Zondag 27/09/2020

Sire, met wie gaat u daar spreken?

De koning gaat naar Congo en de vraag is welke zorgvuldig gemixte cocktail van realisme en idealisme het meest kan opleveren. Jan Goossens hoopt dat Albert naast het Kinoise establishment ook ontmoetingen met Congolezen uit de sectoren van onderwijs, media, cultuur en ontwikkeling zal agenderen. Jan Goossens is artistiek leider van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel. Hij reist regelmatig naar Congo. De KVS besteedt in haar programma ruim aandacht aan het land, en werkt nauw samen met theatermakers, choreografen en kunstenaars in Congo.

Een ding levert het bezoek van koning Albert II aan Congo op 30 juni nu al op: iets wat op een maatschappelijk debat over Congo lijkt. Onverschilligheid was de voorbije jaren vaak troef als het over onze voormalige kolonie ging. Gisteren wijdden zowel De Standaard, De Morgen als Le Soir hun edito's en verscheidene pagina's aan het eerste Belgische koninklijke bezoek in 25 jaar. Maar gaat het om meer dan anekdotische belangstelling? 11.11.11-baas Bogdan Vanden Berghe plaatste de pertinente kanttekening dat zo veel heisa verder moet reiken dan deze symbolische aanleiding. Hoe moet het in Congo verder na 30 juni en hoe moet het Belgische beleid er gaan uitzien? Wat met de volgende presidentsverkiezingen, voorzien voor het najaar van 2011, die heel dichtbij komen? Hebben die enige kans op slagen nu de Congolese regering meldde dat ze de VN-troepenmacht MONUC voor de zomer van 2011 het land uit wil?

De kans is reëel dat onze belangrijkste gezagsdragers op 30 juni willens nillens een hoofdrol in de festiviteiten toebedeeld krijgen, terwijl de donderwolken van een volgende majeure crisis van de democratie in Congo zich al aan de horizon samenpakken. Voor zover die Congolese democratie al ooit echt tot leven kwam.

In het debat zijn er enkele basisposities. De realisten vinden dat je een uitnodiging voor een feestje van een natie waarmee je normale betrekkingen hebt, niet kan weigeren. En dat het Congolese volk een hart onder de riem verdient nu er na veel leed toch enige vooruitgang is. Buitenlandminister Vanackere bevindt zich, als hoofd van de Belgische diplomatie, bijna vanzelfsprekend in die positie, samen met zijn partij CD&V, en zeker ook de Franstalige socialisten en christen-democraten. Daarnaast zijn er op zijn minst twee types (vermeende?) idealisten: de gematigden voor wie er te weinig vooruitgang is, maar die vinden dat de koning mag afreizen, zij het om duidelijke signalen te geven, zeker over gevoelige thema's als democratie, mensenrechten en corruptie. Oppositiepartij Groen! en ook de meeste liberalen zitten op deze lijn. Tot slot zijn er de kritische idealisten die Kabila en zijn kliek door en door corrupt vinden en voor wie een koninklijk bezoek sowieso een onaanvaarbare legitemering van een fout regime is. De sp-a, Walter Zinzen en allicht ook Karel De Gucht behoren tot dit kamp.

Cocktail
Bij iedere positie kan je vragen stellen. Heeft Kabila niet teveel wandaden en veel te weinig verwezenlijkingen op zijn palmares? En is het geen grove belediging van de Congolese bevolking om zijn regime met stilzwijgende koninklijke goedkeuring te legitimeren op 30 juni? Kan je het als voormalig koloniaal heerser maken op de uitnodiging in te gaan en Kabila vervolgens hypocriet en paternalistisch de les te spellen op zijn eigen feestje, terwijl de verantwoordelijkheid voor de huidige Congolese puinhoop op zijn minst gedeeld is? Wat haalt het uit je op te sluiten in je eigen grote gelijk en niet af te reizen, als je daardoor alle toekomstige invloed definitief uitsluit? Jezelf verliezend in stellingen als zou Kabila in Den Haag thuishoren, terwijl er daar niet eens een dossier tegen hem loopt? En terwijl we allerlei andere leiders ontvangen of bezoeken wier palmares op zijn zachtst gezegd ook zeer dubieus is, om een aantal andere Afrikaanse, Aziatische, Arabische én Westerse machthebbers niet bij naam te noemen?

Eigenlijk zijn het vijgen na pasen: de koning gaat. De vraag is welke zorgvuldig gemixte cocktail van realisme en idealisme het meest kan opleveren. Bescheidenheid is geboden en overdreven ambitie en nostalgie te vermijden: de tijden waarin Kabila echt wakker ligt van wat de Belgen zeggen, zijn voorbij. China en Azië tellen voor hem, de EU ook nog, België veel minder. Maar een koning blijft een koning. En zonder het feestje te verpesten kan heel veel afhangen van wie koning Albert in Congo allemaal ontmoet en wie zijn luisterend oor krijgt, veel meer dan van wat hij daar zelf verklaart. Blijft hij volgzaam op de beaten track van de statige Boulevard du 30 juin en de voormalig koloniale wijk Gombé? Of komt er ook ruimte voor een bezoek aan de cités en voor ontmoetingen met maatschappelijke tegenkrachten uit de civiele samenleving?

In dit complexe debat weten we immers enkele dingen zeker: ondanks minieme vooruitgang leeft het gros van de Congolezen nog steeds in zeer grote miserie. De ruimte om Kabila's regime te bekritiseren wordt steeds kleiner en de kans dat deze president het land naar een welvarender democratie, of zijn 'tweede onafhankelijkheid' leidt, is quasi onbestaande. Ook vele 'gewone' Congolezen uit de sectoren van onderwijs, media, cultuur en ontwikkeling zijn zich daar scherp van bewust. Hen mogen we niet voor de gek houden en zij zouden een zichtbare plek moeten krijgen in de agenda van koning Albert. Zonder wie dan ook te schofferen, maar duidelijk aangevend dat de koning er niet enkel is om zich in de salons van Kinshasa met het politieke en businessestablishment te onderhouden. Artiesten zoals choreograaf Faustin Linyekula, die me eergisteren nog zei: 'Er valt eigenlijk heel weinig te vieren op 30 juni. Het einde van de tunnel is niet in zicht. En we hebben geen buitenlandse koningen nodig om ons wijs te maken dat dat toch zo is. Maar als 30 juni een gelegenheid kan zijn waarop Belgen en Congolezen uit de brede samenleving samen reflecteren over hoe dit land alsnog uit deze spiraal van wanbeleid en miserie geraakt, waarom niet?'

Als koning Albert II zich een beleefde, maar koele minaar kan tonen van de Congolese machthebbers en een aandachtig beluisteraar van de potentiële civiele leiders die er in Congo wel degelijk rondlopen, dan slaagt België er misschien in om die gulden middenweg te vinden tussen de grote liefdesverklaringen van Louis Michel en de grote ruzies van Karel De Gucht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234