Donderdag 26/11/2020

Sire, we hadden zelfs denkers!

Het was een titanenklus, maar het resultaat mag er zijn: 'Geschiedenis van de Wetenschappen in België van de oudheid tot 1815' is een rijk en verhelderend naslagwerk over Belgische denkers door de eeuwen heen.

Een beknopte en overzichtelijke geschiedenis van de wetenschap is een ogenschijnlijk logische opeenvolging van heldendaden: de ene revolutionaire ontdekking leidt als vanzelf tot de volgende doorbraak. Copernicus effende het terrein voor Newton en door plaats te nemen op de schouders van die laatste kon Einstein de geheimen van de kosmos nog beter doorgronden. Het lijken rechte lijnen die deze helden met elkaar verbinden, maar dat vertekende beeld is natuurlijk pas achteraf totstandgekomen. Het pad van de wetenschappelijke vooruitgang verloopt zigzag, en af en toe wordt er zelfs een flinke stap achteruit gezet. Een nieuw inzicht moet ook eerst ingang vinden, aanhangers verzamelen en aldus verspreid worden. Tegenwoordig gaat dat met de snelheid van een muisklik, in het verleden verliep dat ietwat omslachtiger.

Geschiedenis van de wetenschap in België van de oudheid tot 1815 is niet bepaald een beknopt en overzichtelijk boek. Het is veeleer een encyclopedie: een bombardement van data, personen en publicaties die van betekenis zijn geweest in de wetenschappelijke ontwikkeling van onze contreien. In weerwil van zijn soms vertragende volledigheid en academische toon verschaft het boek een eerlijk en helder beeld van de rol die België heeft gespeeld in het grote verhaal van de westerse wetenschap. Grote helden staan er nauwelijks in. Dat wil zeggen: qua fundamentele ideeën heeft ons land in de hier bestreken periode geen figuren van het kaliber van Aristoteles, Copernicus of Newton voortgebracht. Er gebeurde bij ons wel veel vertaal- en vulgariseerwerk, waardoor we vaak het centrum waren van ideeënverspreiding. Voor Aristoteles bijvoorbeeld, wiens logica en wetenschappelijke methode (de waarneming voor alles) ons denken tot vandaag diep heeft getekend, was het de Brabantse dominicaan Willem Van Moerbeke die door zijn Latijnse vertalingen de intellectuele erfenis van Aristoteles in de dertiende eeuw beschikbaar en toegankelijk maakte voor het westen.

Beoordeel nooit een denker van gisteren met de kennis van vandaag: dat is een boutade die je binnen handbereik moet houden bij het openslaan van dit boek. Zo leren we onder meer dat de Luikse geleerde Simon de Couvin over de grote pest van 1348 een achthonderd verzen tellend gedicht (!) componeerde, waarin hij de symptomen van de epidemie weliswaar erg nauwkeurig beschreef maar voor een verklaring de astrologische toer opging. Ook uit die periode onthouden we Willem van Rubroeck, een uit Frans-Vlaanderen afkomstige franciscaan die door Lodewijk IX naar een Mongoolse vorst werd gestuurd van wie werd aangenomen dat hij een christen was. Van Rubroeck legde in twee jaar tijd 19.000 kilometer af en schreef over die tocht een relaas dat volgens de samenstellers van deze Geschiedenis kan worden beschouwd als een van de opmerkelijkste documenten uit de Middeleeuwen. In Reis naar het Rijk der Mongolen noteert hij onder andere de sociale en religieuze gebruiken van alle volkeren die hij op zijn weg ontmoet. Zijn werk markeerde een opening van het westen richting Centraal-Azië. Ook interessant: wie de schoolse terreur van de jezuïeten aan den lijve heeft ondervonden, leest hier met gemengde gevoelens hoe ze pas vanaf 1556 - na en dankzij de introductie van de boekdrukkunst - hun klauwen konden zetten in ons geestelijke leven. Die boekdrukkunst beroofde de andere broederordes immers van hun belangrijkste inkomstenbron: het kopiëren van handschriften.

Het zijn onder meer die verbanden tussen maatschappelijke, economische en wetenschappelijke ontwikkelingen die in het boek vaak helder aan de oppervlakte worden gebracht. Zo leidde de explosieve groei van handelscentrum Antwerpen in de zestiende eeuw tot een stijgende nood aan boekhoudkundige systemen en drukwerk. Christoffel Plantijn nam inzake drukwerk onmiskenbaar het internationale voortouw. Wiskundigen legden zich toe op het ontwikkelen van bruikbare rekentechnieken. De Brugse ingenieur Simon Stevin was de eerste mathematicus in onze streken, die zich toelegde op het oplossen van tweede- en derdegraadsvergelijkingen. Voorts vond hij niets onredelijks aan het zogenaamde irrationele getal dat de vierkantswortel van 2 is (Pythagoras liet ooit een van zijn leerlingen verdrinken, omdat die het bestaan van irrationele getallen aantoonde) en verdedigde hij in zijn Wisconstighe Ghedachtenissen de juistheid van het copernicaanse systeem: "de son voor werelts middelpunt te nemen valt gherievigher".

Simon Stevin was overigens niet de enige Belg die Copernicus verdedigde. De humanist Paulus Van Middelburg zou zelfs rechtstreeks contact hebben gehad met de Poolse sterrenkundige die de aarde van zijn centrale positie in het heelal beroofde. Copernicus dankte hem ook voor zijn aanmoedigingen, die hij zoals bekend goed kon gebruiken. Dat astronomie en astrologie nog lang met elkaar vervlochten zijn geweest, blijkt uit het verzet van Van Middelburg tegen de voorspelling als zou Europa op 24 februari 1524 onder invloed van een conjunctie van alle planeten in het teken van de Vissen verwoest worden door een nieuwe zondvloed.

De publicatie van Copernicus' De Revolutionibus in 1543 wordt algemeen beschouwd als het begin van de wetenschappelijke revolutie. In datzelfde jaar verscheen De fabrica humani corporis van Andreas Vesalius. De betekenis van deze in Brussel geboren doctor in de medicijnen was groot, maar mag anderzijds ook niet worden overschat. Hij was immers niet de eerste die lijken ontleedde of anatomische afbeeldingen gebruikte om de structuur van het menselijke lichaam te bestuderen. Hij was wel de man die de toen bestaande technieken en methoden perfectioneerde en tot een internationaal ongekend niveau optilde.

Vertaling, vulgarisering, verspreiding, perfectionering... Vooral daarin lijkt de Belg van weleer te hebben uitgeblonken, wat sommigen toch een bescheiden heldenstatus heeft opgeleverd, zoals Mercator. Ontluisterend zijn dan weer de passages waaruit duidelijk blijkt dat onze geleerden af en toe de boot misten wegens niet geleerd genoeg. Zo ging de wiskunde van Newton aanvankelijk ver boven het petje van de Leuvense professoren, die over zijn zwaartekrachttheorie schreven: "Dit mysterie van attractie gaat ons verstand te boven, hoe eenvoudig het ook mag schijnen voor die wetenschappers die ten zeerste afkerig staan tegenover de mysteries van de christelijke godsdienst." Kortom, ook over de langzame ontvoogding van de wetenschap uit haar filosofisch-religieuze keurslijf steek je hier iets op.

Het is fysiek onmogelijk om in dit korte bestek zelfs maar een idee te geven van de rijkdom aan informatie die Geschiedenis van de wetenschappen in België bevat. Wiskunde, kosmologie, cartografie, scheikunde, geneeskunde, alle wetenschappen (dan wel technieken) komen aan bod, alsook alle genootschappen, universiteiten, academiën, correspondenties en vriendschappen die van belang zijn geweest bij de bestudering ervan. Daarbij komen nog de maatschappelijke, sociale, religieuze en economische achtergronden van dat alles.

Kortom, het betreft een voortreffelijk naslagwerk, dat zeer fraai is uitgegeven en prachtig geïllustreerd. Dat het er kwam op initiatief van de minister van Wetenschapsbeleid en moest worden bekostigd door een bank, wijst dan weer op een symptoom van het huidige wetenschappelijke onderzoek. Daarover hopelijk meer in deel twee, waarmee de auteurs - een eminent gezelschap Belgische professoren - pas in het nieuwe millennium denken klaar te zijn.

Joël De Ceulaer

Geschiedenis van de wetenschappen in België van de oudheid tot 1815, onder de wetenschappelijke leiding van Robert Halleux, Camlia Opsomer en Jan Vandersmissen, uitgegeven door het Gemeentekrediet (groep Dexia), 464 pagina's, 2.500 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234