Maandag 01/03/2021

simpele boer

Hij is de stamvader van de stand-upcomedy. Zijn conferences behoren tot de meest succesvolle theaterproducties. Op tv is hij een kijkcijferkanon. En toch vindt Geert Hoste het moeilijk om trots te zijn op zichzelf: "Een applaus in ontvangst nemen, ik kan dat niet."

Na een optreden zou ik het liefst in een hoekje kruipen

Geboren in Brugge in 1960.

Begon zijn carrière als mimespeler, schakelde daarna over op stand-upcomedy en

introduceerde het genre in Vlaanderen.

Bij het grote publiek werd hij bekend door

zijn eindejaarsconferences die sinds 1994 elk jaar worden uitgezonden op de openbare omroep.

Naast cabaretier is Hoste ook schrijver, columnist en programmamaker. Geert Hoste waakt over het land loopt momenteel zondagavond

op Eén.

Hij is gehuwd met illustrator en schrijfster Veronique Puts.

"Na een show spring ik graag een frietkot binnen voor een pakje met stoofvleessaus en véél mayonaise. Frituur Kruuskassie is een brokje jeugdsentiment. Hygiëne is voor mij echt heel belangrijk en ik ben in ziekenhuizen geweest waar het lang niet zo proper was als hier!"

Frituur Kruuskassie, Kortrijksestraat 490, 8020 Ruddervoorde.

Binnenkort ga je de baan weer op met je conferences. Slaat de stress al toe?

(lacht) "Zulke vragen mag je me nu echt niet stellen in deze periode: ik ben mijn conference aan het fijnslijpen. Dat wil zeggen dat ik elke dag het hele programma eens door elkaar gooi en in paniek sla. Ik voel mij soms zo slecht en onzeker dat ik met de gedachte speel om ermee te stoppen: 'Foert! Dit jaar geen conference.' Ja, er hangt de laatste tijd een gedeprimeerd sfeertje bij ons thuis. Het is zelfs zo erg dat ik van mijn vrouw niet meer alleen langs de Schelde mag wandelen. Wees gerust, ik ken dit soort dip intussen en ik weet hoe ik mezelf kan oppeppen. Ik kan er nu eenmaal niet onderuit: binnenkort moet ik daar staan en het doen."

Je hebt al vijfendertig jaar ervaring en toch blijf je ontzettend onzeker, mag ik dat gek vinden?

"Dat mag, mijn vrouw vindt het ook absurd. Zelf steek ik het op mijn roots: West-Vlamingen zijn nu eenmaal nooit content. Het moet elk jaar beter, daar streef ik naar. Bedenk bovendien hoeveel mensen die show te zien krijgen! Live komen er elk jaar tienduizenden mensen kijken en op televisie haalt de conference anderhalf miljoen kijkers. Dat zijn hallucinante cijfers! Logisch dat er druk op mijn schouders ligt."

Het is in deze tijden vol zelftwijfel een ongepaste vraag, maar wat is het ergste dat je volgende maand kan overkomen? Dat er niet gelachen wordt?

"Goh, die schrik zit er eigenlijk niet in. Mijn publiek weet welke humor ik breng en als ze een ticket kopen, is dat omdat ze willen lachen. Ziek worden, dát zou een ramp zijn. Vanaf december probeer ik daarom ziektehaarden en andere risico's te vermijden. Daarom laat ik ook het feestgedruis tijdens de eindejaarsperiode aan mij voorbijgaan. Meestal lig ik 's avonds gewoon te slapen in de zetel. Heel erg rock-'n-roll. Pas op, ook met een hernia, veertig graden koorts of salmonella kruip ik op dat podium. Dan komt mijn West-Vlaamse overlevingsinstinct boven. "

Als achtjarige ging je op internaat in Gent. Klopt het dat je daar gepest werd omdat je een westfluut was?

"Er gebeurden wel grovere dingen dan dat... Het internaat is niet de gelukkigste periode uit mijn leven. Een jongetje van acht dat op z'n eentje naar Gent wordt gestuurd, je moet je dat eens inbeelden. Bovendien kwam ik ook nog uit een andere provincie. Logisch dat ik een beetje de speelbal van de school werd. Grappen maken werd toen mijn reflex om te overleven. Ik trok de lessen zo in het absurde dat de klas niet meer bijkwam van het lachen. Hoewel ik daardoor vaak strafstudie aan mijn broek had, kreeg ik bij het afstuderen toch een prijs voor verdienstelijkheid. Het is mij nog altijd een raadsel waarom. (glimlacht)"

Je woont nu in Antwerpen. Wat betekent West-Vlaanderen nog voor jou?

"Ik ben in Brugge geboren en die stad is ook heel sterk met het begin van mijn carrière verbonden. Op mijn achttiende betaalde ik mijn rechtenstudies met wat ik als mimespeler in de straten van Brugge verdiende. Terwijl ik mij daar schminkte op een oud toilet, droomde ik ervan om op een podium te staan in mooie zalen en wie weet ooit een keertje op televisie te komen. Tegenwoordig worden West-Vlamingen als helden onthaald. Kijk maar naar de mannen van het schitterende Bevergem. Maar in mijn tijd was dat totaal anders. Woonde je in West-Vlaanderen, dan was je een simpele boer. Net daarom wilde ik humor brengen die haaks op dat cliché stond: intelligente grappen die tonen dat je het publiek ernstig neemt."

Hoe reageerde je omgeving toen je vertelde dat je met humor jouw boterham wilde verdienen?

"Op z'n West-Vlaams! De beste aanmoediging die je dan krijgt, is: 'Zou je dat wel doen? Wat gaan de mensen denken!' (lacht) Pas op, dat had ook met de tijdsgeest te maken. Stand-upcomedy bestond toen nog niet in Vlaanderen, alleen Nederlanders konden grappig zijn. Toen ik dus aan de culturele centra vroeg om me te programmeren, reageerden ze niet enthousiast. Hun vertrouwen heb ik moeten winnen met try-outs in groezelige zaaltjes, daarna pas kreeg ik volwaardige optredens in uitverkochte culturele centra."

Eind jaren tachtig kwam je op de radio als strandanimator Reginald. Zijn motto was: 'ik word crazy als ik de zee zie!' Is dat ook jouw motto?

"Ik ben ook wild van de zee, ja. Maar hoewel ik er vroeger vaak de rust ging opzoeken, kan ik dat nu niet meer doen. Met een bekende kop vertoon je je beter niet op de zeedijk, zo simpel is het. Het volk daar is op zoek naar vertier. Sommigen vinden dat in een wafel of in een tomaat-garnaal, anderen storten zich op een rondje BV-spotten. Mensen vragen me steeds of het niet vervelend is dat iedereen me constant aanklampt. (lacht) Ik maak er geen probleem van, want de mensen blijven altijd vriendelijk. Toch zoek ik die aandacht liever niet op. Dus als ik rust wil, trek ik naar de Ardennen of Nederland. Al kom je overal West-Vlamingen tegen. Zelfs na vier uur door de sneeuw te ploeteren naar een berghut. Dan trek je die deur open en hoor je in 't plat West-Vlaams: 'Moh! Wat doe je gie 'ier?' (lacht)"

DE BLOCK

Lees je na een show de reacties op Twitter?

"Nee, dat mag ik niet van mijn vrouw. Als je als BV alle bagger leest die ze over je vertellen, kun je evengoed een revolver op je nachtkastje leggen. Ik zeg altijd: 'Denk je dat je 't beter kunt? Kruip dan zelf op een podium!' Niets is democratischer dan een publiek. Als mijn show goed is, hoor ik tweeduizend mensen lachen, maar vinden ze het crap dan rennen ze de zaal uit."

En mensen die worden aangepakt in jouw conference, kunnen zij daar altijd om lachen?

"Tijdens de televisieopnames zit de zaal vol politici en BV's en speel ik met de zaallichten aan. Als ik dan een grap vertel over Maggie De Block zal ik haar altijd aankijken. Weet je, die BV's maken daar nooit een probleem van, de mensen die naast hen zitten wél. Zij weten plots niet meer of ze mogen lachen of niet. Da's eigenlijk best grappig om te zien. Ooit zat Vincent Bijlo, een blinde Nederlandse cabaretier, in mijn zaal. Toen ik bewust wat mopjes maakte over blinden, bleef de zaal muisstil. Tot Vincent rechtsprong en zei: 'Nou, van mij mag het hoor!' Heerlijk! (lacht)"

Als je nu terugkijkt op alles wat je al bereikt hebt, waar ben je dan het meeste trots op?

"Moeilijke vraag, want zo zit ik niet in elkaar. Mijn ouders bejubelden me nooit en ik ben opgevoed zonder veel complimenten. Totaal anders dan de Nederlandse opvoeding van mijn vrouw. Terwijl een jarige daar glundert als er voor hem wordt gezongen, hoor je van een West-Vlaming gegarandeerd: 'Gefeliciteerd? Ik heb daar niets voor gedaan, hoor!' Eerlijk? Ik ben ontzettend jaloers op artiesten die vol genot een applaus in ontvangst kunnen nemen. Dat kan ik niet. Na een optreden zou ik het liefst in een hoekje kruipen en daar stilletjes hopen dat iedereen snel naar huis vertrekt: 'Ga nu maar gewoon naar de parking! Hup!'"

Wie zou je graag eens in je zaal zien zitten?

"Zonder twijfel: mijn ouders! Mijn vader is overleden en de gezondheid van mijn moeder laat haar niet toe om naar mij te komen kijken. Hoewel mijn vader in het begin niet achter mijn comedycarrière stond, is hij altijd een belangrijke ambassadeur van mijn werk geweest. Toen hij er op het einde van zijn leven niet meer bij kon zijn, was hij een gebroken man. Ik zou het fantastisch vinden om die twee daar nu nog een keertje samen te zien zitten en te horen lachen. Liever zij tweeën dan een grote mijnheer als Obama. En zo bespaar ik ook enorm op securitykosten." (lacht)

"Grappen maken is mijn reflex om te overleven"

"Ik ben een echte 'kaffietrutte' en heb dan ook heel wat favoriete adresjes om koffie te gaan drinken. Eentje daarvan is Vero Caffè in het centrum van Brugge, want hier hebben ze de heerlijke huisgebrande mengelingen van Caffènation, een begrip in de koffiewereld."

Vero Caffè, Sint-Jansplein 9, 8000 Brugge.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234