinees te leren. De Chinese markt is van wezenlijk belang voor onze business. Als ik niet probeer de Chinezen te begrijpen, zal ik de markt missen. Vergeet niet dat een ruime talenkennis ook een geestelijke verrijking is. En geestelijke verrijking zorgt voor zelfvertrouwen.

"Ik vind het, onder meer voor die talenkennis maar ook om alle aanwezige cultuur, jammer dat ik mijn kinderen niet in Antwerpen kan laten opgroeien. Ik ben Antwerpen dankbaar. Ik kom er nog geregeld. Ik heb een band met de stad en de mensen die ik er ken. Mijn werk is natuurlijk met de stad vergroeid. En mijn moeder woont er. Ze wil er niet weg.

"Mijn kinderen spreken helaas alleen Engels. En Hebreeuws kunnen ze spreken, maar amper lezen. Dat is de tendens in de Amerikaanse maatschappij: men gaat voorbij aan verdieping. Dat betreur ik. Ik hoop dat Europa, en dus ook Vlaanderen, zijn taaldiversiteit blijft eren. Al vrees ik dat de sociale zekerheid als een strop rond de nek van Europa hangt. Het sociale systeem zal tot een faillissement leiden. Het is onmogelijk dat de Europeanen hun scholen, pensioenen, gezondheidszorg en werkloosheidsuitkeringen zullen kunnen blijven betalen. Men zou meer moeten inzetten op arbeid. Op het appetijt om te werken. Europa is te lui, te verwend geworden. De Europeanen hebben te weinig chutzpa, dat is het Hebreeuws voor lef en ik bedoel het in de positieve zin van het woord.

"Ik maak me ook zorgen over het onderricht en de ambitie van onze joodse jeugd. De wereldeconomieën verschuiven. Je ziet dat Azië zwaar inzet op onderwijs, dat jonge Aziaten bereid zijn om grote offers te brengen voor een goede scholing en dus een beloftevolle, professionele toekomst. Als wij, joden, economisch, intellectueel, artistiek en academisch een rol willen blijven spelen, moeten onze jongeren grotere inspanningen leveren, en moeten we het belang van de studie nog meer benadrukken.

"En de internationale machtsverschuivingen doen nog meer vragen rijzen. Omstreeks de oorlog migreerden vele Europese joden naar de Verenigde Staten. Het is hier goed. We voelen ons hier thuis. Maar we moeten opmerkzaam blijven. In Duitsland hadden de joden het ook goed. We waren sterk verankerd in de maatschappij. We vervulden sleutelfuncties. Dat tij is eensklaps gekeerd. Wie zegt dat zoiets hier niet zal gebeuren? Wat als straks China de economische plak zwaait? Zal China ons met open armen ontvangen zoals de Verenigde Staten dat deden? Hoe gaan de States naar ons kijken als het minder goed gaat? De Chinezen zijn een gesloten volk. En ik vraag me af of joden in staat zijn om zich te wortelen in Aziatische bodem. Dus wat doen we dan? Ik weet het niet. Maar we moeten erover nadenken."

Ook Philip is gehecht aan ons land, maar hij is er zeker van dat hij nooit voorgoed zal terugkeren. Philip heeft het leven van een globalist, maar gevoelsmatig blijft Antwerpen zijn bakermat.

"Ik was het joodse jongetje dat op vlucht 541 van Sabena stapte, alsof het een bus tussen New York en Brussel betrof. Alle stewardessen kenden me, ik kende de stewardessen. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik nog kind was. In de jaren zeventig was een scheiding binnen modern-orthodox joodse gezinnen nog een uitzondering; vandaag gaan ook binnen onze gemeenschap echtparen, helaas, vaker uit elkaar.

"Mijn moeder is na de scheiding in New York gaan wonen. Mijn vader woont nog altijd in Antwerpen. Ik heb met alletwee veel contact. Mijn relatie met mijn halfbroer, die nog in Antwerpen verblijft, is zeer innig. Ik ga zo veel mogelijk naar België. Ik zie Antwerpen nog steeds als home, mijn thuis, en ik wil dat mijn vier kinderen mijn wortels kennen. Mijn kinderen kennen, naast Antwerpen, ook Knokke op hun duim. Ik wil echt dat ze België ontdekken. Ze weten waar de beste Brusselse wafels worden verkocht, ze smullen van witloof, en ze dringen er bij elk bezoek op aan dat we de amandeltaart van Kleinblatt kopen, een paar stuks, voor in de diepvries. New York heeft ontelbare koosjere bakkers. Maar geen enkele kan tippen aan de kwaliteit van Kleinblatt in de Provinciestraat. Ook dat is België, en Europa: de aandacht voor gastronomie, het belang van culinaire kwaliteit.

"De vriendschappen die ik als kind in Antwerpen heb gesmeed, gaan dieper dan de vriendschappen die ik hier, in de States, heb gesloten. Mijn beste vrienden in New York zijn trouwens Europese joden. Ergens delen wij, Europese joden, een geschiedenis. Niet alleen die van het verleden. Ook die van ons referentiekader. Als we elkaar zien, spreken we over voetbal, AC Milaan, Real Madrid, en Anderlecht natuurlijk. Of we hebben het over tennis. Kim Clijsters is onze Kim, Justine Henin is onze Justine Henin. We zijn geen Amerikaanse joden. We kunnen onze afkomst niet verloochenen. En we zullen nooit de humor van New Yorkse joden hebben."

Leven als een tempel

"Het judaïsme vervult een groot deel van mijn leven", legt Philip uit. "Bepaalde godsdiensten brengen offers in de tempels. Wij zien het leven als een tempel. We aanbidden God in ons dagelijkse leven, onder meer door onze dagelijkse acties, rituelen, gewoontes, ceremonies. Ik neem mijn geloof heel ernstig, het jodendom is veel meer dan een geloof, het is a way of life, het gidst me door het leven, reikt me morele en ethische gedragscodes aan, en het maakt mijn leven betekenisvoller. Want alle voorschriften zijn erop gericht om ons als mens te verbeteren, en om een betere wereld tot stand te brengen.

"Elke ochtend ga ik om zes uur geestelijk fitnessen in de Yeshiva (studiecentrum, MVDS) van Yad Avraham. Het instituut ligt nabij Wall Street. Ik studeer er de heilige boeken van het jodendom, maar we halen ook filosofische thema's aan, en allerhande algemene onderwerpen worden besproken, uitgediept, en bediscussieerd. Ik woon deze ochtendsessies bij, samen met een dertigtal andere gelovigen, allemaal mannen met gewichtige sleutelfuncties, inderdaad. Chirurgen, advocaten, beleggers, academici: iedereen die dat wenst, kan deze studieochtenden live volgen op yadavraham.org. De films van alle lessen staan online, check de multimediabibliotheek van het instituut.

"Mijn werk is erg 'kapitalistisch'. Ik ben een investeerder, ik beleg kapitalen. Daar heb ik geen problemen mee. Joden hebben in het algemeen geen problemen met ambitie; op welk vlak dan ook. De neiging te willen uitblinken zit in de genen, in de overlevingsdrang. Er zijn joden die in muziek excelleren, in scheikunde, literatuur, cinema, en ja, ook in het bankwezen. Maar je zult zien dat de meeste joden hun geld niet aan persoonlijke verrijking besteden. We leven graag goed, absoluut. Maar we besteden vooral veel geld aan de ontwikkeling van de geest. En ons geloof stelt dat we 10 procent van onze inkomsten aan liefdadigheid afstaan. Vergis je niet. Er zijn veel arme joden, mensen die het zonder bijkomende hulp niet redden. Kijk in alle joodse keukens. Je zult overal spaarpotten, collectebussen, zien staan. Daarin stoppen we elke dag geld, voor hen die het nodig hebben. Ook dat is een ritueel van onze dag. En ja, uiteraard zijn we ook met Israël begaan, wat had je gedacht."

Ik zit bij Michael en Chantale en hun kinderen aan de uitgebreide sabbattafel. Er zijn een aantal vrienden op bezoek, ook modern-orthodoxen. Chantale heeft de hele vrijdagnamiddag, tot de officiële aanvang van de rustdag, gekookt. Ik durfde niet te helpen. Ik ken de spijswetten te weinig. Weet niet welke ingrediënten naast elkaar mogen liggen, welke borden ik in welk van de twee wasbakken mag afspoelen, welke pannen ik mag gebruiken, of ik aan de gaspit mag draaien, want is het vuur hoger zetten hetzelfde als een vuur aansteken, en mag ik de koelkast, met het lampje dat aan- en uitspringt, open en dicht doen?

In hun keuken dragen zo goed als alle producten een koosjer certificaat. Koosjere producten worden volgens strenge regels in gespecialiseerde bedrijven gemaakt. Het transport van voedsel is eveneens aan voorschriften gebonden. Als de laatste ladingen van een vrachtwagen niet koosjer waren, moet hij eerst grondig worden gereinigd.

En ik heb al een fout gemaakt. Ik nam notities. Ik was het helemaal vergeten. De joodse wetten zitten niet in 'mijn systeem'. Maar de oudste dochter (9) van de Einhorns roept me onomwonden bij de les: "Dat mag niet. Je moet je pen wegleggen. En je laptop mag je niet starten, en je gsm moet uit. Nu ja, mama zegt dat jij mag doen wat je wilt, omdat je niet-joods bent. Maar ik heb toch liever dat je me niet in de war brengt."

De Einhorns hebben drie kinderen, een zoon en twee dochters. Aan tafel blijken de drie (9, 7, 2) ontzettend dol op de kippensoep van hun moeder, en nog doller op de matzo-balletjes die erin zwemmen, ze vissen er zo veel mogelijk uit. Joodse kippensoep wordt in de volksmond penicilline genoemd.

Voor de maaltijd begint, wordt er uiteraard gebeden. De kaarsen zijn al aangestoken, Chantale heeft haar kinderen gezegend, vader doet even later hetzelfde, en ook prijst hij zijn vrouw, hij brengt een ode aan haar, als echtgenote en als moeder. Zij zit. Hij staat. "Pas als de vrouw gaat zitten, kunnen we de rust van de sjabbat in huis binnen laten."

Chantale draagt een prachtige pruik. "Het kapsel van Katie Holmes", zegt ze. Michael leest, staand, aan tafel voor uit de Siddur, het joodse gebedenboek. Hij doet dat samen met zijn zoon die nu al als een trein Hebreeuws leest, en die terwijl hij leest, zijn zusje onder tafel stampt. De Siddur bevat een onderdeel dat uitsluitend voor vader en zoon is bestemd, en dat tot doel heeft de band tussen die twee te versterken. Er liggen gevlochten broden op de tafel, en er staat een pot honing en een zoutvat. Iedereen proeft van de wijn. Ook de kinderen. Die zijn na het gebed erg uitbundig. Ze krijgen alle aandacht. Maar ze moeten wel gehoorzamen.

Chantale is geboren en getogen in New York. Ze haalde haar MBA met grote onderscheiding aan de Colombia University en hoopt, als de kinderen groter zijn, te kunnen doctoreren. Ze heeft een voltijdse baan, en 's avonds, als de kinderen in bed liggen, vind je haar meestal achter haar computer. Ze heeft drie internetwinkels opgezet; tijdens haar vaste werkuren verkoopt ze online juwelen, ze ontwierp een eigen juwelenreeks, en juist als ik bij hen op bezoek ben, blijkt dat actrices uit de populaire dramaserie Gossip Girl in een vorige uitzending haar ontwerp hebben gedragen: business is booming, ze doet alles zelf, tot het inpakken en versturen van de pakketjes.

Antwerpen, mijn thuis

Michael heeft een baan in de vastgoedsector, hij werkt voor een van de belangrijkste projectontwikkelaars in the city. Hij werkt van zes uur 's ochtends tot tien uur 's avonds.

Michael: "Het leven in New York is duur. Dus moeten we hard werken. Werken, dat is in deze stad net zo goed een religie. Je wijdt er veel tijd aan. Je bent er constant mee bezig. Het leven gaat hier razendsnel, en je moet mee.

"Antwerpen is nog altijd mijn thuis", zegt hij dan. "Dat komt omdat mijn ouders er nog altijd wonen." Maar hij preciseert. "Ik mis mijn ouders meer dan dat ik Antwerpen mis. Ik merkte het pas toen ik hier kwam wonen. Hoe ik echt een Europese jood was geworden. Op een dag scheurde ik mijn broek aan een stoel in de trein. De man tegenover me zei me dat ik voor de opgelopen schade de verzekering kon inroepen. Ik ben bij de spoorwegmaatschappij navraag gaan doen. Het eerste wat ik deed toen ik begon uit te leggen wat er was gebeurd, was mijn keppeltje afnemen. Meteen!

"Het is een reflex die ik in België heb aangekweekt. En die mijn vader ook heeft. Als er in het verkeer ergens een bruusk manoeuvre moet worden gemaakt, haalt mijn vader nog altijd automatisch zijn keppeltje van zijn hoofd. Uit angst om voor jood uitgemaakt te worden. Verlaat hij 'zijn' milieu en neemt hij deel aan een gebeurtenis waar velen niet-joden zijn? Hij zal zijn keppeltje afnemen. Uit angst. Omdat hij niet wil opvallen. Omdat hij is grootgebracht in de veilige overtuiging: het judaïsme beleef je voor je zelf, en niet voor de anderen. Ook wil hij voorkomen dat 'men' zal zeggen: 'het is weer een jood', als er ergens iets fout gaat.

"Ik ben me hier pas bewust geworden van die akelige reflex. Ik probeer hem te onderdrukken. Maar als ik in Antwerpen ben, pas ik hem vanzelf weer toe. Dat is jammer, natuurlijk. Maar latent antisemitisme is altijd aanwezig. Niet alleen in Antwerpen. In heel Europa. Mijn vader heeft in het Belgische leger gediend. Hij voelt zich Belg. Maar hij ervaart steeds vaker dat België hem niet toestaat zich jood te voelen. Politiek gezien weet men het in Antwerpen vandaag ook niet goed. Bart De Wever en zijn afkomst doet wenkbrauwen fronsen. Maar er zijn joden die, hoewel ze vroeger het tegendeel beweerden, nu graag met hem en de N-VA samenwerken. Ook politiek heb je joden van allerlei strekkingen."

"Zelfs mijn vader draagt op straat nog altijd een baseballpet", voegt Chantale toe. Haar vader kwam in de jaren zestig naar New York, maar hij groeide op in Antwerpen. "Die angst heeft natuurlijk met de gruwelen van de oorlog te maken, met dat zelfbewustzijn dat samenhangt met de vervolging. Maar zelfs hier in New York gaat mijn vader, die hier al meer dan een halve eeuw woont, dus niet met zijn keppel de straat op. Zo diep is zijn vrees geworteld."

Waarom ik het licht in de badkamer heb uitgedaan?, vraagt hun zoontje me nu, en hij sleurt me aan de hand naar zijn badkamer. Of ik dat licht weer wil aansteken? Zeker. En kan ik misschien ook het nachtlampje naast zijn bed aanknippen? Dat laatste fluistert hij. Hij fluistert ook dat hij dan straks lekker kan lezen. Maar dat ik dat niet aan zijn papa en mama mag zeggen, want die hebben hem op het hart gedrukt dat hij geen misbruik mag maken van deze gewillige goj in huis.

De namen in deze reportage zijn fictief. Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos

Ook veel dank aan de Antwerps-joodse families die zich in New York voor me openstelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden