Vrijdag 29/05/2020

Sire, il y a encore un Belge

Van Istendael houdt hartstochtelijk van het nieuwe België, voor hem de onvolmaakte voorafspiegeling van wat ooit een tolerant samenlevingsmodel zou kunnen wordenHet zou best een goed idee zijn van de Vlaamse regering om dit boek in grote oplagen ter beschikking te stellen van hun Franstalige collega's, nu die gezegd hebben bereid te zijn een gesprek over het verleden aan te knopen

Recensie door Yves Desmet

Geert Van Istendael

Het Belgisch labyrint

Veertiende, geheel herziene druk De Arbeiderspers, Amsterdam, 312 p., 785 frank

Geert Van Istendael is een schoon mens, in de oer-Vlaamse betekenis van dat woord. Het vrouwvolk monstert zijn Romeins-grijze kop met meer dan gewone aandacht, het mansvolk weet zijn erudiet gezelschap bij een pint te appreciëren. Van Istendael is een schoon mens omdat hij je steeds weer op het verkeerde been zet. Hij is Belgicist, én Flamingant, én bewonderaar van Walen en Duitstaligen. Hij houdt van én haat dit ingewikkelde land met evenveel passie als inlevingsvermogen. Hij is zelf een intellectueel en gevoelslabyrint dat op zijn beurt een labyrint van een land omschrijft. Dat levert, het kan niet anders, boeiende lectuur op.

En voor hem een basisinkomen. Want de oorspronkelijke versie, bijna met tegenzin geschreven in 1989, na lang geduldig zeuren van zijn Nederlandse uitgever, die dit land voor Ollanders verklaard wilde zien, is na twaalf jaar één van de best verkopende politieke boeken over België geworden, een standaardwerk waarnaar, net als naar "de Luyckx", eerbiedig verwezen wordt als naar "de Vanistendael". Het was voor de auteur de materiële springplank om het bestaan van BRT-journalist, waar hij de functie van wandelende Encyclopedia Britannica vervulde - "vraag het aan Van Istendael, die weet toch alles" -, om te ruilen voor dat van zelfstandig schrijver.

Om met een kruideniersvraag te beginnen: loont het de moeite deze veertiende, geheel herziene druk aan te schaffen, wanneer u reeds een eerdere versie in de boekenkast heeft? Als u het type bent dat zijn wagen volledig oprijdt, dan niet, maar bent u het type dat na een paar jaar een nog goed rijdend exemplaar inruilt voor het nieuwere model, dan wel. De bulk van Het Belgische labyrint is onveranderd gebleven, en maar goed ook, aan standaardwerken moet je niet te veel prutsen. Maar gelouterd door een perspectief dat tien jaar achteruitblikken oplevert, zijn een aantal zaken tot een meer reële proportie teruggebracht, en worden enkele nieuwe ontwikkelingen prominenter in de verf gezet. Dan hebben we het niet eens over Voeren, dat in de eerste editie nog een volledig hoofdstuk toebedacht kreeg (Van Istendael in '89 : "Als ik dat uitgelegd kreeg aan de Nederlanders, dan kreeg ik alles uitgelegd"). Datzelfde Voeren werd in de negende, herziene druk uit 1993, al teruggebracht tot enkele alinea's en de voetnoot die het in de communautaire geschiedenis in werkelijkheid was. Hetzelfde is nu enigszins gebeurd met de hoofdstukken over de georganiseerde arbeidersbeweging en de Société Générale, die het afgelopen decennium, zij het om verschillende redenen, grote stukken van hun machtspositie hebben moeten inboeten. Van Istendael rouwt om het eerste, juicht om het tweede.

Nieuw zijn de overtalrijke verwijzingen naar nieuwe breuklijnen die zich in de Belgische politiek zijn beginnen nestelen, en die de drie klassieke tegenstellingen (arbeid-kapitaal, Waals-Vlaams, gelovig-vrijzinnig) boven het hoofd dreigen te groeien. Materiële waarden versus immateriële, het gestage ontbindingsproces van de verzuilde en verpolitiekte samenleving, de groei van het zelfrespect en de mondigheid van een burger die niet langer buigt voor de overheidsinstellingen en met honderdduizenden op straat komt voor een wérkende justitie, de opkomst van paars als voorlopig eindpunt van een evolutie waarin de almacht van de christendemocratie afbrokkelt, en zo van die dingen.

Ik besef dat ik de auteur groot onrecht doe met deze wat botte opsomming. Want in werkelijkheid is Van Istendael ongemeen minutieus over de tekst gegaan.

Hij heeft hem geactualiseerd. Neem nu dat prachtige, poëtische voorwoord 'O Dierbaar België', waar middels de mantra "Ik bemin België - Ik haat België" dit land tot zijn baarlijke essentie wordt teruggebracht in minder dan drie bladzijden.

In 1994 staat er: "Ik bemin België omdat een land met honderdvijftig soorten bier nogal onbestuurbaar is. Ik haat België omdat zijn visie en verbeeldingskracht niet verder reiken dan de bodem van een glas trappist." In 2001 wordt dat "Ik bemin België omdat een land met tweehonderd soorten bier nogal onbestuurbaar is."

Hij heeft hem voorzien van andere woordjes. In 1994 staat er : "Ik bemin België om zijn kleine corruptie, zijn regelingetjes, zijn plantrekkerij...." In 2001, een Agusta-schandaal later, wordt dat : "Ik bemin België om zijn corruptie van klein tot groot, zijn..." En wat in 1994 nog "scheef geïntrigeerd" heet, wordt nu "krom geïntrigeerd."

Hij heeft hem thematisch aangepakt. In 1994 gaat één van de alinea's over de rakettenbetogingen, in 2001 is die geschrapt en gaat een nieuwe alinea over de Witte Mars : "Ik bemin België omdat tienduizenden mensen in de hoofdstad opmarcheren tegen falende rechters. Ik haat België omdat het recht er krom staat van politiek, kift en kijvage". Kift en kijvage, de dichter Van Istendael schrijft altijd een stukje mee.

Vermoedelijk zijn er zo wel een slordige duizendenéén tekstaanpassingen gebeurd. Maar dit is een recensie, geen tekstexegese.

In de nasleep van de affaire-Sauwens kreeg de redactie van een aantal jongere twintigers lezersbrieven, met de vraag om wat meer uitleg, want wat verbond nu juist die Oostfronters met de Vlaamse Beweging, en waarom was dat flirten met het fascisme blijkbaar niet echt een grove doodzonde in sommige Vlaamsnationale kringen? Het geschiedenisonderwijs in Vlaanderen is niet meer wat het ooit geweest is. Deze lezers, en zij niet alleen, zou ik sterk de lectuur willen aanbevelen van de eerste twee hoofdstukken van Het Belgisch labyrint, vertrekkend uit de modder en de stront van de loopgraven van WO I en zestig pagina's later eindigend met de koningskwestie, samen voor mij nog steeds het beste, genuanceerdste en eerlijkste essay over de tragiek van de Vlaamse Beweging dat ik ooit gelezen heb.

Een tragiek die het mooist samengevat wordt in een beschrijving van de IJzerbedevaart: "Door en door brave mensen komen massaal roepen dat ze vrede willen en recht eisen voor hun geliefde Vlaanderen en voor de hele wereld, want Vlaanderen heeft zijn zonen uitgezonden als missionarissen en het leed van de Derde Wereld is ons bekend. Maar die mensen doen dat met feilloze precisie op de manier die een van de moorddadigste en wreedste systemen aller tijden in herinnering roept. En alleen zij beseffen het niet. Zij weten van de prins geen kwaad en worden heel boos als je hen daarop wijst. Je trapt op hun ziel."

Van Istendael ontleedt nauwkeurig hoe een in wezen moreel, sociaal, politiek en ethisch perfect juiste zaak - de strijd van jonge Vlamingen om in de loopgraven waar zij hun land als David tegen Goliath vier jaar lang in de moeilijkst denkbare omstandigheden verdedigden, tenminste in het Vlaams hun bevelen te ontvangen - perverteerde tot collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Hoe de Frontsoldaten, die vier jaar lang de Duitsers bevochten, door een hardvochtige, arrogante Belgische staat, gekoloniseerd door de Franstalige bourgeoisie, als stank voor dank uitgemaakt werden voor 'boches'. Hoe een deel van hen daarom van de weeromstuit in een anti-Belgische logica terechtkwam, die opnieuw voor een deel van hen zou uitmonden in collaboratie, en nadien in het onvermogen toe te geven dat ze hiermee wel degelijk in de fout waren gegaan. Zo'n analyse, waarin met veel sympathie de oorspronkelijke terechte sociale motieven en de gelijkheidsidealen van de Vlaamse Beweging worden benaderd, en waarin de excessen waartoe dit ideaal hebben geleid met veel genadeloosheid worden bekritiseerd, levert een beeld in veel grijstinten op dat dichter de historische waarheid benadert dan de klassieke 'witten-tegen-zwarten' tegenstelling waarin het amnestiedossier vandaag, meer dan vijftig jaar na de feiten, nog steeds baadt.

Nu ik erover nadenk, het zou best een goed idee zijn van de Vlaamse regering om dit boek in grote oplagen ter beschikking te stellen van hun Franstalige collega's, nu die gezegd hebben bereid te zijn een gesprek over dat verleden aan te knopen. Van Istendael, door de hedendaagse Vlaamse Beweging vaak uitgekreten als protoype van een te verwerpen 'nieuwe Belgitude', bezorgt die Vlaamse Beweging hier niet zozeer een apologie, dan wel een van de eerlijkste, meest ingeleefde inzichten in hun oorsprong en evolutie.

Klopt dat verwijt over die nieuwe Belgitude wel? Ja en nee. Zeker niet wanneer het ook maar enige verdenking zou inhouden dat Van Istendael met heimwee terugdenkt aan het Belqique à papa, beheerst door kerk, kapitaal en francofonie. Op dat vlak is de auteur een volbloediger Flamingant dan velen die nu tegen het Lambermont-akkoord stemmen. Hetzelfde wat betreft de Nederlandse taal: de zeldzame echt woedende tirades in het boek trekken van leer tegen Nederlandse ambassadeurs die de strijd voor hun taal tegen de oprukkende suprematie van het Engels bij voorbaat verloren achten ("Die man moet niet alleen op staande voet oneervol ontslag krijgen, hij dient tevens opgesloten te worden in een witgekalkte kloostercel met als enig gezelschap de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.") Of tegen de Vlaamse politici die in een moment van bekakt provincialisme, "kotsend op hun eigen cultuur, rillend bij de gedachte dat ze misschien wel enig zelfrespect moesten opbrengen", hun cultuurgemeenschap tot Vlaamse Gemeenschap doopten, zo een schop gevend aan de Vlaamse Beweging, "die de mensen met eindeloos geduld geleerd had dat hun taal en cultuur Nederlands moesten zijn of niets."

Van Istendael houdt wel hartstochtelijk van het nieuwe België, voor hem de onvolmaakte voorafspiegeling van wat ooit een tolerant en multicultureel samenlevingsmodel zou kunnen worden. Vooral Brussel, bruisender en internationaler dan het tot provincialisme en extreem-rechts bekeerde Antwerpen is hem lief. Als miniatuur van Europa, plek waar Noord en Zuid, Latijns en Germaans elkaar ontmoeten. Fier op de eigen taal en eigenheid, respect- en zelfs liefdevol tegenover de andere cultuurgemeenschappen. Voor rabiate Vlamingen lijkt dit op schizofrenie, voort Van Istendael is het de logica zelve. Hoe bewonderenswaardig ook, net in die mentaliteit zit een denkfout die als een rode draad door het boek loopt, en verwoordt wordt in de epiloog: "België bloeit. Buitenlandse waarnemers zeggen op geregelde tijdstippen, met een aplomb dat niet gehinderd wordt door enige kennis van zaken, dat België in factoren zal ontbinden. (...) België barst niet, tot spijt van jeugdige en aftandse flaminganten." Van Istendael projecteert hier zijn eigen overtuiging, voorliefde en eruditie op het geheel van de maatschappij, en houdt te weinig rekening met een aantal sociologische en politieke verschuivingen. Zo is het bijzonder lezenswaardig hoofdstuk over de Waalse geschiedenis immers niet langer algemene kennis in Vlaanderen, en wordt Wallonië ook voor steeds meer Vlamingen het stukje buitenland waar ze het eerst door moeten op weg naar de zomervakantie in het Zuiden. Koppel dat aan de politieke stofzuigers die op het nationale bestel staan, een groeiende defederalisering en Europeanisering van de nationale bevoegdheden, en je krijgt een situatie waarbij België in een niet eens zo verafgelegen toekomst niet zozeer dreigt te barsten, maar eerder stilletjes zou kunnen verdampen.

Maar goed, je kan het een auteur niet ten euvel duiden dat hij zijn onderwerp liefheeft. Zeker niet wanneer dat bovenop nog eens zoveel mooie observaties over het Verkavelingsvlaams, de lintbebouwing, de ruimtelijke ordening, de koterijen, de kerk en de Wetstraat oplevert. In verband met dat laatste is het trouwens boeiend om Van Istendaels beschouwingen over paars te noteren, dat hij niet, zoals de chistendemocratische oppositie, als een 'accident de parcours' in de geschiedenis van het land beschouwt, maar als de logische uitvloeier van een steeds meer ontkerkelijkt en ontzuild Vlaanderen. Ik ben geneigd daarin de auteur gelijk te geven, maar om helemaal zeker te zijn, blijft het afwachten tot over tien jaar de 25ste, opnieuw volledig herziene druk van dit voortreffelijk gedocumenteerd en onderhoudend referentieboek over België verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234