Woensdag 07/12/2022

Sint Maarten, waar witwassers op vakantie zijn

De Antilliaanse casino's, rien ne vas plus

'Hoe laat gaan de casino's open? Ik wil geld wisselen', vraagt een pafferige Zuid-Amerikaanse man rond negen uur 's ochtends aan de Chinese uitbaatster van Asian Palace in Back Street, Philipsburg. Asian Palace is het enige supermarktje annex bar in de hoofdstad van het Caribische eiland Sint Maarten. Eén supermarkt in Back Street, parallel aan de voortdurend door files verstopte Front Street, met tientallen taxfreewinkels, inclusief luxetopmerken als Gucci en Tommy Hilfiger, een dozijn juweliers met Colombiaanse smaragden en Antwerpse diamanten en niet te vergeten: de vier grote casino's. De uitbaatster van Asian Palace stelt de Zuid-Amerikaan met luide stem gerust: 'Casino open at ten o' clock!' Hoewel de bank ook gewoon open is, zucht de man opgelucht. Hij laat de wel erg jonge dame die naast hem zit nog iets bestellen.

Sint Maarten vormt samen met Aruba en vier andere eilanden (Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Eustatius) de Nederlandse Antillen. Deze exotische plukjes Nederlands koninkrijk hebben op een aantal vlakken al 45 jaar bestuurlijke autonomie, maar bezorgen politiek Den Haag al jaren kopzorgen. Decennialang wanbeheer door de overheden, voortdurend geldgebrek, corruptie, drugshandel vanuit Zuid-Amerika en een reputatie als witwasparadijs maken dat sommige Antillen nog steeds bekendstaan als piratennesten. Eilanden als Aruba en Curaçao kregen steevast een 'eervolle' vermelding in de hitlijst van de Amerikaanse war on drugs.

Sint Maarten is een geval apart, alleen al omdat het 92 vierkante kilometer grote eiland gedeeld wordt met Frankrijk, dat Saint Martin samen met Martinique en Guadeloupe een 'Departement Outre Mer' noemt. Zonder het te merken, rijd je binnen hooguit een kwartier de Franse grens over. Handig voor criminelen, die nog wel eens baat kunnen hebben bij twee verschillende rechtssystemen en trage uitleveringsprocedures.

Officier van justitie Jan Gras erkent in het koele en net gerenoveerde gebouw van het openbaar ministerie in Front Street dat er obstakels zijn: "Juridisch gezien is het Nederlandse Sint Maarten een onderdeel van de Nederlandse Antillen, terwijl in het Franse deel de Franse en Europese wetgeving van kracht is. Voor de Franse kant is dus ook het Schengen-verdrag, met een verkorte uitleveringsprocedure, van toepassing. Aan de Nederlandse kant niet."

Daarom is het Concordia-verdrag van onder het stof gehaald. Gras: "Dat is met zijn 350 jaar een van de oudste verdragen die nog steeds in werking zijn. Het Concordia-verdrag kent een bepaling die stelt dat mensen van de ene kant van het eiland aan de andere kant kunnen worden uitgeleverd. Alleen als de persoon die wij willen uitleveren een onderdaan van ons is en hij wil niet meewerken, ja dan kan het niet. Uitleveringsrecht zegt meestal dat men eigen onderdanen niet uitlevert. Dat kan alleen als ze de straf in eigen land kunnen uitzitten en als ze toestemming geven."

Het is voor criminelen altijd aantrekkelijk om in grensgebieden te opereren, stelt Gras: "Het levert justitie vaak vertraging op. Mede daarom willen we grensoverschrijdende achtervolgingen en observaties kunnen uitvoeren. Daar voeren we momenteel gesprekken over met de Fransen. We willen hier een soort Schengen-systeem afsluiten, een samenwerkingsverdrag dat het Nederlandse koninkrijk voor de Nederlandse Antillen zal moeten ondertekenen." De samenwerking met de Fransen op het eiland verloopt volgens Gras wel steeds beter: "Dankzij zaken als mobiele telefoons verloopt de communicatie sneller." De verschillen tussen de Franse en Nederlands-Antilliaanse kant van Sint Maarten zijn op het eerste gezicht groot. Aan de Franse kant heerst rust en orde, schreeuwerige casino's zijn er niet en er zitten amper gaten in de weg. Hier kun je echte croissants kopen, met Franse francs betalen en moet je met een kaart van France Telecom telefoneren. Hier werken shiny happy Europeans in de horeca. Hier heeft men alles onder controle, zo willen Franse gendarmes in korte broek doen geloven. Dat is echter schijn. Ook hier kun je overal coke, crack of ganja (marihuana) krijgen. Ook hier komen veel migranten illegaal aan land, al worden er regelmatig verfoeide razzia's en paspoortcontroles gehouden. En ook hier is onvoldoende werk. Saint Martin heeft alleszins een veel meer Europese allure dan de 'Nederlandse' kant en is daarom populair bij de jaarlijks 850.000 cruisegangers en nog eens 250.000 verblijfstoeristen die het eiland aandoen. Maar op beide delen probeert men wanhopig om bonafide buitenlandse investeringen aan te moedigen en vooral het toerisme - vooralsnog de economische monocultuur én reddingsboei van Sint Maarten - te stimuleren.

Na de orkaan Louis, die het eiland in september 1995 compleet verwoestte, werd alles op alles gezet om Sint Maarten weer op te bouwen en het toerisme zo snel mogelijk weer op gang te krijgen. De shantytowns waren door Louis als eerste weggeblazen. 'Dankzij' Louis werden de sociale problemen in volle hevigheid duidelijk, zeggen de autoriteiten. Het eilandbestuur probeerde zoveel mogelijk van de duizenden illegale migranten van buureilanden als Haïti, de Dominicaanse Republiek, Jamaica en kleintjes als St.Lucia en St.Vincent te verwijderen. Dat lukte maar matig en de shantytowns bloeien weer op, zij het onzichtbaar voor de toeristen. Haïtianen en Jamaicanen die in erbarmelijke omstandigheden in getto's als Cole Bay wonen, hebben het hier nog altijd minder slecht dan in hun thuisland.

Cole Bay, is een no go area voor blanken. Dankzij de jonge Manuel, die hier kind aan huis is en uitlegt dat we niet van de politie of immigratiedienst zijn, kunnen we er veilig rondlopen. Open riolen, gammele, overbevolkte huisjes merendeels zonder elektriciteit en stromend water, geven Cole Bay een deprimerende aanblik. Uit een prachtig uitzicht op zee putten de rondhangende bewoners ook al weinig troost. Een deel van het zicht wordt verstoord door de JB-elektriciteitscentrale, die in de hele shantytown te horen is.

Cole Bay lijkt op getto's zoals je die ook op andere Caribische eilanden ziet. Alleen verwacht je dit niet op een 'rijk' eiland als Sint Maarten.

"Het leven wordt steeds harder hier", klinkt het steevast. "De meesten hier hebben geen werk", zegt Jean een dertiger uit Haïti die hier al twee jaar woont. "Voor mijn familie in Haïti is het nog erger, maar ici ça devient dur aussi." Zelfs een tijdelijk baantje vinden is moeilijk en dan is ook een bescheiden huur van 30 of 40 dollar een zware opgave. De sfeer is berustend. Behalve bij de nerveuze en energieke crackverslaafden en dealers, die het leven hier nog ondraaglijker maken. "Jaag die bublers weg! (vernoemd naar de bubbelende crackpijp, hvs)", roept een Jamaicaanse vrouw. "Ze verpesten de boel! Je kunt zelfs geen broek op de waslijn laten hangen. Alles jatten ze!" We maken rechtsomkeer als we een groepje crackgebruikers en dealers naderen. Maar een Antilliaanse jongeman komt ons achterna. Steve wil zijn ei kwijt en spreekt ons in vlekkeloos Nederlands aan. "Ik werkte tien jaar in Nederland. Sinds ik terugging naar Sint Maarten, zit ik in een negatieve spiraal. Ik raakte mijn papieren kwijt en vind geen werk. Toen ben ik in dit drugscircuit beland." Steve is verslaafd aan crack en laat ons een betonnen hok zien waar hij en enkele medelotgenoten slapen en steeds weer hun korte crackgeluk beproeven. Op de muren tekende hij bloemen. Zonder kleur.

Het nieuwe bestuur van het Nederlandse gedeelte probeert uit alle macht om sociale voorzieningen als woningen, onderwijs en gezondheidszorg op een aanvaardbaar peil te brengen. Er is echter een chronisch gebrek aan geld. Begin dit jaar spanden ambtenaren nog een proces aan tegen het Sint Maartense bestuur wegens achterstallige betalingen.

Bovendien vloeien er steeds minder Antilliaanse guldens vanuit de Nederlandse Antillen naar Sint Maarten, dat de enige nettobetaler aan het centrale bestuur in Curaçao is. De Antillen proberen wanhopig de overheidsuitgaven te snoeien en de staatsschuld in te dammen, onder meer in de hoop weer leningen van het IMF te krijgen. Dat betekent nog minder geld voor de broodnodige investeringen in infrastructuur en sociale voorzieningen. Tot overmaat van ramp voerde de Antilliaanse regering een nieuwe, milde belastingwet in waardoor men op lange termijn investeringen hoopt te stimuleren. Op korte termijn betekent het nog minder inkomsten voor de eilanden. Alom wordt verwacht dat een meerderheid van de inwoners van Sint Maarten zich in oktober bij het referendum over de staatkundige positie van de Nederlandse Antillen uitspreekt voor meer autonomie of zelfs onafhankelijkheid.

Dennis Richardson, gezaghebber (burgemeester) van Sint Maarten, erkent dat er nog te weinig aandacht is voor de sociale problemen: "Ja, die problemen worden alleen beheersbaar als we aandacht hebben voor woningbouw en voldoende onderwijs. We moeten zeker niet terugkeren naar de situatie van overbevolkte shantytowns en groepen illegalen die zich verschuilen in de bergen. Maar dan moeten burgers en bedrijven zich bewust worden van het feit dat belastingen betalen nodig is om die sociale voorzieningen en kosten voor infrastructuur te kunnen financieren. Tot begin jaren negentig werden op Sint Maarten eenvoudigweg geen belastingen geheven en deed de overheid ook niets voor de bevolking." Een extreme vorm van het Amerikaanse geloof in marktwerking. "Dat loopt toch spaak," zegt Richardson.

Richardson loopt sinds 1995 een race tegen de klok om sociale onrust te voorkomen. Door het correct innen van belastingen, het bestrijden van corruptie, in combinatie met een deugdelijk bestuur, het investeren van Nederlands geld in infrastructuur en woningbouwprogramma's, hoopt hij het vertrouwen in de overheid te herstellen.

Dat vertrouwen heeft onder het veertig jaar lange bewind van de Sint Maartense politicus Claude Wathey weinig kans gekregen. Ondanks de hoge vlucht die het luxetoerisme sinds de jaren zeventig nam, investeerde zijn corrupte bestuur nauwelijks in sociale voorzieningen en zaken als straatverlichting en riolering. Wel kregen ook minder bonafide investeerders ruim baan om onder gunstige voorwaarden criminele vermogens te investeren in vastgoed, hotels en casino's. Claude Wathey werd enkele jaren geleden wegens corruptie veroordeeld tot achttien maanden cel en overleed vorig jaar voor zijn gratieverzoek werd behandeld. Met dit verleden probeert Richardson komaf te maken.

Maar het wantrouwen zit diep. Vele Sint Maartenaren klagen dat hun eiland verpest wordt door een gevaarlijke cocktail van een incompetente overheid, een gebrek aan werk, te weinig onderwijsvoorzieningen en een escalerend drugsprobleem. De afgelopen maanden ontstond bovendien grote onrust door een reeks van gewapende overvallen in 'betere' wijken als Bel Air, waar met name Nederlanders wonen. Met een roofmoord op een uitgezonden Nederlandse ambtenaar als dieptepunt.

Begin jaren negentig werd Sint Maarten door Den Haag onder curatele gesteld en een bataljon marechaussees uit Nederland drukte de criminaliteit met succes de kop in. Sinds vorig jaar is de marechaussee weg en het gelazer begint weer, zo klinkt het vaak. Volgens Gras dreigt ook op Sint Maarten het gevaar van verloren generaties zoals op Curaçao. "Daarom moet je veel investeren in niet alleen scholing, maar ook in buitenschoolse opvang. Want de hier illegaal verblijvende ouders van kinderen werken vaak allebei, onder zware omstandigheden." Illegalen hebben geen rechten en worden uitgebuit als goedkope arbeidskrachten in onder meer de bouwsector. "Die mensen hebben het sociaal en economisch heel moeilijk en dus moet er opvang voor hun kinderen zijn. Als die er niet is, gaan die kinderen over straat zwalken, met alle mogelijke gevolgen van dien." De gemakkelijke verkrijgbaarheid van een portie crack voor twee dollar in combinatie met sociale problemen zijn een logische bron van criminaliteit. En dat is weer de pest voor het toerisme.

Volgens verscheidene rapporten nemen de cocaïnetransporten vanuit Zuid-Amerika via het Caribische gebied, waaronder Sint Maarten, de laatste jaren steeds meer toe. Dat is mede toe te schrijven aan het 'opdrogen' van de Midden-Amerikaanse route naar de VS via Mexico. Volgens het Amerikaanse International Narcotics Control Strategy Report '98 hebben de Colombiaanse cocaïnekartels grote delen van het Caribische gebied geïnfiltreerd. In de Cariben werken ze met een ruilhandelsysteem: als betaling voor het leveren van 'diensten' zoals transport krijgen Caribische organisaties vaak een deel van de drugspartij. Zo is er steeds meer cocaïne en vooral spotgoedkope crack beschikbaar voor de lokale markten.

Veel Caribische eilandstaten, waaronder de Nederlandse Antillen, worden door de VS onder druk gezet door te dreigen hen op de zwarte lijst te plaatsen, omdat ze te weinig aan drugsbestrijding doen. Veel eilanden zijn hier heel gevoelig voor, aangezien ze voor een groot deel afhankelijk zijn van een groot aantal Amerikaanse toeristen en handel met de VS. Hoe graag ze ook willen en met Nederlandse steun investeren in bijvoorbeeld een kustwacht, de stroom drugs droogt niet op.

"Er worden wel steeds meer vangsten gedaan", zegt hoofdofficier van justitie Jan Gras. "Dat betekent niet automatisch meer handel, maar wel een grotere pakkans. De samenwerking tussen de kustwacht, douane en politie én met de Amerikanen en Fransen verloopt steeds beter. Onze indruk is dat de droppings in zee afnemen, maar we hebben wel veel meer te maken met veel bollita-slikkers, die enkele honderden grammen cocaïne in hun maag vervoeren. Wij hebben toch de indruk dat de meeste partijen voor doorvoer zijn bestemd."

Rodney Davis moet hartelijk lachen om dat laatste. Davis is bestuurslid van het enige opvangcentrum voor drugverslaafden op Sint Maarten. Turning Point ligt aan een stoffige weg downtown Philipsburg en is gefinancierd met geld van in beslag genomen drugswinsten. Momenteel heeft Turning Point het echter moeilijk. Davis: "Vandaag is het pay day voor onze medewerkers. We kunnen hen niet eens een derde betalen. Ik weet niet hoelang we de tent nog open kunnen houden." De 24-urenbegeleiding voor verslaafden van het centrum is volgens Davis wel hard nodig: "We kunnen maximaal dertig mensen opnemen. Maar gezien de enorme verspreiding van crack sinds enkele jaren en vele honderden verslaafden als gevolg, kunnen we veel mensen dus niet helpen. Vrouwen bereiken we niet. Die leven geïsoleerd en prostitueren zich thuis om aan geld te komen. Tien jaar geleden was dit eiland misschien een doorvoerhaven. Nu is het een plek waar dealers hun verslaafden kunnen oogsten. Cocaïne, crack en marihuana zijn op elke straat te krijgen. En elke scholier weet het."

Maar het zijn niet alleen de drugs zelf die het Caribische paradijs verpesten. Ook de cocaïnedollars, waar het uiteindelijk om draait, worden er deels geïnvesteerd in toeristische sector, via casino's witgewassen of via de offshorefaciliteiten van deze eilanden weggesluisd. Volgens Gras ligt Sint Maarten op een kruispunt in het Caribisch gebied: "Er lopen veel lijnen naar Europa en een dikke lijn naar de VS. Zowel geografisch, politiek als economisch heeft dit eiland een bepaalde aantrekkingskracht, dus ook voor criminelen."

Begin dit jaar rapporteerde het gezaghebbende Observatoire Géopolitique des Drogues (OGD) dat Sint Maarten door criminele organisaties wordt gebruikt om winsten wit te wassen. De OGD citeert zakenmensen die stellen dat op het eiland enkele hotels werden gebouwd of gekocht met drugsgeld uit Venezuela en Colombia. Om een idee te krijgen: vanuit Colombia zoeken jaarlijks 2,5 miljard narcodollars op de een of andere manier hun weg naar de legale economie. Met het nog gebrekkige overheidstoezicht en het expanderende toerisme is een eiland als Sint Maarten voor hen nog wel een paradijs. En ze willen dat graag zo houden. In de huidige dertien casino's van Sint Maarten worden geen vragen gesteld en ook niet beantwoord. Het maken van foto's wordt evenmin gewaardeerd. De fotograaf die het toch probeert, wordt indringend gesommeerd het pand te verlaten.

Samen met de Antilliaanse overheid wilde der Nederlandse overheid het witwassen van crimineel (drugs)geld op de Antillen begin jaren negentig tegengaan. Op 1 oktober 1997, enkele jaren later dan voorzien, werd het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) op de Nederlandse Antillen operationeel. Via het MOT kwamen in dat jaar 464 meldingen van mogelijk verdachte financiële transacties binnen. In 1998 waren dat er 3.110. Inmiddels loopt er op basis van deze informatie welgeteld één onderzoek. Ter vergelijking: in Nederland waren er vorig jaar 19.303 meldingen (waarvan 11.193 van wisselkantoren). Het Antilliaanse hoofd van het MOT op Curaçao verklaart het verschil ten dele omdat op de Antillen veel minder geld wordt gewisseld. Er zijn veel minder wisselkantoren want de eilanden hebben immers een de facto dollareconomie en de grootste instroom van buitenlandse deviezen zijn dollars. Opmerkelijk is dat vanuit Sint Maarten geen enkele melding het Antilliaanse MOT bereikte. Er liepen tot voor kort ook geen witwasonderzoeken. Volgens hoofdofficier van justitie Jan Gras beschikten politie en justitie sowieso niet over de middelen om op basis van deze tips gedegen financieel onderzoek te doen naar het witwassen van crimineel geld.

Dat is nochtans zeer hard nodig, zegt een hoge functionaris van de United Nations Drug Control Programme (UNDCP): "Op Curaçao en Aruba heeft men de zaken iets beter onder controle, maar op Sint Maarten is er een gebrek aan beleid om witwassen tegen te gaan. Bijvoorbeeld het feit dat Sint Maarten mede dankzij een gunstige belastingwetgeving en vergunningenbeleid zoveel casino's telt, is verontrustend."

Justitie op Sint Maarten is zich zeker bewust van het probleem. Jan Gras: "Het is van belang dit te bestrijden omdat crimineel geld op allerlei manieren je land corrumpeert. Het is zeker dat het witwassen van geld via banken en casino's hier plaatsvindt. Je voelt op je klompen aan dat via de casino's flink wordt witgewassen. Veel casinobedrijven zijn zakelijk gelieerd met Amerika. Er wordt hier dus zeker vanuit Amerika crimineel geld gewassen. De Amerikanen zeggen ons elke keer "jullie doen te weinig aan drugsbestrijding en witwasserij". Maar hoewel ze vanalles beloven, krijgen we van de Amerikanen geen bal aan informatie."

Eind maart opende een veertiende casino. Tevens werd bekend dat World Entertainment Holding, eigendom van de Turkse zakenman Sudi Ozkan, in Turkse zakenkringen bekend vanwege zij criminele connecties, er nog een wilde openen in Port de Plaisance. Zijn vierde casino op Sint Maarten "Ze kochten een groot hotelcomplex voor 20 miljoen dollar maar zijn alleen geïnteresseerd in het bijbehorende casino. Het kan zijn dat daar bepaalde minder fraaie bedoelingen achter schuilen. Alleen, hoe bewijs je het?", zegt een bron bij justitie. Volgens de laatste berichten heeft het OM zich nu vastgebeten in de zaak rond Port de Plaisance.

Daar zijn ervaren rechercheurs, financiële en technische experts voor nodig. Gras: "Daarom hebben we nu een recherchesamenwerkingsteam geformeerd dat het Paros-team (Pro-actieve Recherche ondersteuning Sint Maarten) van het korps landelijke politie uit Nederland moet vervangen. Paros werkte projectmatig, kwam per zaak vanuit Nederland en ging weer terug als die zaak afgehandeld was. De kennis vertrok ook weer met die mensen. Dit nieuwe team biedt nu de mogelijkheid om vanuit Nederland specialisten te rekruteren die dit soort ingewikkelde onderzoeken kunnen doen. Het komt er voor politie en justitie hier nu op aan zélf het initiatief te nemen in plaats van achter branden aan te hollen." In dat licht is de aankomst van officier van justitie Martin Witteveen interessant. Witteveen werd een bekende Nederlander, omdat hij met collega Teeven een omvangrijke drugszaak rond Fouad Abbas en Johan 'De Hakkelaar' Verhoek mede dankzij financiële recherche tot een goed einde bracht. Witteveen hoeft zich niet te vervelen op Sint Maarten.

Intussen beet gezaghebber Richardson kwaad van zich af toen werd gesuggereerd dat hij een vergunning voor het nieuwe casino van de Turkse zakenman Ozkan had verleend: "Op Sint Maarten, evenals in de rest van de wereld, komt misdaad voor. Wederom wordt getracht de indruk te wekken dat hier sprake zou zijn van een piratennest, een bestuur en een bevolking die daaraan systematisch meewerken. Dit is in strijd met de werkelijkheid, juist vanwege het feit dat wij ruim vier jaar bezig zijn allerlei initiatieven richting Antilliaanse, Nederlandse en Amerikaanse overheden te ondernemen om infiltratie door georganiseerde misdaad te bestrijden."

'Ik werkte tien jaar in Nederland. Sinds ik terugging naar Sint Maarten, zit ik in een negatieve spiraal. Ik raakte mijn papieren kwijt en vind geen werk. Toen ben ik in dit drugscircuit beland''Het is van belang dit te bestrijden omdat crimineel geld op allerlei manieren je land corrumpeert. Het is zeker dat het witwassen van geld via banken en casino's hier plaatsvindt'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234