Dinsdag 21/01/2020

Sir John Mills

'Hij was de laatste van een generatie, niet alleen van een generatie van acteurs maar ook van een generatie Engelsen voor wie bescheidenheid belangrijker was dan hun ego'

Afscheid van de gentleman-acteur met de 'stiff upper lip'

Brussel

Eigen berichtgeving

Barbara Debusschere

Zijn eerste stappen op de arbeidsmarkt zette hij als deur-tot-deurverkoper van desinfectiemiddelen. Maar nu, bij zijn dood, horen de Britse Queen en eerste minister Tony Blair tot de voornaamste tranenplengers. En sir John Mills was niet eens een politicus.

De man die de Britste der Britten nu betreuren, was, zo klinkt het, de laatste echte English gentleman en de ereambassadeur van de Britse acteurs. Met Mills, die op 97-jarige leeftijd overleed aan een longontsteking, zijn de Britten een icoon van formaat kwijt, een blonde en blauwogige charming man die in zijn zeventig jaar lange filmcarrière de archetypische Brit met stiff upper lip gestalte gaf en talloze patriottische personages neerzette, wat hem zeer geliefd maakte en hem het ridderschap en de aandacht van de Queen opleverde. Zij stuurde hem zelfs haar gelukwensen toen de acteur zijn huwelijksbelofte nog eens overdeed met zijn vrouw Mary Hayley Bell.

Mills was zo op en top Brits dat de bevriende acteur Stephen Fry het "wonderbaarlijk en typisch" noemt dat hij "het feest verlaten heeft op de verjaardag van Shakespeare en St George's Day (de patroonheilige van de Engelsen, BDB)". Tony Blair formuleert het zo: "John Mills was een groot acteur, een ware gentleman, iemand die ons trots maakte Brits te zijn."

De geridderde acteur schitterde onder andere in Ice Cold in Alex, Great Expectations, The Colditz Story, In Which We Serve, Dunkirk, Scott of the Antarctic en Tunes of Glory. Maar het was zijn in 1971 met een Oscar bekroonde rol van stomme dorpeling in het epische Ryan's Daughter die hem wereldfaam bracht. Nog volgens Fry was Mills "bijna de enige acteur in de twintigste eeuw die een rasechte hoofdrolspeler was. Zijn authenticiteit als de Engelse held was zo groot dat het publiek soms vergat wat voor knap acteur hij was."

Mills' enorme doorzettingskracht maakten het verschil. Zijn carrière op het podium begon hij in 1929 als slecht betaalde chorus-lid bij de London Hippodrome in 1929. Om aan de kost te komen, verkocht hij 's morgens chemisch spul van deur tot deur en in de namiddag stonden er tapdanslessen op het programma. Hoewel hij aanvankelijk ook overwoog om een held te worden in het Britse voetbal volgde na een paar musicals en Shakespeare-drama's een knoert van een acteurscarrière, die meer dan honderd films omvat. Hoewel hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naast heel wat belangrijke rollen greep - omdat hij deel uitmaakte van de troepen, als lid van de Royal Engineers - maakte hij dat later ruimschoots goed. In de jaren veertig en vijftig stond hij garant voor kassucces, onder ander met zijn rol als Pip in Great Expectations en met de hoofdrol in Scott of the Antarctic. Hij speelde in ontelbaar veel oorlogsfilms, waaronder Oh! What a Lovely War, In Which We Serve en The Way to the Stars, waarin hij een RAF-piloot neerzet en het meest populaire oorlogsgedicht 'For Johnny' van John Pudney reciteert.

Een van zijn favoriete rollen was er een waarin hij zijn typische stiff upper lip-imago doorbreekt: die van de neurotische voormalige oorlogsgevangene die volledig doorslaat wanneer hij in vredestijd de leiding krijgt over een Schots regiment in Tunes of Glory. Zelf zei hij dat hij tegen oorlog was maar dat het geen slechte zaak is er af en toe aan herinnerd te worden wat er gebeurt in een oorlog. Er volgden nog talloze films waarvan het succes op zijn Mills' naam geschreven kon worden, onder andere een verfilming van War and Peace.

Mills, die zijn rollen instudeerde met een walkman, werd geroemd om zijn 'tekstperfectie' en sleepte naast een Oscar verscheidene prijzen in de wacht. Maar naar verluidt ging de gereserveerde Mills gebukt onder een niet aflatende onzekerheid en was dat de motor voor zijn enorm lange carrière. Hij bleef maar doorgaan. In 1987 had hij Madonna als tegenspeelster in haar film Who's That Girl en hoewel hij al meer dan tien jaar bijna volledig blind, doof en erg verzwakt was, bleef hij ook de laatste jaren acteren. In 2003 was hij nog te bewonderen als cocaïneverslaafde in Bright Young Things, waarvoor hij zijn imago als gentleman graag geweld aandeed. Ook op de honderdste verjaardag van de Queen Mother was hij van de partij.

Afgemeten aan zijn succes en populariteit zou het maar normaal geweest zijn dat Mills een volbloed Hollywood-acteur was geworden, maar dat zag hij dan weer niet zitten, hoewel hij er een paar sterke rollen neerzette. "Ik ben zo vreselijk Engels, ik zou het haten ergens anders te wonen. Wanneer ik in Londen een taxi neem, aanvaardt geen enkele chauffeur mijn geld. Ik denk echt dat dat komt omdat ik Engeland nooit verlaten heb", zei Mills.

Stoïcijns en een trotse Brit mag de acteur dan wel geweest zijn, maar volgens zijn collega's was hij vooral bescheiden. "Het is een cliché om te zeggen dat met zijn dood een tijdperk afgesloten is, maar hij was de laatste van een generatie, niet alleen van een generatie van acteurs maar ook van een generatie Engelsen voor wie bescheidenheid belangrijker was dan hun ego", aldus nog Fry in The Observer. Illustratief voor Mills' bescheidenheid was onder andere zijn reactie toen hij een Oscar kreeg in Hollywood. In tegenstelling tot sommige vakbroeders zei hij: "Ik ben niet een van die acteurs die neerkijken op de Oscars. Prijzen en competities hebben mij altijd aangetrokken."

Mocht Mills nog meer tijd en een betere gezondheid te beurt zijn gevallen, dan was hij misschien nog te bewonderen geweest op de planken. Zijn liefde voor het theater, waar het allemaal begonnen was, is nooit overgegaan. Hij zei: "Er gaat niets boven een theaterzaal vol mensen die je echt aan het lachen maakt. Dat is als een shot adrenaline."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234