Zondag 08/12/2019

Essay

Sixpack verplicht: hoe de obsessie met een killerbody moordend is voor de man

Cristiano Ronaldo. Beeld Reporters / Mega

Staat het vrouwelijk schoonheidsideaal eindelijk ter discussie, verliezen mannen zich in het streven naar een killerbody. Tijd om mannelijkheid te herdefiniëren, vindt Colin van Heezik.

In de kleedkamer van een Berlijnse sportschool zie ik een jongeman, die zijn torso fotografeert in de spiegel. Hij heeft zojuist getraind, zijn spieren zijn opgezwollen. Zo te zien heeft hij ook een zonnebankje gepakt. Verder heeft hij een gigantische sporttas, waaruit een spierwitte, vers gewassen boxer tevoorschijn komt. Verschillende verzorgingsproducten worden aangebracht op huid en haar, terwijl de man zichzelf in de spiegel blijft bekijken. Af en toe neemt hij een slok van zijn proteïneshake. 

Aan het eind van het ritueel is hij aangekleed en klaar om de sportschool te verlaten. Spijkerbroek, T-shirt, sportschoenen, leren jack: een nonchalante uitstraling, alsof hij net uit bed is gestapt en wat kleren heeft aangeschoten die hij tegenkwam op weg naar de douche. En ondertussen heeft hij dan, zonder dat hij daar eigenlijk bij stilstaat, het lichaam van de acteur Ryan Gosling.

Het ideale lichaam

Ik kom vaker in dit soort kleedkamers. Het maakt niet uit waar het is: Berlijn, Barcelona, Amsterdam of Parijs. Het wemelt in alle grote steden van de sportscholen, waar jonge mannen steeds fanatieker trainen. Voor zichzelf, voor hun Instagram-foto’s, voor hun Tinder-profiel. Ik verbaas me telkens weer over de gesprekken die ik er opvang. Jongens van een jaar of 17 onder elkaar: ‘Ik eet ’s avonds alleen een bak magere kwark.’ Ook zij zijn al bezig het ideale lichaam te kweken. 

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen, lijkt het nieuwe adagium. Dit verklaart waarom de jongens van een jaar of 23 die ik om me heen zie in de gym al zo gigantisch gespierd zijn. Die zijn al zeker zes jaar aan het trainen op hun clavicle width (dat heette vroeger ‘brede schouders’) en eightpack (dat heette vroeger sixpack). Ze aanbidden fitnesshalfgoden als Lazar Angelov, die zo extreem gespierd en ‘droog’ (zonder vet) is dat het onecht lijkt. Angelov heeft 6 miljoen volgers op Instagram.

Lazar Angelov. Beeld RV

Journalist Maartje Laterveer interviewde twee jaar geleden voor Volkskrant Magazine een aantal jongens van 16 of 17 die al druk aan het trainen waren. “De druk om er goed uit te zien is door sociale media alleen maar gegroeid,” zei een van hen, “en zal waarschijnlijk nog groter worden.” Inderdaad ontstaat er door sociale media een ratrace, waarbij mannen elkaar steeds willen overtreffen met nog strakkere, gebeeldhouwde lijven. Ze hitsen elkaar op, posten selfies waarop hun spieren je als glimmende kipfilets tegemoet lachen.

In de jaren 90 ontstond wat journalist en schrijver Mark Simpson in 1994 de ‘metroseksueel’ noemde: de grootstedelijke jonge man met een dikke portemonnee, die veel geld uitgeeft aan kleding en persoonlijke verzorging. David Beckham gold als schoolvoorbeeld, en de term raakte al snel ingeburgerd.

Spornoseksueel

Sinds 2014 observeert Simpson een nieuwe trend : de supergespierde sixpackman, voor wie niet kleding maar het eigen lichaam het pronkstuk is. Geen dure overhemden, maar glimmende spierbundels. Het showroommodel heet Cristiano Ronaldo.

Ook voor dit nieuwe man-type heeft Simpson een term bedacht, de spornoseksueel. Deze mannen, schreef hij in The Daily Telegraph, “willen worden begeerd om hun lichamen, niet hun garderobe. En zeker niet hun geest.”

Simpson is niet de enige die de nieuwe trend ziet. Mannenblad Men’s Health gaf in 2017 in het artikel ‘The Men’s Health Guide to Spornosexuality’ tips voor mannen die de ultieme ‘sporno’-look willen bereiken, terwijl Esquire de tendens onder de loep legt: ‘Spornoseksualiteit is gewoon de mannelijke variant van het onmogelijke pornoschoonheidsideaal waarmee we vrouwen al die tijd hebben opgezadeld.’

Het probleem is: zo’n lichaam is voor topsporters als Ronaldo en Beckham nog te bereiken, mits ze naast het veld ook nog hun bovenlichaam trainen. Maar nu willen ook mannen met een kantoorbaan zo’n lijf. Ik heb het over een lichaam dat gespierder is dan dat van een olympische zwemmer. En dat willen jongens bereiken die misschien wel elke dag trainen, maar de rest van de dag achter een computer zitten.

Veel mannen gebruiken daarom supplementen, zoals eerder dit jaar bleek uit onderzoek van marktonderzoeker Euromonitor. Ik heb het niet over een eenvoudige proteïneshake na het sporten. Sommige jongens lopen met een halve apotheek in hun sporttas. Ze gebruiken een pre-workout-drankje met onder meer taurine, creatine, carnitine en citruline; stoffen waardoor je grotere gewichten kunt tillen, die je lichaamstemperatuur verhogen, je stofwisseling versnellen en die vetverbranding stimuleren. 

Ik heb weleens zo’n pre-workout-brouwsel uitgeprobeerd, want de man in de sportwinkel had me een proefmonster gegeven voor een training. Ik nam een derde van de portie en voelde me als Popeye na tien blikken spinazie. Inderdaad kon ik twee keer zo hard trainen, veel meer tillen dan normaal, maar gezond leek het me niet. De bedoeling is ook niet dat je het altijd neemt, maar veel jongens geven toe dat ze niet meer zonder kunnen. En “er zitten vaak ook heel andere stoffen in poedermengsels”, zei Bastiaan Venhuis, onderzoeker sportsupplementen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, in februari tegen de NOS. Daarmee doelt Venhuis op stoffen die verwant zijn aan amfetamine, oftewel speed. Zo verandert de sporter van een Hercules in een Herman Brood.

De verkoop van sportsupplementen stijgt al jaren. Volgens een Amerikaans onderzoek uit 2017 zal die trend voorlopig ook doorzetten. De markt voor sportsupplementen had in de VS in 2016 een omvang van 26 miljard dollar (23 miljard euro). Volgens het onderzoek zal dat in 2022 zo’n 45 miljard dollar (40 miljard euro) zijn. Wereldwijd wordt verwacht dat de omvang van de sportsupplementenmarkt tegen die tijd zo’n 200 miljard euro zal zijn.

Trainen en (niet) eten voor een killerbody kan een gezond streven zijn, maar er is een punt waarop gezond sporten overgaat in ongezond, compulsief gedrag. Je beschadigt je lichaam om te voldoen aan een plaatje. Het is vergelijkbaar met anorexia: het is goed om op je lijn te letten, maar nauwelijks meer eten is gevaarlijk. Het principe is hetzelfde: je zelfbeeld schuift voortdurend op, je denkt dat je te dik of nog niet gespierd genoeg bent, terwijl je al veel dunner of gespierder bent dan toen je dat voor het eerst dacht. Vandaar dat sommige deskundigen spreken van ‘anorexia athletica’ of ‘hypergymnasia’.

Geen traditie van reflectie

Vrouwen hebben eeuwenlang last gehad van een schoonheidsideaal, zich in korsetten moeten wringen en hongerdiëten moeten volgen. Maar de laatste tijd is er een tegentrend, de body positivity-beweging. Zo werd onlangs besloten voorlopig de uitzendingen van de modeshow van Victoria’s Secret te staken; een parade van hooggehakte, broodmagere modellen zou niet meer van deze tijd zijn. Nike plaatste vorige maand plussizepaspoppen in zijn winkel in Londen. 

Beeld © Zoonar/V.Krisanov

Bij mannen zit dat anders. Omdat man-zijn eeuwenlang de norm was, hebben mannen zichzelf niet zo hoeven bevragen. Er is geen traditie van reflectie op het man-zijn en dat geldt ook voor het lichaam. Het wordt tijd dat die er komt, vooral nu steeds meer jonge mannen in de greep raken van een compulsieve fitnesswaanzin.

Het toenemende anabolengebruik is daarvan het meest alarmerende symptoom. “Steeds meer jonge mannen vinden het normaal om anabole steroïden te spuiten of te slikken voor een gespierd, strak lijf”, schreef Jeroen van Raalte vorig jaar in de Volkskrant. Hij sprak twee jongemannen van begin 20 die het paardenmiddel regelmatig gebruiken en in hun omgeving ook zeker niet de enigen zijn: “Samir kent tientallen jongemannen in Winterswijk en omstreken die net als hij anabolen nemen, en dat zijn zeker niet allemaal toegewijde bodybuilders. Veel jongens doen een simpele kuur om er mooi uit te zien voor het festivalseizoen.”

De bijwerkingen blijken ze vaak voor lief te nemen, zo bleek uit het artikel. “Krimpende zaadballen, jeukende kliertjes onder de tepel, een kort lontje, een torenhoog libido – Samir heeft het allemaal tijdens een kuur.” Ondertussen klagen gemeenten als Werkendam en Winterswijk over naalden die in parken achterblijven.

In het Verenigd Koninkrijk is het probleem al iets erger dan hier: daar gebruiken nu één miljoen mensen anabole steroïden, berichtte The Guardian in januari vorig jaar. Veel sportscholen hebben aparte vuilnisemmers voor de naalden.

Uit een Brits onderzoek naar IPED (Image and Performance Enhancing Drugs, oftewel ‘beeltenis- en prestatiebevorderende drugs’) blijkt dat “het gebruik van IPED de laatste twee jaar wijder verbreid is geraakt” en dat het archetype van de IPED-gebruiker verandert. Het zijn allang geen professionele bodybuilders meer. The Guardian sprak met een 30-jarige, ‘zachtsprekende’ ingenieur, die allerlei middelen gebruikt: “Testosteron, trenbolon, Equipoise, Dianabol, Halotestin, hCG, Arimidex, Nolvadex, clenbuterol. Het is niet goedkoop – ik geef er meer dan 200 pond (220 euro) per maand aan uit.”

Deze sporters zijn feitelijk veranderd in junkies. De bijwerkingen zijn vaak extreem. Mannen worden agressief en krijgen last van erectiestoornissen. Vrouwen die gevallen waren op het indrukwekkende lichaam van hun vriendje, krijgen er een opvliegerig type voor terug, met een verhoogd risico om op zijn 50ste aan een hartkwaal te bezwijken.

Maar het schoonheidsideaal is dwingend en iedereen wil sexy zijn. Ook Filemon Wesselink, die in 2016 voor zijn programma Filemon staat strak in vijf maanden een killerbody wilde bereiken, ging voor de bijl. Toen zijn poging om de cover van Men’s Health te halen dreigde te mislukken, omdat hij nog niet strak genoeg was, greep ook hij naar anabole steroïden.

Gezond leven en veel sporten is prima, maar we moeten ons bezinnen op de druk die kan ontstaan door een steeds extremer mannelijk schoonheidsideaal. Zo’n debat past in een bredere bevraging van het begrip mannelijkheid: hoe we erover denken, hoe we het definiëren.

Oude stereotypen

We hebben de oude stereotypen nog niet afgeschud: een man moet sterk zijn, mag niet huilen, moet laten zien dat hij een echte kerel is. Terwijl die druk er nog steeds is, begint de man zijn klassieke attributen kwijt te raken : een man kan zijn mannelijkheid niet meer bewijzen door zijn beroep of zijn auto. Vrouwen zijn ook chirurg, rijden ook in een BMW. De man lijkt teruggeworpen op zijn lichaam.

Zie daar de trend van gezichtsbeharing, Viagra-gebruik onder jonge mannen en overdreven spierballen. Met een dikke baard, keiharde spieren en een erectiegarantie wringt de man zich in een soort harnas van viriliteit.

De uitweg ligt niet alleen in een bevraging van de overspannen sixpackcultuur, maar ook van de beknellende, prescriptieve definitie van mannelijkheid in het algemeen.

Gelukkig begint zo’n reflectie nu een beetje op gang te komen, met boeken als Surviving Modern Masculinity (2016) van Jack Urwin en documentaires als The Mask You Live In (2015) van Jennifer Siebel Newsom en Man Made (2019) van Sunny Bergman.

Bergman laat in haar film heel goed zien hoe mannen lijden onder de precepten die ze van jongs af aan te horen hebben gekregen. Ze worden onderdrukt door een ideaal van mannelijkheid dat Bergman terecht een ‘gevangenis’ noemt. Ja, het wordt tijd dat we die onzin van ‘boys don’t cry’, en ‘man up!’ eens op de schop gooien.

Het lichaam is maar een van de terreinen waarop die vertaalslag naar een nieuw type mannelijkheid, of een bredere invulling van het begrip, zal moeten plaatsvinden. Maar het is een goed begin, omdat dit de plek is waar veel mannen zich hebben verschanst. Ze denken dat hun spiermassa ze kan beschermen tegen de nieuwe onzekerheden die het man-zijn omgeven. Dat is niet zo. De man moet zichzelf opnieuw uitvinden, maar zijn biceps gaan hem daar niet bij helpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234