Maandag 14/06/2021

Singapore tussendoor

Propere infrastructuur, goede manieren, culinaire hoogstandjes uit de vier windstreken. Zeker. Maar toch is Singapore, dat dit jaar zijn 50ste verjaardag viert, minder slaapverwekkend dan verwacht.

Singapore heeft een reputatie als toeristisch tussendoortje: een snelle, propere pitstop onderweg naar elders: een strandvakantie op Bali, misschien, of business in Chengdu. Die reputatie is deels verdiend, leerde ik tijdens een kort bezoek (ik bleef minder dan honderd uur ter plaatse). Maar er komt gelukkig wel sleet op te zitten.

Singapore is, net als Monaco of San Marino, een hybride van stad en staat. Met meer volk, weliswaar: zo'n zes miljoen inwoners. Het is een exotisch eiland, heet en vochtig, maar ook ietwat grijs. Naar authentiek natuurgebied en Instagramwaardige stranden is het even zoeken, al zijn ze er wel. Shopping malls daarentegen, heeft Singapore in overvloed, net als anonieme woontorens, een belangrijke haven, en, heel opwindend, talloze financiële instellingen.

De stadstaat viert in augustus zijn 50ste verjaardag. Maar de geschiedenis gaat iets verder terug: Singapore diende vanaf 1819 als handelspost van de East India Company, en was van 1824 tot 1963 een Britse kolonie. Na twee jaren onder woelig Maleisisch bewind, werd Singapore van moetens een onafhankelijke republiek. Stichter Lee Kuan Yew, die in maart overleed (hij werd 91), nam het niet zo nauw met de mensenrechten, maar zorgde wel voor een economisch mirakel. Singapore staat volgens de meeste berekeningen in de top 5 van 's werelds rijkste landen, en nummer 3 in de lijst met BNP per inwoner, na Qatar en Luxemburg.

Singapore Sling

Van het koloniale verleden zijn de taal overgebleven (Engels is de voertaal, maar ook Mandarijns, Maleisisch en Tamil zijn officiële talen) en nogal wat officiële architectuur, waaronder het parlementsgebouw. Hier en daar waan je je in een opgelapte Victoriaanse arbeiderswijk in een uithoek van pakweg Birmingham, zeker als de lucht grijs is en dramatisch.

Het Raffles Hotel, een stratenblok groot, is misschien het populairste overblijfsel van de Britse jaren. In de Long Bar van het hotel is circa 1915 de Singapore Sling uitgevonden, een mierzoete cocktail van onder meer gin, kersenlikeur, Bénédictine en ananassap. De bar, die jaren geleden is verhuisd naar een andere locatie in hetzelfde gebouw, geldt als een voorname toeristische attractie, maar ik werd er alleen maar depressief.

Tijdens mijn bezoek speelde een tweederangsorkest 'Can't Take my Eyes off of You' en andere hits uit de jaren 70 voor een dozijn bejaarde, ogenschijnlijk dronken Britse koppels. Je krijgt gratis pindanootjes bij je cocktail, en het is traditie om de schelpjes achteloos tegen de vloer te keilen. Een schijn van Brits anticonformisme, misschien, in een land dat netheid en orde erg op prijs stelt. Singapore is, zoals ongeveer iedereen weet, Het Land Dat Kauwgom Verbood (in 1992, om precies te zijn - sinds 2004 wordt een uitzondering gemaakt voor chewing gum met 'therapeutische waarde', en die is enkel verkrijgbaar met medisch voorschrift).

Er is een andere, minder beroemde wet die gebiedt dat toiletten móéten worden doorgespoeld, op straffe van een fikse boete. Andere regels zijn minder triviaal. Een appartement kopen als je single bent en jonger dan 35, is bijna onmogelijk. Er is nog veel zelfcensuur, vooral in de media. En seks tussen mannen blijft wettelijk verboden, al wordt daar in de praktijk weinig rekening mee gehouden.

Enfin, voor mij was die vieze Long Bar écht geen ideale introductie tot Singapore. Ik kreeg er bijna onmiddellijk heimwee naar de 21ste eeuw.

Gwyneth Paltrow

Ik reisde naar Singapore op uitnodiging van British Airways, dat sinds kort de nieuwe A380 dubbeldekker inlegt tussen Londen en de voormalige kolonie. BA liet ons vliegen in World Traveller, ofte business, maar ook in economy is de A380 comfortabeler, en stiller, dan andere toestellen - als je twaalf uur of langer in de lucht hangt, maakt dat een zeker verschil.

We logeerden in Marina Bay Sands, een relatief nieuw hotel dat tegelijk dient als toeristische trekpleister, en aldus staat afgebeeld op koelkastmagneten en T-shirts. Het complex bestaat uit drie torens van 55 verdiepingen die bovenaan worden verbonden door een soort platform, het SkyPark, met over de hele lengte een gigantische infinity pool vol selfies nemende toeristen (onder wie Gwyneth Paltrow, die voor een recente campagne van British Airways poseerde in een op het water drijvende vliegtuigzetel). Het zwembad is uitsluitend toegankelijk voor hotelgasten, maar met 2.600 kamers (en een indrukwekkende bezettingsgraad van net geen honderd procent) wordt het er snel aangenaam druk.

Marina Bay Sands loopt ondergronds verder tot aan Marina Bay, met een casino, een congrescentrum, een afgelikte, bijdetijdse shopping mall, een flashy lichtshow, en een indoor kanaal met Venetiaanse gondels. Heel erg Las Vegas. Maar daar werden in de vroege jaren 50 dan ook de fundamenten van het Sands-imperium gelegd (The Venetian, in Vegas, behoort tot dezelfde groep). Ik voelde me alsof ik in pakweg de Eiffeltoren logeerde.

Mijn tijdelijk verblijf op de 38ste verdieping was comfortabel, met adembenemend panorama richting zee. De ramen kunnen open, altijd leuk, en geven uit op een klein balkon, met bloemen en planten. Eén keer vlogen er, terwijl ik onder de douche stond, twee exotische vogeltjes naar binnen. Toen ik uit de volledig met marmer beklede badkamer stapte, vlogen ze snel weer weg.

Drie ochtenden na elkaar werd ik om half zes uit mijn slaap gerukt door een lichtshow in Gardens by the Bay, het futuristische natuurpark aan de overkant van de straat. Of preciezer: door de bijhorende, dreunende Wagneriaanse soundtrack. Ik weet nog altijd niet wie er op dat uur behoefte heeft aan een son et lumière, maar het was weer iets anders dan het alarmsignaal van mijn telefoon. Ik werd aldus telkens wakker met een glimlach, wat eigenlijk niet tot mijn gewoontes behoort.

Marina Bay Sands ligt op een grote klomp aarde die de voorbije jaren uit zee is gewonnen, veelal braakliggend terrein waar de komende decennia een geheel nieuwe stadskern moet verrijzen. De haven, een van 's werelds grootste, en nu nog goed zichtbaar aan de horizon, wordt naar elders verplaatst.

Aan de rand van het nieuwe land ligt nu in feite alleen dat bizarre Gardens by the Bay, een ecologisch pretpark met een reeks Supertrees (stalen torens met verticale tuinen die 's nachts fonkelen in diepe pastels), alsook twee enorme serres, waarvan eentje met een berg die geïnspireerd lijkt door de landschappen uit Avatar. Het park is, kort samengevat, een hoogst artificiële remix van de verschillende soorten natuur op aarde. De planten, bomen en bloemen zijn écht, en je kunt, desgewenst, ook iets leren. Wat misschien niet noodzakelijk het geval is als je op een vroege ochtend nog met een ferme jetlag kampt. Maar in dat geval geniet je gewoon van de planten, en het uitzicht op de vrachtschepen in de mist, en de gevechtsvliegtuigen die nu en dan door de horizon snijden.

Of je gaat een koffie drinken in het café aan de ingang.

Koloniale stijl

Ik heb tijdens mijn verblijf in Singapore vooral met de metro gereisd (praktisch en gemakkelijk), en af en toe een taxi genomen (goedkoop, maar tijdens de spitsuren geen beginnen aan). Ik heb veel gelopen, en me een paar keer fel misrekend. Singapore is toch iets uitgestrekter dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Ik ging naar Chinatown (souvenirwinkels ad infinitum), Little India (netter dan het origineel) en Katong, de oude Arabische wijk met nogal wat shophouses in koloniale stijl, thans ingenomen door min of meer trendy bars en restaurants.

Het indrukwekkendste gebouw van Chinatown is een enorm geel en groen geverfd gebouw met Le Corbusier-allure, het People's Park Complex, gebouwd tussen 1970 en '73. Aan de rand van Katong staat een gelijkaardig, fascinerend monstergebouw in metabolistische stijl, het Golden Mile Complex, met onderaan een duister, groezelig Thais winkelcentrum. De meeste Singaporanen wonen in flatgebouwen en estates met een brutalistische esthetiek. Het eerste grote wooncomplex, Toa Payoh, dateert van de jaren 60.

Maar er zijn ook buurten op mensenmaat, zoals Tiong Bahru, een art-decotuinwijk uit de jaren 30, met een hoop trendy cafés, onafhankelijke boetieks en de beste boekenwinkel van Singapore, BooksActually.

In de food court van het traditionele marktgebouw in het hart van de wijk at ik de beste maaltijd van mijn verblijf: kip in een soep met gember en kruiden. Die minimalistische food courts, met tientallen miniatuurrestaurants en gedeelde tafels en stoelen, zijn typisch voor Singapore, en veel minder afgelikt dan de shopping malls.

De ruwste plek waar ik kwam? Geylang, dat gereputeerd is voor zijn streetfood... en zijn bordelen. Er loopt een brede laan door de wijk, en die is omlijnd met volkse openluchtrestaurants, waarvan er minstens één een aquarium heeft dat boordevol zit met levende kikkers. Fresh Frog Porridge, hmm. Ik werd meegetroond naar een specialist inzake Beef Kway Teow, een lokale specialiteit. Ik vond Geylang fascinerend omdat de wijk vloekt met het afgeborstelde, metalliek glanzende imago van de stadstaat. Hier kon, wie weet, nog wel eens iets gebeuren.

Fantasy Island

Noem mij gerust oppervlakkig, en eventueel onprofessioneel, maar ik heb tijdens mijn werkreis van drie en een halve dag twee keer enkele uren aan het strand ingelast. Op Sentosa - Fantasy Island, maar dan in het echt.

Het eiland, vijf vierkante meter groot, huisde in het verleden een reeks forten, een Brits artilleriecomplex, een Japans kamp voor krijgsgevangenen en militaire oefenkampen. In 1970 kreeg het een nieuwe bestemming als resort. De Singapore Tourism Board organiseerde een wedstrijd voor een nieuwe naam, en het resultaat was Sentosa, Maleisisch voor vrede en rust - een eufemistische variant van de oorspronkelijke naam, Dodeneiland.

Sentosa werd volgebouwd met attracties: een kabelbaan, een pretpark van Universal Studios, een 37 meter hoge replica van de Merlion (de mascotte van Singapore, half leeuw en half vis), een vlinderpark, een observatietoren, een aquarium, een avonturenpark, een immens casino, strandbars, clubs, veertien hotels, en zo verder. Er rijdt een monorail naar het vasteland, en er is ook een met roltapijt uitgerust wandelpad over het water, de Sentosa Boardwalk, met tuinen, restaurants en winkels. Dat klinkt allemaal nogal druk en kunstmatig, en dat is het ook: ik moest op de terugweg een half uur aanschuiven voor ik op de monorail kon.

En toch waren die paar uur op de drie met Indonesisch zand aangelegde stranden van het eiland (Palawan, Tanjong en Siloso) het hoogtepunt van mijn reis. Enkele tieners speelden volleybal in het zand, en in de verte, op een rots, staarde een groepje gastarbeiders naar de olietankers in de verte.

En ik nam, gezeten onder een palmboom, voeten in het warme zand, nog een slok van mijn flesje Bintang bier.

Hoe kom je er

British Airways vliegt al meer dan 80 jaar op Singapore. De maatschappij vliegt twee keer per dag van Heathrow Terminal 5 naar Changi, de vaak bekroonde luchthaven van Singapore. Drie keer per week wordt daarvoor de A380 ingezet, de Boeing met twee verdiepingen (en plek voor 469 passagiers).

Meer info: ba.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234